David Bowie is drie jaar dood maar nog altijd onsterfelijk

Op 10 januari is het drie jaar geleden dat David Bowie stierf. Onze Man praatte in Londen met voormalige medewerkers en vertrouwelingen over de persoon die hij was en de leegte die hij naliet. ‘David was niet enkel interessant, maar ook geïnteresseerd. In álles.’

'Zou hij écht blij geweest zijn met de musical 'Lazarus'?'

Eind september woonde ik in de Arts Club in Londen een feestje bij waar gevierd werd dat ‘Lazarus’, de musical met tekst en muziek van David Bowie, zeven weken lang in de Britse hoofdstad zijn tenten zou opslaan. Ik praatte er met leden van de cast, met Bowies medewerkers en met zijn voormalige pr-man en vertrouweling Alan Edwards, de man aan wie ik mijn interviews met Bowie te danken heb en die ook met The Stones, Prince, The Who, Michael Jackson, Amy Winehouse, Led Zeppelin en David Beckham werkte.

Alan Edwards «Ik werk vaak met sterren die alles aan mij overlaten, omdat ze zelf eigenlijk niet weten wat ze willen. David wist niet alleen perfect wat hij wel én niet wilde, hij was ook van alles op de hoogte, je kon ’m niets wijsmaken. Ik heb in al die jaren twee keer een fout begaan en toen heeft hij me beleefd maar zeer ter zake de mantel uitgeveegd. Hij dissecteerde mijn misstap meedogenloos, ik kreeg er geen speld tussen.»

Edwards was mee verantwoordelijk voor Bowies switch van cultartiest naar rockgod ten tijde van de ‘Serious Moonlight’-tournee, begin jaren 80. Dat ging niet per ongeluk en naturel, zoals al te vaak wordt aangenomen: aan de basis lag een goed uitgekiende pr-strategie. Edwards wist wat hij deed, hij orkestreerde mee de punk en wist van zijn mentor Keith Altham dat ook Jimi Hendrix indertijd zijn gitaar niet zomaar in een opwelling in brand stak.

Edwards «Maar Bowie tilde het gegeven van public relations naar een hoger niveau – hij was verfijnder, en bij hem was de motor altijd een oprechte artistieke impuls. Ik heb voor geen enkele andere cliënt zoveel huiswerk moeten maken: omdat David geënthousiasmeerd werd door plastische kunsten en nieuwe tendensen zoals drum-’n-bass, moest ook ik me daarin bekwamen. Hij was niet enkel interessant, maar ook geïnteresseerd. In álles.

»Bowie wilde vooral dingen níét doen. In tegenstelling tot Mick Jagger en co. heeft hij een adellijke titel geweigerd – in alle stilte. En hij wees 99 van de 100 uitnodigingen voor prijsuitreikingen en eredoctoraten af. Een groot deel van mijn taak bestond dus uit ‘nee’ zeggen, terwijl ik voor andere sterren vooral aandacht moet afdwingen.»

Bowie steunde ook vaak artiesten die hij bewonderde. Zo financierde hij in 2006 een peperdure documentaire over Scott Walker.

Edwards «Hij was heel loyaal. Privé was hij helemaal niet zo’n stijlicoon, hij was niet bezig met mode of trends of luxe. Hij at heel simpel, en las veel; de laatste keer dat ik ’m zag, was hij halfweg in een dikke turf van Peter Ackroyd

Voor hij stierf, reisde Bowie incognito naar Londen, waar hij zijn dochter Alexandra – Lexi – en echtgenote Iman zijn geboortehuis in Stansfield Road toonde en de huizen in Bromley waar hij als kind en als tiener had gewoond. Hij ging zelfs met Lexi tussen andere toeristen in het reuzenrad de London Eye, zonder dat hij werd herkend. Amusant daarbij was dat Bowie, die levenslang op tijdrovende trans-Atlantische cruiseschepen reisde omdat hij vliegangst had, die laatste keer naar Londen is gevlogen. Want waarom zou je nog bang zijn van het vliegtuig als je net de diagnose van terminale kanker hebt gekregen?

Er waren in 2016 heel wat wilde, aan Bowie gerelateerde plannen. Er is sprake van dat zijn beeltenis een biljet van twintig pond zal sieren, er komen Bowie-postzegels en een actiegroep staat erop dat de planeet Mars tot ‘Bowie’ herdoopt wordt. De meest sympathieke actie was een geldinzameling voor de restauratie van de kleine smeedijzeren Victoriaanse muziektent in Beckenham waar Bowie in 1969 optrad en waar hij op een verloren zondag de tekst voor ‘Life on Mars’ schreef. En het wildste gerucht is dat een supergroep met onder anderen Bono, Noel Gallagher en Damon Albarn eind 2017 een tributeconcert zal geven in de Londense O2 Arena.

Het pijnlijkste intermezzo kwam dan weer van Angie Bowie, Davids ex die hij de afgelopen dertig jaar niet meer gezien heeft en met wie ook hun zoon Duncan (voorheen Zowie) alle contact had verbroken. Zij hoorde het nieuws van Bowies dood in, of all places, het ‘Big Brother’-huis en etaleerde haar verdriet daarna nog wekenlang op het scherm.

