Beeld Getty Images

Kindereneetproblemen

Dat vieze gezicht aan tafel kan iets te betekenen hebben

Met lange tanden aan tafel zitten doen alle kinderen weleens. Maar kinderen met autisme meer dan andere. Die wetenschap kan helpen bij de diagnostiek van autisme, zeggen Rotterdamse onderzoekers.

Schimmelkaas. Vet­randjes aan vlees. Het glibberige mengsel van room en ei in een quiche. Spruitjes, champignons, zuurkool. Een heerlijk frisse witlof verandert in een bittere bleekgele slijmkwak en dan ook nog een plak natte fabrieksham eromheen. Het leven van jonge eters gaat niet over rozen.

Dat laten ze merken ook. ‘Als kinderen een jaar of twee, drie zijn, maakt ongeveer de helft van hen wel een fase door waarin ze moeilijk doen over eten. Dat heeft ook met de opkomende autonomie te maken, waarvoor eten zich goed leent’, zegt psycholoog en epidemioloog Pauline Jansen, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en verbonden aan het Erasmus MC. Probeer als ouder je kind niet te dwingen iets te eten, want je gaat het verliezen, voegt ze eraan toe. ‘Dwingen helpt niet, en maakt de relatie met voedsel alleen maar moeilijker. Omgekeerd moet je ook niet het toetje als beloning gebruiken, want dan verheerlijk je dat te veel.’

Wat is autisme

Autisme is geen infectieziekte die je hebt of niet: het is meer een spectrum van kenmerken en eigenschappen, waarvan de meeste mensen er wel een paar hebben. De een is sterk gericht op ordening, de ander is wat minder sociaal. Een combinatie van zulke kenmerken, en dan in hevige vorm, heet een autismespectrumstoornis, maar ook zonder zo’n stoornis kunnen mensen autistische kenmerken hebben.

Wat dan wel? ‘Bied het aan, probeer je kind iets te laten proeven. Als het vaker aan iets wordt blootgesteld, groeit de kans dat het kind dat gaat eten. Als je na één drama nooit meer sperziebonen maakt, went het kind er ook niet aan.’ Het goede nieuws: bij veel kinderen gaat het vanzelf over, en ook als volwassene kun je alsnog dingen leren eten.

Overgevoeligheid komt ook voor in de mond

Bij kinderen met een autismespectrumstoornis zit dat allemaal iets ingewikkelder. Om te beginnen hebben die veel vaker eetproblemen dan hun leeftijdsgenoten, en bovendien zijn de verschijnselen vaak erger.

PSYCHOLOOG PAULINE JANSEN «Overgevoeligheid is sowieso een kenmerk van autisme. En overgevoeligheid komt ook voor in de mond, bijvoorbeeld bij uitgesproken smaken of texturen. Veel mensen vinden oesters walgelijk slijmerig, anderen hebben dat al bij rauwe tomaten. Dat is op zich niet erg, maar als jij van veel soorten voedsel een kokhalsreactie krijgt, ben je wel beperkt in wat je kunt eten.»

Hoe het eetgedrag bij kinderen met autisme zich ontwikkelt, en of het net als bij andere kinderen vanzelf minder wordt, is nog onduidelijk. ‘Wel weten we uit de vakliteratuur en uit de praktijk dat vaak iets van dat moeilijke eetgedrag blijft bestaan.’

Autisme en eetgedrag

Oorzaak en gevolg laten zich moeilijk onderscheiden in het onderzoek naar autisme en eetgedrag. Heeft een kind buikpijn – een veelvoorkomende klacht bij autistische kinderen – omdat het zo slecht eet, of eet het slecht omdat het buikpijn heeft? En is die buikpijn van invloed op het sociale gedrag?

JANSEN «Met mijn team doe ik nu een project waarin we dat soort dingen proberen te onderscheiden, en het kan best dat we iets gaan vinden. Dat iemand door de overgevoeligheid bepaalde voedingsstoffen mist, wat de autisme-­kenmerken versterkt, bijvoorbeeld. Maar het onderzoek hiernaar staat nog in de kinderschoenen.»

Jansen is dan ook sceptisch over speciale diëten die de symptomen van autisme zouden verminderen. Er komen steeds meer aanwijzingen, zij het vooral uit onderzoek bij muizen, dat de darmflora een rol speelt in het complexe verhaal over oorzaken van autisme. Het idee is dat wat je eet, van invloed is op je darmflora, en dat een speciaal eetpatroon dus zou kunnen helpen.

JANSEN «Als ouder en kind blij zijn met zo’n dieet, en het kind krijgt de goede voedingsstoffen binnen, is het niet erg. Maar over de hele linie is er geen wetenschappelijke basis voor. We moeten voorkomen dat ouders denken dat de klachten van hun kinderen het gevolg zijn van het eten dat ze hen aanbieden. Zolang er geen bewijs is, moeten we uitkijken met het veroorzaken van zulke schuldgevoelens.»

Jansen is hoofdonderzoeker van Generation R, een zogeheten cohortstudie in Rotterdam. In 2001 zijn de onderzoekers begonnen met het benaderen van zwangere vrouwen in Rotterdam, met de vraag of ze mee wilden doen aan een grootschalig onderzoek. Eerst betrof het alleen onderzoek naar de aanstaande ouders, maar vanaf de geboorte werd de hele groep baby’s gevolgd om wie het eigenlijk draaide – het ‘cohort’. Om de paar jaar worden zij – inmiddels pubers, en met meer dan 3500 – doorgemeten; onder andere door het invullen van vragenlijsten door de gezinnen.

Dat levert een enorme berg gegevens op, die je kunt gebruiken voor allerlei wetenschappelijke vragen. Jansen is met name geïnteresseerd in het zo vroeg mogelijk opsporen en voorkomen van psychische problemen bij jongeren. Zijn er risicofactoren, of dingen die kunnen voorspellen dat iemand later symptomen als ADHD, eetstoornissen of autisme zal ontwikkelen?

De conclusies van het onderzoek: kinderen die als zesjarige meer van zulke kenmerken vertonen, zijn later vaker moeilijke eters. Dat sluit aan bij wat er in de wetenschap al bekend was. ‘Maar dat inzicht kwam vooral uit klinische studies, met kinderen die een duidelijke autismediagnose hadden,’ zegt Jansen. Nu wordt het bevestigd door deze studie in het Rotterdamse cohort.

‘Misschien zijn meisjes net iets beter in het verbloemen’

Dat is interessant, want de diagnose autisme wordt bij meisjes veel minder vaak gesteld dan bij jongens. 

JANSEN «We denken dat het minder vaak voorkomt bij meisjes, maar ook dat de omgeving en behandelaars het minder vaak herkennen. Meisjes vertonen net iets andere symptomen, en zijn misschien net iets beter in het verbloemen van de symptomen die ze wel hebben. Bovendien blijkt dat bij meisjes autismekenmerken vaker geassocieerd zijn met emotie-eten.

»Problemen met moeilijk eten komen bij deze kinderen echt veel voor, maar het is nu nog geen screeningskenmerk. Wij hopen dat het onderdeel van de diagnostiek wordt, juist ook bij de meisjes.

»Dat betekent niet meteen dat uw moeilijk etende kind een autismespectrumstoornis heeft of zal krijgen. Drama aan de eettafel is een normale fase in de ontwikkeling van kinderen en niet direct een stoornis, zeker niet als het gedrag op zichzelf staat.»

(Trouw)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234