null Beeld

De 7 hoofdzonden volgens Jan Hoet

Jan Hoet over onkuisheid, hebzucht, jaloerheid en de andere hoofzonden: herlees het artikel van Humo-journalist Diederik Van den Abeele uit februari 2000.

(verschenen op 22 februari 2000 in Humo 09/3103)

'Iedere keer als ik in een museum kom, heb ik de neiging kunstwerken te píkken'

Jan Hoet, de eigenzinnige, veelgeprezen maar omstreden directeur van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent, is een tevreden man. Vorige zondag kreeg het museum 1.900 bezoekers over de vloer, een record sinds de feestelijke opening van het SMAK vorig jaar in mei. De voorbije negen maanden hebben meer dan 170.000 mensen het museum bezocht, en deze week komt de Britse premier Tony Blair in het gezelschap van zijn Belgische collega Guy Verhofstadt een kijkje nemen in het veelbesproken museum. ‘Het SMAK is een visitekaartje geworden van Gent én van België, en er komen steeds meer mensen,’ zegt Hoet (64) in zijn kantoor boven het museum. ‘Dat is goed, want kunst is veel te lang het privilege geweest van een kleine groep betweters en bevoorrechte snobs.’ De Zeven Hoofdzonden volgens Jan Hoet.


Hoogmoed

JAN HOET « In Amerika is onlangs een studie verschenen waaruit blijkt dat de meeste incompetente mensen niet wéten dat ze incompetent zijn. Alle professoren, ministers, politici en andere mensen met macht en verantwoordelijkheid zouden daar eens goed over moeten nadenken. Maar dat doen ze niet, en dat is hoogmoed. Ik vind: je moet altijd twijfelen aan jezelf, om het even waarmee je bezig bent. Wie nooit twijfelt en altijd denkt dat hij alles het beste weet, is een hoogmoedig mens.»

HUMO Twijfelt u dan zo vaak aan uzelf? Ik zou denken van niet, want u komt meestal heel zelfverzekerd over.

HOET « Maar natuurlijk twijfel ik aan mezelf! Voortdúrend! Ik ben iedere dag bang dat er geen mensen meer naar het museum zullen komen en dat het dan gedaan zal zijn met het SMAK. Vorige zondag hebben we 1.900 mensen over de vloer gekregen, maar wat als dat er volgende week opeens nog maar 1.100 zijn? Dat soort vragen stel ik mezelf voortdurend. En ook: ‘Exposeer ik wel de juiste kunstwerken? Maak ik wel de juiste keuzes?’ Ik ben een eeuwige twijfelaar.

» Ik haat het als mensen me zeggen: ‘Meneer Hoet, als ú zegt dat een artiest een groot artiest is, dan ís dat zo, want u kunt het weten.’ Ik weet helemaal niks zeker. Ik twijfel over iedere beslissing, over ieder kunstwerk dat ik aankoop. Daarom vind ik het erg als mensen mij blindelings geloven en vertrouwen.»

HUMO Maar dat werkt u toch zelf in de hand door u in de media als ‘kunstkenner’ te profileren? U bent bijvoorbeeld regelmatig te zien in het programma van Luk Alloo, waar u over kunstwerken oordeelt met een simpel: ‘Dit is kunst, en dat niet.’

HOET « Ik oordeel op TV6 alleen maar over amateurs, niet over echte kunstenaars. Het is trouwens veel moeilijker zinnige dingen te zeggen over iets wat géén kunst is.»

HUMO Veel mensen kijken naar u op, en u wordt zelfs de ‘Vlaamse kunstgoeroe’ genoemd. Stijgt uw bekendheid u nooit naar het hoofd?

HOET « Nee, want ik zou liever niét bekend willen zijn. Ik ben báng van fans, dan nog liever vijanden. Jan Hoet is een mythe geworden, maar ik wil die mythe niet: ik wil een gewone mens zijn. Ik zou net zo goed mijn voordeel kunnen doen met mijn bekendheid, maar dat doe ik dus niet.

