'De 16': Jan Hammenecker, de zweterige kabinetschef

De acteur Jan Hammenecker (48) zet in ‘De 16’ de onprettige, kwalijk dampende en van significante zweetplekken onder zijn armen voorziene kabinetschef Charles Van Praet neer, maar dezer dagen speelt hij toneel in Parijs.

'Toen mijn vader failliet ging, heb ik beslist: 'Nooit kies ik voor het geld, want het zal mij niet gelukkig maken''

Hammenecker is begin 2017 op Eén te zien in ‘Beau séjour’, een serie van Kaat Beels en Nathalie Basteyns. Hij mag er niets over vertellen, maar hij is niet te beroerd om het op mijn eenvoudig verzoek over iets anders te hebben. Jan Hammenecker is een veertiger die naar de 50 neigt: op het eerste gezicht een mooie leeftijd voor een acteur, en voor een man in ’t algemeen. Of helt de late zomer van zijn leven al behoorlijk naar de herfst over?

Jan Hammenecker «Nog niet, denk ik. Ik evolueer, wat onder andere betekent dat ik me vaker dan vroeger afvraag hoe en waar en met wie ik mijn vak verder moet uitdiepen. Ik vraag me ook af of ik na al die jaren niet op routine speel: waar is dan nog de uitdaging? Ook niet te vermijden zijn vragen als: is dít nu wat ik met mijn leven wilde doen? Hoe zou de jongen van 20 die ik ooit was tegen de acteur aankijken die ik intussen geworden ben? En ook: ben ik niet in een bepaald type rol vastgeroest?»

HUMO De gevolgen van typecasting.

Hammenecker «Zoals je weet, werk ik vaak in Frankrijk, en daar casten ze me heel anders dan hier: ze zien er meer de gezapige, lieve broer in mij, of de goede vriend – altijd weer een bon vivant, een gezelligheidsmens. In Vlaanderen werkt Dikke Lul, mijn rol in de film ‘Ex-drummer’, nog altijd na, heb ik de indruk: ik word hier meestal gevraagd om badguys te spelen.

»Ik vraag me in deze tijd van mijn leven van alles af over mijn vak, maar evengoed over mijn privéleven. Ik heb vrouw en kinderen, alles draait heel goed, maar hoe moet het nu verder? Is er een volgende stap? Of is het vanaf nu wachten tot ik kreupel word of een attaque krijg? Ik ben niet bepaald een optimist. Ik pieker vaak, maar er is hoop: ik heb intussen geleerd dat ik niet aan één stuk door hoef te piekeren, en dat er genoeg mensen zijn die het beste met me voorhebben. Kortom: ik evolueer.»

HUMO Je had het net over ‘de jongen van 20 die je ooit was’. Wat voor jongen was dat?

Hammenecker «Ik zat toen vol woede, ik was een bulldozer. Ik ben in die tijd ook van Studio Herman Teirlinck afgegooid. Ik kon niet aarden in dat milieu, hoewel ik er toch heel graag bij hoorde, maar ik kon me niet plooien naar het ideaalbeeld van De Acteur dat de docenten ons daar zo’n 25 jaar geleden voorhielden. Een acteur moest zó bewegen en zó spreken – hij moest zelfs aan een bepaalde manier van zijn beantwoorden, waardoor ik de indruk kreeg dat ik in een mal gedwongen werd. De directeur zei me op een dag: ‘Je bent geen acteur, en je zult er ook nooit één worden.’ Ik vernam toen ook dat de docenten me heel arrogant vonden, terwijl mijn houding niet meer dan een beschermlaag was, geen arrogantie. Ik, zoon van een palingboer, kwam uit een boerengat in het achterland van De Haan aan Zee. Antwerpen was al een héél grote stad voor mij.

»Klasgenoten vonden net als ik dat ik het niet mocht opgeven na die afwijzingen, en ze zeiden dat ik naar Brussel moest, naar de Kleine Academie, een privéschool. Dat heb ik toen ook gedaan, en ik vond er mijn draai. Ik ontmoette er ook Franstalige acteurs, door wie ik in Waalse gezelschappen ging acteren, waarmee ik ook in Frankrijk op tournee ging. Na een tijdje speelde ik ook in Franse gezelschappen.

»Die afwijzing in de Studio heeft mij er nooit onder kunnen krijgen, maar ik heb me wel een tijdlang uitgesloten gevoeld. Zo heb ik me vaker gevoeld in mijn leven. En ik heb mezelf ook vaak van de buitenwereld afgesloten. Ik heb me in lappen vet gehuld, omdat ik dacht dat de dikke outsider mijn rol was in het leven, en ik begon me bij die rol neer te leggen.

