De 50 invloedrijkste Belgen ter wereld: Pieter Abbeel, professor aan Berkeley en adviseur van Elon Musk

Voormalig president Obama weet wie hij is, net als technologiepionier Elon Musk, en sinds hij op nummer 28 prijkte van Humo’s top 50 van invloedrijkste Belgen kent ook de rest van de mensheid Pieter Abbeel (38). Wereldautoriteit als het aankomt op artificiële intelligentie en gevestigd in Amerika, waar hij op een boogscheut van Silicon Valley actief is aan de vermaarde universiteit van Berkeley. En toch Belg, want: nog geen veertig jaar geleden gewoon geboren in Brasschaat.

'Het moment dat computers slimmer worden dan de mens is nog niet voor morgen, en ook niet voor volgend jaar. Maar voor wat daarna komt, durf ik mijn hand niet in het vuur te steken'

Aan Berkeley heeft Pieter Abbeel zich gespecialiseerd in machine learning: simpel gezegd het vakgebied waarin onderzocht wordt hoe robots een taak zelfstandig kunnen aanleren, zonder daarvoor geprogrammeerd te zijn. Momenteel geniet Abbeel er echter van een twee jaar durende pauze. Een pauze, maar geen rustperiode: de vrijgekomen tijd spendeert hij, naast zijn adviseursfunctie bij bedrijven in Silicon Valley, vrijwel volledig bij OpenAI, een onderzoeksgroep die opgericht werd door Tesla-baas Elon Musk. Het doel: ervoor zorgen dat nieuwe ontwikkelingen in de artificiële intelligentie, voor de meeste leken nog altijd een technologische tak van de duistere magie, in de eerste plaats ten dienste van de méns staan – zonder het risico te lopen een computer te creeëren die de mens definitief zou overklassen. President Obama bedacht Abbeel vorig jaar met de Presidential Early Career Award, een prijs die precies doet wat hij zegt: jonge onderzoekers aan het begin van een veelbelovende carrière nog een duwtje in de rug geven. Het is de hoogste onderscheiding van die aard in Amerika. Maar dus: alles begon in Brasschaat.

Pieter Abbeel «Op de middelbare school vond ik eigenlijk álles interessant, maar vooral fysica en wiskunde boeiden me: je leerde er begrijpen hoe alles rondom je werkt. Vanuit diezelfde drang ben ik in Leuven burgerlijk ingenieur gaan studeren, met de klemtoon op elektronica. Na het afstuderen ben ik naar Amerika getrokken, waar ik aan de universiteit van Stanford ging werken.»

HUMO Klopt het dat u in Amerika bij tien universiteiten had gesolliciteerd en bij alle tien onmiddellijk mocht beginnen?

Abbeel «Nee. Het waren er elf (lacht). Maar inderdaad, ze hebben me alle elf een positie aangeboden. Op dat moment was al duidelijk dat artificiële intelligentie de toekomst zou worden.»

'Een huishoudrobot die voor jou kookt én poetst én opruimt: wie vindt dat nu geen fijn idee?'

HUMO Intussen kan iedereen zich wel iets voorstellen bij artificiële intelligentie, maar die eerste jaren hebt u vast vaak moeten uitleggen wat u precies deed.

Abbeel «Toen nog wel. Ik vond het een heel interessant concept, maar zeventien jaar geleden, toen ik in Leuven afstudeerde, wist niemand eigenlijk hoe je artificiële intelligentie ooit zou kunnen gebruiken in het dagelijkse leven. Toch was al duidelijk dat het een belangrijk vakgebied zou worden in de toekomst. Artificïele intelligentie is zo’n machtig principe dat er mettertijd wel praktische toepassingen zouden worden gevonden, dat kón niet anders.»

HUMO Als kind wilde u uitvinder worden.

Abbeel «Dankzij Jommeke (lacht). Ik vond professor Gobelijn een enorm fascinerend personage in die strips: iedere keer vond hij iets nieuws uit, en die uitvinding stond dan ook altijd centraal in het verhaal. Er waren geen limieten: Gobelijn kon álles maken. Fantasie, natuurlijk, maar op jonge leeftijd had zoiets een grote impact op me.»

HUMO Die droom is min of meer uitgekomen: u hebt uw eigen laboratorium.

