Courtney Barnett & Kurt Vile - Lotta Sea Lice

Kurt Vile heeft een naam om drums te spelen in punkbandjes als de Dirty Rotten Shite Cock Piss. Kak! Een goofy versie van Herman Brusselmans, zo ziet hij eruit, maar iets beter bij stem. Iéts. Hij speelde mee op de eerste platen van The War On Drugs, maar ging voor zijn eigen carrière. Of dat zo verstandig was, weten we niet, maar deze plaat bewijst dat hij zijn vriendje Granduciel weer recht in de ogen kan kijken.

Courtney Barnett lijkt zo van een hippieposter uit de jaren 60 geplukt – Françoise Hardy vóór ze in de klauwen van Jacques Dutronc viel, zoiets. Zij heeft een verleden in de Australische indie-scene. Indie is dikwijls een afkorting voor ‘Indien de groep goed genoeg geweest zou zijn, stond ze al verder en had ze het geld om nieuwe versterkers te kopen.’ Maar Barnett heeft wél talent, én een stem én een carrière. Haar eerste plaat heette ‘Sometimes I Sit and Think, and Sometimes I Just Sit’: een vrouw met humor.

Samen maken Vile en Barnett slabakpop: heerlijk wankelend, eenvoudig klinkend meezinggerief, met krinkelende gitaren en een wonderlijke samenzang. The Lemonheads, maar dan met zanglijnen die gevaarlijk dicht tegen de afgrond der valse noten aanschurken: aandoenlijk en zeer verslavend.

Door hun drukke tour-schema’s duurde het vijftien maanden voor de plaat opgenomen raakte, maar dat deden ze dan wel in krap acht dagen. In die tijd maakt De Mens acht platen, maar goed: ze hebben hun tijd niet verprutst. Ten bewijze daarvan de eerste track op de plaat: het aandoenlijk schommelende epos ‘On Everything’ met gitaren en veel snaren, dat we al kennen van de in al zijn eenvoud geniale clip, waarin beide zanglijsters elkaars zanglijnen overnemen in stemmig zwart-wit. Bevreemding, een glimlach en lichte ontroering is het resultaat.

De hele plaat is zo: slimme, soms grappige teksten, een functioneel klankdecor en twee muzikanten die zich in elkaars werk thuis voelen als twee vissen in dezelfde bokaal. De country-twang van ‘Let It Go’, het statige en lijzige ‘On Script’: niets mis mee. ‘Blue Cheese’ swingt als een zwart-wit filmfragment uit een dansfilm met Fred Astaire, en ‘Continental Breakfast’ verdiept zich huppelend in de problematiek van het Europese ontbijt.

’t Zijn ook een beetje de onechte kleinkinderen van Neil Young –het machtige ‘Fear Is Like a Forest’ van Barnetts partner Jen Cloher zou zo op ‘Zuma’ gestaan kunnen hebben. Ook op andere nummers maken ze graag lawaai met gitaren, die dan weer familie zijn van de langgerekte droedels waarmee The War On Drugs groot werd. Beetje zeurderig soms, maar een kniesoor die daarover valt.

Afsluiten doen ze met een – om Gwendolyn Rutten nog maar eens ongepast te citeren – superieure cover van Belly’s ‘Untogether’.

Wat een heerlijk plaatje.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234