De 10 Geboden volgens Prince

Als ik goed geteld heb, komt hij nu zaterdag voor de negende keer in ons land bewijzen waarom de kleinste de grootste heeft. Prince, The Artist, Whatever... Hij is The One en, om één van z'n muzikanten te citeren, 'no one can touch him.' De Tien Geboden, of beter: Tien Absolute Waarheden Over Prince.


1. Doe alles zelf

Een standaardzinnetje op al zijn platen is 'composed, performed, recorded and produced by Prince'. Er bestaan varianten (zoals 'Conceived, born, bathed and circumcised at Paisley Park'), maar vanaf het prille begin zei Prince min of meer: Ik Kan Het Allemaal Zelf. Vergelijk dat met Madonna, de vampirella die voor haar bij elkaar gejatte muziekjes leunt op het talent van minstens een dozijn anderen. Vergelijk het zelfs met Michael Jackson, die letterlijk geen enkel nummer opnam dat niet door anderen (mee) geschreven, gespeeld, ge(co)producet en gearrangeerd werd. Toen Jackson stierf, bleef Prince opvallend stil. Hij zei enkel: 'We zijn altijd bedroefd als we iemand verliezen van wie we houden.' (Jackson overleed, zo werd onlangs officieel bevestigd, aan een overdosis propofol die hem was toegediend tegen slapeloosheid. Veel creatieve mensen slapen slecht. Ook Prince zei ooit dat hij moeilijk inslaapt: 'Er blijft maar muziek door m'n brein stromen.')

''Wat zullen we vanavond eens doen: slapen of een half miljoen dollar verdienen?''

Ze hebben elkaar een paar keer ontmoet. Eén keer werden ze door James Brown samen op het podium gehaald - Michael danste en zong even, Prince werd door z'n enorme bodyguard op de schouders naar het podium gedragen en speelde, stoned zo leek het, gitaar. Een andere keer speelden ze een partijtje tafeltennis bij Prince thuis - de gastheer won: 'Ik ben een vechter, heel competitief.' Naar verluidt dook Michael bij iedere smash van Prince angstig weg. En er was dat geweldige bijna-duet: producer Quincy Jones wilde dat Prince meezong in 'Bad' én dat hij de leider van de concurrerende straatbende speelde in de door Scorsese geregisseerde videoclip. Maar Prince had er geen zin in: 'Eén: je hebt mij niet nodig, dit wordt zo ook wel een hit. En twee: de eerste zin die je zingt is 'Your butt is mine'. Niemand praat zo tegen mij, en ik zou zoiets ook nooit zeggen tegen jou. Dus hebben we een probleem.'


2. Wees authentiek

Prince is een artiest pur sang, geen door producers of managers bedachte marionet. Hij is jong begonnen (met alles: ontmaagd op z'n elfde door een zeventienjarige die van wanten wist). Hij is, voor liefhebbers van het genre, 'sex on a stick', zoals Kylie Minogue zei. Hij is ook moedig, en z'n tijd vooruit. Op een moment dat zoiets nog lang niet vanzelfsprekend was, zei hij: 'Mijn begeleidingsgroep is multiraciaal, want alleen zo weerspiegel je de maatschappij.' In de jaren tachtig en negentig was hij de enige ster die principieel en systematisch werkte met dikke, niet overdreven knappe maar zéér getalenteerde zangeressen als Mavis Staples, Chaka Khan, Rosie Gaines en Bonnie Boyer. Ik zie het P Diddy en al die andere poseurs niet doen, in de door uiterlijk geobsedeerde Amerikaanse showbizz.


3. Leer van je voorgangers

‘Standing on the shoulders of giants’ is de titel van een cd van Oasis, en het staat op een muntstuk van twee pond. Maar het is zeker ook van toepassing op Prince. Hij is gevormd door wat voorafging, en heeft dat in veel gevallen beter gemaakt. Het verschil tussen seventies-funk en Prince is een beetje zoals het verschil tussen zwartwittelevisie en HD. En ook al is hij door al die muzikanten beïnvloed, z’n songs kunnen zich meten met die van The Beatles, zijn gitaarsolo’s met die van Jimi Hendrix en Santana, zijn grooves met die van James Brown.