»Ondertussen ben ik klaar met de zelfdestructie die ervoor gezorgd heeft dat ik mensen heb afgestoten van wie ik veel hield. Ook mijn kinderen zijn een spiegel voor me geweest. Ik probeer mijn woede en mijn agressie nu ten goede aan te wenden.»


Fuck in het Frans

HUMO Laten we het even over je rol in ‘De 16’ hebben. Wat komt er zoal in je op als je aan Belgische politiek denkt?

Hammenecker «Het beeld van een hoenderhok: een hoop gekakel, een warboel ook, en alle hoenders willen op het hoogste stokje zitten. Ik word somber van de Belgische politiek. Ik heb ter voorbereiding van mijn rol in ‘De 16’ een tijdlang meegelopen met Luc Jansegers, de kabinetschef van Sven Gatz. Een harde werker – ik stond versteld van het aantal uren dat die man klopte. Ik heb er fijne mensen ontmoet die ernstig met hun werk bezig zijn, maar ik voelde toch dat ze ver van de realiteit afstonden, en ver van de belevingswereld van de man in de straat. Daardoor kreeg hun werk in mijn ogen ook iets – hoe zal ik het zeggen? – eenzaams. De acteurs van ‘De 16’ moesten de menselijke kant van de politiek laten zien, maar ik heb de indruk dat de politiek soms juist ver van die menselijke kant afstaat.»

HUMO Mijn dramatische intuïtie geeft me in dat Charles Van Praet, die bijna alles is waar ik niet van houd, noodzakelijkerwijs ten onder moet gaan.

Hammenecker «Ik vind hem tragisch, op het shakespeareaanse af. Gaandeweg zal het publiek te weten komen waaruit al zijn haat en rancune ontstaan zijn. Die man heeft een bloedhekel aan politiek, want hij kent dat spel van de macht te goed, zo goed dat hij er cynisch van is geworden.»

HUMO Om hem te kunnen spelen, moet jij ook van hem kunnen houden.

Hammenecker «Hij heeft niet gekregen waar hij recht op dacht te hebben, waardoor zijn grote rancune is ontstaan. Ik kan hem niet vergoelijken, maar ik begrijp hem, ik zie voortdurend zijn menselijke kant.»

HUMO Rancune is een drijfveer voor Van Praet. En voor jou?

Hammenecker «Ooit wel. Ik treed liever niet in detail over mijn jeugd, maar goed: toen ik 17 was, ging de palinghandel van mijn vader over de kop. Een faillissement was in die tijd anders dan nu: alles werd genadeloos in beslag genomen. Toen heb ik welbewust beslist: ‘Nooit kies ik voor het geld, want geld zal mij niet gelukkig maken.’ Ik heb toen eens en voor altijd ingezien dat je alles van de ene dag op de andere kunt verliezen. Wie bezit vergaart, zou zich daar voortdurend van bewust moeten zijn. Die gedachte heeft mij ook gemotiveerd om acteur te worden, ik was niet meer van mijn keuze af te brengen, hoe vaak ik toen ook te horen mocht krijgen dat ik er nooit, nóóit mijn brood mee zou kunnen verdienen.»

HUMO Zowat overal ter wereld komen veel acteurs nauwelijks aan de kost.

Hammenecker «Ja, maar heel veel werkende mensen verkeren vandaag in dezelfde onzekerheid als acteurs: ze werken in los verband, of ze krijgen hooguit een arbeidscontract van bepaalde duur – in ieder geval kunnen ze van de ene dag op de andere zonder problemen ontslagen worden. Tegen dat soort bestaan zijn wij, acteurs, misschien wel meer gehard dan mensen die in andere branches werken. Het inzicht dat je van de ene dag op de andere alles kunt verliezen, heeft mij ook een soort onbekommerdheid gegeven. Ik ga ervan uit dat ik mijn vak niet kan verliezen, want ook als ik niet speel, blijf ik acteur. Gisteren was ik in Parijs aan het repeteren en ineens verwonderde ik me daarover: ‘Ik? Aan het werk in een theater in Parijs?’ Ik kende zoals iedereen middelbareschoolfrans en ineens sta ik in Théâtre de la Tempête, omringd door Franse acteurs, ‘Les caprices de Marianne’ van Alfred de Musset te spelen, en de taal van De Musset is een soort kantwerk van het Frans, hè? ‘Fuck! Hoe ben ik hier terechtgekomen?’ stond ik me aangenaam verwonderd af te vragen.»

