De 7 Hoofdzonden volgens Karl Ove Knausgård: 'Van elke vrouw die ik ontmoet, vraag ik me af: hoe zou het zijn om seks met haar te hebben?'

Karl Ove Knausgård (47) is één van de grootste literaire sensaties van deze tijd. Hij geeft miljoenen lezers het gevoel dat ze meer over hém weten dan over hun eigen vrienden. Knausgård, een chronisch tobbende huisvader, werkte ook mee aan de nieuwe Noorse Bijbelvertaling en schreef ‘Uit & thuis’, een bundeling non-fictiebrieven van en naar een vriend – in de winkel vanaf 19 februari. En tussendoor nog tijd gevonden voor Humo’s Zeven Hoofdzonden!

'De schrijver die zich niet bescheiden kan opstellen, weet niet wat schrijven is.'


Onkuisheid

In ‘Mijn strijd’ gaan liefde en seks bovengemiddeld gepaard met schaamte en vernedering. Kunnen daarbij niet ontbreken in bloemlezingen: beeldige passages over premature ejaculaties, over de knik in zijn pik, en over de zatte ontmaagding door het kotsende meisje.



HUMO ‘Vrouw’ bevat een anekdote over een man die na een lawine onder meters sneeuw vast komt te zitten en, arm aan opties, zich dan maar begint af te rukken. ‘Een minuscuul kleine ejaculatie in een zee van sneeuw.’ Is dat uw beeld van lust: een onbetekenend en lullig restje instinct?



Karl Ove Knausgård «Voor een buitenstaander is het precies dat, ja. Het ligt anders voor wie er zelf net door bevangen is. En mij bezorgt lust al meer dan een half leven kopzorgen. Mijn hart zegt: er is niets mis met rondvogelen, seks is een cadeau van het leven, en is er iets leukers om te doen, misschien? Mijn verstand weet: je lul volgen is fout, het creëert chaos, het maakt kapot wat je lief is.



»Toevallig iets waar ik vaak met vrienden over praat, in de hoop dat we samen tot oplossingen komen. Je bent zes, twaalf, twintig jaar getrouwd: je houdt zielsveel van je vrouw, maar de opwinding is weg. Tegelijk staat het sperma je tot aan de oogleden, wat doe je?»

HUMO Ja, wat?

Knausgård «De keuzemogelijkheden zijn: scheiden, je vrouw bedriegen of rigoureus alle aandrang negeren. Het eerste is voor mij geen optie. Bedrog dan? Goed mogelijk dat je het op een rationeel niveau voor jezelf weet te verantwoorden, maar evengoed bestaat de kans dat je je achteraf op ondraaglijke wijze door schuld verscheurd weet. Ik kies dus voor de laatste optie: lust is slecht nieuws. Punt.

»Ik werd eens publiekelijk geïnterviewd door James Wood, de man van The New Yorker, in een Noorse theaterzaal. Hij zei dat hij in mijn romans leest dat ik iemand ben die vrouwen objectiveert. Ik probeer altijd eerlijk te blijven, en dus stak ik een hele uitleg af om hem diets te maken hoe ik het zie. Ik eindigde met het zinnetje: ‘Van elke vrouw die ik ontmoet, vraag ik me onmiddellijk af: hoe zou het zijn om met haar de liefde te bedrijven?’ Dat is namelijk ook zo: ’t is steeds het eerste dat me door het hoofd schiet. Dat ik iets raars gezegd had, merkte ik vrij snel aan de ongemakkelijke stilte die volgde.

»Die uitspraak werd nadien nog een paar keer gerecycleerd in de media, en bereikte zo ook het Zweedse journaal. In het door hen uitgezonden item klonk het ondertussen zo: ‘KNAUSGÅRD WIL SEKS MET ELKE VROUW.’ (Droogjes) Dat maakt nu deel uit van mijn imago daar.»

HUMO Terzijde: élke vrouw?

Knausgård «Elke vrouw. Tenzij ze obsceen dik, veel te mager, heel erg oud of te jong is. Binnen die beperkingen is iedereen aantrekkelijk. Lelijk of mooi is een kwestie van smaak. En dan nog: soms kan lelijk opvallend sterk uit de hoek komen.

