De 7 hoofdzonden: Jan Boskamp, voetbalanalist, over gulzigheid, zijn oorlogsfascinatie en zijn overleden vrouw

‘Moordenaar wint de Gouden Schoen,’ kopte een krant in 1975 nadat Jan Boskamp als eerste buitenlander de belangrijkste Belgische voetbaltrofee had gewonnen. In ‘Belga sport’ blikt de Rotterdammer terug op dat succes, maar eerst zet Humo hem – een moordenaar! – op de biechtstoel: ‘Ik wil graag 145 jaar worden, maar ik weet dat het niet zal lukken.’

'Ik heb niks met religie. Mijn vrouw heeft nooit iemand iets misdaan, maar toch werd ze me afgenomen. Dat kruis op haar kist móést eraf!'

Normaal gezien zou Boskamp (68) later deze maand ook het nieuwe seizoen van ‘De slimste mens’ op gang trappen. Een hernia besliste daar anders over.

Jan Boskamp «Van de ene op de andere dag begon mijn linkerbeen te tintelen. Van het steppen, dacht ik. Maar het hield niet op. ’s Nachts werd ik wakker van de pijn en liep ik rondjes rond de tafel. Gék werd ik ervan! Bleek het een hernia te zijn.»

HUMO Je operatie viel samen met de opnames van ‘De slimste mens’.

Boskamp «We zoeken naar een nieuwe datum. Dat heb ik Erik Van Looy beloofd. Wel tien keer had ik hem al afgewezen, maar hij bleef maar zeiken. Begon-ie een heel verhaal: dat het een jubileumjaar is. ‘Als er eentje afbelt, neem ik het wel over,’ had ik met mijn stomme kop gezegd. Belde er toch wel eentje af zeker… (schaterlacht)»

HUMO Je haakte al eens eerder af.

Boskamp «Een paar jaar geleden, wegens de Champions League. Ook nu werd dat bijna nog een probleem. Ik heb een contract als voetbalanalist bij enkele Nederlandse zenders, daar kan ik niet onderuit.»

HUMO Ben jij een slimme mens?

HUMO En de zeven hoofdzonden?

Boskamp «Ik zou ze niet kunnen opnoemen. Ik heb helemaal niks met godsdienst, ook al zat ik op een katholieke school. De verhalen – van David en Goliath en zo – vond ik mooi. Maar elke ochtend bidden: ik werd er gék van!

»Als het allemaal zonden zijn waarover jij het nu wil hebben, dan heb ik er véél begaan. Mijn opa had een groente- en fruithandel. Je kon er op de vrachtwagen springen en pikken wat je maar wilde – appels en zo. Is dat een zonde? Of op het voetbalveld iemand een schop onder zijn flikker geven om hem af te stoppen? (lacht)

»Mijn levenswijsheid heb ik van de straat – een plek waar je overeind moest zien te blijven. Ik heb er meer geleerd dan op de lagere school. Lang heeft die schoolcarrière niet geduurd. Toen ik een jaar of 13 was, zei mijn moeder: ‘Ga jij maar werken.’ Ik groeide op in het Oude Noorden en Crooswijk, de bekendste buurten van Rotterdam. Van waar wij woonden, keken we zo bij de buren binnen. En als het lekker weer was, zat je ’s avonds met z’n allen op de stoep. Van afgunst of jaloezie hadden wij geen last.»


JALOEZIE

HUMO Dus je bent geen jaloers type?

Boskamp «Helemaal niet! Met Nieuwjaar zeg ik altijd: ‘Ik gun jou wat jij mij gunt.’ Kijk, ik heb alles aan het spelletje te danken. Als een ander het beter doet, heb ik daar alleen maar bewondering voor.

»Jen (zijn in 2001 aan kanker overleden echtgenote, red.) zorgde voor de kinderen, ik voor het brood op de plank. Zo ben ik opgevoed. Mijn vader en moeder hebben zich na de oorlog de klere gewerkt. Als ik dat vergelijk met mijn leven... Ik heb nóóit gewerkt. Op zes maanden na dan, bij mijn oom: bananen uit de scheepsruimen laden. Tot het geluk uit de lucht kwam vallen: het voetbal. Ik heb nooit meer iets anders gedaan, en ik leef er nog altijd goed van. Wat wil je nog meer?»

