Concertreview: Stereophonics in de AB

Consternatie alom toen Bob Dylan een poosje geleden tijdens een interview aangaf een fan van Stereophonics te zijn. Stereophonics? Was die groep niet al een poosje over haar creatieve hoogtepunt heen? Een feit is dat het clubje van zanger Kelly Jones in Brexitland nog altijd grote arena’s en stadions weet te vullen en ook de Brusselse AB in een vloek en een zucht uitverkocht kreeg.

Stereophonics behoren, samen met Manic Street Preachers, tot de populairste bands uit de Welse scene. Bovendien mogen ze dezer dagen enkele mijlpalen in de bodem meppen: ze zijn al een kwarteeuw actief, hun debuut-cd ‘Word Gets Around’ viert zijn twintigste verjaardag en het vorig najaar verschenen ‘Scream Above the Sounds’ is de tiende langspeler uit hun discografie, waarvan er zes de hoogste notering in de Britse charts bereikten. Het gezelschap, dat al tien miljoen platen over de toonbank deed schuiven, beschikt nu eenmaal over een hondstrouwe fanbase.

Stereophonics zijn wars van pretentie: ze spelen een combinatie van Britpop en klassieke werkmansrock, waar heel af en toe een snuifje metal aan toe wordt gevoegd. In Groot-Brittannië noemt men hun combinatie van branie, pathos en catchy melodieën meat ‘n’ veg music. Je wint er misschien geen culinaire prijzen mee, maar ze vult wél de maag. Wie ooit honger heeft gehad, zal ongetwijfeld bevestigen dat ook dàt een verdienste is.

De liedjes van Stereophonics hebben een kop, een staart en nog iets substantieels ertussen, terwijl de raspende stem van voorman Kelly Jones een beetje weg heeft van de scheur van Steve Marriott, toen de man in kwestie nog tegen The Small Faces aankeek. Alleen kregen we in Brussel de indruk dat de recentste songs van de band in een vat met Mr. Proper waren gevallen. Het kwartet, voor de gelegenheid aangevuld met toetsenman Tony Kirkham, schrijft nog altijd anthems die door de grote massa uit volle borst kunnen worden meegebruld, maar waar de auditieve angeltjes vakkundig uit verwijderd waren.

Nieuwe nummers zoals ‘Caught By The Wind’ en het stuiterende ‘Taken A Tumble’ neigden naar generische FM-rock: ze klonken loepzuiver en zelfs een beetje klinisch, terwijl enkele klodders modder net zoveel effectiever zouden zijn geweest. U hebt het al in de gaten: Stereophonics namen tijdens hun twee uur durende set –goed voor 27 songs– geen enkel risico. Wie op verrassingen had gehoopt, was eraan voor zijn/haar moeite.

Niet dat er échte stinkerds werden gelost, maar aangezien zowat de helft van het gespeelde materiaal uit de minder interessante tweede helft van haar carrière dateerde, duurde het even voor de groep leven in de brouwerij wist te brengen. Nieuw werk, zoals ‘All In One Night’, het naar The Waterboys neigende ‘Geronimo’ of de kwetsbare, door Radiohead bevruchte ballad ‘What’s All the Fuss About?’, werd afgewisseld met vertrouwd aandoende, meefluitbare popdeuntjes, type ‘Have A Nice Day’ en ‘Maybe Tomorow’. Toch sloop er pas enige dynamiek in de set, zodra de sound, dank zij knallers als ‘Vegas Two Times’, ‘Chances Are’ en ‘Catacomb’, extra spierweefsel vertoonde.

Tijdens ‘I Wouldn’t Blieve Your Radio’ beroerde drummer Jamie Morisson eencocktail kit aan de rand van het podium en met het oog op ‘White Lies’ en ‘Sunny’ ruilde Kenny Jones zijn gitaar voor een piano. Tussendoor beleed de zanger zijn liefde voor Brussel en dan vooral de ICP-studio, waar platen als ‘Graffiti on the Train’ en ‘Keep the Village Alive’ gedeeltelijk waren ingeblikt.

Jones hoefde zijn fans heus niet op te vrijen om hen bij de les te houden, maar zelf begonnen we pas volop de oren te spitsen toen Stereophonics tijdens het laatste half uur van hun set teruggrepen op enkele classics uit hun beginperiode. In ‘Mr. Writer’, dat na al die jaren een verrassende transformatie had ondergaan, het onverslijtbare ‘Just Looking’ en publieksfavorieten als ‘A Thousand Trees’, ‘Local Boy in the Photograph’ of ‘The Bartender and the Thief’, voelde je eindelijk weer de urgentie, de gedrevenheid en de jeugdige frisheid die Stereophonics aan de dag legden toen hun biotoop nog uit kleine clubs bestond.

Met het massaal meegzongen ‘Dakota’ trokken de Britten een streep onder een avondje professioneel entertainment, waar niemand zich een buil aan kon vallen. Maar als ze, zoals aangekondigd, volgende zomer een groot Belgisch festival aandoen, hopen we toch dat ze nog eens écht met scherp zullen schieten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234