»Ik word daarop afgerekend omdat ik het wat bot uitdruk, maar ik weet: élke man denkt zo. Sommige mannen ontkennen het; ze liegen. Let wel, ik beweer niet dat het zo hóórt. Maar het zijn oergevoelens waar mannen mee moeten leren omgaan en die ze moeten beheersen. Tevens de reden waarom ik bang ben om zat te worden: als ik gedronken heb, geef ik toe aan élke impuls die ik voel.»

HUMO Succes doet wonderen voor ieders sexappeal: zijn de zich aan uw voeten werpende literaire groupies enigszins naar behoren?

Knausgård «Ik ben te veel in mezelf gekeerd, ik merk het nooit als iemand met die bedoeling op me afkomt. En zonder drank kan ik sowieso al niet flirten (lacht).

»Ik krijg brieven toegestuurd, met foto’s. Geen naaktfoto’s, maar in hun woorden laten de schrijfsters weinig aan mijn verbeelding over. Principieel beantwoord ik geen post van mensen die ik niet ken, en dat vinden sommige van mijn vrienden onbegrijpelijk: ‘Hier, de man die alle kansen van de wereld krijgt en er vervolgens niets mee doet.’»

'Ongebreidelde lust is héérlijk, maar zo destructief. Ik ben daar bang voor'

HUMO U schreef meermaals over Hitler en over zijn verlangen naar kuisheid.

Knausgård «Adolf Hitler was geïntimideerd door vrouwen, en bang van seks. Een heel interessante, psychologische kronkel die zijn karakter tot op zekere hoogte gevormd heeft.»

HUMO U merkte al op dat u zichzelf daarin herkent.

Knausgård «Ik heb inderdaad een eeuwige angst voor intimiteit. Ongebreidelde lust kan alles kapotslaan, het is zo’n sterke emotie, zo’n oerinstinct. Zo heerlijk, maar zo destructief. Dus ja: ik ben daar bang voor.

»Lust, seksuele verlangens en driften: het blijft een interessant onderwerp. De massahandtastelijkheden in onder meer Keulen maar ook in Zweden illustreren de dierlijke impulsen van de mens perfect. Het zit in ons allemaal, alleen gaan verschillende culturen er verschillend mee om. Als die culturen vervolgens abrupt botsen, kan dat slecht uitdraaien.»

HUMO Vindt u het moeilijk om seksscènes te schrijven?

Knausgård «In ‘Mijn strijd’ heb ik het niet veel gedaan, omdat dat over mezelf ging, en in het geval van seks dus ook over het privéleven van anderen. Maar over het algemeen zijn seksscènes leuk. Het voornaamste probleem daarbij is dat taal doorgaans heel beschrijvend, heel sec is – en veel auteurs proberen daar, als het over intimiteit gaat, van weg te breken via vergezochte metaforen. Maar bijna zonder uitzondering maakt dat het belachelijk en ongeloofwaardig. De Bad Sex Award bestaat niet voor niets. Lees die genomineerde zinnen, vaak van goede, bekende schrijvers, en je denkt onvermijdelijk: ‘Hoe is het in godsnaam mogelijk?!’ Dus, regel één: geen metaforen (lacht).

»Voor een nieuw schrijfproject heb ik onlangs de vrouwelijke genitaliën tot in de kleinste details beschreven. In eerste instantie heel nuchter, niets dan de pure, fysieke vormkenmerken. Daarna opnieuw, maar dan gedreven door begeerte; compleet ander resultaat. Instincten die het van een mens overnemen: altijd boeiend voor een schrijver.»


Gulzigheid

Knausgård drinkt nauwelijks, beschouwt eten louter als middel om in leven te blijven en gaat zelden uit – ook al omdat het Zweedse dorpje Ystad, waar hij woont met vrouw en kinderen, op dat vlak weinig te bieden heeft. ‘Ik werk en ik zorg voor mijn kinderen: dat is het ongeveer.’

HUMO Toch heeft ‘Mijn strijd’ ons geleerd dat uw aanleg voor overdaad niet denkbeeldig is.

Knausgård «Obsessies ontwikkelen zich bij mij zo snel en zo extreem dat ik, als ik nog een beetje een functioneel leven wil, prikkels en verleidingen moet zien te vermijden. Rond mijn 25ste was ik verslaafd aan computerspelletjes; ik kon gemakkelijk vierentwintig uur na elkaar spelen. Ik herinner me één Kerstmis: mijn toenmalige vrouw en ik waren op bezoek bij haar ouders, en ik zat de hele dag op de pc voetbal te spelen. Ik wist: dit is zéér fout, het zal me kwalijk genomen worden – maar ik kon niet ophouden. Ik wou spélen, en dat was dat. Dat gevoel, die complete overgave; ik heb het op veel verschillende vlakken meegemaakt.

