De 7 Hoofdzonden van judoka Dirk Van Tichelt: 'Ik heb het meestal niet door als een vrouw mij ziet zitten'

Zijn ticket was geboekt, een dag later sloeg hij op training zijn voet om. Weg Europees kampioenschap voor judoka Dirk Van Tichelt. Sinds zijn bronzen medaille op de Olympische Spelen in Rio en het prille vaderschap – zoon Arthur werd geboren op Kerstmis – zoekt de Beer van Brecht naar nieuw evenwicht in leven en werk. Tijd voor een biecht.

'Als ik goesting heb in frieten, dan háál ik frieten'

De geboorte van zijn zoon Arthur – volgens de trotse papa Keltisch voor ‘sterke beer’ – bezorgde judoka Dirk Van Tichelt meer slapeloze nachten dan hij aankon. De Olympische medaillewinnaar van Rio stelde zijn comeback noodgedwongen een paar keer uit, en nu moet ook het Europees kampioenschap in Warschau eraan geloven.

Dirk Van Tichelt «Het ging steeds beter op training, maar het lot heeft er nu anders over beslist. Plezant is dat niet, maar ik heb me er vrij snel over kunnen zetten. Dit is ook niet mijn eerste EK, hè. Het is wel de eerste keer dat ik voor een groot toernooi moet afzeggen – ik ben tot nu toe altijd gegaan, ook al had ik een blessure. Nu laten mijn trainers het niet toe. Uit schrik dat het erger zal worden, maar ook omdat ze zeggen: ‘Je hoeft je niet meer te bewijzen.’ Ik zou wel willen, maar het is beter zo, dat besef ik ook wel. Het verstand komt met de jaren, zeker? (lachje)

»Mijn ticket was net geboekt, en ik ga toch mee afreizen. Er gaan twee junioren mee, voor wie dit hun eerste EK bij de senioren wordt. Dat zorgt voor druk: ik ga mee om hen wat op hun gemak te stellen. Zij kijken naar mij op.»

HUMO Je laatste – en enige – toernooi sinds je bronzen kamp op de Olympische Spelen in Rio dateert intussen van december.

Van Tichelt «In Tokio was dat. Ik stond er meteen: ik werd vijfde, zonder al te veel voorbereiding. Maar daarna werd ik vader, en dat bleek in het begin toch moeilijk met de trainingen te combineren. Ik besef nu waarom sporters soms minder presteren: de sport komt niet langer op de eerste plaats. (Knikt naar het parkje waarin Arthur ligt te slapen) Het is nu eerst dat kereltje daar.»


Traagheid

HUMO Rust is voor elke atleet essentieel. Daar heeft het je de voorbije maanden aan ontbroken.

Van Tichelt «Drie weken na de geboorte ben ik opnieuw beginnen te trainen. Ik dacht: ‘Als ik moe ben, val ik wel in slaap.’ Dat is ook zo, maar mijn slaap werd voortdurend onderbroken. Arthur slaapt niet ’s nachts. Overdag ook niet, trouwens: hij slaapt minder dan wij (lachje). Verre van ideaal om goed te trainen. Je komt de dag wel door, maar na één week begon ik last te krijgen van kleine blessures. Ik moest zelfs eens halverwege een training van de mat, om over te geven. Ik was te diep gegaan: het potteke liep over (lacht). Dat was het moment dat we besloten om wat gas terug te nemen.»

HUMO Had niemand je vooraf gewaarschuwd voor de impact van het vaderschap?

Van Tichelt «Je denkt dat je sterk bent, hè (lacht). Slaap is iets raars: ik snap nu heel goed dat ze slaapdeprivatie als foltermethode gebruiken. Zonder slaap word je zot.

»Maar het is ook míjn kleine, hè. Ik ga niet zoveel kinderen maken als ik medailles heb, dus ik wil er ook zelf voor kunnen zorgen. En bovendien: ik weet niet hoe andere sporters dat doen, maar wij kunnen in ieder geval geen nanny betalen (lacht). Ondertussen heb ik een bed in een andere kamer gezet: als ik voel dat ik niet recupereer, ga ik daar enkele nachten slapen.»

