De 20 beste songs van Sonic Youth

Van alle indierockgroepen had Sonic Youth de meest memorabele songs én de meeste memorabele songs, de beste sound en de langst volgehouden koppigheid – ze zijn een carrière lang consequent raar gebleven.

'Als je mij de titel 'Schizophrenia' voor de voeten gooit, begint het me te duizelen van de herinneringen' Lee Ranaldo


20 ★ Kool Thing Uit: Goo (1990)

Opgestoken middelvinger aan het adres van hiphoppers en zwarte radicalen als The Black Panthers, vanwege hun niet-zo-verdoken seksistische, zelfs misogyne inborst. Kop van jut is LL Cool J, die in een door Kim Gordon afgenomen interview voor Spin Magazine een ordinaire vrouwenhater bleek te zijn.

De ‘I don’t think so’ uit het refrein komt rechtstreeks uit LL Cool J’s verguisde hit ‘Goin’ Back to Cali’. Maar dé glansrol is weggelegd voor Chuck D van Public Enemy – op het moment van opname toevallig in dezelfde studio werkend aan ‘Fear of a Black Planet’ – die willekeurige rapclichés spuwt en de holle politieke retoriek van sell-outs als LL Cool J na-aapt.

Gordon plant hier, met haar ‘Fear of a female planet’, het zaadje voor de riot grrrl-beweging.


19 ★ Starfield Road Uit: Experimental Jet Set, Trash and No Star (1994)

De klassieke songs van Sonic Youth zijn vaak lang uitgesponnen lappen muziek waarin pop en noise een verbeten gevecht om de aandacht uitvechten. Maar soms, zoals in dit ‘Starfield Road’, werd het DNA van de groep perfect samengevat in een kopstoot van amper tweeënhalve minuut. ‘Love Me Do’ it ain’t.


18 ★ Stones Uit: Sonic Nurse (2004)

Het nakomertje in deze lijst, deze compositie van Thurston Moore, maar desalniettemin vintage stuff: die typische trage, weerbarstig kabbelende opbouw, en net als je denkt met een instrumental te maken te hebben, de stem van Moore die – ruim twee minuten ver – een paar tanden komt bijsteken. En net als je denkt: ‘Hèhè, nu even bekomen,’ begint de tweede helft. Ook typisch.


17 ★ Sugar Kane Uit: Dirty (1992)

Dichter dan op ‘Dirty’ is Sonic Youth nooit in de buurt van een rechttoe rechtane rockplaat gekomen. Dit ‘Sugar Kane’ moet zowat hun grootste radiohit geweest zijn.

John Crombez «Toen ‘Dirty’ in 1992 uitkwam, was ik zelf volop aan het spelen met mijn eerste beginnende groepje, Troglodyte. Ik moet toegeven dat de eerste helft van het oeuvre van Sonic Youth veel meer mijn ding is dan de tweede helft, maar dat gezegd zijnde heb ik gisteren nog integraal naar ‘Experimental Jet Set’ en ‘Washing Machine’ geluisterd. Als student heb ik geen seconde gestudeerd zonder muziek, en als ik alleen in mijn bureau zit te werken staat er nog altijd muziek op. Geen walvisgeluiden of newagetoestanden maar Sonic Youth, Dinosaur Jr., Primus, Bauhaus. Ik heb ook een deadlineplaat: als het echt vooruit moet gaan zet ik ‘Loco Live’ van de Ramones op.

»Ik speel zelf nog altijd gitaar in een groepje, Sevzero. We coveren vooral harde dingen: Joy Division, Ramones, Sex Pistols… Ik ben onlangs tegen Bart De Wever nog over Lemmy en Motörhead begonnen, maar ik kan niet zeggen dat daar echt een gesprek van is gekomen. Het enige wat hij heeft gezegd, was: ‘Don’t go there’ (lacht).»