» Ik ben niet hoogmoedig, wel ijdel: ik ben heel trots op wat ik met het SMAK heb gerealiseerd. Ik heb er vijfentwintig jaar over gedaan om dit museum uit de grond te stampen, en ik ben heel trots dat dat gelukt is en dat die jaren strijd niet voor niks zijn geweest. Veel mensen zouden al snel hebben afgehaakt en de rest van hun leven verbitterd zijn geweest.»

HUMO Zijn kunstenaars hoogmoediger dan andere mensen?

HOET « Alleen sléchte kunstenaars zijn hoogmoedig. Er zijn wel veel asociale kunstenaars met wie niet te leven of te werken valt, maar dat is geen uiting van hoogmoed, dat is angst en onzekerheid. Kunstenaars zoeken constant naar perfectie in hun werk, waardoor ze voortdurend twijfelen of ze wel juist bezig zijn.

» Kunstenaars kúnnen onmogelijk hoogmoedig zijn, want het zijn sacrifisten: ze offeren zich op voor hun kunst. Het is een vreselijk lot kunstenaar te zijn: zodra je ontdekt dat je kunstenaar bent, weet je dat je de rest van je leven kunst zal moéten maken.»

HUMO Dat is toch niet erg, als je graag doet wat je doet?

HOET « Kunst maken is geen kwestie van ‘graag doen’, het is een noodzaak. Je kunt typist worden in een museum of museumdirecteur, omdat je dat graag doet, maar je wordt geen kunstenaar omdat je graag kunst maakt. Je bént kunstenaar of je bent het niet. Kunstenaars maken kunst omdat ze niet anders kúnnen. Kunst maken is een dráng. Gewone mensen zoals jij en ik kiezen ervoor iets te doen wat we graag doen, maar een kunstenaar heeft geen keuze: hij is geboren voor het kunstenaarschap, en bijna altijd haat hij dat. Kunst maken is een marteling, omdat je voortdurend met de angst leeft: hoe lang kan ik creatief en vernieuwend blijven?

» Ik ben een zondagsschilder. Ik schilder zelf heel graag, maar het blijft een hobby. Toen ik lang geleden kunstenaar wílde zijn, beleefde ik absoluut geen plezier aan het schilderen: ik kon niet slapen omdat ik er nooit toe kwam een werk te schilderen waarover ik tevreden was. Gelukkig heb ik op een gegeven moment ingezien dat ik nooit een kunstenaar kón zijn, omdat ik geen kunstenaar wás. Ik heb mijn eigen grenzen leren kennen.

» Ik weet van mezelf ook dat ik geen theoretisch denker ben. Ik bewonder mensen die dingen kunnen die ik zelf niet kan, en ik hoop dat ik die bewondering kan overbrengen. Ik probeer daar niet te veel over na te denken en ik verkoop zeker geen zever over die kunstenaar en zijn werk. Ik heb een hekel aan de meeste kunstcritici, omdat ze over het algemeen denken dat ze het beter weten dan de kunstenaars zelf. Als dát geen hoogmoed is.

» Theoretische denkers en kunstcritici zijn erg, maar de allerergsten zijn de studenten van de Vlerick-School, want die denken dat ze alles weten. Als ik die gastjes hier een rondleiding geef, worden ze opeens geconfronteerd met dingen die ze niet kennen, en dan redeneren ze: ‘Hoe kan dat nu? Wij zijn de slimsten van België, hoe kan iets dat wij niet kennen nu goéd zijn?’ De meeste van die betweters stellen ook altijd de verkeerde vraag over hedendaagse kunst: ‘Wat?’ Gewone mensen die hun beperkingen kennen en weten dat ze niet alles kúnnen weten, vragen: ‘Waarom?’ Dat is de enige juiste vraag als je echt iets over kunst te weten wilt komen.»

HUMO Hoe reageert u als mensen u voor de honderdduizendste keer zeggen: ‘Is dat nu kunst?’