HUMO Was je erbij toen Arthur ter wereld kwam?

Van Tichelt «Ja. We hadden kerstavond gevierd bij mijn ouders. We waren een kwartier thuis toen Esthers water brak, waarop we direct naar het ziekenhuis zijn gereden. De weeën hebben op kerstdag de hele dag geduurd: om elf uur ’s avonds is hij geboren.»


Hebzucht

HUMO Net nu je je Olympische medaille te gelde zou kunnen maken, staat het judo niet meer op één in je leven.

Van Tichelt «Ik verdien niet méér door die medaille, hoor. In het judo wordt niet met startgelden gewerkt. Op de grote toernooien is er een beperkte prijzenpot: voor een Grand Slam is dat 3.800 euro, waarvan de helft naar de belastingen gaat. Als je zo één Grand Slam wint op een seizoen, mag je al blij zijn: ik heb er twee gewonnen in mijn hele carrière. Veel extra geld komt er dus niet binnen bovenop het loon dat ik krijg van Sport Vlaanderen (de sportadministratie van de Vlaamse overheid, red.). Nog een geluk dat ik dat heb, anders zou ik niets aan mijn sport overhouden. Judo kan, net als zwemmen, turnen en een hoop andere Olympische sporten, op maar weinig media-aandacht rekenen. Daardoor is er ook weinig of zelfs geen sponsoring.»

HUMO Volgens Jean-Marie Dedecker verdien jij een ‘schamele’ 1.700 à 1.800 euro netto per maand en moet je nu, gezien je al gevorderde judoleeftijd, ‘voor het geld gaan’.

Van Tichelt «Hoe doe je dat? (lacht) Mijn manager zoekt sponsors. ‘Goed gedaan,’ zeggen ze, en daar blijft het meestal bij. Maar ik klaag niet: ik doe wat ik graag doe en word betaald volgens mijn diploma – ik ben licentiaat LO. Maar de dag dat ik stop, blijf ik achter met een lichaam waar serieus wat sleet op zit. Ik zal sowieso nog moeten werken.»

HUMO Is geld een drijfveer?

Van Tichelt «Nee, dan was ik allang gestopt. Het judo verliest nu een groot stuk van zijn subsidies, terwijl je in het buitenland de budgetten net ziet verhogen. Het zal voor het Belgische judo steeds moeilijker worden om bij de internationale top te blijven. Ik snap dat er bespaard moet worden, maar andere sporten hebben er wél geld bij gekregen: dat snap ik dan weer niet.»

'Ik snap nu waarom sporters die vader worden soms minder gaan presteren: de sport komt niet meer op de eerste plaats'

HUMO Je groeide op een boerderij op.

Van Tichelt «Een middelgroot familiebedrijf, met 1.300 varkens en 60 koeien – vleeskoeien, geen melkvee. Heel plezant: ik was de jongste van vier, we speelden veel samen buiten. Tegelijk was het een hard bestaan. Vanaf mijn 15de zat ik op internaat op de topsportschool in Merksem, maar de momenten dat ik thuis was, moest ik helpen. Dat was de evidentie zelve: kinderen van boeren – van alle zelfstandigen trouwens – moeten de handen uit de mouwen steken.

»Wij zijn nooit iets tekortgekomen, maar veel luxe was er niet. Iedere frank werd omgedraaid, en op vakantie gingen we nooit. Het maximum was een uitstap naar zee, en zelfs dat gebeurde niet elk jaar. Het mooie is dat mijn ouders ondertussen overal in de wereld zijn geweest, doordat ze mij zijn beginnen te volgen. Dat vind ik wel chic. Mijn broer neemt het bedrijf dan een paar dagen over, samen met de buren.»