HUMO Hoe zit het met jaloezie in het voetbal?

Boskamp «Trainers zijn ontzettend jaloers. In mijn tijd had je achttien clubs in eerste klasse, en zestien in tweede. Nu zijn dat er zestien en acht. Kun je nagaan: dan haal je je diploma, maar is er geen plaats meer! Daarom wil iedereen nu naar de woestijn, of naar Rusland. Dat heb ik ook gedaan, al werd ik er in mijn tijd nog voor afgebrand. Ik trok naar Georgië: plots stond ik te boek als een vriend van de maffia. Maar ik was er pas twee dagen of mijn telefoon stond roodgloeiend: ‘Jan, kan je mij helpen?’ – ‘Ach, rot toch op, man!’»

HUMO Wie bewonder je?

Boskamp «Ik ben niet zo’n bewonderaar. Ieder mens verdient het respect dat hij jou geeft, vind ik.

»Ik heb drie jaar in het Midden-Oosten gewerkt. Een formidabele tijd! Nu zie je mensen naar hier komen met heel andere bedoelingen. Ik vind het verschrikkelijk voor al die vluchtelingen: iedereen heeft recht op een leven als het onze. Maar voor de mafkezen met minder goede bedoelingen heb ik geen meter respect. Het stelletje imbecielen dat naar hier komt en zegt: ‘Ik kom jou effe afschieten.’ Ik kan me niet voorstellen dat een kind van bij de geboorte slecht is. Neem nu wat er op de Ramblas is gebeurd: dat zijn jongetjes van 17, 18 jaar… Die zijn gehersenspoeld, dat kan niet anders. Zo kom je weer bij religie. Ik zeg niet dat hun cultuur overboord moet, maar wij zijn geen moslimland. Zij moeten zich aanpassen aan onze cultuur.

»In Dubai wilde ik in een warenhuis een koran vastnemen. Terwijl ik er nog maar naar keek, stond er plots een vrouw naast mij: ‘Ben je moslim?’ – ‘Nee, ik ben geen moslim.’ Ho maar, dan mocht ik er niet aan komen! Ik vroeg eens voor de gein wat ze zouden kiezen: de wet van de Koran of onze wetten? Daarop gaven ze geen antwoord. Dat geeft aan hoe afhankelijk ze zijn van dat boek. Terwijl ik vind: als je hier bent, moet je ónze wetten accepteren.»

HUMO Paste jij je aan?

Boskamp «Ik lag eens een lekker appeltje te eten op het strand. Stond de politie plots naast me: ‘Dat kan niet!’ Wist ik veel wat de ramadan was. Uit respect deed ik het niet meer. Soms trainden we ook om half één ’s nachts, omdat zij overdag sliepen en pas mochten eten na zonsondergang.»

'Ik wil mijn kleinkinderen zien opgroeien. Dat zit in mijn kopje: voor hen moet ik volhouden'

HUMO Wat heb je er geleerd?

Boskamp «Dat het er niet is zoals velen denken. Het zijn gewone mensen, zoals jij en ik. Van de zeven miljoen inwoners in de Emiraten waren er 6 miljoen buitenlanders. En toch bleef het daar rustig, terwijl een kleine groep bij ons steeds maar voor problemen zorgt. Misschien uit angst, want als je naast het potje piste, werd je meteen het land uitgezet. Ik zeg niet dat wij daar ook naartoe moeten, maar zo zien zij het wel: als je niet werkt, moet je weg. En óf ze hard werkten: twaalf uur per dag. Voor een habbekrats in vergelijking met ons… Niet dat ik mijn geld niet meer hoefde – ik pakte het wel mee. Maar ik gaf de jongens uit Bangladesh en Pakistan die altijd voor ons klaarstonden wel eens een extra zakcentje.»

HUMO Is je carrière compleet?

Boskamp «Ik heb me kapot geamuseerd. Er is maar één gemis: ik had als bondscoach van Koeweit of Marokko naar het WK moeten gaan. Die kans heb ik gekregen. Alleen: in Koeweit moest ik er een club bij nemen. En met Marokko was alles geregeld – mijn assistent Piet De Mol had er zelfs al getekend, hij is er nog ziek van – maar ik ben in laatste instantie naar Anderlecht teruggekeerd.»