16 ★ Washing Machine Uit: Washing Machine (1995)

Perfect in balans tussen de rock- en de avant-gardekant van de groep, chronisch onvoorspelbaar (probeer het ook na dertig luisterbeurten maar eens na te fluiten) en gelijke delen onzin en poëzie in de lyrics: het titelnummer van Sonic Youths negende is in enige opzichten hun meest archetypische song. Eigenlijk zijn het twéé songs: vanaf de derde minuut wisselt Kim Gordon van gitaar en masker, en maakt het horten plaats voor een aanstekelijke flow. De plaat ‘Washing Machine’, die aanzienlijk minder exemplaren verkocht dan de twee die eraan voorafgingen, kwam uit in de week dat Coolio’s ‘Gangsta Paradise’ en Shaggy’s ‘Boombastic’ de hitlijsten aanvoerden. Mogelijk omdát ze in die tijd zo onaangepast was (de grunge van ‘Dirty’ hadden ze hier definitief achter zich gelaten), klinkt ze ook in 2016 nog zo goed als nieuw. Kan op uw reis door Sonic Youth-land prima dienen als begin- én als eindpunt.


15★ Little Trouble Girl Uit: Washing Machine (1995)

Wij kunnen uit het blote hoofd niet minder dan drie groepen opnoemen die hun naam ontleend hebben aan een nummer van Sonic Youth: Eric’s Trip uit Canada, Mote uit Brugge en Little Trouble Kids uit Torhout. West-Vlaanderen - New Brunswick: 2-1!

Eline Adam (Little Trouble Kids) «‘Little Trouble Girl’ stond op een mixtape van mijn broer voor mijn mama. Ze beweerde – toen ik een jaar of 14 was – dat het nummer over mij ging. Als hopeloze romanticus kon ik me daar wel in vinden: ik was nogal snel in de liefde, dus misschien wás ik wel een kleine trouble girl.

»Naar de lichtende voorbeelden Kim Gordon en Kim Deal, die hier samen zingen, werd ik later bassiste in de band van mijn broer. En zo kwam ik mijn échte liefde tegen waarmee ik, als giga-Sonic Youth-fan, Little Trouble Kids heb opgericht. Little Trouble Girls was geen optie als bandnaam, aangezien die liefde een piemel bleek te hebben – proefondervindelijk vastgesteld!»


14★ Mote Uit: Goo (1990)

Een kapotte, gruwelijk melancholische popsong van drie minuten en een half, op de hielen gezeten door zijn verwrongen spiegelbeeld: nog eens drieënhalve minuut vintage Sonic Youth-lawaai.

Lee Ranaldo «‘t Is wat je ‘een typisch Sonic Youth-nummer’ zou kunnen noemen. Die tweede helft is niet zomaar een aanhangsel, maar een onlosmakelijk deel van het geheel – laat het weg en ‘Mote’ is ‘Mote’ niet meer. Zie ook: ‘The Diamond Sea’. Ik heb de basisakkoorden van ‘Mote’ gewoon thuis bedacht, daarna zijn we er in onze repetitieruimte mee beginnen te improviseren: het leek eerst een wild freeform-achtig ding te worden, maar uiteindelijk is het toch een popsong geworden, zij het dan vooral in eerste helft.»


13★ Into the Groove(y) Single (1986)

Noise-adept, labelbaas en allround kunstenaar Dennis Tyfus bestond erin om een lijst samen te stellen met uitsluitend covers. Op nummer 1 stond de Plastic Bertrand-evergreen ‘Ça plane pour moi’, dit was zijn nummer 6.

Dennis Tyfus «Het komt wel vaker voor dat een bepaald muziekje of geluid voor altijd aan één moment verbonden blijft. ‘Goo’ hoorde ik voor het eerst als tiener, tijdens een lange autorit, en tot op de dag van vandaag is die plaat mijn ideale reisgezel voor onderweg. Tegelijk met ‘Goo’ ontdekte ik ‘Dirty’, via de oudere broer van een speelkameraad, hij speelde in een punkgroepje en leerde me ook onder meer Dead Kennedys en Cosmic Psychos kennen. Ik herinner me nog goed dat toen ik de hoezen en de video’s van Sonic Youth voor het eerst zag, het plaatje helemaal klopte. Nooit eerder was muziek zo onlosmakelijk verbonden met beelden, wat mijn tienerbrein volledig in brand stak.

»Ik merk dat ik tegenwoordig vooral naar hun covers luister. Ik ben altijd op zoek naar vreemde versies van songs waar ik van hou, al ben ik in het geval van ‘Into the Groove(y)’ het origineel – ‘Into the Groove’ van Madonna dus – pas goed gaan vinden nadat ik de bewerking van Sonic Youth had gehoord.»