HUMO De boerenstiel staat onder druk: veel boeren houden het hoofd nauwelijks boven water.

Van Tichelt «De dioxinecrisis (in 1999, red.) was een moeilijke periode. En een paar jaar geleden viel tijdens een hittegolf de elektriciteit ’s nachts uit. De ventilatoren werkten niet meer, de varkens kregen geen verse lucht: er is toen een half kot gestorven. Dat was een serieuze opdoffer voor mijn ouders. Het boerenleven is er één met ups en downs. Als je niet wat centen opzij hebt gezet, ga je overkop. Mijn ouders zijn er altijd in geslaagd de downs te overbruggen, maar makkelijk is het niet geweest. Over een paar jaar gaan ze met pensioen: niemand van de kinderen zal hen opvolgen. Het wordt ook afgeraden.»

HUMO Je groeide op tussen de varkens. Wat dacht je bij de varkensmishandeling in het slachthuis van Tielt?

Van Tichelt « Tja, het zal weleens gebeuren dat ze een varken aan zijn oor trekken. Juist dat ene varken wordt dan met een verborgen camera gefilmd. Ik ga ervan uit dat het een uitzondering is. Je kunt niet blijven kloppen op een varken, of er te hard aan trekken, want dan raakt het beschadigd. Dat zíé je aan het vlees. In de slachterij keurt de veearts zo’n varken meteen af. Daar heeft niemand iets aan.

»Het gebeurde weleens dat ik als kind met de koopmannen een hele dag mee naar de slachterijen ging. Dat is een fabriek, hè. Een varken is een levend wezen, maar van mij gaan ze toch nooit een vegetariër maken. Ik eet vlees ’s morgens, ’s middags en ’s avonds (lacht).»

'Tijdens de bronzen kamp in Rio. 'Ik verdien niet meer door die medaille, hoor.'


Gulzigheid

HUMO Dat brengt ons naadloos bij de volgende hoofdzonde. Ben je een gulzig type?

Van Tichelt «Als het op eten aankomt: toch wel. Het buikje rond, net niet ontploffen. Na de geboorte van Arthur sliep ik weinig. Bijgevolg at ik meer om energie op te doen. Maar doordat ik ook minder trainde, schoot mijn gewicht de hoogte in. Dat moest er allemaal weer af, dus moest ik af en toe wat op mijn kin kloppen (lacht).»

HUMO Judoka’s kampen in gewichtsklassen. Hoe lastig is het gevecht met de weegschaal?

Van Tichelt «Ik kan de knop vrij makkelijk omdraaien. Al mijn concurrenten zitten nipt onder de 73 kilogram. De onderlinge verschillen zijn niet groter dan 300 gram. Een paar uur voor de weging kan je er nog tot 2 kilogram af krijgen door in een zweetpak te gaan lopen. In Rio woog ik 800 gram te veel. Het was er superwarm: ik ben 12 minuten in zo’n pak gaan lopen en was ineens 1,8 kilogram kwijt. Ik woog maar 72 meer! Ik heb direct gedronken tot ik juist onder mijn limiet zat: 72,9 kilogram.

»Afvallen is een kwestie van karakter. Als je dat niet hebt, begin je beter niet aan topsport. Het is ook niet zo dat ik dag in dag uit aan het diëten ben. In de periodes voor een groot toernooi bouw je af, maar daarbuiten let ik niet altijd op mijn voeding. Als ik goesting heb in frieten, dan haal ik frieten! Ik ben van mening dat het kopke nog altijd het belangrijkste is. Twee maanden aan een stuk mijn goesting in frieten moeten onderdrukken: dát zou pas niet goed zijn. Ga die friet halen en train hem er de volgende dag eens goed af. Je hoeft niet als een monnik te leven. Hard trainen, maar ook genieten: zo presteer ik het best.»

HUMO Na elke competitie volgt…

Van Tichelt «De decompressie!»

HUMO Waarin uit zich dat bij jou?