HOET « Dan leg ik voor de honderdduizendste keer uit dat een werk kunst is als het iets toevoegt aan wat we over kunst weten. Dat is natuurlijk een gevaarlijke definitie, want voor iemand die niks over kunst weet, is alles dan kunst. Stel dat je Picasso niet kent, en opeens maakt iemand een Picasso-achtig schilderij: dan sta je waarschijnlijk vol bewondering voor dat werk en zeg je, ‘Dat is grote kunst.’ Maar als je Picasso wel kent, weet je dat dat nieuwe schilderij geen kunst is, omdat het niks toevoegt aan wat je al kende.»


Traagheid

HOET « Traagheid is mijn grootste zonde. Ik spreek te snel, ik denk te snel, en ik reageer te snel. Maar ik heb een goed excuus: ik kom heel vaak betweters tegen en mensen die denken dat ze het warm water hebben uitgevonden, en ik heb dan de neiging onmiddellijk in de aanval te gaan en heel heftig te beginnen dicussiëren. Ik weet uit ervaring dat een frontale aanval de beste manier is om dommeriken op hun plaats te zetten.

» Ik hoor al vijfentwintig jaar dezelfde onzin over kunst: ‘Allez Jan Hoet, dat is toch geen kunst: een wit doek waar niks op staat?’ Als iemand dat soort debiele dingen tegen mij zegt, heeft hij het zitten: dan krijgt hij een tirade over zich heen.»

HUMO Is een wit doek waar niks op staat dan wel kunst?

HOET « Het draait allemaal om de vraag: ‘Zegt dit werk iets over de functie van kunst?’ Een vol doek kan een gemakkelijkheidsoplossing zijn, een truc om een gebrek aan visie te verdoezelen. Maar dat begrijpen al die betweters natuurlijk niet: voor hen is kunst alleen maar iets dat ze kénnen.

» Gelukkig ontmoet ik ook veel mensen die openstaan voor nieuwe dingen, en die mensen brengen mij traagheid bij. Ik leer vooral trager te zijn als ik rondleidingen geef aan kinderen, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten. Die kijken tenminste onbevooroordeeld naar een kunstwerk en stellen vaak heel oprechte, eerlijke vragen: ‘Waarom heeft deze kunstenaar voor een leeg wit doek gekozen?’ Of: ‘Waarom gebruikt die kunstenaar alleen maar vierkanten en driehoeken?’»

HUMO Bent u een workaholic?

HOET « Absoluut. Ik ben altijd aan het werken, dag en nacht. Ik zou niet weten wat ik anders moet doen. Als ik de kunst niet zou hebben, zou ik waarschijnlijk in de gevangenis of in een psychiatrische kliniek belanden, omdat ik rare dingen zou beginnen te doen. Als ik in mijn eentje in een vreemde stad ben, heb ik altijd zin me zat te drinken, omdat ik me angstig en verloren voel en niet weet wat ik moet doen. Maar gelukkig is er altijd wel een museum in de buurt waar ik tot rust kan komen.

» Ik ben altijd met mijn werk bezig: ik sta ermee op en ik ga ermee slapen, en ’s nachts droom ik ervan. In mijn dromen discussieer ik met kunstenaars over hun werk. Mijn vrouw zegt dan de volgende ochtend: ‘Maar jongen toch, wat hebt ge nu weer allemaal uitgekraamd in uw slaap!’ Ze heeft ook al dikwijls gezegd: ‘Als ik een bandopnemer had, zou ik alles opnemen.’ Ik hoop dat ze dat ooit eens doet, want ik zou zelf ook weleens willen horen wat ik allemaal zeg, maar ik vrees dat dat er nooit van zal komen. Mijn vrouw kent niks van bandopnemers, en ik ook niet.»

HUMO U bent 64, en u gaat volgend jaar met pensioen. Wat gaat u dan doen? In uw moestuin werken en af en toe eens een potje biljarten?

HOET « Maar nee! Ik blijf hier gewoon rondhangen. Ik zal dan wel geen conservator meer zijn, maar dat betekent niet dat het SMAK me opeens niet meer zal interesseren. Ik zal me niet meer met de aankoop van de kunstwerken bezighouden - dat zal mijn opvolger doen - maar ik zal wel veel meer tijd kunnen steken in lobbywerk. Ik wil geld lospeuteren, zodat het SMAK kan uitgroeien tot een wereldberoemd museum.»

