null Beeld

Concertreview: Hozier (AB)

Als het belang van een concert afgelezen kan worden aan het aantal scalpers dat voor aanvang als zenuwachtige strontvliegen rond de ingang van de zaal cirkelt, was Hozier in Brussel zondagavond nu al de muzikale afspraak van het jaar. Niet helemaal zeker uit welk hol die scalpers de te koop aangeboden tickets overigens hadden getrokken: de AB liep zo al over.

De blijde inkomst van Hozier in Brussel had een divers publiek op de been gebracht. Dat wil zeggen: het was sowieso vrij evenredig m/v-verdeeld, en het ging van 7 tot 77 – en naast ‘Afrekening’-muurbloempjes had je ook getaand bluesvolk. Maar een deel van het publiek kwam voor de gelegenheid uit hetzelfde land als Hozier zelf, en aan de meegebrachte vlaggen te zien moet dat Ierland zijn. En er waren mensen die – gezien de praatjes die tussen twee songs door steeds luider klonken – duidelijk vooral voor de sfeer kwamen. Tot overmaat van ramp kon je het hen moeilijk kwalijk nemen, want olala vrienden, wát voor een sfeer, daar in de AB! Hozier brak pas enkele maanden geleden door, maar de deur waarmee hij toen in huis is komen vallen, hebben ze nog steeds niet teruggevonden. Dat ligt voor 90 procent aan ‘Take Me to Church’, maar wie vanavond een one song show verwachtte, zag zich genoodzaakt de meegebrachte lap cynisme weer netjes en ongebruikt op te vouwen.

De song waarmee op goede wijze geopend mocht, heet ‘Arsonist’s Lullabye’ en werd gebracht met een eloquente passie die uit de diepst van Andrew Hozier-Byrnes man bun leek op te borrelen. Er was een goed ‘Jackie And Wilson’. En er was ‘Someone New’, dat aangekondigd werd met: ‘Het volgende liedje is er één over de liefde op zijn leegst en oppervlakkigst. Ik schreef het samen met een ex-lief, wat tegelijk tragisch en heel passend is.’

‘From Eden’, een song waarin een avondlijke, wat ongewenste bezoeker figureert, kreeg vervolgens een drumpartij mee die klonk als een stel behaarde knokkels die luid op de deur aan het bonken waren. Power, overtuiging, door de popmolen gedraaide blues en pubrock, een stomende liveshow... Wie Hozier met zijn gitaar op een podium ziet staan en hem gemakshalve bij de getergde singer-songwriters indeelt, heeft maar het halve verhaal gelezen.

[FOTOSPECIAL_31047]

’t Zijn overigens zelden vrolijke liedjes die Hozier zingt. Ze gaan over sterven, over te veel gezopen hebben en domme dingen doen, en over snel wegkwijnende schoonheid. Maar de gezelligheid die ze ter hoogte van een Brusselse concertzaal wisten op te roepen, was anderhalf uur lang vóélbaar. Dat betekent ook dat Hozier een goede verkoper is. En een vakman. Had iemand als Pete Doherty een vijfde van Hoziers toewijding en werkethiek, de wereld zou nog een stuk platter aan zijn schimmelvoeten liggen dan nu al het geval is.

Tussendoor vertelde Hozier-Byrne over het gat in Ierland waar hij vandaan komt. ‘Het ligt dicht bij een plaats die Wicklow heet. En in Wicklow is er een groen gebied met de naam Wicklow Hills. Prachtige plaats. ‘The Garden of Ireland’, noemen ze het soms, maar de mede-Ieren die hier vanavond aanwezig zijn, zullen u bevestigen: doorgaans hoort men in Ierland alleen over de Wicklow Hills praten als het voorafgegaan wordt door de woorden ‘er is gisteren opnieuw een lijk gevonden in’. Deze volgende song gaat over twee geliefden die naar de Wicklow Hills gaan, to do what lovers do best.’ Het ‘In a Week’ dat volgde, een duet met celliste (en voorprogramma) Alana Henderson, was zo ingetogen en intens dat je kon horen hoe iemand ‘Je kan een speld horen vallen!’ naar haar vriendin sms’te.

Het ging daarna nog van gezellige singalong (‘Work Song’) naar goed gecoiffeerde swamp blues-stomper (‘To Be Alone’), maar het aftellen naar ‘Take Me to Church’ was al ingezet. Dat is nu al de pensioensong van Hozier; het is zijn ‘Creep’, zijn ‘Suds & Soda’, zijn ‘With or Without You’ en zijn ‘Café zonder bier’ – en het deed met de grote zaal van de AB waarvoor het was meegebracht: inpakken.

Het daaropvolgende, nog geen klein beetje uitzinnige applaus was amper uitgestorven toen Hozier-Byrne een paar minuten later het podium terug opschuifelde en zei: ‘Ik zal dan nog maar een paar liedjes spelen, zeker?’ De eerste bis was ‘Cherry Wine’, misschien wel de sterkst gebrachte song van de avond. Daarop volgden nog ‘1 Thing’ (een zonevreemde maar naadloos ingepaste cover van Amerie) en ‘Angel of Small Death & the Codeine Scene’: de twee dansbaarste songs bewaard voor het laatst. Het was goed gezien, maar niet eens nodig. De AB, en bij uitbreiding het België dat eromheen ligt, is Hozier zo snel ‘nen toffe’ gaan vinden dat hij het zelf nog altijd niet kan geloven. De verbijsterde blik in zijn ogen was er een van de ‘wat heb ik nu aan mijn frak hangen?’-strekking.


Quote

‘This next one is no song of mine. It’s just a little something we sometimes play on fun occasions. I’d consider this a fun occasion.’ Het was de enige inleiding op zijn cover van ‘1 Thing’ die op dat moment nog steek hield.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234