Concertreview: SX en Warhaus op M-idzomer 2017 (dag 1)

Leuk festivalletje, M-idzomer in Leuven. Klein en gezellig, met een goeie programmatie. Zoals op dag één: SX en Warhaus. Belgiës mooiste én Belgiës donkerste band, vlak achter elkaar.

Eerst aan de beurt: SX (***). Wie twijfelt over de betekenis van die bandnaam heeft nog nooit naar de muziek geluisterd. SX staat natuurlijk gewoon voor ‘sexy’.

Wie via de hoofdingang van M-Museum naar boven ging – vreemd festivalpubliek trouwens: er waren er zelfs bij die zich gewassen hadden – stond meteen helemaal vooraan bij het podium, waar iedereen een respectvolle afstand bewaarde. Uit beleefdheid, óf omdat die paar meters werden ingepalmd door het onwezenlijke aura van frontvrouw Stefanie Callebaut.

Wie het over SX heeft, moet het natuurlijk hebben over háár. Mijn idee: Stefanie is een hoogtechnologische androïde die van een gekke wetenschapper een menselijk hart heeft gekregen. Ze fladdert zo ergens tussen de bevreemding van Björk, de intelligentie van Kate Bush en de stemkleur van Victoria Legrand van Beach House. Vanavond danste ze like an Egyptian, soms deed ze de robot en anders zwalpte ze als een dronken priesteres in een gouden gewaad over podium. Met haar verwaaide krullen heeft ze het mystieke je ne sais quoi van Julie Christie wanneer die in de film ‘McCabe & Mrs. Miller’ aan de opium zit: ogen nét niet in focus, half weg van de wereld. Betoverend. Daarnaast lijkt Benjamin Desmet me een geschikte gozer.

De muziek die de twee brachten in Leuven paste bij de ondergaande zon: laat ons er voor het gemak ‘droompop’ tegen zeggen. Chvrches zonder de pop hooks, Beach House aan de hartmonitor, FKA twigs in een jaren 80-jekje. Omdat het kort moet: mijn haren gingen vooral omhoog bij ‘Hurts’ en bij ‘Comfort’, waarin Callebaut haar noten even betekenisvol liet zinderen bij de tekstflard ‘I’m pretty happy…’

Op een set van een uur begonnen de nummers op den duur evenwel wat al te gladjes in elkaar over te vloeien. Daarbij was ‘Gold’ niet de verpletterende afsluiter die het op een groter festival misschien wél was geweest – het geluid was niet feilloos, dat moet gezegd, en u blééf tateren – maar dat geeft niet: SX handelt toch meer in intimiteit en in dromerigheid dan in grootscheepse extase. Het was altijd mooi en het was altijd hypnotiserend.

Toen ging de zon onder en kwam Maarten Devoldere naar buiten. Al noemen zijn vrienden hem tegenwoordig Warhaus (****).

Samen met zijn lief Sylvie Kreusch is Maarten even cool als Tom Hiddleston die in ‘Only Lovers Left Alive’ rondloopt met Tilda Swinton aan zijn arm. Hij slaapt op een bedje van dode kraaien, drinkt whisky bij de Choco Pops en steekt zijn sigaretten aan met in brand gestoken pagina’s van William S. Burroughs. Zijn solomuziek vindt het exacte middelpunt tussen Leonard Cohen, Serge Gainsbourg en Nick Cave, maar dan overgoten met een groovy Balthazar-sausje. ‘We Fucked a Flame Into Being’ blijft de ideale plaattitel.

Fucks genoeg in Maartens teksten, maar dat wil niet zeggen dat hij er één moet geven: ‘The Good Lie’ – dé single van de plaat – zat meteen helemaal in de kop van de set.

Sylvie stond achteraan het podium vieze dingen te doen met een tamboerijn, Maarten nam even later over. Ze keken naar elkaar zoals alleen twee mensen die vrijen zonder condoom naar elkaar kunnen kijken. Verder werd er volop aan partnerruil gedaan: de tamboerijn ging van hot naar her, Maarten wisselde zijn gitaar voor een trompet en Sylvie deed wat ze wilde, terwijl Jasper Maekelberg te pas en te onpas castagnetten vastpakte. De enige die trouw achter zijn instrument bleef zitten, was drummer Michiel Balcaen.

Je krijgt van Warhaus nooit de indruk dat ze een vastgevezen set spelen: alles vloeit en lijkt ter plekke te worden verzonnen, wat het natuurlijk des te spannender maakt. In ‘Against the Rich’ begon Maekelberg opeens op een trommel te kloppen én op een minikeyboardje te spelen. Sylvie was weg, god weet waarheen, samen met de tamboerijn. Maarten kreeg de duivel in zijn lange jas en lulde ‘wah-wah-wah-wah-wah’. Dan lachte hij lief naar het publiek en zei hij: ‘Dank u om te komen. Dit is een voorrecht voor ons.’ Maar dit is wel de man die nog niet zo lang geleden schreef: ‘I'm as easy a fuck as a fuck can get.’ Dus: oppassen.

In ‘Take It Easy On Me’, haalde Sylvie haar beste Fever Ray boven. Net wanneer je dacht, ‘leuk nummer, trage groove’, begon ze te krijsen als een banshee en werd de kickdrum ingetrapt. Ik zei het net nog: oppassen.

Enorm contrast met ‘Memory’, dat Maarten helemaal solo te lijf ging. Hij stond erbij zoals Leonard Cohen in 1970 op het Isle of Wight: om vier uur ’s ochtends haalde die het in zijn hoofd om alleen met zijn gitaar een menigte van 600.000 rumoerige, zatte toeschouwers te gaan temmen. Het lukte hem nog ook. Oké, in Leuven stonden hoop en al vijfhonderd brave mensen, maar toch.

Nummer van de avond was evenwel, concurrentieloos, ‘Beaches’: op plaat een coole instrumental van twee minuten, live een onvoorspelbaar beest met tanden als blikkerende stiletto’s. Niet toevallig: Warhaus op z’n best is sexy, maar dan geváárlijk sexy, zoals een vampier.

Vanavond opgetekend: Warhaus is seks en zweet. Nachtje door doen zonder verse kleren. Een avondje uit in David Lynch-land. Alles kan gebeuren, het overkomt je spontaan en je kan alleen maar zuchten: ‘Lekker.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234