Abbeel «Inderdaad, je zou me misschien ook een uitvinder kunnen noemen (lacht). Zij het dan iets realistischer dan Gobelijn.»

HUMO Uiteindelijk werd u professor aan de universiteit van Berkeley in Californië. Omdat Silicon Valley zo dichtbij was?

Abbeel «Dat is één van de hoofdredenen, ja. Ik had het gevoel dat áls artificiële intelligentie haar weg zou vinden naar de ‘gewone wereld’, in alledaagse toepassingen, die doorbraak wel zou komen bij de bedrijven die daar gevestigd zijn. Maar er waren nog meer redenen. Berkeley behoort tot de top vier qua onderzoek in dit vakgebied. Bovendien zou het sowieso nooit de universiteit van Stanford worden: daar was ik net afgestudeerd en in Amerika is het gebruikelijk dat je dan professer wordt aan een andere universiteit dan aan die waar je net afgezwaaid bent. Op vraag van de universiteiten zelf, trouwens: doctoraatsstudenten zijn zowat de motor van al het onderzoek in Amerika, en dus willen de universiteiten zoveel mogelijk expertise van buitenaf aantrekken om hun onderzoek te verrijken.»

HUMO Dat was het?

Abbeel «Nee, je vergeet nog één ding: het weer (lacht). Als je opgegroeid bent in de Belgische regen is Californië een zéér aangename plaats om te wonen. Het is hier altijd zonnig, en daar kan weinig tegenop.»

HUMO Uw vakgebied, machine learning, valt heel gesimplificeerd samen te vatten als: machines aanleren hoe ze zélf iets kunnen leren, zonder menselijke tussenkomst.

Abbeel «Heel simpel gezegd, ja. Hoe je artificiële intelligentie een taak kunt doen volbrengen zonder dat je die kennis moet voorprogrammeren. Mijn eerste onderzoeksproject was erop gericht om een computer te leren een helikopter béter te besturen dan een menselijke piloot. Tot dan kon een computer een onbemande helikopter hoogstens vooruit laten vliegen en stil in de lucht laten hangen: toen al een prestatie van formaat. Maar we wilden verder gaan dan dat, en proberen een computer zó goed te leren vliegen dat hij de mens overklast.»

HUMO Hoe begin je daaraan?

Abbeel «Door algoritmes te ontwikkelen, reeksen instructies voor een complexe taak. Eerst om de computer ervaren piloten te laten imiteren, tot hij hun techniek helemaal onder de knie heeft. En dan: dat nóg verbeteren. Zo zijn we erin geslaagd om een onbemande modelhelikopter aartsmoeilijke acrobatische manoeuvres te laten uitvoeren – vlotter dan de beste menselijke piloten. Een doorbraak, maar ik droomde ervan om dat principe ooit op grotere schaal toe te passen, om uiteindelijk een robot te ontwikkelen die bijvoorbeeld het huishouden doet. Een machine die voor jou kookt én poetst én opruimt... Zulke dingen.»

HUMO Waarom precies het huishouden?

Abbeel «Ten eerste omdat ik dat een fijn idee vind (lacht). Wie niet? Maar vooral omdat het een enorme uitdaging was. Ja, we hadden met die helikopter de mens overklast, maar dat was uiteindelijk nog altijd maar één specifieke taak. Zo’n huishoudrobot zou éíndeloos veel verschillende klussen onder de knie moeten krijgen. Dat is pas aartsmoeilijk. Dat is de échte uitdaging.»

'Elon Musk waarschuwt voor té slimme computers die niet meer naar ons luisteren. Dat kan heel schrikwekkende gevolgen hebben.'

HUMO Maar we hebben toch al robots die auto’s in elkaar zetten? Is dat niet indrukwekkender dan het huishouden doen?

Abbeel «Daar geldt hetzelfde: in de industrie worden inderdaad erg veel robots ingezet, maar die doen stuk voor stuk één taak volgens een vast patroon. Er is een robot om een deur vast te zetten, maar om die deur te lakken moet je naar een andere robot. Eén en dezelfde robot al die verschillende taken laten uitvoeren is eindeloos veel moeilijker, want het vergt een flexibiliteit die je nu eenmaal niet associeert met robots en computers. Daarom zijn we rond 2010 begonnen met een robot te leren hoe je handdoeken opvouwt.»