»Ik drink graag, maar ik drink veel te goed en te fanatiek. Ik val niet omver, val niet in slaap, ik blijf gewoon doorgaan. Je ziet het niet echt aan me, maar in mijn hoofd is alles naar de kloten. Dat zoek ik dus niet vaak op.

»Ik doe nog steeds aan compulsief roken en schrijven, maar andere verleidingen weet ik meestal te bannen. Tenminste: als alles goed gaat. Als ik me depressief voel, vreet ik aan de lopende band junkfood.»

HUMO Drugs maken u paranoïde, schreef u. Maar wanneer hebt u dat voor het laatst getest?

Knausgård (haalt de schouders op) «Op mijn 18de. Gewoon weed. Eén zomer lang. Het was geweldig, en een vakantie om nooit te vergeten – maar ik ben nog steeds blij dat ik ermee ben gestopt voor het slecht begon te gaan. Ik ben doodsbang dat, als ik het opnieuw probeer, ik verslaafd raak.»

HUMO In een stuk voor The New York Times Magazine berichtte u vorig jaar in detail over de dikkerds die u in Canada had gezien.

Knausgård «Dat was fascinatie, géén walging.»

HUMO U moet eerder toch ook al eens een obese mens zijn tegengekomen?

Knausgård «Wat ik daar toen in dat restaurant bij elkaar zag: dát had ik nog nooit gezien. Nog niet veel mensen, wed ik. Werkelijk iederéén daar was grotesk vet. Categorie: olifanten. Ik móést erover schrijven. Pas op: zonder oordeel, zonder afkeuring. Ik zag in de eerste plaats gewoon gekke vormen.

»Dat stuk heeft nogal wat rumoer teweeggebracht; dat had ik niet zien aankomen. Men las het verkeerdelijk alsof ik, arrogante Europeaan, alle Canadezen – en maar meteen ook de Amerikanen – voor vetkleppen uitmaakte.»


Woede

Anger is an energy, en zeker voor Knausgård: de woede op en vooral ván zijn vroeg gestorven vader loopt als een bloedrode draad doorheen ‘Mijn strijd’. In ‘Vrouw’ schrijft hij: ‘Papa was intussen ver weg, maar de angst voor zijn woede werd op alle andere mensen overgedragen: ik was twintig en doodsbang dat er iemand boos op me zou worden. Die angst is nooit helemaal verdwenen.’

'Ik probeer mijn woedeaanvallen tegenover mijn kinderen onder controle te krijgen'

HUMO Evolueert uw verstandhouding ermee naarmate u ouder wordt?

Knausgård «Ik heb meerdere manieren gevonden om erop te reageren. Ik weet nu ook dat woede op zich geen gevaar garandeert: het zijn maar woorden. (Ernstig) Maar ik zou onmiddellijk opstaan en vertrekken als je nu tegen me begon te schreeuwen.

»Eén van mijn tegenreacties is dat ik zelf vaker boos word. Dat is niet noodzakelijk een vooruitgang, maar ik zie het als een fase waar ik doorheen moet. Onlangs, tijdens een debat waar ik aan deelnam, voelde ik mijn bloed zo koken dat het niet veel scheelde of ik had al mijn kracht gebruikt om iemand fysiek met de grond gelijk te maken.»

HUMO Wat doet u het snelst ontvlammen?

Knausgård «Het verkeer, maar alleen als ik in de beschermende cocon van mijn eigen auto zit: ik ben een kwade chauffeur. En verder wil ik heel graag mijn woedeaanvallen tegenover de kinderen onder controle krijgen. Ze slagen er soms héél goed in mij te laten ontploffen. Ik hoor dat dat voor andere ouders herkenbaar is, maar ik moet er echt mee ophouden. Ik vind het vreselijk om boos op hen te zijn, natuurlijk vooral omdat ik weet wat dat bij een kind kan aanrichten.