HUMO Zal het u niet heel zwaar vallen om de fakkel aan iemand anders door te geven? Het SMAK is tenslotte uw geesteskind.

HOET « Ik zou het vreselijk vinden als mijn opvolger het museum volledig naar de kloten helpt, maar ik heb er geen problemen mee mijn plaats af te staan, nee. Vasthouden aan je positie is niet goed: dat is machtsmisbruik.

» Gelukkig heb ik nog andere projecten waarmee ik me kan bezighouden. Ik zou er bijvoorbeeld voor willen zorgen dat het Citadelpark in Gent eindelijk eens grondig onder handen wordt genomen. Het is één van de mooiste 19de-eeuwse sites van het land, het ligt er nu volkomen verloederd bij. Eén Gentse politicus heeft dat tot nu toe ingezien.

» Maar de meeste politici denken alleen maar aan geld. Neem de Floraliahal, aan de achterkant van het SMAK. Politici zeggen: ‘Wablieft?! De Floraliahal leeg laten staan, terwijl je ze kunt afbreken en de grond kunt verkopen tegen 25.000 frank per vierkante meter? Dat is zesduizend maal 25.000 frank: dat is 150 miljoen.’ Maar de Floraliahal is gebouwd in 1913, het was de eerste prefab-constructie in België, een uniek historisch monument. Toon die hal aan Amerikanen, en ze weten niet wat ze zien. Ik zou wel weten wat ik met de Floraliahal zou doen: ik zou er een overdekte piazza van maken, een plek waar je kunt wandelen en op een bankje kunt zitten, waar orkestjes kunnen spelen, waar je kunstenaars aan het werk kunt zien, waar fuiven worden georganiseerd... Maar zo denken politici niet: zij denken alleen maar aan geld. Als het alleen maar van de politici zou afhangen, zouden we allang geen patrimonium meer hebben

» Ze hebben al dikwijls tegen mij gezegd: ‘Waarom verkoop je de kunstwerken uit je museum niet? Je hebt ze twintig jaar geleden voor een habbekrats gekocht, vandaag zijn ze honderd keer meer waard.’ Toén waren ze ertegen dat ik die kunstwerken kocht, en nu zijn ze ertegen dat ik ze niet verkoop! Ze zijn gewoon tegen álles.»

HUMO U fulmineert graag tegen politici, maar u bent een paar jaar geleden zelf toch ook lid geworden van de CVP?

HOET « Ja, maar dat was een beredeneerde zet: het was de enige manier om de politieke tegenstand tegen het SMAK te overwinnen.»


Lees verder »

Gulzigheid

HOET « Ik ben heel gulzig, vooral op artistiek vlak. Ik moet mij soms echt inhouden om geen kunstwerken te stélen. Iedere keer als ik in een museum kom, kijk ik rond om te zien hoe ik een schilderij naar buiten zou kunnen smokkelen, en na een halfuur weet ik altijd hoe ik het zou doen. Je moet verstandig zijn, hè: als je een schilderij van de muur haalt, moet je ook het plakkaatje meenemen dat erbij hangt, en ook het bevestigingssysteem. Als je dat doet, mag je er zeker van zijn dat het láng duurt voor ze gezien hebben dat een schilderij weg is.»

HUMO En u zou dan gewoon met dat schilderij onder uw arm naar buiten lopen?

HOET « In elk museum is wel een venster dat uitgeeft op een tuin of een parking: het beste wat je kan doen, is dat venster kapotslaan, het schilderij naar buiten gooien, en ervoor zorgen dat er buiten iemand staat die zich met je schilderij uit de voeten maakt. En als er iemand van het museum op het alarm afkomt, zeg je gewoon: ‘Godverdomme, ik ben tegen dat venster gevallen, en het is gebroken.’