GULZIGHEID

HUMO Is gulzigheid je favoriete zonde?

Boskamp «Zeker weten! Frieten, kroketten, frikandellen… Ik eet zelfs als ik geen honger heb. Gewoon, voor de gezelligheid (lacht).»

HUMO Het is moeilijk om in dat lichaam nog die uitstekende voetballer van veertig jaar geleden te herkennen.

Boskamp «Het gekke is: zoveel meer dan toen eet ik niet. Alleen verbrandde ik het op training. Je had ook dat gezeik niet van wat je wel en niet mocht eten: je at wat je voorgeschoteld kreeg. Als speler woog ik tussen de 78 en 80 kilogram, maar dat zijn er later een pak meer geworden. Het gebeurde dat we om vijf uur op restaurant gingen, maar er om elf uur nog zaten en nóg een keer aten. Soms wel drie keer per dag. Belachelijk. Een schánde, eigenlijk.»

'Ik word uitgelachen met mijn wagen, maar ik geef mijn geld liever aan voetbalmatchen die ik koste wat het kost wil zien.'

HUMO Nooit gedacht: dit is niet gezond?

Boskamp «Elke dag! Maar ik had het karakter van een tuinslang. Tot ik afgelopen zomer weer op mijn flikker kreeg van m’n dokter. Op vakantie met mijn kleinkinderen in Spanje drong het ineens tot me door. Van de ene op de andere dag ben ik overgeschakeld op twee boterhammetjes ’s ochtends, terwijl ik normaal bij wijze van spreken een brood opvrat. Gedaan ook met restaurantbezoekjes na zes uur ’s avonds. In tweeënhalve maand tijd verloor ik 23 kilo. Door die hernia kan ik nu even niet steppen, maar ik hoop dat ik het volhoud. Vroeger gaf ik het na een paar maanden op en kwamen er zó weer 10, 15 kilo bij.»

HUMO Je hebt een kunstheup en een kunstknie. Door je overgewicht?

Boskamp «Die heup wel, ja. Soms vraag ik me af hoe ik zal reageren als ik niet meer naar Barcelona, Manchester of Londen kan. Ik denk dat ik krankjorum word.»

HUMO Je bent ook aan je hart geopereerd.

Boskamp (lacht) «Ik kampte met een hoge bloeddruk. Bleek dat alles voor 78 procent was dichtgeslibd, dus moest er een stent in.

»Toen ik na die operatie op een dag in de tuin aan het werken was, moest ik plots braken. ‘Die tuin doe ik morgen wel,’ dacht ik. Ik ging douchen, maar zakte door mijn benen. Daar lag ik dan, naar adem te happen. Lydia (zijn vriendin, red.) vond me en binnen de vijf minuten stond de mug er. Na een kwartier voelde ik me weer in orde, maar daar hadden die verplegers geen oren naar: ‘Naar het ziekenhuis, jij!’ Bleek er iets mis te zijn met die stent. Ik heb er nu twéé.»

HUMO Van de alcohol ben je altijd afgebleven.

Boskamp «Mijn opa ging elke ochtend om half vier de deur uit. Naar de veiling, waar de winkeliers in alle vroegte hun fruit en groenten kwamen halen. Hij werkte zich de krampen! Op zondagochtend speelde hij met de duiven. Kwam er één binnen, dan moest ik als een raket met die ring naar het café lopen om hem te laten klokken. Zijn prijzengeld zoop-ie op, tot ik hem uren later van mijn oma moest gaan halen. Ik was een jaar of 8, 9.

»Mijn opa was vrolijk als hij dronk, een wereldgozer. Hoeveel zijn er niet die zich volgieten en er dan een boel opgekropte zaken uitgooien, die je nuchter niet durft te zeggen? En dan de volgende dag excuses aanbieden – dan ben je in mijn ogen waardeloos.»

HUMO Pieker je wel eens over je eindigheid?

Boskamp «Helemaal niet. Mijn vader zei altijd: ‘Het enige wat zeker is, is dat we doodgaan.’ Ik wil graag 145 jaar worden, maar ik weet dat het niet zal lukken. Kijk, na een operatie zag ik in het ziekenhuis mensen die er als een plant bij lagen. Ik sprak mijn dokter erop aan. ‘Dat wil ik nooit meemaken!’