»Voor zover ik me kan herinneren heb ik mijn moeder nooit haar stem weten verheffen; die rust zit bij haar in de familie. Als ze daar boos op elkaar zijn, spreken ze dat niet uit. Liever zijn ze twee jaar lang onderhuids boos. Daartegenover staat de familie van mijn vrouw: die vechten het meteen uit, maar dan is het ook van de baan. Ik heb het slechtste van die twee kanten: ik zet het soms op een schreeuwen, maar dat betekent niet noodzakelijk dat ik het kwijt ben. Ik voel op dit moment nog steeds kwaadheid om dingen die tien jaar geleden gebeurd zijn.

»De zeven hoofdzonden gaan allemaal over controle... Lust, woede, gulzigheid: allemaal om te buigen tot iets goeds, maar alleen als we weten hoe ze te beheersen. Woede heeft mij ‘Mijn strijd’ opgeleverd. Twee jaar geleden was ik jaloers op mijn vriend Fredrik, omdat hij in Brazilië was voor het WK voetbal en ik niet, en die afgunst heeft dan weer tot ‘Uit & thuis’ geleid.»

'Knausgård werd een literaire sensatie dankzij z'n zesdelige autobio­grafische romancyclus 'Mijn strijd'.'


Hebzucht

Luid galmde de toorn van Knausgård over het internet toen hij zich in mei vorig jaar uitsprak over de ‘kortzichtige en stupide’ plannen van de Noorse regering om olie en gas te ontginnen in het poolgebied. ‘Het is pure hebzucht, en het heeft Noorwegen tot één van de pioniers gemaakt in de race om van deze wereld een compleet onbewoonbare plek te maken.’

Knausgård «Van alle zonden is er geen die ik zo verafschuw als hebzucht. Het is ook de enige van de zeven waarvan ik in mezelf niets terugvind. Het is alom bekend dat ik verre van perfect ben, maar met de hand op het hart: qua hebberigheid en gierigheid pleit ik onschuldig.»

HUMO Maar: met succes komt geld, en met geld koop je vrijheid. Ik stel me voor dat u uw recent gewonnen vrijheid niet graag meer opgeeft.

Knausgård «Ik begrijp wat je bedoelt. (Denkt na) Ik ben het de voorbije jaren gewend geraakt veel geld te hebben, herkend te worden op straat en begraven te worden onder de complimenten. Wanneer dat weg is, zal ik dat onvermijdelijk als een groot verlies ervaren.»

HUMO U zegt ‘wanneer’, niet ‘als’.

Knausgård «Allicht zullen een paar van mijn toekomstige boeken het minder goed doen, daarna zal het publiek wegblijven, neemt iemand anders mijn plaats in en zal er over mij voornamelijk in de verleden tijd gesproken worden. Ik zal mijn huidige vrijheid missen, maar het zal geen frustratie zijn: ik neem het leven zoals het komt. En ik plan geen gekke dingen te doen om te vermijden dat het zover komt.»

HUMO In afwachting: kijken vrienden, collega’s, familie, toevallige passanten en journalisten sinds enkele jaren uw richting uit als er ergens een gezamenlijke rekening betaald moet worden?

Knausgård «Daar geef ik hen de kans niet toe: als ik ga eten met mensen, zorg ik er zelf voor dat het geld uit mijn zak komt. Mijn grootste bezorgdheid: ik wil het zo doen dat niemand zich in zijn eer gekrenkt voelt. Sowieso haal ik mijn portefeuille niet boven om op te scheppen, maar omdat het me logisch en praktisch lijkt. Ik oefen me al een paar jaar in subtiliteit. Wanneer ik betaal, zeg ik meestal dat de uitgeverij me het geld wel zal teruggeven: niet noodzakelijk waar, maar zo verliest niemand zijn gezicht.

»De ontstane ongelijkheid tussen mij en mijn omgeving is ook vaak vervelend. Geir, die je van ‘Mijn strijd’ kent, is behalve een beste vriend tegenwoordig ook een buurman. De gebeurtenissen in mijn leven en carrière volgt hij op de voet – met veel interesse en al vanaf het begin. Hij weet: het maakt niet uit wat ik doe, ik word ervoor beloond en bejubeld. Zelf is hij ook schrijver, en net zo toegewijd als ik. Het blijkt evenmin uit te maken wat híj doet: sowieso komt níéts zijn richting uit.»


