Concertreview: Brian Wilson in het Casino van Oostende

Er circuleerde in het milieu een tijdlang een tape waarop een achterbakse mixer de zang van Linda McCartney tijdens concerten van haar Beatle had geïsoleerd. Dat was hoogverraad en pijnlijk om horen. Mocht een verrader in het kamp van Brian Wilson hetzelfde doen, dan zou je in sommige songs ook niet veel soeps horen.

Brian werd waggelend, aan het handje, naar z’n piano geleid, hij vergat teksten, sprak sommige woorden maar half uit, maakte zinnen niet af en haalde hoge noten niet. De ontbrekende delen van zijn door Alzheimer en Erger aangevreten gatenkaas werden subtiel, vaak ongemerkt, vakkundig opgevuld door de andere muzikanten. En aan het eind van elke set vluchtte Wilson, schichtig zwaaiend naar de fans, zo snel het waggelen toeliet de coulissen in. Al bij al leek hij een marionet of zo’n reuzenpop van Royal Deluxe die liefdevol overeind wordt gehouden door een legertje toegewijde lilliputters.

Maar toch was het een genot om Brian Wilson en zijn perfecte begeleidingsgroep live te horen in het casino van Oostende, binnen maar op tien centimeter van het strand waar zijn muziek thuishoort. Het eerste wat Wilson zei was ‘I can’t promise you a great concert, but we’ll do our best’. Dat was veel te bescheiden, want twee uur lang was geen enkele noot minder dan goed. En af en toe ontstak een vonk in Brians hoofd het vuur van weleer. (Ik had in de vorige zin eerst fout Brains getypt – toepasselijk, zijn verwarde hersens in acht genomen). En tegelijk was het tragisch dat dit concert niet was uitverkocht. Dat veel middelmatiger pseudo-artiesten hier voor volle zalen spelen, terwijl Wilson hoe dan ook een levende legende is die tonnen respect verdient, stemt me droef. Goed, de tickets waren niet goedkoop, en misschien dachten veel fans ‘Hij is zot en bovendien oud, dus ’t zal op niet veel trekken’. Onterecht, totaal onterecht.

De Beach Boys-klassiekers klonken perfect, de sfeer was geweldig, de nuance intact, de aartsmoeilijke harmonieën (van op sommige momenten negen stemmen) vlekkeloos. Je kon aan de samenstelling van Brians groep zo aflezen welke onderhandelingen vooraf waren gevoerd. Al Jardine, Beach Boy van het eerste uur, wilde enkel meedoen als ook zijn minder goeie songs gespeelde zouden worden en als zijn zoon, the next generation aan de kassa, mocht meezingen (Matthew Jardine deed dat wel uitstekend, zijn unique selling proposition is dat hij de hoge noten haalt). Ik voorspel dat binnen twintig jaar Matthew zal toeren met de Beach Boys catalogus. O ironie: a) Matthew Jardine leek qua uiterlijk de zoon van Brian Wilson, maar b) Brian Wilson zelf heeft geen zonen. Al Jardine en erfgenamen – ’t is alsof Brian Wilson uit z’n eigen nest wordt geduwd. Blondie Chaplin was ook een loose canon, te ruig en te onberekenbaar voor de precisie die Wilsons muziek vergt, maar voor de rest voor een losgeslagen driehonderdjarige in goeie doen. Ook al geneerde hij zich niet om verschillende keren te lang te soleren terwijl hij pal voor Brian Wilson stond en bleef staan. ‘We wouldn’t be here without Brian’s music,’ liet Al Jardine zich ontvallen. Ain’t that a fact.

Brian kreeg terwijl hij ‘Barbara Ann’ zong een nekmassage van keyboardspeler Darian Sahanaja. De musical director bedankte Adolphe Sax – de Belgische uitvinder van de saxofoon. Tijdens ‘Surfin’ USA’ maakten de echtgenotes van de muzikanten in de coulissen surfdansjes. En het was ontroerende om iemand die jaren lang leefde als een kluizenaar voor duizenden mensen ‘In My Room’ te horen zingen.

Na de onverwoestbare klassieker ‘God Only Knows’, misschien wel een van de mooiste popsongs ooit, kreeg Wilson een staande ovatie. Andere artiesten zouden die uitmelken, maar Brian zei schichtig ‘Please be seated’. (Ik moest plots denken aan David Bowie: die kreeg indertijd tijdens een persconferentie in Amsterdam een vraag over ‘God only knows’, van een journalist die blijkbaar nooit van de Beach Boys had gehoord. Bowie antwoordde toen koel: ‘Why don’t you ask the great Brian Wilson who wrote that song’.) Tijdens de aandoenlijke uitsmijter ‘Love and Mercy’ kon je een speld horen vallen. En ook die latere song, uit Brians zeer mooie eerste solo cd, klonk perfect. ‘Love and mercy to you and your friends tonight…’ Ook voor jou, Brian.

Ik weet dat het vervolg van deze zin quite silly is, maar toch: ik heb veel songs meegezongen en dat deden heel wat andere aanwezigen ook, dus technisch gesproken kunnen we zeggen dat wij harmonie hebben gezongen met Brian Wilson. Mijn zomer kan niet meer stuk. Brian zong ook het wondermooie ‘I Guess I Wasn’t Made for These Times’. Een tragische uitspraak voor een muzikale gigant die mee de wereldwijde soundtrack van zijn tijdvak heeft bepaald. Ik weet niet hoe lang de toerende Brian Wilson nog à la voorzitter Mao kunstmatig in leven gehouden zal worden, en of hij ooit nog België haalt. Maar dit was in elk geval een waardig, ontroerend afscheid.

Buiten op het strand, terwijl de zonsondergang gepast woedde, zaten mensen in een beach club te luisteren naar zielloze derderangs lounge, zich niet bewust van het feit dat ook dàt genre is terug te voeren tot de laidbacke sound uit het Californië van de Beach Boys. Wat verder wachtte een kransje fans hoopvol op Brian, want het kon toch niet anders of de ultieme Beach Boy zou éven het zand op het strand van Oostende willen zien, voelen? Nee. Misschien is dat de ultieme ironie: de ultieme Beach Boy is geen strandmens.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234