Concertreview: Joe Henry in de AB

Met ‘Don’t Tell Me’, ‘Jump’ en ‘Devil Wouldn’t Recognize Me’ bedacht Joe Henry al enkele hits voor zijn schoonzus Madonna. Op eigen kracht kreeg hij de kassa echter nog niet aan het rinkelen. ‘Dat komt omdat ik enkel sad-assed waltzes in de aanbieding heb’, schertste de 57-jarige zanger, tijdens zijn uitstekende soloconcert in de AB. Maar, zo liet hij weten, ‘nothing is now as it appears’.

Mocht zijn muziek eetbaar zijn, dan was ze enkel verkrijgbaar in de betere delicatessenzaak. Joe Henry richt zich veeleer tot de fijnproever dan tot de fastfoodconsument en goochelt met smaken waar je niet eens het bestaan van vermoedde. Eén van de nummers die in Brussel op zijn setlist prijkten, heette ‘Hungry’, al mag u daar niet uit begrijpen dat een volle maag zijn ultieme streefdoel is. Henry’s honger is vooral spiritueel en filosofisch van aard.

Met zijn veertiende langspeler ‘Thrum’ bewees de artiest uit South-Carolina onlangs dat hij, als songsmid en observator van de menselijke zwakheden, in dezelfde VIP-rij mag aanschuiven als Tom Waits, Elvis Costello en Van Morrison. Zijn eerste stappen zette hij in het Americanagenre (hij liet zich zelfs even begeleiden door The Jayhawks), maar na allianties met T Bone Burnett en Daniel Lanois evolueerde hij gaandeweg naar een eigen, bedachtzame stijl waar niet meteen een etiket op te kleven valt. Dat het niveau van zijn werk omgekeerd evenredig is aan zijn platenverkoop, vindt hij niet erg: ‘Kunstenaars en zakenlui zijn wezens die weinig met elkaar gemeen hebben’, meldde hij in de AB. Gelukkig voor zijn bankrekening is Joe Henry een veelgevraagde producer, die al talloze rootsartiesten (Solomon Burke, Bettye Lavette, Bonnie Raitt, Loudon Wainwright…) boven zichzelf uit deed stijgen.

De songs uit ‘Thrum’ zijn vooral beïnvloed door de mystieke poëzie van Rilke, Rimbaud en Walt Whitman. De plaat werd live in de studio ingeblikt met een akoestische band die dezelfde voorliefde voor improvisatie aan de dag legde als een jazzcombo. Op zich niet zo verbazend, als je weet dat Joe Henry ooit aan de slag ging met grootheden als Ornette Coleman, Brad Mehldau en Marc Ribot. Helaas bleek het te duur om zijn groep, met zoon Levon op sax en de fantastische drummer Jay Bellerose, naar Europa over te vliegen, zodat de zanger in zijn eentje op het podium verscheen. Maar niet getreurd: Henry toonde zich een begenadigde gitarist die zich van diverse tunings bediende. En ook al kon je hem bezwaarlijk een groot vocaal talent noemen, hij haalde hij wél het maximum uit zijn beperkingen.

De meeste nummers uit ‘Thrum’ wortelden in een meditatieve folkjazzvibe en steunden op populaire mythen, zoals die van Billy The kid in ‘Climb’. Tijdens ‘The Glorious Dead’ zag je, in gedachten, een begrafenisstoet uit New Orleans voorbij trekken. Naar aanleiding van ‘Believer’ vertelde Joe Henry dat hij, als liedjesschrijver telkens weer een kruising nastreeft tussen seks en religie, of tussen ‘Let’s Get it On’ en ‘Amazing Grace’. Tussen de bedrijven door legde hij uit dat de teneur van zijn platen bepaald wordt door ‘songs die dezelfde taal spreken’ en dat schrijven voor hem een manier is om dingen te verwerken of om te leren begrijpen wat er in zijn gedachtewereld omgaat.

Henry putte regelmatig uit platen als ‘Tiny Voices’, ‘Civilians’, ‘Reverie’ en ‘Invisible Hour’, maar verraste soms ook met veel ouder materiaal, zoals ‘Trampoline’ of ‘Short Man’s Room’. Hij sprak vol bewondering over zijn vriend en mentor Harry Belafonte, bracht een ode aan folkzangeres en burgerrechtenactiviste Odetta en herinnerde zich dat hij ‘Scar’ op papier zette, meteen nadat de grote Kris Kristofferson zijn studio met een bezoek had vereerd.

Voorts had Joe Henry het over het huidige klimaat in de V.S. (zie het onlangs door Joan Baez gecoverde ‘Civil War’), de wanhoop die zich van hem meester maakte na de onwaarschijnlijke verkiezing van Donald Trump (‘Keep Us In Song’), het huwelijk als ecosysteem (‘Grave Angels’), de helende aspecten van de liefde (‘Eyes Out For You’) of het verschil tussen concessie en overgave (‘Sold’). Met ‘Our Song’, het enige moment waarop hij aan het klavier plaatsnam, bracht hij dan weer zijn hoogst eigen ‘State of the Union’.

De avond eindigde met het zacht gecroonde ‘For the Good Times’, uit de pen van Kristofferson, maar tot een country-standard uitgegroeid dank zij de uitvoeringen van Ray Price, Perry Como en Frank Sinatra. Zeker, in hun sobere soloversies dreigden de songs af en toe een beetje eenvormig te worden. Toch hebben we ons geen moment verveeld en vloog de set, na anderhalf uur, veel te snel om. Joe Henry is nu eenmaal het soort performer dat je ieder woord, iedere noot van zijn songs kan doen geloven. En dat is tegenwoordig al even zeldzaam als een bankier met een reine ziel.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234