»Ik wil mijn kleinkinderen groot zien worden. Dat zit in mijn koppie: voor hen moet ik volhouden. Die zeven zijn goud waard: de oudste is 18, de jongste 10. Elk jaar ga ik met ze op vakantie. Normaal alleen met de jongens, dit jaar voor het eerst ook met mijn drie kleindochters. De meisjes hebben een streepje voor, misschien omdat we er zelf nooit hebben gehad.»

HUMO Ben je bang voor hun toekomst?

Boskamp «Die vraag stel ik me soms, nu ik hen zie opgroeien: ‘Hoe zal de wereld over veertig jaar zijn?’ Ik heb nooit een oorlog meegemaakt, maar over ’40-’45 spreken we nóg. Talloze mensen over de hele wereld maken het nu mee.

»Zoals Noord-Korea en Amerika elkaar bedreigen: dat deed Hitler ook. Hij had al twee landen ingepalmd voor er één kogel was geschoten. Op de bluf, zoals Donald Trump en Kim Jong-un. Waar ik bang voor ben, is dat ze hun kopje verliezen en de wereld effe platgooien.»

HUMO De Tweede Wereldoorlog is naast lekker eten en voetbal je grote verslaving.

Boskamp «Het is begonnen toen ik een jaar of 6 was en van mijn moeder ‘Rotterdamse jongens in Duitse tijd’ kreeg – mijn eerste boek. Alles over de Tweede Wereldoorlog zúíg ik op. Zie je dat stapeltje dvd’s? Moet ik allemaal nog bekijken. Ik heb boven ingekaderde oorlogskranten hangen, grote foto’s van de bombardementen, maar ook van de wederopbouw van Rotterdam. Soms wandel ik nog eens door mijn oude buurt en dan zie ik hoe alles stap voor stap wordt afgebroken en hoe ze in een toeristenstad verandert. Is dat nostalgie? Misschien, ja. Zoals ik ook naar alle thuiswedstrijden van Feyenoord, mijn cluppie, ga kijken. Tot vorig jaar ook naar de uitwedstrijden, maar dat doe ik niet meer: ik keerde telkens als een gebroken man terug. Dan lag ik thuis twee dagen in bed, helemaal óp. Nu blijf ik in Nederland slapen na een wedstrijd. En dan, als een raket terug naar België. Mijn kleinkinderen wonen hier: ik ga hier nooit van mijn leven nog weg.»


HOOGMOED

HUMO Ben je ijdel?

Boskamp (lacht) «Helemáál niet! Ik ben niet zo gek op mezelf. Zoals alle Hollanders heb ik een grote bek, maar met ijdelheid heeft dat niets te maken. Ik heb een mening en als jij een andere hebt, is dat ook goed. Trots ken ik ook niet. Van alles wat ik heb gewonnen, bezit ik niets meer. Mijn Gouden Schoen liet ik ooit veilen voor SOS Kinderdorpen. Het Laatste Nieuws kocht hem en gaf hem terug aan mij. Eén van mijn kleinzoons heeft hem nu, bij mij stond-ie toch maar op zolder.»

'Soms at ik drie keer per dag op restaurant. Ik wist dat het ongezond was, maar ik had het karakter van een tuinslang'

HUMO Je bent een kindervriend.

Boskamp «Ik was een jaar of dertien en werkte op Varkenoord (het jeugdcomplex van Feyenoord, red.): schoenen poetsen, kleedkamers schoonmaken… Mijn oom Ben trainde op woensdagmiddag tachtig kinderen en kon wat hulp gebruiken: ‘Kom maar eens mee.’ Zo is het begonnen. Later begon ik ook voetbalkampen te organiseren. Iets wat ik in Amerika had leren kennen. We zouden zelfs met het hele gezin naar de VS verhuizen en hadden al een huis, mét zwembad. Samen met enkele vrienden zouden we trainingen geven aan de Boston University. Tot Piet (De Mol, red.) tegen Jen begon over drugs en andere rotzooi die er aan de schoolpoorten werd gedeald. Toen was het meteen over: ‘Geen sprake van!’ Ik had niets te zeggen (glimlacht)

HUMO Het is een contradictie: de man die zijn leven lang kinderen leerde voetballen, zag de zijne amper opgroeien.