De tientallen tributes die in 2016 wereldwijd plaatsvonden, waren niet altijd even geslaagd. Toen Madonna Bowie coverde, bleek vooral pijnlijk hoe aartsmoeilijk het is om zijn songs perfect te brengen. Op de BBC Proms zag ik zelfs de grote John Cale zich vergrijpen aan drie Bowie-klassiekers. En gitarist Earl Slick, met wie Bowie vaak overhoop lag, trok haastig de hort op met een door Bernard Fowler gezongen versie van de integrale ‘Station to Station’.

Bowies erfgenamen hulden zich dan weer in de meest serene stilte die ik ooit van erfgenamen van een superster zag. Vreemd en teleurstellend vond ik wel dat Iman en Duncan via veilinghuis Sotheby’s zo snel de moeizaam opgebouwde, enorme kunstcollectie (meer dan vierhonderd objecten) van hun echtgenoot en vader verkochten. Eén van de keren dat ik Bowie sprak, was hij blij als een kind omdat hij net een palet van Stanley Spencer had buitgemaakt – niet eens een schilderij, maar slechts een houten plank waarop de schilder zijn verven mengde! Bowie had een voorliefde voor het expressionisme, maar verzamelde breed, van Damien Hirst (met wie hij zelf een aantal spin paintings maakte) tot meesterwerken uit de renaissance. Zijn Tintoretto is aangekocht door een anonieme verzamelaar, die het werk zal uitlenen aan het Rubenshuis in Antwerpen.

Beth Greenacre van de Rokeby Gallery in Londen vertelde me dat zij namens Bowie heel wat kunstwerken kocht, ‘omdat hij discreet te werk wilde gaan en wilde vermijden dat handelaars aan een rockster hogere prijzen aanrekenden’.

Beth Greenacre «Vertrouwen en oprechtheid waren de voornaamste vereisten om met hem te werken. Hij verzamelde obsessief en zag het uitbouwen van een collectie als een ontdekkingsreis die van de ene kunstenaar via een andere naar weer een volgende, hem nog onbekende artiest leidde. Hij volgde de kunstwereld, maar trok zich tegelijk geen bal aan van wat kunstpausen verkondigden. Een portfolio als investering interesseerde hem evenmin. Hij volgde zijn eigen instinctieve en impulsieve smaak. En als hij een artiest ontmoette, stelde hij zich altijd heel nederig op.

»Van zijn kunstverzameling sijpelde altijd wel iets door in zijn muziek. Van een schilderij van Frank Auerbach zei hij ooit: ‘Ik wil klinken zoals dit er uitziet.’ Een tekening van Derek Boshier was de aanzet voor de cover van ‘Lodger’. En een glasraam van het excentrieke duo Gilbert & George was de inspiratie voor de cover van ‘Tonight’. De esthetica van de Memphis Group vind je terug in de cover van ‘Let’s Dance’.»

Wie iets van Bowie zelf in huis wil, kan proberen bij de Robert Kidd Gallery in Detroit, waar je al voor een paar duizend dollar een tekening van zijn hand kan bemachtigen.


Lauwe Lazarus

In de Arts Club zongen leden van de cast van ‘Lazarus’ een paar songs live. Acteur Michael C. Hall vertelde me dat de repetities die Bowie bijwoonde ‘de moleculaire samenstelling van de ruimte waarin we repeteerden leek te veranderen. Hij wilde dat het resultaat góéd was, niet zozeer commercieel of spectaculair’.

'Het wildste gerucht: een supergroep met Bono, Noel Gallagher en Damon Albarn zal eind 2017 een tributeconcert geven in de O2 Arena'

Zou David Bowie écht blij zijn geweest met ‘Lazarus’? Ik blijf de uitvoering van zijn muziek een tikje Andrew Lloyd Webber-achtig vinden. ‘Heroes’ werd ontdaan van z’n impact en z’n zeggingskracht. ‘This Is Not America’, zonder dat briljante arrangement en gezongen door een vrouw, werkte evenmin. Af en toe leek het muzikale gedeelte op een karaokeavond met overmoedige zangers. Van iets waaraan David Bowie z’n zegen gaf en waarvan de regisseur – de Belg Ivo Van Hove – alom prijzen wint, verwacht je veel meer. Geef mij dan maar ‘Dandy’, de nieuwe song van ouwe rot Ian Hunter, voor wiens Mott The Hoople Bowie ooit ‘All the Young Dudes’ componeerde. Het is een ode aan de Bowie die Hunter zich herinnert: ‘You had it all: the voice, the look, the songs, the gift of the gab’. Dat is ook de Bowie aan wie ik denk als ik na het feest voor ‘Lazarus’ om drie uur ’s nachts in een bekend steegje beland: Heddon Street in Soho. Ter hoogte van nummer 23 hangt een gedenkplaat waarop gegraveerd staat: ‘This marks the location of the cover photograph for the iconic David Bowie album Ziggy Stardust and the Spiders from Mars’. In een hoek vind je de oude rode telefooncel die op de hoesfoto is te zien. Die staat nu vol graffiti: ‘Bowie forever’, ‘Ziggy lives!’, ‘Miss ya David’.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234