Concertreview: Kelly Lee Owens in de Botanique

‘Nu kun je in de winkel gewoon machines kopen die ‘boom-tschak’ doen.’ Elders op deze website schetste Marcel Vanthilt de status quo van elektronische muziek. Voor producers is digitale apparatuur een geschenk van de goden. Behalve als het live kapsones krijgt.

Ik geraak niet aan mijn techno-fix. Kelly Lee Owens, de 28-jarige Welshe producer voor wie ik ben gekomen, jaagt erg weinig beats door de Grand Salon. Ze speelt geen ‘CBM’, bijvoorbeeld, en ook geen ‘Evolution’. Nochtans zou Owens met die pure, onversneden techno zelfs Wouter Beke tot een beatjunkie kunnen bekeren.

In twee korte jaren werkte Owens zich op tot een beleidsmaker in minimalistische en puntgave elektronica. Ze heeft nog maar pas haar debuutplaat uit, en daarop staan parels van bangers en spaarzame clubbers. Dat ze nu al inzicht heeft in de anatomie van een goeie genretrack, hoeft misschien niet te verbazen – Owens kwam al vroeg in contact met Daniel Avery en James Greenwood, grote namen in kleine milieus.

Dat Owens vanavond amper dealt in zuivere elektronica, heeft voor een deel met praktische dingen te maken. Ten eerste heeft de Grand Salon zitjes en kan je maar zoveel beats tussen stoelen drijven zonder ze te willen omvergooien. Ten tweede: halverwege de set blijkt Owens’ MIDI-controller naar de gallemiezen te zijn. Ze ziet zich genoodzaakt haar draaitijd met twintig minuten in te korten.

Daarnaast lijkt Owens ook gewoon dat etiket ‘producer’ zachtjes te willen laten losweken. Aan de marges van 808 beats en synths vindt ze uitvalswegen naar andere stijlen. De titel singer-songwriter zou haar niet misstaan. Dat hoor je in de tandem ‘8’ en ‘Keep Walking’. Owens sluit haar ogen en klikt haar strottenhoofd naar de hoogste stand. Ze laat haar stem lijzig dobberen op elektronische glittergel. Het witte canvas achter haar capteert de schaduwen van haar twinkelende vingers.

Owens bevindt zich nu volledig op het terrein van droompop. Daar zit ze goed vanavond, al is dat vooral omdat de kaduuke controller haar bereik beperkt tot een drumcomputer en een synthesizer die dan kennelijk op halve toeren draait. ‘S.O’, ‘Lucid’ en ‘1 of 3’, een trio met veel witruimte en echo, kan ze redden met haar gepolijste stem.

‘Anxi.’ vormt weleen probleem. Op plaat is de donkere collab met Jenny Hval een absoluut hoogtepunt. Beats borrelen op en verdampen, Hvals omineuze vocals stikken gejaagd aaneen, loops zwepen het tempo op. Hier in de Botanique klinkt de single op z’n best blauwblauw. Logisch: als Owens weinig meer kan doen dan op play klikken, verliest het nummer zowat alle zeggingskracht. Hetzelfde geldt voor ‘Birds’: hoe hou je een instrumentale track spannend als je alleen maar om de paar tellen op je drum kan tikken?

Het zijn covers die de set van de verdrinkingsdood vrijwaren. Pal in het midden slaat Owens een bres in haar popline-up met ‘More Than A Woman’, een hit van de in 2001 overleden r&b-zangeres Aaliyah. Robocop-tunes haken in Arabische snaarinstrumenten: Owens’ versie is onderkoeld en sexy tegelijk. ‘Kingsize’ – een song van de genaamde Hval – komt helemaal aan het eind. Pleur op met die stoelen, zegt Owens, ik ga techno doen. Het nummer geeft me gerede gronden om mijn bioritme te resetten. Voortaan leef ik ’s nachts. Niet voor de dromen, wel voor de techno.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234