4. Wees productief

Hoeveel Prince-songs liggen er onuitgebracht in de kluis? ‘Duizend.’ Volgens zijn assistente Stephanie bevat die kluis ook ‘minstens vijftig’ nooit uitgebrachte videoclips – geen homemovies maar afgewerkte clips, compleet met choreografie, kostuums, decors en acteurs. Bootlegs (waarover dadelijk meer) bevestigen dat de weelde geen mythe is. Overvloed. ‘I’ve got too many hits,’ verzuchtte hij tijdens één van de londense O2-concerten. Pocherig maar waar. live is de enige irritatiefactor de medley: dertig seconden ‘Raspberry Beret’, gevolgd door dertig seconden ‘Delirious’ en één minuut ‘Slow love’. De purist vindt: speel die songs helemaal, of speel ze niet.


5. Geef de beste liveshows op aarde

‘Real music by real musicians! No loops on this stage!’ riep Prince op één van de concerten die ik in Minneapolis zag. Daar begint het mee: geen meelopende bandjes (i.t.t. Lady Gaga & duizend andere mindere goden), geen gesleutel om stemmen toonvast te laten klinken (Madonna en duizend anderen), geen verborgen muzikanten onder het podium (U2!)... De uitzondering die de regel bevestigt is ‘Sign o’ the Times’, want da’s een loop van begin tot eind.

Prince de performer. Prince de allround entertainer. Dat charisma. Die 360°-shows, waarbij hij je geen tijd gunt om adem te halen, en hij er na meer dan twee uur nog een aftershow-jam van één (Mirano Brussel), twee (Montreux) of zelfs drie (Bagleys Warehouse, londen) uur aan vastplakt, zodat je stiekem denkt: ‘Eh, allemaal fantastisch, maar mag ik nu gaan slapen?’ De magische, tien minuten durende jam in het donker, in Flanders Expo in 1995... De lijst is eindeloos.

Hij is niet vies van gadgets en stunts: de revolvermicrofoon, de trampoline, de gouden baarmoeder ten tijde van ‘gold’ (jezelf live op het podium mixen: alleen Prince komt weg met dat soort controlefreakerige grootheidswaan).

In plaats van tournees organiseert hij tegenwoordig guerrillaaanvallen. 21 avonden in londen in 2007. Een blitzoptreden op het jazzfestival van Montreux. Twee concertjes in Parijs, eind vorig jaar. Een avond in Monte Carlo (tickets: 200 euro). Een exclusieve avond in het piepkleine Roosevelt-hotel in Hollywood (tickets: 3.121 dollar). Dat, sinds de neergang van de cd, de trend neigt naar meer livemuziek, komt hem goed uit. Veelzeggend is ook zijn uitspraak eind jaren negentig, in verband met geld, optreden en slapeloosheid: ‘Let’s see, what‘ll it be tonight: sleep... or half a million dollars?’ En sindsdien zijn de prijzen gestegen.


6. Verzorg je aftershows (én je bootlegs)

Tijdens aftershows geeft hij les. Dan laat hij horen waar hij de mosterd heeft gehaald, en speelt hij op een paar eigen hits na vooral funkjams en covers van funk-, soulen gospellegendes uit de jaren zeventig: Sly Stone, Mother’s Finest, Earth Wind & Fire, The Commodores, Staple Singers, Parliament, Tower of Power, Ohio Players en onlangs in Parijs zelfs een swingend ‘Shake Your Body’ van The Jackson 5. Hij speelde ‘While My guitar gently Weeps’ van George Harrison toen die postuum werd opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. Op de grammy’s duetteerde hij met Beyoncé.

De sfeer op die aftershows is losser, intiemer, humoristischer ook. Zo noemde hij stijve hark Prins Albert ‘the funkiest man in Monaco’. En toen saxofonist Maceo Parker opmerkte wat een genie Prince wel is, luidde het kurkdroge antwoord: ‘The pay’s the same, Maceo.’ (Overigens: wie eens wil lachen voert op YouTube ‘Kevin Smith Prince’ in. Maar neem wat Kevin zegt met een paar bussen zout).

Prince-bootlegs bevatten leugens om de advocaten op het verkeerde been te zetten: er staat bijvoorbeeld ‘live in Dortmund!’ op de hoes, terwijl je het publiek ‘Holland! Holland!’ hoort scanderen. Maar ze bieden ook inzicht in ’s mans off stage-gedrag: één niet geënsceneerde foto toont hem op straat, vluchtend voor zeven knappe vrouwen – de enige artiest ter wereld die wégloopt van gewillige groupies.