12★ Kotton Krown Uit: Sister (1987)

Rudy Trouvé «Altijd een magische song gevonden. Een soort tribal dreun, een heel speciaal sfeertje. Weer een song van ‘Sister’, mijn favoriete Sonic Youth-plaat. Ik heb ze héél vaak live gezien, maar harder dan in de jaren 80 zijn ze nooit meer binnengekomen. Daarna werd Sonic Youth, weliswaar op hun eigen manier, ook gewoon een professioneel rockbedrijf. Ik herinner me dat ik ze lang geleden in De Vooruit zag en dat de songs die Kim Gordon zong veel langer duurden, omdat ze, telkens als ze moest beginnen te zingen, weer een stapje terug zette en de intro nog wat rok, omdat ze te zenuwachtig was. Super vond ik dat.»


11★ Winner’s Blues Uit: Experimental Jet Set, Trash and No Star (1994)

Net na de opnames van ‘Experimental Jet Set, Trash and No Star’ werd Sonic Youth gepolst om enkele bijdrages te leveren aan een rarities-compilatie. De studio was al leeggehaald, er slingerde nog een akoestische gitaar rond en dus ging Thurston in zijn eentje aan de slag. Resultaat: ‘Winner’s Blues’, een rauwe mijmering over de schaduwzijde van succes en roem die last minute tot opener van de plaat werd gebombardeerd. Moore ruilt Glenn Branca in voor Bert Jansch, en is ook zonder batterij Marshall stacks in zijn element – zie ook zijn latere, fantastische soloplaten ‘Demolished Thoughts’ en ‘Trees Outside the Academy’.


10★ Sunday Uit: A Thousand Leaves (1998)

Thurston Moore jatte de riff van ‘Skeleton’ van z’n favoriete grungegroepje Helium (denk: Young Marble Giants met ongewassen houthakkershemden) en bouwde er een gezapig denderend songtreintje omheen. Heel even dreigt het te ontsporen, dan zet het z’n landerige tocht richting – nu ja – Bond Zonder Naam-land verder: ‘To you, lonely sunday friend / With you, a sunday never ends.’ Geen nood: in de bijbehorende clip laat Harmony ‘Gummo’ Korine de genaamde Macaulay ‘Home Alone’ Culkin tongzoenen met Rachel ‘Bully’ Miner.

'Tunic' is Sonic Youths ode aan Karen Carpenter, de in 1983 aan anorexia weggekwijnde zangeres en drumster van The Carpenters.'


9★ Tunic (Song for Karen) Uit: Goo (1990)

‘I feel like I’m disappearing / Getting smaller every day’: ‘Tunic’ is Sonic Youths ode aan Karen Carpenter, de in 1983 aan anorexia weggekwijnde zangeres en drumster van The Carpenters, waarin Kim Gordon zich voorstelt hoe Karen in de hemel high fives uitwisselt met Elvis, Janis en Dennis Wilson. Carpenter werd verondersteld – ook door zichzelf – de perfecte Amerikaanse te zijn, en aan die verwachtingen is ze bezweken. ‘Tunic’ – zo genoemd omdat de kleren van Carpenter haar in d’r slotdagen zo los om het gebeente hingen dat het leek alsof ze een Romeins gewaad droeg – is geen treurmars, maar een wervelwind, de suggestie van eeuwige beweging, met in het oog: één van Gordons allerbeste, meest beklijvende parlando’s. ‘I ain’t never going anywhere.’


8★ Hyperstation Uit: Daydream Nation (1988)

‘Hyperstation’ is deel twee van de ‘New York Trilogy’ die ‘Daydream Nation’ afsluit. Thurston Moore namedropt er de downtownstraten waar hij ’s nachts in slaapwandelt – Broome street, Green street, de Bowery: een vrij nauwkeurig zicht op de Lower East Side en Little Italy. Hij heeft weer eens een versterker aan diggelen gespeeld, er is ingebroken in zijn appartement, kerels in basketbaltenue hebben hem om 3 uur ’s ochtends in elkaar geslagen, en hij heeft zich ziek gemeld op het werk.

Zijn ambitie: een volkslied schrijven in een vacuüm, vanuit een ‘hyperstation’ – in 1988 is dat mogelijk: acht jaar Ronald Reagan wegdromen vanuit de progressieve uitkijkpost New York. Licht depressief rondlopen en dan op je smoel krijgen kan ook.


