null Beeld

Concertreview: Depeche Mode in het Sportpaleis

Depeche Mode is speciaal voor vanavond met een DeLorean vanuit de jaren 80 naar het heden gereisd. Het heden blijkt echter de mistroostige, donkere wereld van Blade Runner te zijn. Gelukkig spelen zij de ideale soundtrack.

De aftrapper, het banale ‘Going Backwards’ is een urgente oproep verpakt in een serieuze beschouwing. ‘Armed with new technology, going backwards, to a caveman mentality’, schalt de maestro Dave Gahan tegen de achtergrond van groovende meteorietinslagen, die perfect de cadans van een protestmars nabootsen. Tijdens ‘So Much Love’ verzacht de strelende bluesgitaar van Martin Gore het gehak en getak van de synthesizerorgie van Andy Fletcher, de vleesgeworden Droop. Aan die perfecte verhouding tussen Unheimlichkeit en zoete poptoffee wordt sedert 1990 niet meer getornd.

‘Barrel of a Gun’ wordt door Gahan afgewerkt met de gevleugelde woorden van Melle Mel (de MC van Grandmaster Flash): ‘Don’t push me cause I’m close to the edge, I’m trying not to lose my head’. Weinig mensen zijn in staat om wanhoop geil te maken. We hadden nochtans liever gehad dat dit specifieke beeld ons bespaard was gebleven.

Gahan’s potloodsnorretje krult als een gammel bruggetje rond zijn getuite lippen, alsof hij vreest dat het haar anders van zijn bovenlip afglijdt. Wellicht het prille begin van een snavel. Met de jaren begint Dave - de jarige job wordt vandaag 55 jaar - namelijk steeds meer op een pauw te lijken. Gehesen in zijn glittergilet paradeert hij rond als was hij de oma van Mick Jagger.

Tijdens ‘Poison Heart’ flapperen zijn potige armen in de lucht, alsof een zwerm fruitvliegjes zijn zicht hindert. Zijn stripact die recht uit een foute B-film lijkt te komen, is overtuigender dan ooit en zijn stem nog altijd veel lager en krachtiger dan het aangezicht doet vermoeden. Het decor - een simpel scherm waar af en toe een begeleidende diapresentatie op wordt vertoond - is daarentegen redelijk sober. Ouderwets zelfs. We moeten het doen met een karaokeversie van ‘So Much Love’ en een afleidende videoclip tijdens ‘Walking in My Shoes’. Gelukkig heeft Gahan nog een catwalk tot zijn beschikking waar hij heupwiegend tekeer op kan gaan.

Depeche Mode levert z’n muziek standaard in maatje ‘stadion’. Dave’s bladgouden vocalen - op de plaat ofwel in een immense kathedraal ofwel in een koude, natte darkroom opgenomen - klinken het beste als ze weerkaatsen tegen grote betonnen muren en wegwaaien in de nacht. Daar zijn ze voor gemaakt. De onderbuik kriebelende synth-brom van Fletcher is bedoeld om rond te wervelen op een veld waar normaliter elf tegen elf gespeeld wordt. Ergo: een perfecte backdrop voor de back catalogue vol met grandioze statements, die ze de laatste drie decennia bij elkaar hebben gemept.

De bombastische ernst en de haast lachwekkende urgentie van Gahan en Gore consumeren wij steevast met enkele korrels zout. Een maatregel die uit voorzorg is genomen. Laten we wel wezen: tijdens hun New Romantic periode waren ze (onbedoeld) nog hilarischer dan Spinal Tap. Lachen mét en lachen óm gaan hand in hand tijdens een concert van Depeche Mode.

Om terug te komen op de boodschap waarmee de avond begon: nee, de muziek van Depeche Mode zal de generatie millennials niet van achter hun smartphones wegtrekken en op de barricaden tillen. Een tekst als ‘Come on people, you’re letting me down’ tijdens ‘Where’s the Revolution’, is veel te pretentieus om opzwepend te zijn. Een geforceerde poging tot sing-a-long van die single komt ook niet bepaald van de grond. Pamflet-rock en Depeche Mode zijn ongemakkelijke bedpartners. Laten we het daar maar op houden. Het blijft immers een stel spirituele snuffelaars annex perverse priesters, die er een ietwat sinister wereldbeeld op na houden en naarstig op zoek zijn naar innerlijke catharsis.


Het moment

‘Never Let Me Down Again’ jammert richting een emotioneel crescendo en trekt ongewild kippenvel uit onze armen. Virtuele violen en blazers voegen een haast onsmakelijke hoeveelheid bombast en synth-kitsch toe. Onze nekharen denken daar duidelijk anders over. Zowel ‘Enjoy the Silence’ als ‘Personal Jesus’ klapperen als vuurwerk in een koekblik. Geen verrassing. De cover van David Bowie’s ‘Heroes’ - hoewel het de vereiste bezieling mist - is prima binnen te houden. Daar zijn we dan weer wél verrast door.


Het publiek

het publiek bestaat (uiteraard) vooral uit oude bokken, die zonder kleerscheuren uit de eighties zijn gekomen. Hier en daar een nieuwsgierige crate digger, op zoek naar de roots van zijn favoriete Berlijnse techno-dj, of een cynische adolescent met een ironische muzieksmaak. Depeche Mode lijkt met terugwerkende kracht wel één van de belangrijkste bands van de jaren 80 te worden. Veel belangrijker dan ze destijds waren. De leden van The Human League zijn al dolblij als ze in het plaatselijke zuiplokaal geboekt worden. Niemand had 30 jaar geleden kunnen voorspellen dat Depeche Mode in 2017 nog stadiontours zou afwerken.


Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234