» Ik heb dat zelf natuurlijk nog nooit gedaan, maar het is soms heel moeilijk om me in te houden. Ik kan heel jaloers zijn op andere musea, want ik vind dat ik veel te weinig kunstwerken heb in mijn eigen museum.»

HUMO Hoe gulzig bent u als het op eten aankomt?

HOET « Ik heb daarnet tien pannenkoeken gegeten. Ik kan vreselijk veel eten als het me smaakt.»

HUMO O ja? Dat is u niet aan te zien: u bent graatmager.

HOET « Dat komt omdat ik een heel snelle stofwisseling heb: mijn lichaam verbrandt alle calorieën die ik naar binnen werk. Ik ben zoals een boer die op het land werkt: die verbrandt ook alles wat hij eet. Ik doe niet aan sport, maar ik ben wel de hele dag fysiek bezig: ik loop veel rond, ik zit geen moment stil. Als ik iets aan het uitleggen ben of met iemand praat, ben ik altijd druk aan het gesticuleren. Mijn lichaam is voortdurend in beweging. Zelfs als ik denk, denkt mijn lichaam mee.»

HUMO Drinkt u nog altijd zoveel als vroeger?

HOET « Ja, en daar zou ik eigenlijk wat mee moeten oppassen. Het probleem is dat ik een sociale drinker ben: als ik alleen ben, drink ik nooit, maar ik ben zelden alleen. Ik kan het niet helpen: ik zit hier nu met jou te kletsen, en dat vind ik prettig, dus drink ik graag een paar whisky’s. Maar als ik straks thuis ben, drink ik alleen nog maar water.»

HUMO Hoe bent u als u te veel hebt gedronken?

HOET « Dat hangt van het gezelschap af. Als ik een glas te veel opheb en iemand begint mij uit te dagen, kan ik echt rázend worden; dat weet iedereen die me een beetje kent.»

HUMO Gebeurt het vaak dat mensen u uitdagen?

HOET « Heel vaak. Veel mensen willen graag in mijn buurt komen, maar omdat ze weten dat ze dat niet kúnnen, beginnen ze mij een beetje uit te dagen. Dat is zoals vrouwen die een man graag zien maar eigenlijk bang van hem zijn, en hem dan maar aanvallen.»

HUMO U leidt een druk leven, met veel stress. Bent u een goede slaper?

HOET « Ik slaap goed, maar weinig: ik ga zelden vóór vier uur slapen, en ik sta gewoonlijk om acht of negen uur op. Het probleem is dat ik nooit moe ben als ik in mijn bed kruip. Dat komt doordat ik eigenlijk niet graag slaap. Ik zou liever niét slapen, ik vind het tijdverlies. Soms slaap ik helemaal niet, en blijf ik hier in het museum. Dat vind ik iedere keer een fantastische belevenis: weten dat ik hier helemaal alleen ben, tussen mijn kunstwerken.»


Gramschap

HOET « Ik kan héél driftig worden, maar daar kan ik zelf niks aan doen: ik kan mijn woede niet onder controle houden. Het beste wat je kunt doen als je een van mijn woedeaanvallen meemaakt, is gewoon weggaan, en een paar uur later terugkomen en kijken of het al wat beter met me gaat. Als je tegen mij begint in te gaan, maak je het alleen maar erger: dat is olie op het vuur gooien.

» De kleinste dingen kunnen mij kwaad maken. Het is vaak al voldoende dat iemand tegen mij zegt: ‘Awel jongen, wanneer gaat ge nog eens iets doen? Zoiets als ‘Chambres d’Amis’? Dat is lang geleden, hè?’ Dan ontplof ik. Zo’n opmerking is meestal niet eens slecht bedoeld, maar toch voel ik mij aangevallen. Ik kan het niet helpen: ik ben heel licht ontvlambaar.»

HUMO Vindt u het erg dat u zo opvliegend bent?

HOET « Ach, ik troost mij met de gedachte dat grote kunstenaars uit het verleden - Mozart of Beethoven of Van Gogh - ook heel koleirige mensen waren. En het is voor veel mensen blijkbaar ook een vorm van entertainment. Als ik dood ben zullen heel veel mensen die nooit een woede-uitbarsting van mij hebben meegemaakt daar spijt van hebben, want mijn driftbuien zijn ondertussen legendarisch geworden.»

