David Byrne over zijn boek 'Hoe muziek werkt': 'Muziek heeft me uit m'n isolement gehaald'

Talking Heads was misschien wel de meest avontuurlijke rockgroep uit mijn jeugd – met The Smiths als goeie tweede, en Talk Talk op drie – en David Byrne weigert ook solo om zichzelf en de luisteraar te vervelen.

Onze koffie wordt geserveerd met proustiaanse madeleines die hopelijk Byrnes geheugen stimuleren. Ik at één keer eerder iets in gezelschap van Byrne, toen ik ’m midden jaren 80 interviewde in New York, ’s nachts in een opnamestudio in een wolkenkrabber. Byrne en z’n toenmalige Japanse vrouw lieten sushi aanrukken. In België was sushi toen nog onbekend, en ik herinner me precies de gelaatsuitdrukking van beiden toen ik enthousiast pratend een hele homp wasabi naar binnen werkte. En het feit dat ze me niet tegenhielden.

Wie vindt dat ik te vaak en op ongewone plaatsen (lacht) vermeld, moet weten dat Byrne vaak en op ongewone plaatsen lacht – en nog vaker níét lacht op momenten die ik grappig vind.

HUMO De meeste muziek is één van twee dingen: ofwel is ze ernstig, zwaarwichtig en analytisch, en appelleert ze vooral aan het hoofd, ofwel is ze in de eerste plaats ritmisch, emotioneel en instinctief, en mikt ze vooral op het hart en de benen. In de popmuziek ben jij een uitzondering: je hebt vaak intellectuele dansmuziek gemaakt, en nog vaker instinctieve pop met een filosofische ondertoon.

David Byrne «Dat is zeer juist, en bovendien goed geformuleerd. Maar het is geen vraag. Wat wil je precies weten?»

HUMO Hoofd, hart en schaamstreek: pendel je als componist en performer instinctief heen en weer tussen die drie, of kies je vooraf of een nummer ernstig dan wel dansbaar moet worden?

Byrne «Head, heart and groin, huh (lacht)? Mja, dat zijn de drie opties, I guess. Ik heb altijd instinctief gewerkt, en ik heb me nooit gestoord aan de regeltjes van de popmuziek. Sommige zaken zijn in de ogen van fans, critici of rigide muzikanten verdacht of not done. Ik zie niet in waarom ik me zou moeten verontschuldigen bij een professor omdat ik dansmuziek heb gemaakt, en ik vind evenmin dat ik me bij metalfreaks moet verontschuldigen omdat ik boeken lees of musea bezoek. Ik heb nooit gedacht: ‘Ik wil rock-’n-roll maken.’ Ik dacht: ‘Ik wil een boeiend, gevarieerd leven, liefst iets in de muziek.’»

HUMO En welke van de twee moet je vaker beteugelen – je instinct of je intellect? Ik zou nooit ‘Tutti Frutti’ van Little Richard kunnen maken, want ik zou ‘Awop-babaloobop awop-bam-boom!’ kapot redeneren. Maar Fela Kuti, ook heel instinctief, ligt me wel.

Byrne «Fela Kuti, that’s pretty good. Heel ritmisch, heel basic, heel erg toegespitst op de schaamstreek. En hij was allesbehalve een domkop. Maar als ik mijn alsmaar doorrazend brein even op non-actief wil zetten, luister ik nog steeds vooral naar Braziliaanse muziek.»

HUMO ‘Rei Momo’ is nog steeds één van m’n favoriete platen van jou, en ik zou veel geld geven om die tournee nog ’ns te kunnen ondergaan – briljante concerten, heerlijk feestelijke sfeer.

Byrne «Ik heb er zelf ook heimwee naar, maar die muzikanten krijg ik nooit meer bij elkaar, ook al omdat een aantal van hen ondertussen helaas zijn overleden. Ik ben er laatst nog een paar tegengekomen op de fiets, in de Braziliaanse stad Salvador, toen ik daar rond oudejaar op bezoek was bij Caetano Veloso. Zo’n uitgestrekt land, tweehonderd miljoen inwoners, en toch elkaar tegen het lijf lopen! (lacht).»