'De acteurs van 'De 16' moesten de menselijke kant van de politiek laten zien, maar de politiek staat juist heel ver van die menselijke kant af'

HUMO Ja, hoe ben je daar terechtgekomen?

Hammenecker «Ik denk: juist door mijn onbekommerdheid, zo van: ‘Mijn Frans mag dan weinig voorstellen, toch zal ik in het Frans acteren.’ En die Fransen blijken me ook au sérieux te nemen, want ze vertrouwen me De Musset toe. Ik voel me dan ook erg vereerd, en meer nog: ik voel me stilaan thuis in Frankrijk. Mijn Franse collega’s blijken erg voor me open te staan, ze zijn zelfs geïnteresseerd in hoe ik met het Frans omga. Nu, in Frankrijk – ’t is te zeggen: in Parijs – is het anders nog stresserender om acteur te zijn dan hier. De acteurswereld is er veel harder dan bij ons: een slangenkuil. Vooral actrices hebben het er zwaar te verduren, want als ze een jaar of 35 zijn, hebben ze al het gevoel dat ze afgeschreven zijn, en dan laten ze niet zelden chirurgisch aan hun gezicht knoeien. Alles draait er om het behagen van mensen met macht in de theater- en filmwereld, en ik heb daar begrip voor.»

HUMO Gisteren zag ik je op Netflix in ‘Malavita’ van Luc Besson. In die film met onder anderen Robert De Niro en Tommy Lee Jones heb jij één scène, maar wel met Michelle Pfeiffer.

Hammenecker «Dat aanbod kon ik toch niet laten liggen? Hoe klein mijn aandeel in die film voor de rest ook was. Ik heb vaker kleine rolletjes gespeeld, maar nu zorg ik er wel voor dat ze me er niet kunnen uitknippen. ’t Moet dus een kleine rol zijn die bijvoorbeeld gevolgen heeft voor het hoofdpersonage. Ik merk altijd weer dat in kwaliteitsfilms zelfs de kleine rollen tot het verhaal bijdragen.»

HUMO Je Frans is niet accentloos. Wat vinden Fransen uit de film- en theaterwereld daarvan?

Hammenecker «Als ze me niet kennen, denken ze vaak dat ik een Deen of een Duitser ben, nooit dat ik een Vlaming ben. Als Fransen van buitenlandse acteurs in Frankrijk houden, dan assimileren ze die meteen. En dan lijken ze geen oor meer te hebben voor buitenlandse accenten.»

HUMO Zelfs niet voor het erg buitenlandse accent van bijvoorbeeld Arno?

Hammenecker «Dat zullen ze wel pittoresk vinden, maar ze accepteren het totaal.»

HUMO Je hebt een mooie rol gespeeld in de Franse serie ‘Les témoins’, die een internationaal succes was en ook door Canvas is uitgezonden. Welke gevolgen had dat voor jou?

Hammenecker «Meer bekendheid in het film- en tv-milieu. Als ik nu voor een casting gevraagd word, is het vaak wegens mijn rol in ‘Les témoins’. Ik heb al gemerkt dat er in Frankrijk een zekere belangstelling bestaat voor Belgische acteurs die uit Vlaanderen komen. Dat hebben we vooral aan ‘La merditude des choses’ en ‘Alabama Monroe’ van Felix Van Groeningen te danken, zoals ze ‘De helaasheid der dingen’ en ‘The Broken Circle Breakdown’ daar kennen. Het onderscheid tussen Vlaamse en Waalse cinema is er intussen ook duidelijk: de Fransen proeven iets anders in Vlaamse films dan in bijvoorbeeld de films van de broers Dardenne. En op theatergebied wordt tg STAN erg gewaardeerd in Parijs.»


Julien de geest

HUMO Ik heb de indruk dat veel jonge acteurs vandaag meer op film- en televisiewerk uit zijn dan op theaterrollen.

Hammenecker «Ik heb het theater nodig. Het voedt me. Ik kan maar niet genoeg krijgen van die vreemde, misschien wel sacrale ontmoeting tussen een publiek en een tekst in een theaterzaal. Dat wil ik zo vaak mogelijk beleven, want het ís mijn leven, ook al zet je er veel mee op het spel: je toont je vaak op je kwetsbaarst.»

HUMO Aan een onbestemde menigte die je meestal vanuit het donker zit te beoordelen.

Hammenecker «De kunst is: het publiek zover te krijgen dat het in de voorstelling opgaat en er dus niet aan denkt om de acteurs te beoordelen. Dan heeft er een ontmoeting plaatsgevonden. Dan beleef je eventjes de illusie dat je niet alleen bent, of misschien ook: een moment van oneindigheid.»