HUMO Wanneer hebt u uw grootste woedeaanval gehad?

HOET « Jaren geleden, bij mij thuis, tegen mijn vrouw. Ik weet niet meer waarover we ruzie maakten, waarschijnlijk over iets heel stoms, maar ik weet nog wel dat ik alle tafels en stoelen en het hele huisraad aan diggelen heb geslagen.

» Ik kon mij als kind ook al vreselijk kwaad maken. Ik ben opgegroeid in een groot gezin met zeven kinderen. Mijn ouders hadden een meid, Margriet, die vier jaar ouder was dan ik. Dat meisje mocht niet bij ons eten, en ik kon het absoluut niet verdragen dat zij op haar eentje in de keuken moest eten, terwijl wij allemaal samen in de eetkamer zaten. Ik heb me daar een keer zo over opgewonden, dat ik het belletje, waarmee mijn ouders Margriet riepen, van de muur heb gesnokt en de tafel met alle soepborden omver heb gegooid. Daarna hebben mijn ouders dat belletje nooit meer gebruikt.»


Hebzucht

HOET « Geld en bezit interesseren me niet. Ik heb een nieuw kantoor boven het SMAK, een zogenaamd corner office, maar ik ben nog nooit aan mijn nieuwe bureau gaan zitten. Ik heb mijn oude bureautje vanuit de krochten van het Museum van Schone Kunsten naar hier laten brengen, en daar zit ik nog altijd aan te werken. Ik ben niet geïnteresseerd in luxe en protserigheid. Ik geef ook altijd alles weg. Ik ben de eerste om in het café een rondje te geven, en als ik van een kunstenaar een tekening krijg, geef ik die altijd aan het museum of aan een van mijn medewerkers.

» Ik had één van de rijkste mensen van Gent kunnen zijn, want ik word veel gevraagd door bedrijven en reclamebureaus en zo, maar ik wíl niet rijk zijn. Als ik van Mobistar vijf miljoen frank krijg voor een foto, geef ik dat geld aan het museum. Ik schenk al mijn extra inkomsten en honoraria aan het museum; ik heb genoeg aan mijn salaris als ambtenaar van de stad Gent. Als het alleen aan mij zou liggen, zou ik mijn salaris waarschijnlijk ook aan het museum schenken, maar dat doe ik niet om mijn vrouw te beschermen, want ik vind niet dat ik haar mag meesleuren in de risico’s die ik neem. Maar voor mezelf is geld totaal onbelangrijk.»

HUMO Voor kunst worden vaak waanzinnige bedragen betaald. Wat vindt u daarvan?

HOET « Ik vind dat krankzinnig. Wraakroepend zelfs. Anderhalf miljard frank voor een schilderij van Van Gogh: daar kan je je toch niks meer bij voorstellen? Ik betaal zelf nooit veel voor de werken die ik koop, omdat de kunstenaars op dat moment nog niet bekend zijn.»

HUMO Wat is uw meest waardevolle persoonlijke bezit?

HOET « Mijn meest waardevolle bezit? Dat zal ik je eens laten zien. (Staat op en doet een kast open) Hier, dit is mijn meest waardevolle bezit: een verzameling oude snuifdozen en strijkijzers, sloten en gewichtjes, oude fototoestellen, een oud kerkboek van mijn moeder... Allemaal heel gewone dingen die voor mij een grote sentimentele waarde hebben, omdat ze uit mijn kindertijd stammen.

» Ik heb zelf geen kunst: bij mij thuis hangt geen enkel schilderij. Ik geef alles weg aan het museum. Eén keer heb ik dat niet gedaan, toen ik van Juan Uslé, een Amerikaanse kunstenaar, een schilderij had gekregen. Mijn secretaresse zei toen: ‘Uslé heeft dat schilderij aan jou gegeven, dus neem je het mee naar huis!’ Maar thuis zei mijn vrouw: ‘Dat vind ik toch niet mooi, hoor. Neem het maar terug mee naar het museum.’ Ik heb dat schilderij uiteindelijk aan mijn dochter gegeven.

