Cubaans revolutionair en dictator Fidel Castro is dood. Marita Lorenz, zijn minnares: 'Fidel was niet goed in bed, zoals alle dictators'

Op haar 19de werd ze verleid door de Cubaanse leider Fidel Castro, op haar 21ste moest ze hem doden van de FBI, en op haar 23ste leverde ze de wapens waarmee John F. Kennedy vermoord zou worden.

'Fidel gaf me zijn pistool en keek me recht in de ogen: 'Niemand kan mij doden,' zei hij. Hij had gelijk'

- Hoe hebt u Fidel Castro ontmoet?

Marita Lorenz «Mijn vader was kapitein op cruiseschepen, en begin 1959 lagen we aangemeerd in de haven van Havana. Op een ochtend zagen we motorbootjes vol mannen in kaki uniformen op ons afkomen. Ik vroeg de grootste van hen, die een dikke sigaar rookte, wat ze wilden. ‘Aan boord komen en inspecteren,’ zei hij.»

- En toen?

Lorenz «Ik leidde hem het hele schip rond, van de machinekamers tot in de kajuiten eerste klasse. Hij vroeg me waar mijn kajuit was, en toen ik mijn deur opende, duwde hij me naar binnen, pakte me stevig vast en begon me te zoenen. Mijn eerste kus met een man.»

- Voelde u zich niet aangerand?

Lorenz «Helemaal niet. Fidel straalde een geweldige kracht uit. We zijn toen niet in bed gedoken, maar het heeft maar een haar gescheeld. Na die reis ben ik teruggekeerd naar New York, waar ik met mijn broer Joe woonde. Op een dag ging de telefoon: het was Fidel, die me uitnodigde om naar Havana te komen. De volgende dag al zat ik in een toestel van Cubana Airlines. Dat kon toen nog: Fidel had nog geen toenadering gezocht tot de Sovjet-Unie en de bruggen met de VS waren nog niet opgeblazen.»

- Hoe was de ontvangst?

Lorenz «Fidel omhelsde me en zwierde me rond. Ik ben toen acht en een halve maand bij hem gebleven, van maart tot november 1959.»

- Waar woonde u al die tijd?

Lorenz «In suite 2408 van het Hilton, waar hij logeerde. Zijn broer Raúl en Che Guevara sliepen in de kamers ernaast. Meteen na mijn aankomst hebben we de liefde bedreven.»

- Wat voor een minnaar was hij?

Lorenz «Hij was niet zo heel goed. Hij was meer geïnteresseerd in aaien en strelen dan in de daad zelf, maar zo zijn alle dictators.»

- Hoe bedoelt u?

Lorenz «Ik heb ook een relatie gehad met Marcos Pérez Jiménez, de vroegere sterke man van Venezuela. Die was ook zo. En Fidel was erg narcistisch: het liefst van al stond hij voor de spiegel zijn baard te strelen. Hij had eigenlijk niet zoveel zelfvertrouwen – of beter: hij had nood aan bevestiging, aan complimentjes. Echt een kleine jongen.»

- Klinkt dat niet wat wrokkig?

Lorenz «Helemaal niet, integendeel. Naast hem voelde ik me net een koningin. ‘Jij bent de first lady van Cuba,’ zei hij me de hele tijd. Fidel blijft de grote liefde van mijn leven.»

- Hebben jullie het ooit over trouwen gehad?

Lorenz «Hij had me in het begin al gezegd dat ik daar niet van moest dromen. ‘Ik ben getrouwd met Cuba,’ zei hij telkens weer. Tegelijk kon hij me gek van jaloezie maken, want ik wist dat hij maîtresses had. Maar hij kwam altijd terug. Ik moest ook niet proberen om wispelturig te zijn en hem onder druk te zetten. Zoiets zou bij Fidel niet gelukt zijn: hij was de baas, en niemand anders.»

- U werd erg snel zwanger. Hoe reageerde hij daarop?

Lorenz «Eerst leek hij helemaal het noorden kwijt, maar daarna zei hij me: ‘Alles komt goed, maak je maar geen zorgen.’»

- In mei ontmoette u een zekere Frank Sturgis.

Lorenz «In hotel Riviera. Hij stelde zich voor als een Amerikaanse bondgenoot van Fidel. Wat ik op dat moment niet wist, was dat hij banden had met de maffia: hij verdedigde hun casinobelangen op het eiland. Maar hij speelde dubbel spel: hij had ook contact met Batista, de ex-dictator die door Castro was afgezet, én met de CIA, die Cuba als een Amerikaanse kolonie beschouwde. Later, in 1972, maakte Sturgis deel uit van het groepje inbrekers dat microfoontjes installeerde in het hoofdkwartier van de Democraten in Washington, wat zou leiden tot het Watergate-schandaal. Toen ik Fidel vertelde dat ik Sturgis had ontmoet, werd hij woedend: hij verbood me hem nog te zien.»

- Maar via Sturgis belandde u wel in de wereld van de contraspionage en de CIA.

Lorenz «Hij zei dat hij me kon helpen en vroeg me daarvoor tal van diensten terug. Om van hem af te zijn, bezorgde ik hem kladjes van brieven die Fidel in de prullenmand had gegooid en die volgens mij totaal onbelangrijk waren. Dat leek hem wel voldoende.»