Leve de walkman

HUMO We zitten in de lounge van een hotel, vlakbij een postmoderne glazen lift. Dat schreeuwt om een vraag over muzak...

Byrne «Hé, nu je het zegt: lang geleden dat ik nog echte muzak heb gehoord. Ik heb de indruk dat die vervangen is door op maat van de winkel of het hotel samengestelde playlists. Grote ketens bestellen tegenwoordig de demografische soundtrack bij hun kleding; de songs waarvan onderzoek uitwijst dat ze de verkoop stimuleren. Als iemand mij zegt: ‘Ik heb zopas één van je songs gehoord in een kleerwinkel,’ maak ik me zorgen (lacht).»

HUMO Wat was de meest bizarre cover die je ooit van één van je songs gehoord hebt?

Byrne «Hij is niet op plaat verkrijgbaar, maar toen ik in India was, speelde een filmregisseur daar op akoestische gitaar een werkelijk hallucinante versie van ‘Psycho Killer’ (lacht). En om één of andere reden is ‘Burning Down the House’ heel populair bij voetbalwedstrijden en in sportprogramma’s – ik denk omwille van de drums in de intro.»

HUMO Vertel me al wat je je herinnert over het wonderlijke ‘This Must Be the Place (Naive Melody)’, dat de tand des tijds moeiteloos blijft weerstaan.

Byrne «Als dat nummer niet veroudert, denk ik dat het is omdat het zo simpel en zo puur is. In die periode jamden we vaak. Ik nam alles op cassette op, en plakte vaak de meest interessante riff van jam 1 op de ritmetrack van 6, enzovoort. En dan improviseerde ik daar teksten en zanglijnen op. Ik had één van die tapes mee naar Japan, waar ik voor het eerst de familie zou bezoeken van mijn Japanse verloofde. Toentertijd, en nu nog, was een buitenlander die zijn Japanse schoonouders om de hand van hun dochter vroeg a big deal. Ik was nerveus maar ook dolverliefd. En ik wilde een liefdeslied maken, maar dan eentje dat niet zo klonk. Dus geen slow, geen violen, geen zeemzoete tekst, geen romantisch arrangement... En zo belandde ik bij haast willekeurige, neutraal lijkende statements op een ondertoon van melancholie, liefdesverdriet, verlangen. Dat nummer klinkt droef en opgewekt tegelijk. En luchtig. Maar ’t is heel oprecht, heel doorleefd – níét ironisch, zoals critici weleens hebben beweerd. Ik laat me vertellen dat het heel populair is op bruiloften.»

HUMO Ik heb het al gehoord op begrafenissen.

Byrne (lacht smakelijk, dan abrupt) «That came out wrong. Dat mag, natuurlijk. Ook mooi.

»O, ik vergat nog te zeggen: het naïeve lag voor ons hierin dat we tijdens het uitwerken van de muziek van instrumenten wisselden. Ik speelde synthesizer, Tina (Weymouth) ruilde haar bas in voor een gitaar, Jerry (Harrison) speelde bas op zijn synth. Chris (Franz) bleef bij zijn drums, maar we hadden ’m opgedragen dat hij moest spelen als een beginneling, simpel, straighforward. Ik heb altijd gehouden van gesofisticeerde naïviteit, van werken als een idiot savant, een verlichte simpele ziel. Alweer: hoofd, hart en schaamstreek.»

HUMO Je maakt muziek sinds 1975. Was er een technologische innovatie die jou heeft bevrijd, of die je muziek een nieuw elan gaf?

Byrne «De walkman was een openbaring. Plots kon ik muziek beluisteren én opnemen in het bos, in de bergen, in een kano op een rivier... Plots kon ik ook ideeën bewaren, ook al had ik geen instrument bij de hand. Dat is, zeker voor popmuziek, een cruciaal moment geweest: ik kan, net zoals de meeste popmuzikanten, geen noten lezen, en bovendien is het soms moeilijk om mijn onorthodoxe muziek te vatten in klassieke notenleer. Vóór de komst van de mobiele bandopnemer vergaten wij dagelijks goeie, bruikbare flarden muziek die we verzonnen hadden.