HUMO Dat klinkt ongelofelijk banaal, maar het is een symbooldossier?

Abbeel «Je onderschat snel hoe moeilijk dat is, zo’n robot een handdoek doen opvouwen. Natuurlijk is een auto in elkaar zetten ogenschijnlijk veel indrukwekkender. Maar zoals gezegd: die robots doen voortdurend hetzelfde, en een handdoek opvouwen doe je élke keer anders. Een handdoek kan verschillen van grootte, ligt nooit op dezelfde manier voor je, heeft niet altijd dezelfde kleur.... Zo’n robot die geprogrammeerd is om telkens identiek dezelfde bewegingen uit te voeren zal er niet voor zorgen dat je op het einde een netjes opgevouwen stapel handdoeken hebt. In die ogenschijnlijk banale opdracht zitten dus alle uitdagingen van dit vakgebied: hoe leer je een robot z’n handeling aanpassen naargelang het probleem dat hij voor zich heeft?

»Later hebben we één robot geleerd om zelf te leren om een kapstok op te hangen, én een spijker uit een blok hout te trekken én een dop op een fles te schroeven. Allemaal met hetzelfde algoritme, waarmee de robot door lang proberen al die verschillende taken onder de knie wist te krijgen. Daarvoor kreeg hij bij het uitvoeren van elke taak een score, en zocht hij zelf hoe hij die zo hoog mogelijk kon krijgen.»

HUMO Was het moment waarop zo’n robot voor het eerst zelfstandig een handdoek opvouwde een persoonlijk eurekamoment voor u?

Abbeel «Niet bij de eerste handdoek: het eerste succes hadden we al na een halfjaar, maar dat kon de robot niet vaak genoeg herhalen om van een betrouwbaar systeem te kunnen spreken. Het heeft vervolgens nog bijna twee jaar geduurd om dat goed te krijgen. Tot we de robot uiteindelijk vijftig verschillende handdoeken voorlegden en die aan het eind ook alle vijftig even netjes opgevouwd lagen. Dat was de bevestiging dat het gelukt was. Een geweldig moment, dat geef ik toe.»


Zelfrijdende auto

HUMO Voorlopig blijft artificiële intelligentie vooral onbekend – en dus onbemind. De ene dag staat in de krant het bericht dat twee computers uit het stopcontact getrokken werden omdat ze hun eigen taal ontwikkeld hadden die mensen niet meer begrepen, de dag erna bericht dezelfde krant een beetje honend over de zelfrijdende auto van Google die weer eens blikschade opgelopen heeft. Wat is het nu? Hoever staat artificiële intelligentie?

Abbeel «Dat is een moeilijke vraag, want er is geen manier om artificiële intelligentie rechtstreeks te meten. In plaats daarvan moet je naar concrete verwezenlijkingen kijken. Kan een robot handdoeken opvouwen? Kan hij met speelgoed spelen? Kan hij zélf leren om computerspelletjes te spelen?

»Op het gebied van beeldverwerking hebben we de laatste jaren erg veel vooruitgang geboekt. Er was daar lange tijd sprake van stagnatie, waarbij de foutmarge op ongeveer 30 procent bleef liggen. Tot er in 2012 een grote doorbraak kwam tijdens ImageNet, een competitie die gehouden wordt om beeldherkenningssoftware te testen. Dat jaar werd de foutmarge tot 18 procent herleid, en nu ligt die op twee of drie procent: gelijk aan of zelfs beter dan de gemiddelde mens, die immers óók fouten kan maken bij het herkennen van wat er op een foto staat. Zo’n vooruitgang was rond 2000 nog ondenkbaar.»

HUMO Ik vraag het in de eerste plaats om m’n eigen job makkelijker te maken: hoe zit het met spraakherkenningssoftware, die gesproken taal in schrift kan omzetten?

Abbeel «Ook daar zijn de laatste jaren weer flinke passen genomen na jaren stilstand – denk maar aan Siri, de persoonlijke assistent die tegenwoordig in elke iPhone zit. Die app herkent de betekenis van je zin nog niet – zo’n programma werkt door het herkennen van losse woorden en combinaties – maar het is een grote stap vooruit.»