Af en toe laat hij live iets los dat een licht werpt op zijn verleden: ‘How many here have kids? Well... don’t abuse them, or they’ll turn out like me!’ Wat, als je erbij stilstaat, uit de mond van een wereldberoemde multimiljonair ongewild klinkt als reclame voor kindermishandeling.

Natuurlijk zijn die bootlegs een vorm van verraad. Keer op keer duiken er kristalheldere opnames op van concerten, aftershows en zelfs soundboard-opnamen van onuitgegeven tracks: ‘gold Nigga’, ‘Turn It up’, ‘Possessed’, ‘Yes’, ‘Susannah’s Pajamas’, ‘Wonderful Ass’, ‘Expert lover’, ‘Neon Telephone’, ‘Sexual Suicide’, ‘We Can Funk’, ‘Witness’ – de echte fan heeft al die onuitgegeven tracks toch in huis. De lijst van ontslagen Paisley Park-werknemers is lang. Prince draagt loyaliteit hoog in het vaandel. En wie daar licht overheen gaat: hoe zou u zelf zijn?


7. Heb invloed

Toen Prince zelf werd opgenomen in de Hall of Fame, zei Alicia Keys: ‘Dankzij hem ben ik muziek gaan maken. Dankzij hem durf ik mezelf te zijn. Door zijn goede voorbeeld weet ik dat muziek grenzeloos is en vleugels heeft. Niemand kan aan hem tippen.’ live retourneerde Prince het compliment door tijdens een aftershow zijn ‘Question of u’ en ‘The One’ te mixen met haar ‘Fallin’’. Een zeer duidelijke boodschap, voor wie die drie teksten combineert.

Groepen als MGMT zijn zwaar schatplichtig aan Prince. Jack White is fan. Ik heb ook actrices (dus niet zomaar gewone fans) gezien die het Symbool op hun buik of kont of nek hadden getatoeëerd.

Over andere muzikanten zegt hij zelden iets. Dat hij fan is van Joni Mitchell (hij coverde haar ‘A Case of You’) en Kate Bush wisten we al, maar onlangs prees hij ook Sade: haar ‘love Is Stronger Than Pride’ vond hij een geweldige song. Hij is ook blij met erkenning van de jonge generatie popsterren: ‘Respect is waardevol, want niemand kan andere mensen dicteren dat ze je moeten respecteren.’

Maar hij is ook streng. ‘Know your instrument!’ zei hij ooit over beroemde ‘muzikanten’ die amper kunnen spelen. Over zichzelf zegt hij bescheiden dat hij veel oefent. Tegen talkshowhost Tavis Smiley vertelde hij hoe z’n strenge vader hem indertijd afbeulde als hij iets probeerde na te spelen: ‘You’re not even close, boy!’

Zelf mag hij ook rekenen op de goedkeuring van zijn helden, voor zover die nog leven. Hij was zowat de enige popmuzikant die genade vond in de ogen van Miles Davis. Een legendarische anekdote vertelt hoe de hoogbejaarde Miles ooit poedelnaakt de deur opende toen Prince aanbelde. De jazzlegende was ook de enige van wie hij opbouwende kritiek aanvaardde.


8. Wees een trendsetter

Prince was de eerste die via het internet een cd-box (‘Crystal Ball’) verkocht. Alle hiphoppers en rappers met een eigen label volgen zijn voorbeeld. Naar aanleiding van zijn vete met Warner en andere platenfirma’s zei hij ooit: ‘De regels van de muziekindustrie zijn geschreven door mensen die geen muzikanten waren. Dus moeten ze herschreven worden.’

Hij was ook de eerste die, op zoek naar nieuwe distributiekanalen, een cd (‘Planet Earth’) gratis weg liet geven bij de Mail on Sunday – op drie miljoen exemplaren, in een tijd dat pakweg Coldplay wereldwijd slechts een half miljoen cd’s verkoopt. Op zo’n moment telt alleen het geld: in België gaf hij z’n laatste cd weg bij een grote krant. Twee recente platen, ‘The Chocolate Invasion’ en ‘The Slaughterhouse’, waren enkel als download verkrijgbaar via de inmiddels opgeheven NPg Music Club.

Op ‘White Mansion’ zingt hij honend: ‘Sell my publishing? What a laugh!’ En over platenfirma’s zei hij droog: ‘Ooit konden ze Little Richard lijmen met een auto en een pot kippenvleugels. Die tijd is voorbij.’ Een paar jaar geleden gaf hij een korte persconferentie waarop hij maar één boodschap had: ‘Let the baker bake the bread. Ik ben muzikant. Ik heb geen tussenpersonen nodig.’ En, sarcastisch: ‘Denk je dat Jimi Hendrix z’n inspiratie haalde bij de baas van de platenfirma? Ik wil geen contract – contract, snap je?’ (‘Con’ is: bedrog, oplichterij.)


