De 5 beste én slechtste Netflix-films, voor u gewikt en gewogen (4): strontvervelende horror en excentrieke eco-satire

Netflix poogt dit jaar een slordige 80 eigen films uit te brengen. Op vrijdag 23 februari pakken ze al uit met één van hun meest prestigieuze releases tot nog toe: ‘Mute’, het nieuwe sf-epos van ‘Moon’- en ‘Source Code’-regisseur Duncan Jones, met onder meer Alexander Skarsgård, Paul Rudd en Sam Rockwell. Hoog tijd dus om de balans op te maken: deze week serveren wij u de vijf meest glorieuze én de vijf meest affreuze films die exclusief door de streamingdienst worden aangeboden. Vandaag: de op één na beste en slechtste Netflix-films!


De slechtste, #2: 'The Open House'

Goed nieuws voor fans van strontvervelende horror: sinds kort staat het verbijsterende ‘The Open House’ op Netflix, en daarin valt nu eens werkelijk níks te beleven.

Het verhaal, voor zover daarvan sprake is, draait rond de jonge Logan (u herkent het jeugdige snoetje van Dylan Minnette uit de thriller ‘Don’t Breathe’ en uit de Netflix-reeks ’13 Reasons Why’), die net zijn vader heeft verloren in een ongeluk. Samen met zijn moeder (Piercey Dalton) trekt hij, wegens geldproblemen, naar het leegstaande berghuis van zijn tante, waar zich elke zondag potentiële kopers aanmelden voor een rondleiding. En daar beginnen vreemde dingen te gebeuren. ’t Is te zeggen: zo’n héél vreemde dingen nu ook weer niet. Een deur gaat open, een gsm raakt zoek en de boiler wil maar niet aan blijven. Geen dingen waardoor het angstzweet ons opeens zal uitbreken, en dan moet je weten dat wij types zijn die het bij de aanblik van een middelgrote spin al op een onbedaarlijk krijsen zetten.

Nee, gedurende héél lange tijd blijft het onduidelijk waar we nu eigenlijk bang voor zouden moeten zijn. Draait ‘The Open House’ over een stalker die het huis is binnengedrongen? (Om de één of andere reden is Logan bang dat er na de rondleiding iemand in het huis is blijven hangen, maar dat idee lijkt-ie zomaar uit de lucht te grijpen.) Of is het een spookhuisfilm? Of een backwoods-thriller waarin de lokale bewoners donkere geheimen verbergen? Een slasher is het alvast niet – daarvoor moet er eerst iemand geslasht worden – en een whodunit ook niet, want er is geen misdrijf, geen dreiging, zelfs geen windje dat door het struikgewas ruist. Pas na – we zaten er met de chronometer bij – één uur en twaalf minuten komt de aap uit de mouw, in de meest fletse, teleurstellende ontknoping sinds het gelijkaardige ‘The Boy’. Kent u niet, zegt u? Precies!

Soms lijkt het alsof ‘The Open House’ eerst een ‘Manchester by the Sea’-achtig rouwdrama moest worden (een heel slecht), om er dan halverwege de productie een paar half spannende scènes tussen te gooien. Nee, de 0-0 tussen Manchester United en Sevilla van eergisteren was spannender, en daarbij zijn wij toch algauw vier keer ingedommeld. Zzzzz…


De beste, #3: ‘Okja’

Wat een contrast met dít juweeltje, de vierde voltreffer op rij van de Koreaanse regisseur Bong Joon-ho, die naam maakte met de monsterfilm ‘The Host’, de thriller ‘Mother’ (die zónder uitroepteken en zónder Jennifer Lawrence’s doorkijknegligé) en de blockbuster ‘Snowpiercer’. Nu op zichzelf al een abonnementje Netflix waard: het fantastische ‘Okja’, een excentrieke, wervelende eco-satire op z’n Bongs. Eigenlijk kan je de prent nog het best zien als de liveactionversie van de sprookjesachtige tekenfilms van de Japanse meester Hayao Miyazaki (‘My Neighbor Totoro’, ‘Spirited Away’).