HUMO Waarom hébben we dan nog geen goede zelfrijdende auto, als het zo snel gaat?

Abbeel «Die dag is volgens mij heel dichtbij: ik geef het niet meer dan twee, drie jaar voor we een volledig betrouwbare zelfrijdende auto in het straatbeeld zien. We zijn er op het vlak van onderzoek nu héél dichtbij, én er is een hele markt van bedrijven die de ontwikkeling nauwgezet opvolgen. Ik denk dat er alleen al in Silicon Valley zo’n honderd start-ups zijn die aan zelfrijdende auto’s sleutelen, om van de grote spelers als Google nog maar te zwijgen. Met zulke aandacht kan het bijna niet anders of de doorbraak is voor heel binnenkort.»

HUMO Dat moedigt u natuurlijk aan, want daardoor krijgt het hele vakgebied van de artificiële intelligentie vanzelf meer aandacht.

Abbeel «Om een idee te geven: vorig jaar zijn er maar liefst 1.700 kandidaturen voor een onderzoekspositie binnengelopen – toen ik bij Berkeley begon, waren dat er 300. Dit jaar verwacht ik er zo’n 2.000. En voor de duidelijkheid: dat zijn 2.000 stérke kandidaten, je moet niet de helft weggooien omdat ze te zwak zijn. Vroeger zouden zulke mensen misschien de economie of de geneeskunde ingegaan zijn, maar nu specialiseren ze zich in de artificiële intelligentie.»

HUMO Jammer voor de geneeskunde wel.

Abbeel «Nee hoor, want die vaart er ook wel bij. Onlangs verscheen er nog een paper in ‘Nature’ waarbij wetenschappers artificiële intelligentie getraind en ingezet hebben om gevaarlijke moedervlekken te herkennen op de huid. Machine learning kan ook daar gebruikt worden, om ziektebeelden te herkennen en een diagnose te stellen.»


Heel gevaarlijk

HUMO Naast uw positie bij Berkeley bent u ook onderzoeker bij OpenAI, de onderzoeksgroep van Tesla- en SpaceX-voorman Elon Musk, die zelf notoir argwanend staat tegenover artificiële intelligentie.

Abbeel «Musks argwaan was net de reden waarom hij twee jaar geleden OpenAI heeft opgericht: hij was ongerust over de manier waarop artificiële intelligentie tot dan onderzocht werd. Als dat zo doorging, was het niet ondenkbaar dat iemand binnen afzienbare tijd een systeem zou bouwen dat intelligenter zou zijn dan de mens.»

HUMO De beruchte singulariteit: het moment waarop machines de mens definitief overklassen.

Abbeel «Wat heel gevaarlijk zou zijn, want hoe zouden we moeten communiceren met zo’n systeem? We hebben als mens nog nooit een levensvorm gezien die slimmer is dan onszelf. Let op: als ik het heb over een systeem dat ‘intelligenter’ is dan de mens, bedoel ik dat niet op dezelfde manier als wanneer we één mens ietsje slimmer vinden dan de andere. Het verschil zou van een totaal andere proportie zijn: dat tussen een mens en een mier – waarbij wíj voor alle duidelijkheid de mier zouden zijn. Vandaar OpenAI: om verantwoordelijk om te gaan met onderzoek naar artificiële intelligentie.

»Om een voorbeeld te geven van hoe moeilijk dat soms kan zijn: stel dat je een robot hebt die voor jou het huishouden doet. Je vraagt die robot om morgenvroeg een kop koffie klaar te hebben als je opstaat. Geen probleem, de robot begrijpt je wens. Tot pakweg je vrouw binnenkomt en zegt dat zij nú graag al een kop koffie zou hebben. De kans bestaat dat die robot dan op eigen houtje zou beslissen om niet te gehoorzamen, want jóúw opdracht kwam eerst en mag niet in het gedrang komen: of je vrouw daardoor ontevreden is, daar houdt de robot geen rekening mee. Zo zag Elon Musk het ook: het grootste gevaar aan artificiële intelligentie is dat je vraagt om iets te doen, en dat het resultaat iets helemaal anders is dan wat je bedoelde. Dat komt vaak voor, en kan heel schrikwekkende gevolgen hebben.»