9. Word waardig ouder

Eigenlijk is het wonderlijk dat er in de 31 jaar sinds zijn debuut nog nooit iets beschamends over Prince is uitgelekt. geen sekstape à la Paris Hilton (zijn intensieve seksleven in acht genomen is dat een dubbel mirakel). Geen schandalen. Geen écht pijnlijke missers. Geen veroordeling voor drugs à la D’Angelo of gezwalp à la Amy. geen bespottelijke look of gênante foto’s (zelfs Jimi Hendrix poseerde ooit in kerstmanpak in een jungledecor). Geen scheldpartijen aan het adres van de concurrentie à la Liam & Noel en duizend rappers. Geen vetes. Waardigheid – ondanks Pech en Het Noodlot, in de vorm van, onder andere, een jong gestorven kind.

Prince schrijft intieme teksten, heeft een lange rij Definitieve Verloofdes die elkaar op het internet zwart maken en leidt een publiek bestaan, en toch weet bijna niemand écht iets over z’n privéleven. Eén keer liet hij iets los over z’n zogenaamde kluizenaarschap: ‘Toen ik pas beroemd werd, kwamen er wildvreemden naar mijn huis, er werd ingebroken... Daarom heb ik me teruggetrokken: uit zelfbehoud.’ Hij is geen fan van het woord fan, want ‘da’s een afkorting van fanaticus’.

Purple House (zijn ouderlijk huis aan lake Riley) en z’n primary residence in Chanhassen heeft hij laten afbreken, om te voorkomen dat ze in handen van speculanten zouden vallen. Af en toe glipt er iets tussen de mazen van het net, zoals de badkuip uit dat ouderlijk huis die door de sloper werd verkocht op eBay. We weten dat Prince, The Big lebowski indachtig, een uitstekend bowler is. Verder is bekend dat zijn ouders overleden zijn, en dat hij twee keer gescheiden is: van Mayte Garcia, en drie jaar geleden van Manuela Testolini.

De ergste verhalen over hem blijken steevast afkomstig van buitenstaanders die Niet Mee zijn. Zoals de zakenman die op het internet vertelt hoe ‘bizar’ het was dat Prince voor hem en voor hem alleen eenconcertjespeeldeindecatacomben van zijn huis – blijkbaar besefte die man niet dat fans daar hun rechtertestikel voor zouden geven. Soms gaat het om roddels van de plaatselijke correspondente van het vod National Enquirer, leugens die vervolgens door de boekskes in de rest van de wereld worden overgenomen. Soms zijn het verzuchtingen van ontslagen medewerkers. Eén betrouwbare bron zei: ‘Prince gebruikt mensen op. Hij verwacht totale loyaliteit en de bereidheid om dag en nacht voor hem klaar te staan.’

Prince vraagt – en als dat niet lukt: eist, via de rechtbank – dat YouTube & co. onrechtmatig verkregen opnames van zijn oeuvre en optredens van het net halen. Diefstal vindt hij niet getuigen van R.E.S.P.E.C.T. Dat heeft te maken met zijn achtergrond: voor een in armoede opgegroeide zwarte Amerikaan is het niet arrogant maar juist levensnoodzakelijk om geen slaaf te zijn en bijvoorbeeld de rechten op je eigen mastertapes te bezitten (‘If you don’t own your masters, they own you’). Dat hij zijn naam (Prince Rogers Nelson‘Nell’s son, een slavennaam die ik niet zelf gekozen heb’) tijdelijk veranderde in een symbool, is te vergelijken met Cassius Clay die zijn ‘blanke’ naam veranderde in Muhammad Ali.


10. Zorg dat je kruimels beter zijn dan andermans parels

Om Prince op zijn hoogtepunt te zien, zijn beginners minstens tien jaar te laat. Zijn stem is nog steeds perfect, zijn charisma intact, zijn kunde op minstens zes instrumen-ten ongeëvenaard. Maar hij is nu 52, en wie hem zoals ik tussen 1983 en 2007 vijftig keer zag optreden, ziet het verschil.