»Tegenwoordig gebruik ik, net als iedereen, mijn iPhone. Maar ik heb me er altijd voor behoed dat de technologie mijn composities beïnvloedt, want dat is te beperkend. Al die computerprogramma’s waarmee je nu makkelijk muziek kan maken... Ik heb ze allemaal geprobeerd, maar ze zetten je ertoe aan rigide, kleurloze, voorspelbare muziek te maken. Volgens mij werkt het enkel bij dance – techno en zo. Die muziek heeft toch al iets robotachtigs; veel dance klinkt als a machine gone crazy.»

HUMO ‘My Life in the Bush of Ghosts’ is nog steeds een mijlpaal, en bovendien niet verouderd, in schril contrast met veel muziek uit die periode. Had je die plaat nu anders gemaakt, omdat de technologie drastisch is geëvolueerd?

Byrne «Toen Brian Eno en ik aan ‘My Life’ werkten, was samplen nog behoorlijk nieuw. Dat je ze moest ‘clearen’, auteursrechten betalen voor het gebruik ervan, daar had nog niemand van gehoord. Wij gebruikten found voices – stemmen van een medium, duiveluitdrijvers, enzovoort – en dat was toen ongehoord. We hebben een jaar lang iedereen gecontacteerd om hen of hun nabestaanden auteursrechten uit te keren, en we kregen de raarste reacties: ‘Wát?! Jullie willen de stem van mijn vader gebruiken? Gemonteerd en geremixt? Op een popplaat?!’ De reactie van heel wat mensen was: ‘Sure, whatever,’ omdat ze niet beseften dat er geld te verdienen viel. Dat zou nu héél anders zijn (lacht). Eén man rook geld: niet toevallig een tv-evangelist, die de rechten bezat op opnamen van een andere, overleden predikant.

»Ook baanbrekend: we kregen last met de islam. Eén islamitische vereniging vond het godlasterlijk dat we gezongen Koran-fragmenten integreerden in een track.»

Bowlen met Talking Heads

HUMO Er wordt meer en meer geld verdiend aan neveneffecten van de popmuziek: veilingen van parafernalia en handtekeningen, de explosie van Hard Rock Cafés, vol rock-’n-rollmemorabilia aan de muur, enzovoort. Ben je een verzamelaar of een weggooier?

Byrne «Ik heb heel wat rommel weggegooid die nu als vintage bestempeld zou worden. Ik koop geen memorabilia van andere rocksterren – de eerste gitaar van Jimi Hendrix bezitten interesseert me niet zo. Ik heb wel alles bewaard wat een inzicht geeft in de ontstaansgeschiedenis van mijn muziek: notaboekjes, schetsen voor decors, demo’s... Ik ben nu in onderhandeling met de openbare bibliotheek van New York: ik wil mijn archief door hen laten beheren, op voorwaarde dat ze het openstellen voor het grote publiek.»

HUMO Geloof jij in de medicinale kwaliteiten van muziek? Kan muziek meer doen dan troosten, kan ze helen?

Byrne «Oliver Sacks heeft daarover een goed en interessant boek geschreven: ‘Musicofilia: verhalen over muziek en het brein’. Volgens hem bestrijkt muziek een nog groter deel van ons brein dan taal. Er zijn, geloof ik, mensen die een afwijking hebben waardoor ze alles slechts secondelang kunnen onthouden – behalve muziek. Er was ook een man die werd neergebliksemd en toen plots goed piano kon spelen. Er zijn ook hysterische patiënten die enkel kalmeren als ze een bepaald muziekstuk te horen krijgen. Muziektherapie bestaat. Muziek kan stommen tot spreken bewegen, en verlamden impulsen geven.