7★ Dirty Boots Uit: Goo (1990)

Furieuze opener van ‘Goo’, Sonic Youths eerste plaat voor een groot label. De opnames kostten het vijfdubbele (!) van voorganger ‘Daydream Nation’, en geharde fans gaven destijds de voorkeur aan de door J Mascis en Don Fleming opgenomen demo’s – overigens door de band zélf, via hun fanclub, gelekt.

Tijdens de remastersessie voor de reissue in 2005 waren Thurston Moore en Lee Ranaldo allebei niettemin terecht verwonderd over de kwaliteit van ‘Goo’: ‘Dirty Boots’ is – net als ‘Teen Age Riot’ – een ode aan het leven on the road, met duellerende gitaren, seksuele innuendo’s à volonté en het coolste gebruik van maracas in een rocksong sinds ‘Sympathy for the Devil’!


6★ Silver Rocket Uit: Daydream Nation (1988)

Wij zouden een socialist nooit van favoritisme durven te beschuldigen, maar we stellen vast dat John Crombez in zijn top 10 niet minder dan vier plaatsen reserveerde voor songs uit ‘Daydream Nation’.

Crombez «Mijn nummer 1 met redelijk wat voorsprong. Die song is gewoon helemaal af: ritme, drive, sfeer… echt ongelooflijk. Al die keren dat ik ze live heb gezien – en ik denk dat Sonic Youth de enige groep is die ik vaker heb gezien dan de Ramones – hebben ze ‘Silver Rocket’ maar één keer gespeeld. Gelukkig is er op YouTube heel wat terug te vinden. Ik heb onlangs de autobiografie van Kim Gordon gelezen, ‘Girl in a Band’, waarin ze de laatste concerten vóór de scheiding beschrijft: die blijken gewoon integraal op YouTube te staan.»


5★ Teen Age Riot Uit: Daydram Nation (1988)

‘Miss me / don’t dismiss me... Spirit, desire / we will fall’: de inleidende stroom-van-bewustzijn van Kim Gordon doet wederom monden openvallen, uiteraard vanop de verplichte armlengte afstand. Na anderhalve minuut klapt de song open in wat dé te fluostiften uptemporiff van de groep moet zijn. Het drumtempo van Steve Shelley is vrij strak, maar de rest denkt, zonder ooit van Doe Maar gehoord te hebben: ‘Ik wil iets meer / ’k wil een beetje los’. ‘Teen Age Riot’ is niet de rellerige, activistische, ernstige aangelegenheid die er hier en daar van is gemaakt. De werktitel was ‘Rock ‘n’ Roll for President’. Thurston Moore zit te bedenken wat er kan gebeuren als je über-slacker J Mascis president maakt. In verband met de doffe realiteit van de echte Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1988 (en dus van onmiddellijk na de release van ‘Daydream Nation’): het was George H. W. Bush die Ronald Reagan opvolgde.


4★ The Diamond Sea Uit: Washing Machine (1995)

Time takes its crazy toll, maar ‘The Diamond Sea’ beukt na 20 jaar nog steeds met verwoestende kracht tegen onze innerlijke golfbreker. Thurston Moore vat het verglijden van de tijd en de bijbehorende melancholie in een nagenoeg perfecte songtekst. Het langste nummer dat de groep ooit op plaat zette – de versie op ‘Washing Machine’ klokt af op negentien minuten en een half, de oerversie (te horen op de compilatie ‘The Destroyed Room’) op net geen zesentwintig.

Ranaldo «Van ‘The Diamond Sea’ herinner ik me vooral dat we keihard hebben gewerkt om al die verschillende onderdelen in elkaar te passen. Het klinkt allemaal alsof we het gewoon bij elkaar hebben geïmproviseerd, maar we wilden dat nummer elke avond spelen, en dan heb je enige houvast nodig. Luister maar eens naar de liveversies die je hier en daar op het internet vindt: ze blijven allemaal min of meer in de buurt van de studioversie. ’t Is een soort muzikale soundscape die tot in de kleinste details is uitgewerkt.»


3★ Death Valley '69 Uit: Bad Moon Rising (1985)

Kantelpunt. Orgelpunt. Mispunt. Als er in de Sonic Youth-discografie één song is waarop al deze begrippen van toepassing zijn, is het ‘Death Valley ’69’.