Eén gerucht klopt: hij heeft last van z’n heupen – in Parijs, eind vorig jaar, liep hij met een gouden wandelstok. Die eerste keer in België, Vorst 1987, deed hij moonwalks, splits (de grand écart uit het turnen: met knipschaarbenen uitgestrekt op de grond vallen en moeiteloos opverend weer rechtkomen – probeer het en bel de spoed), trampolinesprongen van vijf meter (over het drumstel heen springen en aan de microfoon neerkomen, precies op het moment dat je moet beginnen te zingen – probeerhetenbeldespoed)...Dansen is er nu niet meer bij, op een paar shuffles na. Bovendien mist de fan van het eerste uur nog steeds begeleidingsband The Revolution, en dan vooral de tandem Wendy & Lisa (al heeft hij na jaren stilte opnieuw contact met hen).

Er waren missers. ik heb nooit gehouden van de al te gewild seksuele songs: ‘Come’, met dat overduidelijk fake orgasme van zijn stoot-van-het-moment, klinkt nu silly. Máár: luister eens hoeveel muziek van andere artiesten uit de jaren tachtig en negentig kitscherig klinkt, en hoe weinig muziek van hem. Zelfs zijn zwaar op synthesizers en drummachines stoelende tracks uit die tijd klinken soulvol – faut le faire! Ter vergelijking één voorbeeld: in die periode maakte de grote Neil Young minstens twee volledig ridicule cd’s (‘Arc’ en ‘Trans’).

Ik heb zonet zijn slechtste drie cd’s na elkaar opgezet (welke dat zijn blijft geheim, maar het zijn niet z’n eerste tien), en zelfs de grootste brol daarop is beter dan het beste van sommige andere sterren. En van veel van die middelmatige nummers hoorde ik later tijdens aftershows stukken betere versies – rauwer, opgefokt, tot jams uitgerekt. Da’s het nadeel van iemand die zoveel muziek in z’n hoofd hoort dat hij ze soms té snel op band wil gooien, zodat hij plaats kan maken op de harde schijf in z’n kop.


P.S. De mantel der liefde verslijt gestaag

God gelooft in God. Hij was al langer in de Heer (in Nijmegen vroeg hij ons om tijdens ‘Anna Stesia’ dertig keer ‘God is Love, Love is God’ mee te zingen; in de intro van ‘Kiss’ zong hij live ‘I know there’s a heaven and hell and that God is alive’; in hoesteksten staat steevast iets als ‘All love & thanks 2 God’). Ik sprak zopas Anastacia: toen zij Prince onlangs begroette met een gillend ‘Ohmigodifuckingloveyourmusic!’ berispte hij haar vaderlijk: ‘Bid dat je nooit meer vloekt, want wie vloekt kan de Heer nooit behagen.’ Terwijl hij zelf, ooit, vloekte als de beste.

Het klopt niet dat hij zijn ouwe sekssongs (‘Head’, ‘Sexy Motherfucker’, ‘Darling Nikki’, ‘Come’, ‘Pussy Control’, ‘Vibrator’, ‘18 and Over’, ‘Scarlet Pussy’ etc.) nooit meer speelt. Maar echt smerige teksten (‘play with yourself’ ... ‘masturbating with a magazine’ ... ‘get it good and wet’ ... ‘I wanna bone ya’... ‘let your fingers do the walkin’ in and out’) zijn er niet meer bij. Een onbevestigd gerucht wil dat hij paaldanseressen in een nachtclub geld bood om hun kleren weer áán te doen.

Dat hij nu Getuige van jehova is klopt wél, maar dat moet je weer in zijn context zien. Hij is opgegroeid als zevendedagsadventist en beloofdezijnmoederophaarsterfbed dat hij God zou zoeken. Hij is ook erg beïnvloed door zijn mentor Larry Graham, bassist en zelf getuige van Jehova. Prince zocht, liever dan drugs of slechte vrienden, ergens steun, en waarom niet bij iemand die liefde preekt? Ook al hebben de Getuigen rare, zelfs ronduit domme regels, zoals niet stemmen bij verkiezingen: ‘Ben ik blij met Obama? I have no dog in that race’–uit de mond van een zwarte klinkt het nog krankzinniger.

