null Beeld

'Crimi Clowns', de movie: Manou Kersting

Uit de ondergewaardeerde serie ‘Crimi Clowns’ (2BE) is nu een bioscoopfilm voortgekomen die weleens een cultstatus zou kunnen verwerven, met naast Luk Wyns en Chris Willemsen ook Manou Kersting als de grondig gestoorde Lou: ‘Ik krijg weleens te horen dat ik gevaar uitstraal.’

Rudy Vandendaele

‘Crimi Clowns: De Movie’ is een deregulerende potpourri van nouvelle violence, neopost-moderne grandguignol – een artistiekerige nepterm doet het ‘m altijd –, volgehouden poli- tieke incorrectheid en snijdende volkse humor van hardcore Antwerpse komaf, die neerkomt op lachen nadat het lachen je eigenlijk vergaan hoort te zijn, mocht je tenminste denken dat je deugt. In deze wieling van tegenstrijdige gevoelens is ook de grondig gestoorde Lou een interessant personage. Hij lijkt familie van Danny Bols uit ‘Matroesjka’s’, en wordt dan ook bemand door dezelfde acteur: Manou Kersting (50). En dan te bedenken dat hij ooit een kind was – en toen gebeurde er iets:

Manou Kersting «Op de lagere school moest mijn broer de kleine Sinterklaas spelen. Het gerucht deed de ronde dat ze ook een kleine Zwarte Piet nodig hadden. Toen besloot ik dat ik dat moest zijn. Ik was zes, en ik heb toen voor het eerst gevoeld dat ik acteur wilde worden. Ik noemde het nog toneelspeler, denk ik. Thuis zette ik op die leeftijd ook al shows op – aan één stuk door, eigenlijk. Daar kwam nog bij dat mijn vader Gregor een nachtclub had: de Zigeunerkelder, een drukbezochte tent aan de Stadswaag, zeker in de jaren zestig en ze- ventig dé uitgaansbuurt van Antwerpen. De artistieke incrowd kwam er ook graag. Als kind kwam ik ’s middags weleens in de Zigeunerkelder terecht, als mijn moeder de bar ging aanvullen – of misschien ook wel leegmaken, volgens mijn broer toch, want hij had toen al in de gaten dat ze een drankprobleem had. In die kelder was een podium met muziekinstrumenten: dat beeld was toen al op mijn netvlies gebrand. Er werd Roemeense, Hongaarse en Russische zigeunermuziek gespeeld. Prins Charles is er ooit geweest, in- cognito, en volgens ooggetuigen net iets te opvallend omringd door lijfwachten.

»Mijn vader, die nu 86 is, is violist – hij heeft zijn hele leven zigeunermuziek gespeeld, en hij was een magneet voor muzikanten uit het Oostblok. Hij is van oorsprong een Rotterdammer, hoewel mijn familie van vaderskant er bepaald latino uitziet. In de oorlog heeft hij in een doorgangskamp gezeten en daar heeft hij voor het eerst zigeuners ontmoet. Maar voor de oorlog ging hij samen met zijn tante in Den Haag naar een concert van Kasanova – met een k. Een magere violiste die een beetje leek op de beelden die van Paganini bekend zijn. Theatrale gestiek, uiterst hartstochtelijk. Ze speelde zigeunermuziek uit de Balkan. Toen hij haar zag, dacht mijn vader, die toen een jaar of twaalf was: ‘Dat wil ik worden. En die muziek wil ik spelen.’ En daarom is hij toen viool gaan leren.»

HUMO Die sfeer van zigeunermuziek en nachtclubvariété heb je een paar jaar geleden gebruikt in je show ‘Manollo Manouche’: je bent er dus ook door aangestoken.

Kersting «Ja. Van Luk Wyns mag ik er een film van maken. Met die show kon ik niet op tournee: twintig man op het podium is om te beginnen al te duur. Ik ben misschien wel geen onbekend acteur meer, maar mijn naam doet de culturele centra nog steeds niet vollopen. Nu ja, touren met ‘Manollo Manouche’ zou ik toch te vermoeiend vinden. Inhoude- lijk stelde die show niet zoveel voor, maar hij was wel één en al sfeer. Ik heb er destijds teasers voor gemaakt, en die filmpjes zijn me eigenlijk meer waard dan ‘Manollo Manouche’ zelf. Daarom wil ik in de film vooral het leven backstage laten zien.»

HUMO Als jonge jongen speelde je al mee in het orkest van je vader, hè?

Kersting «Ja, vanaf mijn dertiende, als contrabassist. Ik was in het restaurant van m’n vader, restaurant Slava, niet alleen muzikant, ik stond er ook in de keuken. Alle kinderen moesten van jongs af aan meewerken, omdat de kinderen van El Proletario, een Spaans restaurant waar het stikte van de katten, óók meewerkten. Dat was volgens mijn vader een ijzersterk argument. Ik vond dat werk eerst spannend, maar al snel baalde ik ervan.

»Maar los daarvan was de sfeer goed: altijd muzikanten over de vloer. We hadden een groot huis, en één verdieping was ingeruimd voor Roemeense en Hongaarse muzikanten. Passanten. Ze kwamen en ze gingen. Ze mochten van Ceaușescu wel zes maanden in het Westen werken, op voorwaarde dat hun gezin in Roemenië bleef. Mijn vader heeft ook onvrijwillig twee muzikanten uit Hongarije geholpen, omdat zij niet teruggingen naar hun gezin. Zodoende stond hij daar op een zwarte lijst: helper van overlopers, en dus een vijand van de Hongaarse heilstaat.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234