De 7 Hoofdzonden : Antony Hegarty (Antony & The Johnsons)

We zijn halfweg onze biecht als Antony - familienaam Hegarty, maar u kent hem van The Johnsons - plots tekeergaat: ‘Ik ben niet christelijk, ik geloof niet in de zeven hoofdzonden. Het christelijke zondebesef is een walgelijke traditie, geworteld in het idee dat we allemaal geboren zijn met een onuitwisbare vlek op onze ziel.’ Een aanval van Gramschap?

Begin augustus brengen Antony & The Johnsons de live-cd ‘Cut the World’ uit, opgenomen met het Danish National Chamber Orchestra. De zanger was eind juni in Antwerpen omdat hij meespeelde in Robert Wilsons muziektheaterstuk ‘The Life and Death of Marina Abramovic’.

Op een regenachtige middag hield hij audiëntie in de binnentuin van zijn hotel, waar een reuzenparasol ons afwisselend tegen de regendruppels en de zonnestralen beschermde.

Antony «In plaats van over zonden, spreek ik liever over ontwrichtingen of breuken, want die kun je herstellen. De Zeven Hoofdzonden zijn gericht op het straffen en het te schande maken van mensen, en daar kom je niet ver mee. Het is veel belangrijker om te helen.

»Ik denk niet dat het christelijke geloof werkt. Kijk maar naar de christenen: ze stellen zich godvrezend op om hun karaktergebreken te verbergen en te onderdrukken. ‘Jij bent gulzig.’ – ‘En jij bent hebzuchtig!’ Dat is zo beschuldigend, het lijkt de inquisitie wel. Of een heksenjacht. (Duwt het blad met zonden weg) Ik vind deze lijst dan ook walgelijk.

»Mensen zijn veel complexer dan die zeven hoofdzonden suggereren. Ik geloof niet in de erfzonde, integendeel: we worden allemaal geboren met het verlangen om elkaar níét te kwetsen. Het probleem is alleen dat we niet altijd voldoende met elkaars gevoelens rekening houden.»


Afgunst

Antony «Er zijn veel songschrijvers waar ik jaloers op ben, want ik heb helemaal geen sterk ontwikkeld muzikaal talent. Dat is geen valse bescheidenheid: omdat ik zo beperkt ben, zijn mijn nummers in wezen eenvoudige pop- en folkliedjes, die ik schrijf met vallen en opstaan. Ik ben een autodidact, met een uiterst naïeve kijk op muziek.

»Als jongetje probeerde ik de songs van Depeche Mode en Yazoo na te spelen op een klein keyboard dat ik voor mijn verjaardag van mijn moeder gekregen had. Noot per noot, en zo ontdekte ik dat, als je drie toetsen tegelijk indrukte, je een akkoord kreeg (lachje). En dat, als je twee, drie akkoorden na elkaar speelde en erbij zong, je plots een liedje had (schatert).

»Soms vind ik een melodie die één van mijn liedjes naar een hoger plan tilt, maar dat heb ik niet in de hand. Ik heb in mijn leven maar een paar echt goede melodieën geschreven: ‘Hope There’s Someone’ en ‘Cripple and the Starfish’. (Denkt na) Al heb ik voor dat laatste eigenlijk ‘SOS’ van ABBA gekopieerd (schatert). Niet zeggen!

»Serieus: geen enkele groep heeft mij zo met verstomming geslagen als ABBA. Die kerels (Benny Andersson en Björn Ulvaeus, red.) hebben onder hun tweetjes zo ontiegelijk veel ongelooflijk originele melodieën bedacht! Tegenwoordig werkt het zo niet meer. Neem nu Rihanna: die heeft ook acht hits op een rij gescoord, mét straffe melodieën, maar aan elk van die songs heeft een heel team zitten te sleutelen. Bij Beyoncé net hetzelfde.

»(Uitgelaten) It would be so much fun if I was ABBA!»

HUMO Benijd je wel eens het succes van anderen?

Antony «Toen ik het zelf nog moeilijk had om mijn muziek gehoord te krijgen, vroeg ik me wel eens af waarom ik in een straatje zonder eind zat. I had to get out of Dodge, zoals we in Amerika zeggen. Maar anderen hun succes misgunnen: néén.

»Ik zie in New York veel generatiegenoten die het proberen te maken als performer. Straffe artiesten die het verdienen om bewonderd te worden, maar simpelweg geen kansen krijgen. Ze leven van de hand in de tand, en hebben geen ziekteverzekering. Dat is de almacht van het kapitalisme: in de Amerikaanse samenleving worden subculturen totaal niet gesteund.

»(Op dreef) Kapitalisme en ethiek, die twee gaan écht niet samen. En dan wordt er verwacht dat het kapitalisme de wereld zal redden! Alleen al het idee!»

HUMO Je was al vierendertig toen je, met ‘I Am a Bird Now’, je grote doorbraak kende. Heeft dat late succes je met je voeten op de grond gehouden?

Antony «In mijn ogen is die doorbraak er drie jaar eerder gekomen, in 2002: toen heb ik eindelijk mijn laatste baantje kunnen opgeven, en me volledig toeleggen op mijn muziek. Als artiest in mijn levensonderhoud voorzien was een mirakel: alsof ik over water kon lopen.»

HUMO Voel je wel eens afgunst om wat je bereikt hebt?

Antony «Nooit iets van gemerkt. Ik heb trouwens een hekel aan hiërarchie, ik geloof niet dat de ene muzikant beter is dan de andere.

»Kijk, toen mijn grootmoeder een kind was in de heuvels van Ierland, kwamen alle dorpelingen tijdens het weekend samen om te musiceren. De gemeenschap zong, en de gemeenschap danste. De gemeenschap speelde muziek, en iedereen had daarin zijn rol.

»Tegenwoordig is die participatie er niet meer: we verwachten dat 0.001 procent van de bevolking actief met muziek bezig is, terwijl de rest passief het werk van die heilige minderheid consumeert. Onzin! Ik hoop dat we in de toekomst weer allemáál zullen zingen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234