Tegen Tavis Smiley zei hij onlangs over ‘Colonized Mind’: ‘ik heb mijn vaders genen, dus ook een gemene kant, maar die heb ik onder controle.’ Tegen le Monde zei hij vorig jaar: ‘Mijn geloof geeft me evenwicht en zorgt ervoor dat ik niet ontspoor.’ En ‘God’ blijft één van z’n allerbeste songs. Maar natuurlijk is al dat religieuze gedoe ook een slimme zet, een soort levensverzekering tegen de in de USA zeer machtige lobby van preutse moraalridders, die hij laat denken: ‘Die Prince is een viezerik, maar ’t is tenminste een gelovige viezerik, dus we laten ’m met rust.’

Meer kritiek? Zijn ego is niet écht klein. Tegen mij zei hij: ‘I consider taking myself too seriously a compliment.’ Hij zet ook overal z’n logo op: op de muren van zijn villa, op de bodem van z’n zwembad, op het servies, op z’n eigen lijn geurkaarsen – da’s geen roddel, ik heb het gezien. En volgens Randee St. Nicholas, een fotograaf die hem een jaar volgde, draagt hij zelfs thuis tijdens het basketballen (o ironie) te allen tijde make-up en gesteven maatpakken of alleszins op maat gemaakte couture. Maar ook dat moeten wij blanke Euroeanen zien in de juiste context: voor zwarte African-Americans Die Met Niets Begonnen Zijn is dat gewoon professioneel. Een paar jaar geleden was ik in New York letterlijk de enige blanke op een concert van en voor brothas. Toen pas besefte ik écht hoe het moet zijn als je, zoals hijzelf het ooit samenvatte, ‘als zwarte veertig jaar lang alleen maar blanke astronauten op het nieuws ziet’. Wie lang is verdrukt of geridiculiseerd (de jonge Prince werd, toen hij het voorprogramma van The Rolling Stones speelde, uitgejouwd en met flessen bekogeld, en purist Keef houdt nog steeds vol dat die ‘overschatte dwerg’ niet veel voorstelt; Mick Jagger is wél een fan), gaat snel overcompenseren. Onlangs bekende hij dat hij als kind aan epilepsie leed en gepest werd.

Prince is ook een controlefreak. De interviews met hem die ik niet op band mocht opnemen. De gsm’s die we (ook de sterren!) moesten afgeven op een privéfeest in 2000. De celebrity’s die op zijn bevel van plaats moesten veranderen op een feestje dat hij gaf in londen na een aftershow daar – George Michael & co. keken verbaasd maar deden braaf wat hen werd opgedragen. Aan Billboard gaf hij laatst een interview per e-mail: dat vermijdt persoonlijk contact en geeft hem tijd om over z’n antwoorden na te denken. Al zal praten het in zijn ogen altijd moeten afleggen tegen voelen: ‘If you can describe it, it ain’t funky.’ Maar opnieuw: hoe zou u zelf zijn? Mensen van dat kaliber – zie ook Dylan – hebben al te veel bullshit over zichzelf gelezen. ‘Mensen hebben de neiging om in mij te zien wat ze wíllen zien,’ is het enige wat Prince daar ooit over zei, en dat vat het mooi samen. Hij constateert ook geamuseerd hoe fout zijn teksten geïnterpreteerd worden: ‘iemand dacht dat de tekst van ‘When Doves Cry’ luidde: ‘Dig if you will a picture... of me, Marvin Gaye and the kids.’’

Aan de andere kant doet hij in stilte aan liefdadigheid (voor Madonna & co. moet élke cent die ze aan adoptiekinderen en aanverwanten geven, renderen in pr). En is hij best te vermurwen voor sentimentele schnabbels, zoals de song die hij schreef voor de pinguïnfilm ‘Happy Feet’.

★★★

De graadmeter voor wat we in Werchter mogen verwachten is de residency in de londense O2 Arena in augustus-september 2007: ik zag toen vijf van die 21 (eenentwintig!) uitverkochte optredens (plus acht aftershows), en ze waren stuk voor stuk fenomenaal.

Voor deze tournee repeteert Prince 150 songs. Honderdvijftig! Radiohead plukt z’n setlist uit een reserve van veertig songs, Springsteen oefent er een dikke zestig in, de Stones beweren tachtig maar ik heb er nooit tachtig gehoord. ‘There‘ll never B another like me,’ zingt hij op de recente cd ‘MPl Sound’. Dat kan arrogant klinken, maar het is allerminst een leugen.

Prince. Werchter. Zaterdag 10 juli. Wie weet voor het laatst in ons land. Hopelijk zorgt jehova voor goed weer.

Onze Held krijgt het slotwoord: ‘Comeback?! I never went anywhere!’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234