Boskamp (lacht) «Om te dollen zeggen ze wel eens dat ik het nu met hún kinderen probeer goed te maken. Pim ging liever met zijn oma naar de camping, en Jantje was liever met z’n motor bezig. Alleen Tom was in voetbal geïnteresseerd, hij ging altijd mee. Maar jij denkt toch niet dat ik me thuis met de kinderen mocht bemoeien? Jen regelde alles, en maar goed ook. Al is het onbewust misschien de reden waarom ik elk jaar met de kleinkinderen naar Spanje ga.»


HEBZUCHT

Boskamp «Ken ik niet. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik naar het Midden-Oosten ging voor het geld. Ik had het niet nodig, maar ik moest minder hard werken dan bij Anderlecht en kreeg drie keer zoveel betaald. ‘Nou,’ dacht ik, ‘dan pak ik dat maar mee.’

»Maar toen overleed Jen en wilde ik er niet meer naartoe. Alleen: mijn assistenten die ik zou meenemen, hadden hun contract al opgezegd. Ik kon hen toch niet in de steek laten? Zij hebben mij er uiteindelijk doorheen gesleurd.»

HUMO Wat doe je met je geld?

Boskamp «Ik heb drie zoons en zeven kleinkinderen. Ik weet er wel weg mee.»

HUMO Voetballers hebben graag van alles de grootste en de mooiste.

Boskamp «Heb ik nooit gehad. Mij interesseert het niet met wat voor auto ik rijd. Ik word uitgelachen met mijn Nissan Juke, maar voor mij is dat een vervoermiddel – meer niet. Ik geef mijn geld liever uit aan een niet te missen voetbalmatch. Dan pak ik het vliegtuig, hop, naar Londen of Madrid. Dát vind ik leuk. Ik word er zelfs voor betaald. En ik vraag daar niet om, hé: als ze me niet bellen, is het ook goed.

»Mijn eigenwijze karakter heeft me ook geld gekost. Zowel bij Stoke City als bij AA Gent gaf ik mijn contract terug: ‘Hier!’ Twee dagen later dacht ik: ‘Jezus, wat voor imbeciel ben jij!’ Het ging telkens om een smak geld. Maar een mens is wie hij is. Ik zeg wat ik denk: sommigen vinden dat prettig, anderen niet.»


LUIHEID

HUMO Ben je lui?

Boskamp «Iedereen zegt het, ja. Maar als ik drie dagen aan een stuk languit in de zetel voetbal lig te kijken, ben ik dan lui? Ik hoef maar dít te doen (pakt de afstandsbediening en zapt naar de voetbalzenders). Daar hoef ik me toch niet schuldig om te voelen? Ik ben toch met pensioen?»

HUMO Je komt aan de kost als voetbalanalist. Bereid je je voor?

Boskamp «Nee, ik zou niet weten waarom. Ik kan een wedstrijd toch niet van tevoren analyseren? De ene wedstrijd is de andere niet: wat ben ik daar dan mee? We maken het vaak te moeilijk, voetbal is een simpel spelletje.»

HUMO Ik zie alleen maar trainers die kreunen onder de stress.

Boskamp «Dat snap ik niet: het is zo leuk! Dat je na vier keer verliezen de deur uitgaat: dat wéét je gewoon, dat kan je incalculeren.»


GRAMSCHAP

HUMO Word jij makkelijk boos?

Boskamp «Ik kan ontzettend veel hebben. Tot de limiet is bereikt: dan word ik stil en ga ik janken. Dan interesseert niks me nog. Maar mensen die ik liefheb: daar moeten ze van afblijven, of ik ben tot alles in staat. Ik kan ook zitten roepen naar de televisie. Laatst nog, toen ik zag wat die mafkezen op de Ramblas hadden aangericht.»

'Ik kan ontzettend veel verdragen. Tot de limiet is bereikt: dan word ik stil en ga ik janken.'

HUMO Voelde je boosheid toen je vrouw overleed?

Boskamp «Ja, niet normaal! Ik was de grootste smeerlap en Jen had nooit iemand iets misdaan, maar zij werd mij wel afgenomen. Zij was het mooiste in mijn leven. En dan kom je weer bij religie: dat kruis op haar kist, dat móést eraf!