Van Tichelt «In iets gaan drinken, of een discotheekske doen. Dat zijn de plezante momenten. Vaak beleef je ze samen met je rechtstreekse concurrenten. Toen ik in 2008 Europees kampioen werd, had ik twee judoka’s geklopt die door die nederlagen de Olympische Spelen aan hun neus zagen voorbijgaan. ’s Avonds kwamen we elkaar tegen in een discotheek: we hebben de hele avond aan de toog staan babbelen en lachen. Judoka’s zijn keihard op de mat, maar daarbuiten is er veel respect.»

HUMO Twee dagen na je bronzen kamp in Rio ben je al naar huis teruggekeerd: ‘Misschien maar best ook,’ zei je toen, ‘het zou niet goed komen, mocht ik tot het einde blijven.’

Van Tichelt «In Peking en Londen ben ik wel tot het einde gebleven. Kijk, je werkt vier jaar naar die Spelen toe. Daarna gaat de riem eraf. Alles wat je hebt moeten laten, mag plots weer wel. Je gaat van het ene feestje naar het andere, zéker met die medaille. En een judoka is hard, die komt niet gauw zijn limieten tegen. Nog een geluk dat mijn vriendin zwanger was, ik moest dus wel naar huis. Ik ben ook geen 18 meer (lacht).»

HUMO Hoe sta je tegenover doping?

Van Tichelt «Daar ben ik héél hard tegen. Winnen doordat je de beste dokter en de beste producten kan betalen: daar heb ik het lastig mee. Lance Armstrong zal wel een goed renner geweest zijn, maar hij had vooral de beste dokter. Dáárom heeft hij zeven keer de Tour gewonnen. Zelf heb ik ook met concurrenten te maken gehad die op doping zijn betrapt. Die geef ik geen hand meer. Daar ben ik principieel in: door vals te spelen, respecteert hij mij niet, waarom moet ik hem dan respect betonen? Ik zit uren af te zien in de fitness en die mannen zetten een spuit: hállo, zo werkt het niet! Ik word niet gauw boos en kan heel goed relativeren, maar onrecht in de sport: daar kan ik niet tegen.»

'IJdel ben ik niet. Ik loop niet rond met een sacoche en mijn haar hoeft niet in de plooi te liggen.'


Gramschap

HUMO Behalve een bronzen medaille hield je ook een blauw oog over aan Rio. Toch even je beheersing verloren?

Van Tichelt «Juist níét! De iPhone van mijn sparringpartner – Matthias Casse, een jonge bengel – was gestolen, terwijl we op stap waren om mijn medaille te vieren. De dader – een vrouw – was een hotel binnengevlucht, dus wij wilden ook naar binnen. Enkele kerels – security, vermoed ik – versperden ons de toegang. Mijn sparringpartner werd wat agressief, die mannen ook. Ik dacht: ‘Dit is niet het moment om te vechten.’ Op de mat, dáár wordt gevochten, maar ernaast? Heb ik nooit gedaan. Ik duwde die mannen opzij en ineens – baf! – haalde één van die kerels uit. Dat moest hij niet doen. Ik ben rustig gebleven en heb er de politie bijgehaald. Matthias raakte wel opgefokt: ‘Kom, we pakken ze!’ Dat leek mij geen goed idee. Hoe dat verhaal nadien in de media is neergezet, daar lig ik niet wakker van. Drie dagen later ben ik uit Rio vertrokken. Van die klacht hebben we niets meer gehoord, ook de gsm hebben we nooit teruggezien.»

HUMO Je bent een vrolijke jongen. ‘Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd’: het zou je levensmotto kunnen zijn.

Van Tichelt «Zelfs met mijn miserie probeer ik te lachen. Ook op stage halen we voortdurend onnozelheden met elkaar uit en, toegegeven: ik zit er dikwijls als aansteker tussen (lacht). Het enige moment dat we echt serieus zijn, is op de mat. Daar is het volle bak knokken.»