Het verhaal begint bij een grote aankondiging vanwege de multinational Mirando Corporation. De nieuwe CEO (Tilda Swinton) stelt fier het ‘supervarken’ voor, een op ecologische, natuurvriendelijke wijze gekweekt dier dat voor een revolutie in de vleesindustrie moet zorgen. Bij wijze van stunt stuurt ze de vijfentwintig mooiste supervarkens naar boeren overal ter wereld om de diertjes daar in alle rust en vrede te laten opgroeien – alvorens ze lekker opgesmikkeld kunnen worden. Tien jaar later zal dan een verkiezing plaatsvinden van Het Mooiste Supervarken. Eén van de biggetjes – een schattig ding met de naam Okja – komt zo terecht bij het jonge meisje Mija (Ahn Seo-hyun), die er liefdevol zorg voor draagt. Tot de dag komt dat Okja weer naar New York moet.

Een Bong-film speelt zich altijd af in een soort geschift parallel universum, waarin alles dubbel zo groots, dubbel zo flamboyant en dubbel zo kleurrijk is als in de echte wereld. Kijk maar naar de personages die Mija op haar tocht tegenkomt om Okja van de vleesmolen te redden: een integere groep eco-terroristen onder leiding van Paul Dano, bijvoorbeeld, of de geflipte zoöloog

Jake Gyllenhaal, die er met zijn korte safaribroek en opgetrokken kousen werkelijk bespottelijk uitziet. De acteerprestaties zijn navenant: Tilda Swinton kauwt met haar enorm stel blinkend witte tanden alle meubilair kapot (‘We smullen allemaal van het gezicht en de anus! Alles aan die varkens is eetbaar, behalve het gekrijs!’), maar toch gaat Gyllenhaal er nog harder over. Hij speelt élke scène alsof hij Andy Dick imiteert nadat die net een ‘Scarface’-achtige dosis cocaïne heeft gesnoven. Het is een ervaring om hem bezig te zien! Dat werkt bevreemdend, maar eens je méé in het universum zit, is het ook geweldig entertainend.

Het helpt dat Bong een begenadigd stilist is. Al zijn shots zijn perfect uitgekiend. (Let op dat ene beeld van de Mirando-leiding die naar de achtervolging op Mija kijkt: duidelijk geïnspireerd op de beroemde foto van Obama die met zijn administratie de jacht op Bin Laden volgt!) En hij is een geweldig actieregisseur: de scène in de metro van Seoul is honderd keer wilder, grappiger en inventiever dan – we krijgen een vaste Humo-bonus van 200 euro elke keer dat we zo’n opmerking maken – tachtig procent van alle Marvel-actiescènes samen. Het zou allemaal niet mogen werken, hoor. Op papier horen die stuntelende oom van Mija en die confronterende slachthuisscènes toch niet in dezelfde film thuis? Maar op de één of andere manier houden de uitersten in Bongs filmuniversum elkaar altijd in evenwicht, alsof hij de perfecte bereidingswijze heeft gevonden van een totaal onstabiel, gevaarlijk chemische brouwsel.

Maar alle vormelijke uitspattingen ten spijt is het toch de pure, onversneden emotie van de film die blijft hangen. ‘Okja’ is even hartverscheurend, even meedogenloos, even verpletterend als een echt slachthuisfilmpje uit Anderlecht – of een voetbalmatch tégen Anderlecht. Samen met Mija daalt de kijker almaar dieper af in de lugubere krochten van de Mirando-abattoirs, en wat zich daar afspeelt, doet werkelijk pijn aan de ogen – alsof iemand ook een vleesvork in jóúw ribben duwt. ‘Okja’ doet iets waar zelfs de best bedoelde Greenpeace- filmpjes niet in slagen: je doen walgen van het vlees dat op je bord ligt, je doen nadenken over je consumptiegedrag. En daarvoor moet Bong niet één keer – zoals in de Amerikaanse versie van dit verhaal ongetwijfeld wél zou gebeuren – aan het preken gaan. De toon is teder, eerder dan staalhard: zo is er één lief momentje helemaal op het einde van de film dat vanuit het niets opeens een dikke krop in onze keel duwde.

En zo is na de aftiteling ook je hart door de gehaktmolen gehaald. ‘Okja’ is zo mooi dat-ie naast een kotelletje uit je schouder ook een stukje uit je vleesetende ziel weet weg te snijden. Vanavond eten wij geen hamburger, maar hummus. Bon appétit!


Hier deel 5.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234