null Beeld

Crisismigranten uit Spanje en portugal

Sinds het begin van de crisis verlaten jonge, hoog­ opgeleide Spanjaarden en Portugezen massaal hun land, op zoek naar een betere toekomst. Sommigen gaan weg op eigen initiatief, anderen omdat ze vanuit verre oorden actief gerekruteerd worden. ‘Ongeveer al onze vrienden zijn vertrokken. Naar Zwitserland, Angola, Brazilië. Vroeger zagen we elkaar in een café, nu praten we via Skype.’

Ik stap op het vliegtuig en ik weet niet wanneer ik terugkom,’ schreef de Portugese Joana Salgado (29) op 31 augustus 2012 in haar dagboek. Op de luchthaven van Porto zat ze te wachten tot het vliegtuig van Ryanair haar en haar vriend, Helder Augusto da Silva Martins, naar Maastricht zou brengen.

‘Om een nieuw leven te beginnen,’ noteerde ze. ‘Of beter,’ voegde ze eraan toe, ‘om gewoon een leven te beginnen en een toekomst te hebben.’ Haar medepassagiers straalden onbekommerd uit dat ze hadden genoten van hun jaarlijkse vakantiegeld. Ze keerden naar huis terug na een week of twee hevige zon, de ene al wat meer verbrand dan de andere. Joana en Augusto legden de omgekeerde weg af. Ze vertrokken om niet onmiddellijk terug te komen.

‘Verdomme, Joana, verdomme,’ had haar vader die ochtend bij wijze van afscheid in haar dikke, zwarte haren gepreveld. Hij had een snik onderdrukt en haar met de moed van de wanhopige op haar schouder geklopt. Het vertrek van Joana voelde aan als een persoonlijk falen, het falen van een man die ge- streden had voor een toekomst voor zijn enige kind, in zijn eigen land. ‘Ga,’ had hij ook gezegd, ‘maak dat je hier wegkomt. Je moet een leven hebben, een familie. Succes, mijn kind. Succes. En veel geluk.’

Succes en geluk. Het waren begrippen die het voorbije jaar voor Joana en Augusto enkel abstracter waren geworden. Hoe meet je succes in een land waar de werkloosheidscijfers onder jongeren flirten met de veertig procent? Hoe vul je geluk in als je al vier jaar droomt van een kind, maar er vooral geen krijgt omdat het financieel niet haalbaar is?

Joana studeerde bedrijfswetenschappen en sociologie; Augusto internationale relaties. Een jaar geleden verloor Joana haar job. Het was haar derde baan in vijf jaar tijd. De eerste verloor ze door besparingen, de tweede doordat ze zelf verder wilde studeren en de derde opnieuw door besparingen.

‘Eerst maakte ik me geen zor gen,’ vertelt ze. ‘Ik was het gewend zes of negen maanden werken en dan weer twee maanden werk zoeken. Maar die twee maanden werden er drie, vier, vijf. Ik had geen vooruitzicht, geen perspectief. Ik zorgde voor mijn zieke vader, zette me in voor een sterilisatiecampagne voor verwilderde huisdieren en speurde ondertussen naar mogelijke werkaanbiedingen. Ik droomde al niet meer van een job als sociologe, in marketing of op de personeelsdienst van een bedrijf – drie domeinen waarvoor ik de nodige kwalificaties heb – maar zocht wat dan ook. Het resultaat was steeds hetzelfde: niets.’

Met z’n tweeën leefden ze van het loon van Augusto. ‘Hoe gaat dat?’ zegt Joana. ‘De vanzelfsprekendheden vallen weg. Vroeger gingen we makkelijk een keer per week naar de film. Nu dachten we na over die zeven euro voor een kaartje. De film moest echt wel de moeite waard zijn. Tegelijkertijd begonnen we het vervolg van ons leven uit te stellen. We gingen nog wel een koffie drinken, of uit eten, maar we konden dat alléén doen omdat we nog geen kinderen hadden. Het was kinderen krijgen of een sociaal leven hebben, bui- tenshuis. De twee combineren zagen we niet zitten.’

Voorlopig geen kind dus, besloten ze met een stalen vuist om het hart. Nog pijnlijker was de manier waarop tijdens de zeldzame sollicitatiegesprekken telkens weer het dwingende tikken van Joana’s biologische klok werd bovengehaald als argument om haar niet aan te werven.

‘Ik was 29. Iedere mogelijke werkgever gaf aan dat hij vermoedde dat ik binnen het halfjaar zwanger zou zijn. En zo iemand, gaven ze klaar en duidelijk aan, konden ze in deze moeilijke tijden niet gebruiken. Bovendien waren mijn diploma’s een probleem: niemand geloofde dat ik met de graad van master bereid zou blijven in een gaarkeuken te staan of rekken te vullen in de supermarkt. Dat is de paradox: Portugal heeft een massa hoogopgeleiden die blijven studeren omdat er geen werk is en die vervolgens geen werk vinden omdat ze te veel diploma’s hebben.’

Vijf maanden nadat Joana werk loos was geworden, stond ook Augusto op straat. Andere sector, zelfde verhaal. ‘Ik werkte voor een Portugees bouwbedrijf,’ vertelt Augusto. ‘De bouw, die al die jaren in overdrive had gedraaid, viel stil. Ik was als laatste aangenomen en mocht als eerste vertrekken. Onder- tussen is het gros van mijn ex-collega’s ook ontslagen.’ De tocht naar de uitzendbureaus in Guimarães, hun woonplaats, werd een dagelijkse, routineuze realiteit. Het scenario werd zo voorspelbaar dat ze het na een tijdje uit het hoofd kenden.

‘Goedemorgen. Ik was hier gisteren ook al. Hebt u een job voor mij?’ ‘Nee, maar u kunt altijd uw cv achterlaten.’

‘Ze antwoordden altijd alsof ze zich niet herinnerden dat we er de vorige dag ook al geweest waren. En de dag daarvoor. En de dag daarvoor.’ Augusto grijnst bij de herinnering en kijkt hoe natte sneeuw- vlokken te pletter vliegen tegen het raam waar we achter zitten, in de McDonald’s in Herentals. Het is de enige plek die Joana zo snel kon verzinnen om af te spreken. Thuis vond ze niet gepast. Omdat thuis nog niet echt hun thuis is: ze delen een appartement met het gezin van de nicht van Augusto. Zij had hen overtuigd om naar België te komen. Ze zouden er werk heb- ben, een dak boven hun hoofd en nieuwe Portugese vrienden. ‘Ze had het al vaker gezegd,’ herinnert Augusto zich.

‘Waarom blijven jullie in Portugal? Kom toch naar hier. Het leven is hier veel eenvoudiger. Maar we wilden ons land niet verlaten. Ik hóú van Portugal. Ik ben er geboren, mijn familie woont er. Ik had altijd verwacht een leven te hebben in Portugal.’ Joana knikt.

‘Maar ons geluk was opgebruikt. Een job zoeken zonder er één te vinden, is deprimerend. Ik weet dat ik veel te bieden heb, maar ik botste op een muur. Ik werd er wanhopig van. ‘Waarom ziet niemand wat ik kan? Waarom wil niemand mij?’ Je kunt je die vragen duizend keer stellen, een miljoen keer, maar de situatie wordt er niet minder uitzichtloos van.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234