HUMO Ik las dat je medaille ook werd toegeschreven aan het gelukshormoon dat je aanmaakte vanwege je aanstaande vaderschap.

Van Tichelt «Dat kwam van de journalisten, mij zal je niet gauw met zo’n theorie horen afkomen. De zwangerschap was gepland voor na de Spelen, maar toen bleek het voordien al prijs te zijn. Een beetje verrassend, want van het jaar voor de Spelen heb ik 200 dagen in het buitenland gezeten. Dan moet je al op het juiste moment thuis zijn (lacht).»


Onkuisheid

HUMO In Rio zijn er voor de Spelen 450.000 condooms uitgedeeld in het Olympisch dorp. Wat heb jij met de jouwe gedaan?

Van Tichelt «Ze mee naar huis genomen! (lacht)

»Ik heb trouwens nog een grappige anekdote. De koning en de koningin waren op bezoek in het dorp en bleven ’s middags eten. In het restaurant stond zo’n automaat met condooms. Ik draaide eraan en er vielen er enkele uit: ‘Hier Matthias,’ zei ik, ‘jij heb die nog nodig!’ We liepen juist voorbij het koningspaar: die trokken zúlke ogen! (lacht)»

HUMO Wat zeggen die 450.000 condooms over de zeden in zo’n dorp?

Van Tichelt «Volgens mij was het vooral een promotiestunt. Voor het eerst waren het geen condooms van Durex, maar van een ander merk. Dat moest gepromoot worden, vermoed ik. Ik heb drie Spelen meegemaakt, maar nooit iets gezien. Wél verhalen gehoord, maar zo onlogisch is dat niet. Je komt elkaar vaak tegen: dan kan het gebeuren dat daar een relatie uit ontstaat.»

HUMO Succes erotiseert.

Van Tichelt «Mij valt dat toch niet op (lacht). Ik heb het meestal niet door als een vrouw mij ziet zitten. Als mijn vriendin niet ooit op mij was afgestapt, waren wij nu niet samen. We kenden elkaar van de topsportschool en waren al eens een koppel geweest. Toen ze nadien aan de VUB ging studeren, is het opnieuw aan geraakt.»


Hoogmoed

HUMO Dodelijk voor een sporter: je tegenstander onderschatten.

Van Tichelt «Dat leer je met de jaren. Zeker in judo is onderschatting uit den boze: in één seconde kan het afgelopen zijn. Even niet opletten, een goede beweging van je tegenstander, en gedaan. Als je jong bent, ben je makkelijker overmoedig. Ik zie het bij de jonge gasten: een heel jaar door goed presteren, medailles pakken, maar dan op een EK of WK beginnen te rekenen. ‘O, die en die is er niet!’ Gegarandeerd dat het verkeerd afloopt dan.»

'Concurrenten die doping nemen, hebben geen respect voor mij. Die geef ik dan ook geen hand meer'

HUMO In Rio klopte je in de tweede ronde de nummer één van de wereld. Heeft hij je onderschat?

Van Tichelt «Nee, op training vechten we geregeld tegen elkaar en daar pak ik hem ook af en toe. Nu eens scoor ik, dan hij. Op een toernooi had ik hem nog nooit geklopt, maar ik wist dat het mogelijk was. Nummer één in onze gewichtsklasse zegt ook weinig: je kan gemakkelijk van de nummer twintig verliezen. Zo dicht ligt het bij elkaar.»

HUMO Is het een vorm van hoogmoed om een gin naar je te laten vernoemen?

Van Tichelt (lacht) «Dat was een ludieke actie. Iemand uit mijn dorp die gin brouwt, had een variant die Sterke Peer heette. Daar had hij Sterke Beer van gemaakt, naar analogie met mijn bijnaam: de Beer van Brecht. Toen hij er na de Spelen een foto van mij had opgezet, heb ik gereageerd op Facebook: ‘Hoe moet dat nu met de portretrechten? Bezorg me enkele flessen en ik zie het wel door de vingers.’ Dat heeft hij gedaan. Na een tijdje waren die flessen uitverkocht, maar er bleef vraag naar. Voor Music For Life heeft hij samen met mijn manager het idee opgevat om die gin opnieuw uit te brengen. Ik ben niet echt een gindrinker, maar hij valt goed mee (lacht).»