» Daar boven op de kast staat nog een ander schilderij dat van mij is, een werk van Luc Tuymans. Het stelt een meisje zonder hoofd en benen voor, in een ivoorkleurig kleedje. Tuymans vroeg daar in 1990 30.000 frank voor, maar de vereniging en de commissie van het Museum van Hedendaagse Kunst wou het niet aankopen. ‘Wat een brol is dat?’ zeiden ze tegen mij. Ik was zó beschaamd, want ik had tegen Tuymans gezegd, ‘Dat is een heel mooi schilderij, dat zullen ze zeker willen kopen.’ Omdat hij maar 30.000 frank vroeg, heb ik het zelf gekocht en bijgehouden. Maar nu - luister goed - wil de commissie dat werk wél kopen - voor 3 miljoen frank! Maar mijn vrouw heeft gezegd: ‘Dat schilderij krijgen ze niet!’»


Lees verder »

Jaloersheid

HOET « Toen ik in Kassel ‘Documenta’ organiseerde, heeft Frans Boenders mij met Hitler en Saddam Hoessein vergeleken. Ik heb mij altijd afgevraagd waarom iemand als Boenders het nodig vindt mij te beledigen. Hij beweert dat de kunst die ik promoot geen maatschappelijke verankering heeft en de mensen niks bijbrengt, maar dat is onzin. Ik vrees dat Frans Boenders gewoon jaloers is op mij en de dingen die ik realiseer. Hij vindt zichzelf de slimste man van België, maar wanneer hoor je tegenwoordig nog eens iets van Frans Boenders? Sinds hij niet meer voor de radio werkt, kent niemand hem nog... Het vreemde is dat hij mij, ondanks alle hatelijke dingen die hij over mij heeft gezegd en geschreven, heel regelmatig kaartjes stuurt, met boodschappen als: ‘Beste Jan, wanneer gaan we eens samen eten? Ik ken een fantastische kunstenaar die jou zeker zal interesseren. Lieve groeten van Frans.’ Is dat niet pathetisch?

» Bah, ik heb altijd veel vijanden gehad. Dat is normaal, denk ik, als je je nek durft uit te steken en met controversiële dingen bezig bent. Ik vind het helemaal niet erg veel vijanden te hebben. Mijn vader zei altijd: ‘Je moet zorgen dat je vijanden hebt, dan ken je ook je beste vrienden.’ Trouwens, ondertussen hebben al 170.000 mensen het SMAK bezocht: dat is een erg grote groep, zoveel vijanden heb ik zeker niet... Ik blijf ervan overtuigd dat mijn vijanden in wezen gewoon jaloers op mij zijn.»

HUMO Op wie bent u zelf jaloers?

HOET « Op niemand. Vroeger was ik jaloers op kunstenaars, omdat ik zelf ook kunstenaar wou zijn. Maar op het moment dat ik aanvaardde dat ik dat niet wás, was mijn jaloersheid weg. En gelukkig maar, want jaloersheid werkt zelfdestructief: het maakt je kapot. Sinds ik niet meer jaloers ben, teken en schilder ik met veel meer plezier.

» Ik kan wel nog mensen benijden, maar dat is iets anders dan jaloersheid; benijden maakt je niet kapot. Ik benijd de conservators van veel buitenlandse musea, zoals het Centre Pompidou in Parijs of het MOMA (Museum of Modern Art) in New York, omdat zij een veel groter budget hebben dan ik om kunstwerken aan te kopen en exposities te organiseren. Ik weet ook dat ik, met één vierde van het budget van het MOMA, veel verder zou staan dan het MOMA, omdat ik veel gedrevener en vernieuwender ben dan de mensen daar.»

HUMO Wat is uw grootste talent?

HOET « Ik heb een goed oog voor mensen die overtuigd zijn van hun identiteit, die weten waar ze staan en wat ze willen.»

