Crisis aan de Middellandse Zee (3): Portugal

Sinds de crisis lijkt Portugal wel een lekke band: het land loopt leeg. Wie blijft, doet dat uit koppigheid of uit gebrek aan alternatief. In Porto is de malaise het zichtbaarst. Gras en mos woekeren er in de leegstaande huizen en winkels. Woningen rotten weg. ‘Dit is het Havana van Europa. Ik weet niet of we daar trots op moeten zijn.’

Iedere vrijdag om één uur ’s middags laadt Paulo ­Feirreira een weekendtas in zijn bordeauxrode Fiat Doblo en rijdt hij 200 kilometer door het bergachtige binnenland van Portugal. ‘De route van de leegstand,’ noemt hij de weg van Porto, waar hij woont, naar Bragança, waar hij geboren is. Verlaten bergdorpen glijden voorbij. Paardenbloemen hangen uit de ramen, gras schiet door de dorpels, alles wat kan scheef zakken, ís scheef gezakt. ‘Tsss,’ sist Paulo tussen zijn tanden. Met opgerolde hemdsmouwen zit hij aan het stuur. Kalend, een beetje gezet en met twee diepe groeven in zijn voorhoofd ziet hij er minstens vijf jaar ouder uit dan de 28 jaar die hij is. ‘Tsss. Een lekke band. Dat is wat Portugal de voorbije zes jaar geworden is.’ Al wie kón vertrekken, is vertrokken. Dat Paulo hier nog door de bergen rijdt en tijdens de week in de vismijn werkt, is uit respect voor zijn vader. ‘Hij heeft veertig jaar in een Duitse auto­fabriek gezwoegd om ons een goed leven in eigen land te bezorgen. Ik kan hem niet achterlaten.’

Toen de crisis uitbrak, liep de vader van Paulo naar het schuurtje, pakte een spade en plantte hem in de grond. ‘Hoe moeilijk het ook wordt,’ zei hij, ‘we zullen niet van honger omkomen.’ Op zijn 68ste begon hij weer te boeren zoals hij dat vroeger had gedaan, vóór de Anjerrevolutie en voordat hij met een groep dorpelingen naar Duitsland was vertrokken. Hij was overigens niet de enige die zijn tuinspullen weer bovenhaalde. Lappen grond die jarenlang braak hebben gelegen, zijn nu terug ingezaaid. Er staan gammele serres op, de tomatenplanten met hun gele bloemen hangen zwaar door, de peulen van de erwtenplanten staan op knappen. Een vrouw met zwarte kniekousen, een blauwe voorschoot en een geknoopte sjaal om het hoofd harkt de bedden aan. En dat terwijl de Portugese boeren in de jaren 80 Europees geld kregen om vooral níét meer te boeren. De Europese landbouwmarkt was één grote markt geworden, met mannen achter bureaus die op kaarten aanduidden waar gewassen mochten groeien en waar niet.

‘Zelf telen is nu weer een noodzaak geworden.’ Paulo wijst naar de zijflank van een heuvel, waar de verschillende groentetuinen een dambordpatroon vormen in vele tinten van groen, geel en paars. ­Iedere zondagavond rijdt hij terug naar Porto met zijn kofferbak vol aardappelen uit de grond van zijn vader. In de zomer komen daar nog aubergines bij, in de herfst kastanjes en in de winter ­artisanaal ­gekweekt varkensvlees. In Porto hebben ze een tiental vaste klanten: restaurants die graag met streekproducten werken. Op maandag, als zijn shift in de vismijn erop zit, doet hij zijn ronde om alles af te leveren.

De namen van hun klanten houdt hij liever voor zich. ‘De grens tussen legaal werk en schaduwarbeid is hier heel dun geworden,’ zegt hij. De groenten die op de heuvels langs de weg van Porto naar Bragança geteeld worden, komen nooit in de winkel of in de supermarkt terecht, maar zijn bedoeld voor eigen gebruik of als betaalmiddel voor andere diensten. Omdat niemand nog geld heeft, is de economie op het platteland weer een lokale ruileconomie tussen individuen geworden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234