»Heel wat mensen zeggen: ‘Muziek heeft m’n leven gered.’ Ik geloof dat. ’t Is een cliché, maar het klopt. Voor mij is muziek zeker helend gebleken. Muziek heeft me uit m’n isolement gehaald. Ik was vroeger, veel meer dan nu, heel gesloten, een onhandig sociaal dier, verlegen en schichtig. Dankzij muziek functioneer ik naar behoren binnen de maatschappij.»

HUMO Ik heb Leonard Cohen ooit gevraagd of zijn diepe galm ooit een tastbaar positief effect op mensen had gehad, en hij beweerde dat hij al zingend de doodzieke kat van een vriendin had geheeld.

Byrne «Ik geloof hem (lacht). Nu is zijn stem nog dieper, misschien moet een medisch team het effect ervan maar ’ns uittesten op grote schaal. Ik heb ooit het commentaar gekregen dat mijn stem mensen onrustig maakte, ha!»

HUMO Wat was de meest ongewone locatie waar je ooit zong? The Velvet Underground speelde ooit op een symposium van psychiaters.

Byrne «Oh my God, can you imagine?! Voor Talking Heads beroemd werd, was er, althans in de Verenigde Staten, niet echt een circuit voor rockgroepen die hun eigen materiaal speelden maar nog geen hits hadden gescoord. We moesten een tournee organiseren langs zaaltjes die waren gebouwd voor andere doelen dan popconcerten: vergaderzalen, slachthuizen, sportcomplexen... In Pittsburgh speelden we in een pizzatent, terwijl de mensen zaten te eten – songs about buildings and food, indeed (lacht). Ons voorprogramma was een vuurspuwer. We speelden die avond twee shows, en tegen het tweede optreden was die vuurspuwer stomdronken. En alcohol is brandbaar... (lacht) In Omaha, Nebraska speelden we in een bowling. Op mijn eerste solotournee speelde ik in Argentinië in een bioscoop waar ze die maand de film van The Flintstones speelden – gedubd in het Spaans. Er was iets mis met de projector, die op de meest onmogelijke momenten ongevraagd in gang schoot. En in Griekenland heb ik deze zomer gespeeld tijdens de wereldbeker voetbal. Griekenland deed het eerst heel goed, zodat de lokale promotor besloot om de avond van mijn concert ook live de voetbalwedstrijd uit te zenden – op een scherm op het podium, terwijl ik speelde! Zijn eerste plan was mijn optreden af te gelasten – ‘We winnen, we winnen, iedereen wil het voetbal zien, niemand komt naar jouw optreden!’ Dat mijn publiek niet uit voetbalfreaks bestond, kwam niet in hem op.»

HUMO Da’s amusant... en een grote belediging, voor iemand met jouw staat van dienst.

Byrne «Exactly (lacht smakelijk). Ik had zelf forfait kunnen geven, maar ik zag het als een interessant sociologisch experiment.»

Dood aan Kissinger

HUMO Talking Heads bestaat al sinds 1991 niet meer, en na een bittere veldslag om rechten lijkt de kans klein dat er een reünie komt. Maar je hebt sindsdien wel vaak met anderen gewerkt. Dat suggereert dat het eerder een menselijk probleem was dan een muzikaal probleem.

Byrne (ontwijkend) «De laatste tijd werk ik vaker met anderen samen dan ooit tevoren. Deels is dat natuurlijk toeval: agenda’s moeten overeenstemmen, je ontmoet plots iemand met wie het onverwacht klikt, je krijgt voorstellen van musea, enzovoort. Mijn laatste popplaat was ‘Love This Giant’ met Annie Clark (St. Vincent, red.). Daarvoor heb ik nog ’ns samengewerkt met Brian Eno, dat was veel te lang geleden. Daar nog eens voor een soort discomusical met Fatboy Slim over Imelda Marcos... Wat al die projecten gemeen hebben: het begon met een intrigerend, inspirerend ideetje dat, voor we het wisten, uitgroeide tot een project.

