Concertreview: Terry & Gyan Riley in het Koninklijk Circus

Terry Riley wordt volgende maand 82. Wij gingen voor één van de pioniers - misschien wel dé pionier - van het minimalisme in de halve rondte van het Koninklijk Circus zitten.

De opener van ‘Who’s Next’ - zeker niet de minste plaat van het machtige The Who - heet ‘Baba O’Riley’. Als u van niks weet, Youtify ‘m als de vliegende bliksem, en let op de keyboard-intro van Pete Townshend. Blijf daarna - terwijl u veel tegelijk om de oren vliegt - die keyboardpartij volgen. Klaar? U hebt net kennis gemaakt met de muziek van Terry Riley. U weet nu wat voor soort minimaals hij eind jaren zestig allemaal zelf inspeelde op electrisch orgel en elektrische klavecimbel, en op rare trommel en tamboerijn.

Pete Townshend liet zich voor de keyboardpartij serieus(!) inspireren door Rileys ‘A Rainbow in Curved Air’. Je zou het zelfs pikkendieverij kunnen noemen. De ’Baba’ uit ‘Baba O’Riley’ is Meher Baba, Townshends spirituele goeroe. In 1971 dacht hij blijkbaar: mocht je Babas gedachten in een computer kunnen stoppen, ze zouden eruit komen als de muziek van Terry Riley.

De Oekraïner Lubomyr Melnyk, die in het Koninklijk Circus het eerste deel van het concert voor zijn rekening neemt, is wàt blij dat hij een keer met zijn grote held op één podium mag staan. Hij herinnert zich het moment dat Columbia Records eind jaren zestig Rileys bekendste compositie ‘In C’ uitbracht: 53 stukjes muziek, door een hoop muzikanten gespeeld, en variërend van een halve tel tot 32 tellen. De stukjes worden soms overgeslagen, maar meestal herhaald, en niet altijd waar ze verwacht worden. De componist juicht improvisatie toe. Melnyk zegt dat 'In C' voor hem de perceptie veranderde van wat hij mooi vond, en dat de composities die hij vanvond brengt afgeleide producten zijn van Rileys werk. Hij noemt het genre continuous music: wij denken dat het betekent dat er geen echt begin en einde aan zit.

Melnyks dromerige 'Illirion' zit vol stroomversnellingen. Tegen de tijd dat het watervallen zijn geworden, en de pianist kan laten horen hioe vingervlug hij is, horen wij gewoon een harp bespelen in plaats van een piano. Het lange 'Butterfly' is voor twee piano's geschreven, maar omdat Melnyk geen klassieke pianist kon vinden om mee te doen ('Ze willen allemaal Beethoven blijven spelen') heeft hij in het Koninklijk Circus één partij vooraf opgenomen. De sfeer wordt daardoor al wat Riley-achtig, de paar machinale stukken zijn echt minimal music as we know it.

En dan zijn daar Terry Riley (met muts en suikerspinnen baard, hij gaat aan de vleugelpiano zitten), en zijn zoon Gyan (die elektrische gitaar speelt). De eerste improvisatie heeft de sfeer van een sonate. Als het jazzy begint te klinken, zien wij gewoon een romantische maan boven de Golden Gate-hangbrug van San Francisco staan. Veel minimaals klinkt er niet in door. Iemand uit het publiek roept: 'What are you gonna do now?' Waarop zoon Gyan: 'Je ne sais pas, ça dépend du moment qui vient. C'est un grand mystère.' En dat blijkt te kloppen: Gyan moet lachen als zijn vader aan de piano begint, kennelijk verrast dat dat specifieke motiefje er nog eens bij is. Zijn vader vraagt een keer tot Gyans verbazing of hij wil beginnen. Wij horen een paar keer de virtuoos aan de toetsen die Terry Riley is in de minimale stukken, maar meestal zijn het mijmeringen, die een namiddag op Radio Klara in herinnering brengen, met Ravel en Debussy en rustig jazzgepingel.

Wel indrukwekkend: de Indiase raga, door Terry Riley vol overtuiging en vanzelfsprekendheid gezongen, met een stem die van heel diep komt: waarschijnlijk oefent de raga-zanger elke dag. Ook voor ‘Tread on the Trail’ schoven wij door naar het puntje van onze klapstoel: het is een werk uit 1965, bedoeld voor jazzmuzikanten, en met - voor wie het wil opvoeren - twee minimumvereisten: minstens zeven mensen moeten meedoen en het moet een kwartier of langer duren. Dat kan in Brussel geregeld worden: het Ensemble Musiques Nouvelles heeft acht man gestuurd. Na wat improvisatie begint de schuiftromet aan de hoekige melodie. Als de keyboards even de hoofdrol krijgen komt Rileys signature sound het meest naar boven. Riley raakt z'n piano nu amper aan, hij wordt een dirigent die af en toe om veel volume vraagt. Ook knap: de bis met alleen zoon Gyan: minimal met het je ne sais quoi van rock, een kort, strak, vrij hard en welgekomen crescendo.

Wij zijn blij dat we Terry Riley hebben meegemaakt (en alle respect voor zijn grijze baardharen), maar de improvisaties met zijn zoon vonden wij geen hoogvliegers. Kijk, wij verwachten niet van Bob Dylan dat hij ‘Blonde on Blonde’ van A tot Z komt spelen, dus kunnen we moeilijk van Terry Riley verlangen dat hij oud wordt als museumstuk dat op bevel de grote successen van vroeger komt doen. Of neem nu één van zijn vroege opnamen - die wij onlangs voor het eerst hebben gehoord - waarin hij het kwartet van trompettist Chet Baker ‘Kind of Blue’ van Miles Davis laat inspelen, en daar een collage van maakt. Moet hij zoiets doen? Natuurlijk niet. Willen we dat hij - zoals vroeger - LSD neemt en zijn performances uitrekt tot allnighters (waar mensen overigens met slaapzakken naartoe trokken). Néé!

Dus: nog eens opgestaan met een paar van Rileys composities, die we veel liever, naïever, wonderlijker én rijker zijn gaan vinden dan het werk van Steve Reich, Philip Glass en Michael Nyman. Nu staat zelfs voor de zoveelste keer het prachtige 'In C Mali' op, de versie van 'In C' van Africa Express die Rileys muziek deze eeuw in catapulteert, als open source-materiaal voor jonge muzikanten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234