Zeker: de tekst flirtte opzichtig met de afschuwelijke Sharon Tate-moorden door Charles Manson, en de gastvocalen van no wave-hogepriesteres Lydia Lunch leken uit een lowbudgethorrorfilm geplukt. Maar ‘DV ’69’ was ook een masterclass in spanningsopbouw, de onvermijdelijke uitbarsting van dissonant geweld aan het einde van de koortsige bad trip die woekerde op de hele ‘Bad Moon Rising’-elpee. Voor het eerst schemerde doorheen de ziedende, nauwelijks in bedwang gehouden noise een fantastische rocksong: imperfecte perfectie, waarmee Sonic Youth hun vroege periode vaarwel zei en een rijtje klassiekers aankondigde – hun eerstvolgende platen heetten ‘Evol’, ‘Sister’ en ‘Daydream Nation’.


2★ Expressway To Yr. Skull Uit: Evol (1986)

Enige selectie uit ‘Evol’, maar wat voor één! ‘Expressway to Yr. Skull’ is een song zo machtig dat hij drie namen draagt: u kent dit wijsje ook als ‘Madonna, Sean and Me’ en ‘The Crucifixion of Sean Penn’. Wordt live nog indrukwekkender uit elkaar geschroefd dan op plaat.

Trouvé «Ook weer omdat het de twee kanten van Sonic Youth perfect illustreert: een catchy, heel meezingbaar ding met vreemde teksten dat eindigt in een lang, episch gitaarcrescendo. De laatste anderhalve minuut wordt er eigenlijk zelfs niet meer gespeeld en is het alleen nog maar after-noise. Fantastisch, hè.

»De allereerste keer dat ik ze live heb gezien, ’85 of ’86 moet dat geweest zijn, maakten ze een verpletterende indruk. Zelf was ik ongeveer een jaar bezig, met een groepje waarin niemand kon spelen. We sleepten gitaren over de grond, staken schroevendraaiers tussen de snaren – we dachten dat we dat hadden uitgevonden, en het was een schok om te zien dat andere mensen daar ook al mee bezig waren, en wel veel beter dan wij.»


1★ Schizophrenia Uit: Sister (1987)

Geven wij tot slot nog even volgende conversatie mee:

Ranaldo «Welk nummer staat er eigenlijk op één?»

HUMO Je mag drie keer raden.

Ranaldo «Oh, ik heb echt geen idee. Tenzij het een voor de hand liggende publieksfavoriet zou zijn, genre ‘Teen Age Riot’ of ‘Kool Thing’.»

HUMO ’t Is ‘Schizophrenia’ geworden.

Ranaldo «Dus toch een beetje een klassieke keuze – interessant!

»Het is sowieso een nummer waar ik vele goeie herinneringen aan heb – aan de opnames, maar ook aan de vele keren dat we ’t live hebben gespeeld. Zo’n song maakt jarenlang deel uit van je muzikale leven, dus als je mij die titel voor de voeten gooit, begint het me bijna te duizelen van de herinneringen.»

Trouvé «‘Schizophrenia’ is hardcore Sonic Youth. Een heel catchy liedje met al hun typische elementen erin: een fijne mengeling van pure popmuziek met de truken die ze bij Glenn Branca zijn gaan halen. Hun liefde voor all things popart spreekt er ook uit. Sonic Youth was een art-groep hè, en ik ben nogal fan van art-groepen. Tot en met ‘Sister’ uit 1987 vind ik zo goed als alles heel straf, daarna zijn het niet meer volledige platen die mij kunnen bekoren maar afzonderlijke songs, en dan vaak die songs die wat afwijken van hun typische geluid, zoals ‘Superstar’, hun cover van The Carpenters. Na ‘Daydream Nation’ zijn ze wat blijven hangen in hun eigen geluid en vind ik het over het geheel wat minder sterk. ‘Superstar’ was een richting die ze voor mij wat meer hadden mogen verkennen – gedeeltelijk akoestisch gaan was een goed idee geweest. Thurston Moore heeft het solo wel een paar keer gedaan. Maar goed, ze hebben mij nooit gebeld om mijn mening te vragen.»

HUMO Gelukkig wij wel!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234