CSI Belgium: de laboranten van de dood

Iedere tv-kijker weet dat niet
alleen vingerafdrukken, maar ook DNA of textielvezels de dader van een misdaad
kunnen identificeren.

Het sporenonderzoek in de zaak-Ait Oud, de ontvoerder en moordenaar van de Luikse meisjes Stacy en Nathalie, duurde meer dan zes maanden.
'Maar het is wel aan onze bevindingen te danken dat Ait Oud, die bleef ontkennen, toch is veroordeeld.' Dat zegt Jan De Kinder, directeur-generaal van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en
Criminologie (NICC). Humo kijkt mee over de schouders van de mannen en vrouwen
in de witte pakken.

Enkele quotes


Fabrice Gason «Voor het sporenonderzoek op een crime scene is het van het grootste belang dat er zo weinig
mogelijk wordt aangeraakt of verplaatst.

Textielvezels zijn maar één van de vele
microsporen die op een lijk kunnen zitten. Je hebt ook haren,
bloedpartikeltjes, stuifmeelkorrels, kruitsporen, plantenfragmenten,
verfdeeltjes, glassplinters... In de meeste gevallen zijn vezelsporen niet te
zien met het blote oog, maar een expert van het NICC heeft aan eentje soms al
genoeg.


Het
waren experts van het NICC (Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie) die het onderzoek naar serieovervaller Marcel
Habran
en naar seriemoordenaar Michel
Fourniret
vooruithielpen. Vezel- en
plantendeskundigen van het NICC zorgden voor een doorbraak in de zaak-Ait
Oud
. Analyses door het NICC
zouden ook aan de basis liggen van de arrestatie van de vader van Younes
Jratlou
, de vermoorde Marokkaanse
peuter.


'Heel wat speurders en magistraten weten nog
altijd niet voldoende wat wetenschappers kunnen bijdragen aan een
misdaadonderzoek,' zegt Jan De Kinder. De NICC-directeur slurpt van zijn
koffiemok met CSI-opdruk. Hij alludeert op het recente, snoeiharde rapport van
het Comité P (dat de politiediensten controleert) over de fouten in het
onderzoek naar de moord op Annick Van Uytsel.
Volgens dat rapport hebben de Leuvense speurders heel wat forensische middelen
laten liggen om de moordenaar te pakken. Zo wisten ze blijkbaar niet dat de
dader geïdentificeerd had kunnen worden op basis van de haartjes die op Annicks
lichaam gevonden waren. Als ze beter op de hoogte waren geweest, was Ronald
Janssen
misschien wel eerder opgepakt. In het rapport
stond nog nét niet dat de speurders beter eens naar 'CSI' of 'Bones' hadden
gekeken.


Sofie Vanpoucke «Eigenlijk berekenen wij dus niet het tijdstip
van overlijden, maar het tijdstip waarop de vliegen hun eerste eitjes hebben
gelegd. Als een appartement hermetisch is afgesloten, kunnen vliegen niet bij
het lichaam komen. Ze leggen trouwens alleen maar eitjes als het licht genoeg
is. Soms komen vliegen pas aan het lichaam als ze mee binnengaan met de
hulpdiensten of de politie. Ook een lijk dat in een bos ligt maar hermetisch
verpakt is, blijft onaangeroerd. Pas als er een vos passeert die de verpakking
openkrabt, kunnen de vliegen erbij. In zulke gevallen kunnen wij natuurlijk
weinig bijdragen aan het onderzoek.
»Voor
ons is het ideaal als een lichaam in de open lucht ligt. We worden ingeschakeld
zodra een lijk ergens meer dan twee dagen ligt: tot twee dagen kan de
wetsdokter het tijdstip van overlijden bepalen op basis van de
lichaamstemperatuur. Wij kunnen op elk moment door de politie opgeroepen worden,
ook 's nachts of in het weekend. Er is een 24-uurspermanentie, en er staan
altijd auto's klaar om uit te rukken.»

Op
de crime scene schept Sofie Vanpoucke met een steriel plastic lepeltje de maden
op die krioelen in de oogkassen, de neus, de mond, de anus en eventuele wonden.
De eerste madekolonies zijn altijd te vinden in de natuurlijke openingen van
het menselijk lichaam; pas later gaan ze het hele lichaam koloniseren.


Een job op het NICC is minder veelzijdig dan een
job in het team van Horatio in 'CSI', waar de speurders niet alleen de crime
scene op sporen onderzoeken, maar ook de labanalyses doen, het dossier
bestuderen en de verdachten ondervragen. Een mannelijke collega van Sofie
Vanpoucke doet hele dagen niets anders dan vliegensoorten identificeren onder
de microscoop, aan de hand van minuscule haartjes tussen de segmenten van de
pootjes. Hij wordt omringd door dozen vol dode vliegen op stokjes. 'Houdt u van
vliegen?' vraag ik hem. 'Gaat wel,' antwoordt hij schouderophalend. 'Ik zou er
niet mee naar bed gaan.'


Het leven op het NICC is beduidend minder spannend
dan in 'CSI', waar speurders om de haverklap met een bebloede zakdoek, een
broodmes (het moordwapen?!) of een glasscherf in het lab komen binnenstuiven.
Hier zijn de labs potdicht: je komt er niet in zonder beschermkledij en zonder
eerst een staal wangslijmvlies af te staan voor een DNA-test. Stel dat je DNA
achterlaat in het lab en de sporen contamineert, dan weten de onderzoekers dat
het een bezoeker de schuldige was.
Toch
kwam het NICC onlangs in het nieuws omdat het een vreselijke blunder had
gemaakt in het zogenaamde dossier-bis van Marc Dutroux. Eén van de zesduizend
haartjes die in 1996 in de kelder van Dutroux gevonden waren, kon gelinkt
worden aan een vrouw uit een ander dossier, een veelbesproken Antwerpse
moordzaak uit 1999. Mogelijk was diezelfde vrouw dus ook in de kelder van
Dutroux geweest. Ontsteltenis alom toen bleek dat het ging om een werkneemster
bleek van het NICC: ze had één van haar eigen haren verloren tussen het
bewijsmateriaal van het Dutroux-dossier, en had later ook nog een DNA-spoor
achtergelaten op de bewijsstukken in het Antwerpse moorddossier. De Luikse
procureur-generaal Visart de Bocarmé besloot prompt
het dossier-bis volledig op te doeken.

Het volledige artikel leest u op dinsdag 8 februari in Humo 3675/06.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234