HUMO Door de klappen die ze krijgen, hebben veel judoka’s na verloop van tijd bloemkooloren. Ben je ijdel?

Van Tichelt «Nee, ik loop niet rond met een sacoche en mijn haar hoeft niet mooi in de plooi te liggen. Die bloemkooloren, tja: het hoort erbij. Ik noem ze mijn oorlogstrofeeën (schaterlacht). Ik heb er ook niet zoveel last van. Als iemand mij er toch op wijst, antwoord ik: ‘Ik deel meer slaag uit dan ik er krijg.’ Maar het kan erg pijnlijk zijn. Zeker ’s nachts, als je erop ligt. Van slapen komt dan niet veel in huis.»


JALOERSHEID

HUMO Ben je jaloers?

Van Tichelt «Nee, ik ben eerder een bewonderaar: ik bewonder mensen die iets kunnen wat ik niet kan. Dat kunnen simpele dingen zijn. Een goeie stielman, bijvoorbeeld: ik vind dat chic. Zoiets wil ik ook kunnen. Dat probeer ik dan ook. Mijn tuinhuis heb ik zelf in mekaar gestoken, en onze bovenverdieping, onder het dak, heb ik zelf ingericht. Al doende leren: ik geniet daarvan.

»In de sport heb ik enorme bewondering voor turners en hun lichaamsbeheersing. Mocht ik geen judoka zijn geworden, had ik een turner willen zijn.»

HUMO Je vriendin is zelf judoka geweest. Benijdt zij jou om je succes?

Van Tichelt «Dat denk ik niet. Haar kruisbanden zijn twee keer afgescheurd: toen was het over. Ze werkt als kinesiste: deels op zelfstandige basis, deels in het ziekenhuis.»

'Mijn zoon slaapt niet 's nachts. Overdag ook niet, trouwens. Verre van ideaal om goed door te trainen.'

HUMO Is je carrière compleet met die Olympische medaille?

Van Tichelt «Goh, wat is compleet? (Draait zich om naar de glazen vitrinekast) Ik heb al redelijk wat medailles, maar er mogen er altijd nog bij. Het vechten en het willen winnen blijft in mij borrelen. Dat gaat, denk ik, nooit meer weg. Ik zie veel trainers die het niet kunnen laten en af en toe nog meedoen op de mat. Van mij wordt gezegd dat ik niet uit mezelf zal stoppen. Ook op een slechte dag zal ik blijven wroeten en tegen de muur lopen, tot ze me dwingen om van de mat af te gaan.»

HUMO Hoelang denk je nog door te gaan?

Van Tichelt «Ik bekijk het van jaar tot jaar. Doorslaggevend is dat ik op niveau blijf presteren. Als je begint te verliezen, is het plezier er gauw af. Ik ga altijd voor een medaille. Sporters die gaan voor het verbeteren van een persoonlijk record of om ‘bij de laatste zestien’ te zijn: dat snap ik niet. Wat voor ingesteldheid is dat? Ik wil aan die medaille hebben geroken, en het liefst wil ik ze ook hébben. Ieder toernooi waar ik niet voor een medaille heb gevochten, is niet goed geweest.

»Het is natuurlijk ook belangrijk dat ik blessurevrij blijf. Die enkel zal snel weer vergeten zijn, maar mocht ik nu een kruisbandblessure oplopen, dan is het over. Allee, dat zeg ik nú (lachje). Je laten opereren doe je sowieso – je wil niet de rest van je leven als een kreupele rondlopen – maar als de revalidatie eenmaal achter de rug is, ben je alweer enkele maanden verder. En ik word bijna 33.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234