»Samenwerkingen prikkelen me. Ik hou van de vraag ‘What if...?’ Waar komen we uit als we met elkaar in zee gaan, ook al zouden buitenstaanders zeggen: ‘Dié twee samen?!’ Toen ik ‘Toe Jam’ bedacht, wist ik dat Norman (Fatboy Slim) er niet aan zou kunnen weerstaan – inclusief de videoclip (lacht). Zelf zou ik die song niet opnemen, of toch niet op die manier. Ik heb ook extreem sentimentele songs geschreven, very schmalzy stuff die ik nooit zelf zou vertolken, maar voor een musical over Imelda Marcos waren ze perfect. Het is fun om even niet mezelf te moeten zijn. Maar ik maak die songs wel oprecht, ze zijn niet ironisch bedoeld (lacht).»

HUMO Ook niet ‘Now I’m Your Mom’, waarin een vader zijn recente geslachtsoperatie motiveert bij zijn kind?

Byrne «Nee, het leek me oprecht een aandoenlijke scène. Ik weet niet of er al een transseksueel is die kinderen heeft, maar zo niet, dan is het een kwestie van tijd. Ik probeerde me echt in te leven in die situatie: plots is je vader je moeder. Begin er maar aan. Nu, vanzelfsprekend kan je daar op tal van manieren de draak mee steken – ’t is ook een kwestie van tijd voor iemand rond dat gegeven een sitcom of een komische film maakt. Maar ik heb het heel matter of fact benaderd.»

HUMO In je boek heb je het nauwelijks over humor. Da’s vreemd, want jouw muziek getuigt vaak van gevoel voor humor – opmerkelijk in het oeuvre van een intellectuele, fundamenteel serieuze popster.

Byrne «Heb ik humor in het boek verwaarloosd? Mmm... Misschien kon ik in die periode niet bedenken wát ik erover moest zeggen? Let’s see... Voor mij is humor een manier om het ijs te breken – in de eerste plaats het ijs in mezelf. Ik ontdooi mezelf met humor, en vervolgens ontdooi ik de luisteraar. Ik gebruik humor soms ook om de luisteraar op het verkeerde been te zetten. Ik denk dat mijn werk heel gevarieerd is, maar als ik één muzikaal gen lijk te missen, dan is het de impuls om zwaarwichtige, sombere, doemdenkerige muziek te maken. Muziek viert het leven, zo zie ik het.»

HUMO Nog een zeldzame tegenstelling die eigen is aan jouw muziek en persoonlijkheid: toen je als jongeling debuteerde, leek je veel ouder dan je was, maar anderzijds heeft je muziek ook op latere leeftijd iets kinderlijks behouden.

Byrne «Yeah, yeah, yeah... Ik denk dat dat ook het gevolg is van mijn afkeer van zelfcensuur. Ik merk bij andere artiesten vaak dat ze een idee de pas afsnijden of het stileren of uitwerken op een serieuze manier, omdat ze bang zijn om voor schut te staan, of omdat hun ego het niet aankan dat iemand zou zeggen: ‘Deze song is een niemendalletje.’ Het kind in mij ligt niet aan de leiband. Anderzijds zag ik in mijn jonge jaren het nut niet in van te veinzen dat ik nog een teenager was, terwijl ik me inwendig vaak 80 voelde. Naarmate ik ouder werd, leek het me helemaal idioot en contraproductief om mezelf kunstmatig jong te houden of mezelf te presenteren als jeugdig. Ik snap die popsterren niet die per se een eeuwige adolescent willen blijven. Of nee, ik snap het ergens wél: hun ijdelheid, hun peterpancomplex, ik kan de aantrekkingskracht daarvan wel zien. Maar het is beperkend – creatief, en ook persoonlijk, wed ik. Een hoop van die lui hebben hun eigen gevangenis gebouwd en zijn heel schizofreen, geloof me.»

HUMO Je hebt meer dan genoeg talent, maar is er één vlak waarop je zou willen dat het meer ontwikkeld was?

