Concertreview: Mark Lanegan Band op Rock Werchter 2017

Zijn zelfbeeld hersteld, zijn demonen op retraite gestuurd naar Bali: wat een móóie Mark Lanegan, daar in The Barn.

'De stem blijft de stem, een kwaaie en donkere rasp, angst, maar de gitaren rinkelen nu'

Neen, geen liedje dat opgedragen werd aan Dave Rosser. De gitarist van The Afghan Whigs, Mark Lanegan, The Twilight Singers, The Gutter Twins en al mijn nachtmerries in technicolor stierf deze week aan het k-woord – klotekakkerlakkenkanker. Probeer het niet vijf keer na elkaar uit te spreken, het lukt toch niet, het doet er niet toe, en het leidt nergens naar. Maar het hoefde ook niet, een song opdragen. Aan dat soort obligate nummertjes heeft Lanegan immers een broer en een zus en een ver achterneefje dood, en ik wist wel zeker dat hij in élk nummer van zijn set in The Barn dacht aan de gitarist die jarenlang opwindend geluid heeft verzonnen bij de trieste graffiti op Lanegans mentale timeline.

Op het eerste, nonchalante zicht leek er niets veranderd bij Lanegan. Zijn ene hand klauwde zich rond het microfoonstatief, een jong katje dat al eeuwen gekeeld wordt, en zijn andere hield de microfoon vast, een laatste baken voor de verdrinkingsdood zou inzetten. ‘Death’s Head Tattoo’ was een bachelorproef in wanhoop: check. In ‘The Gravedigger’s Song’ jankte een gitaar als was ze Bambi die op IMDB de grote spoiler van zijn eigen tekenfilm leest: zoals verwacht. ‘Hit The City’ verhuisde je naar de eerste keer dat je ‘Bubblegum’ hoorde, die kathedraal gebouwd uit zwart, niet door pilaarbijters te begrijpen sentiment: yes I will.

Maar toch. Lanegan heeft een lang helingsproces achter de rug, een parcours van weer nuchter en levensvatbaar worden dat voorzichtig zichtbaar werd in zijn concerten van de afgelopen jaren, maar nu pas in blank licht kwam te baden. De finesses van de hoempapa zal hij allicht nooit beheersen, maar er gloort nu wel licht. Lanegan heeft een veluxraam opengezet in z’n adembenemend mooie rotkop. De stem blijft de stem, een kwaaie en donkere rasp, angst, maar de gitaren rinkelen nu – een telefoontje met goed nieuws, iets over lammetjes die door een weiland dansen, dochters die hun papa om een handje vragen, God loves his children, yeah. De bedompte weemoed en – gevaarlijker – de tureluurse paniek vielen ook in The Barn niet uit z’n liedjes weg te sponsen, maar keek Lanegan daar tijdens ‘Harborview Hospital’ even blij, ja zelfs: trots, uit z’n ogen? Is zijn zelfbeeld hersteld, en heeft hij zijn demonen op retraite gestuurd naar Bali? Ik denk het, ik hoop het, want de patiënt Mark Lanegan verdient genezing.

Er zijn mensen die in de goot gelegen hebben. Er zijn mensen die in de goot gelegen hebben en ze met hun tong hebben leeggeraspt. Er zijn mensen die in de goot hebben gelegen en ze met hun tong hebben leeggeraspt, en dan in een helder licht kijken. Lanegan is één van die laatsten: hij is veilig nu, voor zover je veilig kan zijn in een wereld die één aangeboden sigaret is, maar laten we hem koesteren zolang het feestje duurt. En hij ‘Nocturne’ speelt, bijvoorbeeld, ballenbad voor beduusde volwassenen.

Niet dat Lanegan plots een libellelicht lachebekje is geworden, hoor. Toen hij over de ‘Riot In My House’ zong, wist je: dit is ernstig. De flikken durven niet komen, en niemand kent Jan Jambon. Hetzelfde in ‘Deepest Shade’, een ballad die de hotelbarpianist in mezelf niet vercocktailjazzed zou krijgen. En ‘One Hundred Days’ klonk nog steeds als het standje van een bezopen schooldirecteur.

Wat betekenen de getatoeëerde sterren op zijn vingers eigenlijk? Eén ster voor elke verloren gelegde liefde? Eén ster voor elke huilende wolf in zijn nachtmerries? Eén ster voor elke keer dat hij met zijn neus het withete tarmac van het leven kuste? Ik zou het kunnen navlooien, op de fansites staat vast een verklaring, maar ik luister liever naar ‘No Bells On Sunday’. ‘I’m missing you tonight / It’s always the same / Standing out in the rain / It comes down to break me / I’m praying just the same’. De liefde dus, verdomme. ‘I think it’s me that crying’: je wilt dat Lanegan niet horen zingen, want je begrijpt hem.

Dave Rossen, je zou blij geglimlacht hebben om je eerbetoon. Bij het riffje dat je erbij verzonnen zou hebben, hoef ik geen songtekst.


Het moment

De finale! Eerst ‘Head’ (zompig), dan ‘Death Trip To Tulsa’ (gruizig), dan ‘Love Will Tear Us Apart’ (van Joy Div- ja zeg, u weet wel). Ian Curtis, je werd vandaag met een mooie, tedere stinkadem wakkergekust.


Het publiek

Begreep: love will never tear us apart.


Quote

Mark Lanegan stelde traditiegetrouw zijn – excellente! – band niet voor. Het is nochtans zijn veilige haven, met Aldo Struyf als de beste matroos die niet aan wal staat. Dit is geloof ik al de tweede keer in twee weken weken dat ik sta te fanboyen voor Struyf (op Best Kept Secret keizerde hij even roekeloos briljant over Millionaire) – dat eindigt vast weer met een contactverbod.


Tweet

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234