»Die woede… Ik dacht dat ik ze in het voetbal zou kwijtgeraken, maar dat was niet zo. Het heeft vijf jaar geduurd. Ik ben nooit in therapie of naar een zielenknijper gegaan: ík zou het wel oplossen. Ik praat er ook niet over. Nooit. Ook niet met Lydia: het is van mij. Je ziet hier ook niets wat aan haar herinnert. Alleen boven staan er vier foto’s van Jen.»

HUMO Waren je vele reizen een vlucht?

Boskamp «In het begin wel. Ik vloog naar Argentinië: River Plate tegen Boca. Drie dagen later stond ik weer hier, maar er zat niemand op mij te wachten. Dan vertrok ik wéér. Nu ben ik het liefst alleen. Dat kan ik goed.»

HUMO Heb je vrienden, échte vrienden?

Boskamp (telt op zijn vingers) «Een stuk of vijf. Als ik ze nu bel, staan ze binnen anderhalf uur hier: Piet De Mol, Robert L’Ecluse, Rinus Steenbergen, Wim Jansen en Rinus Israël. Ook met hen heb ik er nooit over gepraat. Ik hield het voor mezelf, wilde er niemand mee lastigvallen. Ik heb het nu weggezet, maar het kan zo weer terug zijn. Ik denk nog elke dag aan haar.»

HUMO Robert L’Ecluse is de zoon van wijlen Jean-Baptiste L’Ecluse, de voorzitter van RWDM toen jij er landskampioen werd in 1975.

Boskamp «Ik zie Robert nog steeds twee, drie keer per week. Ik heb alles aan die mensen te danken, hij is nog altijd mijn vriend. Als hij mij nodig heeft, help ik hem – en omgekeerd. Zo gaat het al 44 jaar.

»Voor die aflevering van ‘Belga sport’ is hij ook geïnterviewd. De volgende dag heeft hij afgebeld: hij wilde niet dat het werd uitgezonden. Hij woont in een sociale woning, en mensen die hem vroeger liepen af te likken, lopen hem nu voorbij. Dat is niet hoe je zoveel jaar later nog gezien wil worden. Ik heb begrip voor z’n beslissing.»

HUMO Trump noemde Molenbeek een hell hole.

Boskamp «Eén van de slechtste presidenten ooit. Ze zouden hem de toegang tot Twitter moeten verbieden, hij lijkt wel Aad de Mos. Aad en Trump zijn een beetje hetzelfde: de hele dag door twitteren (lacht).

»Molenbeek was fantastisch toen ik er speelde. Met Brussel had ik verder niks. Wij woonden in Woluwe en gingen één keer per week eten in de Rue des Bouchers. Hartstikke gezellig. Nu zijn er bijna geen Belgen meer. Ook Molenbeek herken ik niet meer. Maar RWDM blijft wel mijn club in België. Na het eerste faillissement hebben we even overwogen om het te kopen. We zouden elk een miljoen frank inbrengen, maar hebben het uiteindelijk niet gedaan. Recenter wilde Cafu ook nog eens 2,5 miljoen euro geven.»

HUMO Cafu?!

Boskamp «Ja, de fameuze rechtsback van Brazilië! Hij werkte samen met mensen uit Qatar. Ik was er niet bij betrokken, maar ik wist er wel van.»


ONKUISHEID

Boskamp (lacht) «Ik ben geen heilige, maar als je het hebt over de vrouwen: dat is privé. »

HUMO ‘Ik heb van alles uitgevreten,’ zei je ooit in een interview.

Boskamp «Daar was Jen kwaad om, maar het is niet wat jij denkt.»

HUMO Je voegde eraan toe: ‘Maar je kon niet tegen haar liegen. Ze wist precies wat er gebeurde.’

Boskamp «Vrouwen weten altijd alles. Jen wist altijd waar ik zat, maar jij denkt meteen aan slechte dingen.»

HUMO We hebben het over onkuisheid, Jan.

Boskamp «Het gebeurde dat ik ’s morgens vertrok en pas ’s nachts thuis kwam. Dan zaten we met wat vrienden in een cafeetje, maar mijn hormonen? Die hield ik in bedwang, hoor. Hoho, als dát was gebeurd en ze had het geweten…»

HUMO Jij zat altijd met voetbal in het hoofd. Deden jullie wel eens iets samen?

Boskamp «Nou, dát! (lacht)»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234