Byrne «Ik ben heel transparant, totaal niet geheimzinnig. Terwijl mysterie altijd één van de grote kenmerken van rocksterren is geweest. Veel rocksterren sloven zich ook enorm uit om zo mysterieus mogelijk te lijken. Dan is het extra pijnlijk als dat mysterie verdampt, bijvoorbeeld als de rockster moet optreden voor een halflege zaal, of in het zicht van iedereen op z’n bek gaat, of als er in de pers foto’s verschijnen waarop hij in z’n neus peutert. Ik word wel aanzien als een rare kwast, maar raar is niet hetzelfde als mysterieus (lacht). Een tikkeltje meer mysterie ware in mijn geval wellicht beter geweest.»

HUMO Je hebt een boek geschreven over je fietstochten doorheen de wereld, maar in tegenstelling tot Queen heb je vooralsnog geen song over fietsen geschreven. Heb je ook hobby’s die wel al een song hebben geïnspireerd?

Byrne «Dansen. Ik heb muziek gemaakt voor verschillende choreografieën. Ik dans graag. Gek: veel volwassen mannen dansen niet graag, of voelen zich na hun pubertijd gegeneerd als een vrouw hen op een feest aanmaant om te dansen. Ik was lange tijd geremd in sociale contacten, maar ik heb me nooit ingehouden als ik zin had om te dansen. Ook al is mijn dansstijl, eh, onorthodox (lacht).»

HUMO Je woont al eeuwen in New York en je had een goeie relatie met meneer New York: Lou Reed. Wat is het eerste dat in je opkomt als ik zijn naam noem?

Byrne «God, Lou... Ik kon heel goed met ’m overweg. Hij kon lastig zijn – als we op restaurant gingen, was hij een gesel voor de kelners en de maître d’. In zijn laatste jaren vond ik hem een watje: hij werd heel sentimenteel, was snel ontroerd, nederig... Kwaliteiten die je niet noodzakelijk met de jonge Lou had geassocieerd. Rough on the outside but a sweetheart within. Ruwe bolster, blanke pit. En hij was eerlijk, oprecht. Soms bot, soms snerend, soms brutaal in het afwijzen van dingen. Maar altijd eerlijk.

»(Zwijgt lang) I don’t know... Ik moet nu terugdenken aan de keer dat ik in Manhattan op straat liep en er een auto stopte. Het was Lou: ‘Ik ga eten met Vaclav Havel. Ga je mee?’ Ik wist dat die twee elkaar al kenden – Havel was een fan van The Velvet Underground, en Lou bewonderde Havel omdat die een revolutie had geleid tegen de oppermachtige Russen. Ik ging dus mee, maar in het restaurant bleek dat ook Henry Kissinger aan onze tafel zat. Dat was op zich al verbijsterend: Havel, die gezellig verbroedert met zowat de meest rechtse, oorlogszuchtige havik die we ooit als minister van Buitenlandse Zaken gehad hebben?! Lou zat naast me, en aan zijn andere kant zat Kissinger. En vrijwel meteen wijst Lou op Kissinger en vraagt hij met luide stem aan mij, maar bedoeld voor álle aanwezigen: ‘Aren’t we supposed to kill this guy?’ (lacht) Héérlijke man. En geloof het of niet, maar het werd toch nog een gezellig diner.»

HUMO Lou bedreigde ooit een promotor met een kurkentrekker – hij vond niet zo snel een mes – omdat die zich niet aan de afspraak hield en niet wilde betalen. Heb jij ooit gedacht ‘Ik ben een muzikant, hoe ben ik in deze gangsterfilm terechtgekomen?’

Byrne (lacht) «Eén keer, in Argentinië. Ik had een regisseur toestemming gegeven om mijn concert volledig te filmen, op voorwaarde dat hij me een kopie bezorgde voor mijn archief en de website. Dat bleek te veel moeite. Tijdens mijn volgende bezoek aan Argentinië ben ik naar zijn huis gefietst. Dat was een grote schok voor hem: een Amerikaanse ster die zelf rekenschap kwam vragen... op de fiets (lacht). Hij was blijkbaar onder de indruk, want hij gaf me meteen een kopie.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234