HUMO Van wie hebt u het meeste geleerd in uw leven?

HOET « Van mijn ouders. Ik heb het scepticisme van mijn vader en de liefde en toewijding van mijn moeder.»

HUMO Krijgt u van het leven wat u ervan verwacht?

HOET « Absoluut. Sinds ik mijn eigen grenzen ken en weet wat ik kan en niet kan, heb ik geen enkele reden meer om ontevreden te zijn. Ik heb ‘Documenta’ in Kassel mogen organiseren, ik mag nu ‘Sonsbeek’ in Arnheim en de Biënnale van Lyon doen: als ik nu nog jaloers of ontevreden zou zijn, zou ik een onmens zijn.»


Onkuisheid

HOET « Ik vind pornografie onkuis, omdat ze misbruik maakt van seksualiteit, met als enige bedoeling: geld verdienen. Voor de rest vind ik niks onkuis als mensen afspreken wat ze met elkaar willen doen: er bestaan voor mij geen morele normen die je kunt overschrijden als je afspraken hebt.»

HUMO Hoe belangrijk is seks in uw leven?

HOET « Niet zo belangrijk. Ik vind begeerte veel belangrijker dan seks. Het ‘verlangen naar’ is een veel grotere kracht in mijn leven dan het bevredigen van dat verlangen. Als je je verlangen hebt bevredigd, is het mysterie meestal weg, en dat vind ik heel jammer.»

HUMO Zou u ooit betalen voor seks?

HOET « Nee, ik krijg genoeg kansen om aan mijn trekken te komen zónder dat ik ervoor hoef te betalen. Waarom zou ik dan betalen?

» Je zou eens moeten zien wat wildvreemde vrouwen mij allemaal schrijven. Ik krijg meer fanmail van vrouwen dan de gemiddelde Vlaamse charmezanger. Ik denk dat veel vrouwen op mijn ondeugendheid en jongensachtige manier van doen vallen. En sommige vrouwen zullen het idee hebben dat ze mij wel zullen kunnen temmen.»

HUMO Wat bewondert u aan vrouwen?

HOET « Dat ze zo anders zijn dan mannen. Je weet nooit hoe een vrouw is. Je kunt weten wat een vrouw denkt, maar je weet nooit hoe ze echt is. Van een man weet je nooit wat hij denkt, maar wel hoe hij is.»

HUMO Wordt u gemakkelijk verliefd op vrouwen die uw pad kruisen?

HOET « Héél gemakkelijk. Ik heb heel weinig nodig – een paar mooie benen, mooie billen, een blik - en ik ben vertrokken. Ik word iedere dag wel een paar keer verliefd, maar gelukkig zijn die verliefdheden meestal ook snel weer weg. Ik word vooral gemakkelijk verliefd als ik ergens alleen ben, in een vreemde stad, en ik affectie nodig heb. Als ik dan een aantrekkelijke vrouw tegenkom, wordt het gevaarlijk, want dan zou ik weleens iets kunnen doén met mijn verliefdheid.»

HUMO Is dat al gebeurd?

HOET « Natuurlijk is dat al gebeurd. Maar dat beschouw ik als een zwakheid: dat zijn zwakke momenten in mijn leven. Ik ben in principe monogaam. Uit respect voor mijn vrouw, want ik heb alles te danken aan mijn vrouw. Zonder haar had ik nooit de stabiliteit gevonden om te kunnen doorzetten. Jan Hoet zou nooit Jan Hoet zijn geweest zonder mevrouw Hoet.»

HUMO Begrijpt uw vrouw een beetje waarmee u allemaal bezig bent?

HOET « Ze begrijpt dat mijn plaats in het museum is. Ze redeneert als volgt: Ofwel zit hij thuis bij mij, maar dan voelt hij zich gevangen als een hond aan een ketting en breekt hij vroeg of laat het kot af, ofwel geef ik hem de ruimte om te doen wat hij graag doet!»


Lees ook 'Hoet af: het afscheidsinterview': 'Zonder de kunst was ik een gangster geworden. Maar een goeie, hè!'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234