- In oktober 1959 stortte u in nadat u een glas melk had gedronken. Was u vergiftigd?

Lorenz «Ja, maar ik heb nooit geweten door wie of waarom. Fidel was er toen niet, en één van zijn getrouwen heeft me toen naar de spoedafdeling gebracht, en daarna mijn repatriëring naar New York geregeld. Daar herinner ik me niets meer van, alleen dat ik versuft wakker werd in een kamer in het Roosevelt-ziekenhuis in Manhattan.»

- En uw kind?

Lorenz «Dat hebben ze in Cuba weggenomen toen ik in coma lag. Iedereen denkt dat ik een abortus heb ondergaan, maar dat klopt niet. Mijn kind is er volgroeid geboren en door anderen grootgebracht. Hij heet Andres Vazquez

- Hoe kunt u daar zo zeker van zijn? Er bestaat geen enkele foto van hem.

Lorenz «Ik heb hem met mijn eigen ogen gezien, in 1981, toen ik Fidel een laatste keer ben gaan opzoeken. De enige foto die ik van hem had, ben ik jammer genoeg kwijtgeraakt.»

- Hoe verliep die laatste ontmoeting?

Lorenz «Fidel wilde me wel ontvangen, maar hij leek niet erg blij. Ik heb hem gesmeekt om me mijn kind te laten zien. Toen opende hij een deur, en daar stond Andres. Hij leek sprekend op Fidel. Ik gaf hem de cadeautjes die ik had meegebracht, en hij vertelde me dat hij geneeskunde studeerde. Ik kon maar niet stoppen met huilen...»

- Bent u met hem in contact gebleven?

Lorenz «In het begin wel. Ik schreef hem brieven, en ik denk dat hij ze gelezen heeft. Zelf heb ik ooit een brief ontvangen met zijn adres op de achterkant, maar er zat niets in de envelop.»


De killers van JFK

- Laten we het nog even over uw terugkeer uit Cuba hebben, eind 1959. U schrijft in uw memoires dat u toen in het anti-Castrokamp bent beland. Hoe kwam dat?

Lorenz «Toen ik aan het herstellen was van die vergiftiging, kreeg ik bezoek van mensen van de FBI. Die vertelden me gruwelijke dingen over Fidel, en beetje bij beetje slaagden ze erin om mijn vertrouwen te winnen. Mijn moeder stond al aan hun kant. Zij was actrice, maar ze werkte sinds de Tweede Wereldoorlog voor de Amerikaanse contraspionage. Toen heb ik me aangesloten bij de anticastristen, bijna tegen wil en dank, en daar zag ik Frank Sturgis terug. ‘Welkom aan boord,’ zei hij.»

- Begin 1961 heeft hij u eropuit gestuurd om Fidel te vermoorden.

Lorenz «Precies. Ik ben terug naar Cuba gevlogen. Ik had nog altijd de sleutel van suite 2408 in het Hilton, waar Fidel woonde. Ik ging er binnen en even later arriveerde hij: ‘Ah, mijn Duitse meisje!’ Hij wist al waarvoor ik gekomen was. Hij overhandigde me zijn pistool en ik greep het vast, maar hij keek me recht in de ogen en zei: ‘Niemand kan me doden.’ Hij had gelijk.»

- Uw opdrachtgevers zullen daar niet opgetogen over geweest zijn.

Lorenz «Ze waren woedend. Ze legden me achteraf uit dat, als mijn aanslag was gelukt, de invasie in de Varkensbaai in april 1961 niet had hoeven door te gaan.»

- Toch bleef u actief in het milieu van de anticastristen.

Lorenz «Ik was een echte spionne geworden. Als je daar eenmaal mee begint, kun je niet zomaar stoppen. Ik woonde toen in Miami, net als Lee Harvey Oswald (die er later van beschuldigd werd dat hij John F. Kennedy had vermoord, red.).»

- Waar hebt u Oswald leren kennen?

Lorenz «Op een avond bij anticastristen. Ze spraken openlijk over hoe ze Kennedy haatten. Ik vond hem een verwaande eenzaat, ik wantrouwde hem. En hij mij.»

- Heeft hij Kennedy echt vermoord?

Lorenz «Hij was erbij betrokken, maar hij was niet de enige schutter. Volgens mij was er nog een andere.»

- Waarom?

Lorenz «Omdat ik zelf heb geholpen om de wapens van Miami naar Dallas te brengen. Toen we daar aankwamen, stond Jack Ruby ons op te wachten (de man die Oswald zou doodschieten na de moord op JFK, red.). Toen ik terug in het vliegtuig zat, hoorde ik dat de president was doodgeschoten.»

- U bent in 1978 verhoord door een Kamercommissie die het onderzoek naar de moord heropend had. Uw getuigenis vonden ze niet betrouwbaar.

Lorenz «Ik weet het, maar ik blijf bij mijn versie. Die wapens waren bedoeld om de president te vermoorden. Dat heb ik gehoord tijdens het transport.»

- U bent 76, wat verwacht u nog van het leven?

Lorenz «Ik woon in een krocht in Queens met mijn kat, mijn hond, mijn schildpad en mijn goudvis, maar ik wil zo snel mogelijk terug naar Duitsland, samen met mijn zoon Mark, die nu 46 is. Hij wil daar een museum over contraspionage leiden.»

- Bedankt voor het gesprek.

© Paris Match

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234