HUMO Wanneer werd je voor het eerst gewaar dat je iets met theater te maken zou willen hebben?

Hammenecker «Ik kom uit een milieu waarin cultuur geen rol speelde – er waren bijvoorbeeld geen boeken in huis. Mijn eerste contact met theater was Gents volkstoneel: ‘Leve de lotto!’ van Romain Deconinck in de Minardschouwburg. Ik was toen nog een kind. De tweede was een schoolvoorstelling in het zesde jaar van de middelbare school: ‘Oidipoes in Kolonos’ van Sophocles, bewerkt door Hugo Claus, met Aafke Bruining en Julien Schoenaerts. Ik was er ondersteboven van. Er deden in die tijd veel verhalen over de mythische acteur Julien Schoenaerts de ronde: dat hij halfgek was, dat er in de coulissen een dwangbuis voor hem klaarlag voor het geval hij zou doorslaan, dat hij altijd een paar spuitjes kreeg vooraleer hij opging. Hem toen in het echt zien was voor mij een overrompelende ervaring. Na de voorstelling was er een nagesprek met de acteurs. Ik heb hem toen gevraagd of ik hem mocht omhelzen. Dat mocht. Ik liep het toneel op en Julien heeft me in zijn armen gesloten. Heeft die voorstelling me besmet? Heb ik er mijn roeping in gehoord? In ieder geval dacht ik voor het eerst: ‘Dit zou iets voor mij kunnen zijn.’»

HUMO Je acteerde toen nog niet?

Hammenecker «Neen, al was ik op feestjes wel een soort gangmaker. Thuis keken wij naar André van Duin, en ik speelde zijn sketches na. Later deed ik ook Urbanus. Gewone aandachttrekkerij, denk ik, wat iets heel anders is dan wat ik Julien Schoenaerts, in mijn ogen bijna een geestverschijning, zag doen.»

HUMO Theateracteurs laten geen tastbaar oeuvre na. Aan Julien Schoenaerts kunnen wij, die hem nog op het toneel hebben gezien, alleen nog gekleurde herinneringen ophalen. ’t Lijkt me al bepaald moeilijk om het bijzondere van Julien Schoenaerts aan jonge mensen uit te leggen.

Hammenecker «Ons oeuvre is de herinnering die het publiek aan onze voorstellingen heeft, en natuurlijk ook de herinnering die we er zelf aan hebben. Ik durf op YouTube niet te kijken naar het weinige beeldmateriaal dat van de voorstellingen van Julien Schoenaerts bewaard is gebleven. Ik vrees dat het me alleen maar kan teleurstellen. Ik kijk overigens niet graag naar gefilmd theater, want zulke beelden voelen altijd weer heel anders aan dan wat je in het theater kunt ervaren. Je kunt er die andere dimensie niet in voelen, die diepmenselijke ontmoeting, dat hier en nu waarin je een tijdlang aan de werkelijkheid ontsnapt. Het liefst zou ik de intensiteit van die ervaring ook in het leven van alledag willen beleven. ’t Is een kwestie van aandacht, denk ik, aandacht voor alles en iedereen. Daaruit ontstaat de poëzie die ik wil uitzaaien. Ik geloof dat je daarmee invloed kunt hebben op de loop der dingen.»

HUMO Wat inspireert je in deze tijd?

Hammenecker «Wat mij nu overkomt: de waardering voor ‘De 16’, en dat ik daardoor gevraagd word voor interviews. Vroeger, vóór ‘De 16’, stelde niemand mij vragen: ik was wel acteur, maar ik stond niet in de spotlights. Misschien is het goed dat me dat als veertiger te beurt valt, en niet aan het begin van mijn carrière. Ik kijk raar op van wat me overkomt – ik verwonder me over de toevalligheden die eraan vooraf zijn gegaan: regisseur en scenarist Willem Wallyn, die ik niet eens kende, vond dat ik de rol van Charles Van Praet moest spelen. Ik probeer ten volle van die bijval, of dat geluk, te genieten. Een collega zei me vorige week: ‘Je bent aan het veranderen. ’t Komt goed met jou.’»

HUMO Dat impliceert dat het niet goed met je ging.

Hammenecker «Die collega vond vooral dat ik me minder druk maakte dan een tijd geleden. En ook dat ik me minder boos maakte. Ik vergelijk me ook minder met anderen dan een tijd geleden. Ja, het komt wel goed met mij.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234