'Als er een probleem is, zien Amerikanen dat als een kans. Daar identificeer ik me sterk mee.'

HUMO De waarschuwingen van Stephen Hawking en Bill Gates voor al te slimme artificiële intelligentie zijn dus terecht?

Abbeel «Ik denk dat het in elk geval zinvol is om bij hun waarschuwingen stil te staan. Het is dan ook heel moeilijk om in te schatten hoe snel je dat gevaarlijke punt nadert waarop computers mensen evenaren qua intelligentie. Nu moet je ook weer niet bang zijn dat artificiële intelligentie morgenochtend de wereld overgenomen zal hebben, maar extreme opinies zijn welkom. Ze zwengelen de discussie aan.»

HUMO Voor morgen zitten we dus veilig, maar wanneer komt dat moment er dan wel aan volgens u? Binnen de vijf jaar?

Abbeel «Daarover verschillen de meningen grondig. Als je het mij vraagt? Ik durf niet te beweren dat het binnen vijf jaar onmogelijk is. Tegen morgen? Dan zeg ik: honderd procent nee. Binnen een jaar? Nog altijd geen enkele kans, denk ik. Maar voor al wat dáárna komt, durf ik mijn hand niet in het vuur te steken.»

HUMO Vorig jaar kreeg u uit handen van president Obama de Presidential Early Career Award, waarvoor u werd ontvangen op het Witte Huis. Wat doet dat met een mens die ooit gewoon in Brasschaat geboren is?

Abbeel (glundert) «Er zijn heel wat prijzen die je kunt winnen als onderzoeker, maar dat was de onderscheiding waar ik van droomde. De Amerikaanse president die je complimenteert met je werk, dat is een ongelofelijk gevoel. Vooral als het ook nog eens díé president is.»

HUMO Intussen is er met Donald Trump een president die zijn misprijzen voor wetenschappers niet onder stoelen of banken steekt. Bent u bezorgd over eventuele gevolgen daarvan voor uw vakgebied?

Abbeel «Voor mijn eigen onderzoek is de economische waarde momenteel groot genoeg om die impact op te vangen. Er komt wel degelijk geld van de overheid binnen, maar de laatste twee jaren zijn de fondsen steeds meer uit de hoek van bedrijven gekomen: Google, Facebook, Uber... Allemaal grote spelers die artificiële intelligentie willen gebruiken voor hun werking, en dus hun eigen onderzoek financieren om zelf voor doorbraken te zorgen. Dat heeft Elon Musk tenslotte ook gedaan met OpenAI.

»Ons dagelijks onderzoek loopt dus niet meteen gevaar, maar laat het me daarom koud dat dingen als klimaatverandering nu plots weer in twijfel getrokken worden? Natuurlijk niet. Het is onmiskenbaar dat onder Trump de waarde van feiten betwist wordt en er steeds meer plaats gemaakt wordt voor opinie, terwijl wetenschap natuurlijk begint en eindigt bij feiten.»

HUMO Voelt u zich na tien jaar Amerika nu meer Amerikaan dan Belg?

Abbeel «Ik denk dat een Belg vooral heel lang een Belg blijft (lacht). Maar er zijn wel aspecten aan de Amerikaanse identiteit waar ik me persoonlijk heel verbonden mee voel. De werkcultuur bijvoorbeeld – vooral die rond Silicon Valley. Allemaal mensen die van hun passie hun beroep gemaakt hebben, en die bereid zijn er heel veel voor te geven om te slagen. Als er een probleem is, zien ze dat in Amerika als een kans. AirBnb is bijvoorbeeld ontwikkeld door mensen die hun huur met moeite konden betalen en dan maar een deel van hun appartement verhuurden. Dat doorzettingsvermogen en dat heilige geloof dat iets kan lukken, daar identificeer ik me sterk mee.»

HUMO En omgekeerd, op welke momenten bent u nog altijd meer Belg dan Amerikaan?

Abbeel «Als ik mijn fiets neem om ergens heen te gaan in plaats van meteen mijn auto in te stappen. Die verknochtheid van Amerikanen aan hun auto, daar is niets van gelogen (lacht)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234