Afgunst

Knausgård «Veel van mijn vrienden zijn schrijvers, en allemaal zijn ze ambitieus. Wat mij overkomt, is een test voor onze vriendschap, maar ze zijn gelukkig open over hun frustraties, ze zeggen me: ‘Ik wil wat jij hebt, en het doet pijn dat het me niet lukt’, maar ook: ‘Trek het je niet aan, het is mijn eigen probleem.’ Ze weten dat hun gebrek aan succes niet mijn schuld is.»

HUMO In ‘Uit & thuis’ beschrijft u de pure, onverdeelde gelukzaligheid die voetballers moeten voelen wanneer ze een belangrijk doelpunt maken. U hebt zelf ook gevoetbald en schrijft er nog graag over, en dan is dit bruggetje snel gelegd: hoe jaloers bent u op iemand die met de bal kan toveren?

Knausgård «Níét, want het leven van een voetballer lijkt in niets op dat van mij. Ik bedoel: je bent niet jaloers op de koning, dat zou namelijk onnozel zijn. Om dezelfde reden benijd ik Messi niet als ik hem op televisie zie. Ik ben soms wél jaloers op andere schrijvers, al bestrijd ik dat gevoel zodra ik het voel opkomen.»

HUMO Namen!

Knausgård «Ik zeg het niet graag – het is gênant en het zegt veel over hoe ik in elkaar zit – maar ik was laatst zeer, zéér jaloers op mijn collega Dag Solstad. The New Yorker, en meer bepaald James Wood, noemde hem begin deze maand dé schrijver van het voorbije jaar. Ik heb een band met Solstad: we zitten bij dezelfde uitgeverij, we zijn allebei Noren. Ik vind hem oprecht een groot schrijver – hij is dat trouwens al van toen ik nog een kind was – en hij verdient alle lof. Toch: toen ik dat stukje in The New Yorker las, dacht ik meteen: ‘Néén!’

» Afgunst is slecht, stom, contraproductief en het doet je lijken op een klein kind, maar soms ontsnap je er niet aan.

»Mijn geluk is dat, áls ik jaloers ben, ik dat onmiddellijk op mezelf projecteer. Ik zeg niet: ‘Wat hij gekregen heeft, zou mij moeten toekomen.’ Ik zeg: ‘Ik ben zó slecht, ik verdien niet wat hij krijgt.’ Dat ik op z’n minst die reflex heb, zie ik als de enige redding van mijn zelfwaarde.»


Hoogmoed

HUMO Welke van uw verwezenlijkingen doen uw ego het meest zwellen?

Knausgård «Meestal schrijf ik over mezelf, en over jezelf schrijven is gemakkelijk, dat stelt dus al niets voor. Bij ‘Mijn strijd’ voel ik niets dat op fierheid lijkt. Eén van mijn eerdere romans, ‘Engelen vallen langzaam’, was wél pure fictie. Daarover voel ik nog steeds geen trots, maar toch al tevredenheid: ik had vooraf nooit gedacht dat ik het kon, iets uit mijn duim zuigen.

»Onlangs schreef ik voor The New York Times Magazine een stuk over hersenchirurgie in Albanië. Ik ben daarheen gereisd, interviewde er mensen, deed uitgebreide research: een bonafide journalistenjob en zéér bevredigend. Een compleet nieuwe ervaring, en met voorsprong mijn leukste vijf dagen van de afgelopen jaren. Zoiets wil ik vaker doen.»

HUMO Wat u ook een warm gevoel van zelfvoldaanheid mag bezorgen: uw naam is een adjectief geworden. Het begrip ‘een knausgårdiaans dagritme’ staat sinds ‘Mijn strijd’ synoniem voor de opsomming van elkaar staccato opvolgende banale activiteiten: opstaan, koffie zetten, fitnessoefeningen doen, scheren, lezen, even nadenken, schrijven, museumpje bezoeken, enzovoort.

Knausgård «Nee, dat is mij te absurd. Ik heb er geen voeling mee, ik vat het niet.

»Hoogmoed betekent volgens mij ook: jezelf het tijdelijke centrum van het heelal vinden. Dat is een obstakel voor elke auteur. De schrijver die zich niet bescheiden kan opstellen, weet niet wat schrijven is.»

HUMO En toch: ik ken een paar dozijn schrijvers die graag in de spiegel kijken.

Knausgård «Misschien, maar het kan niet anders of ze slagen erin hun ego af te leggen als ze schrijven. Hemingway heeft het imago van een breedsprakerige blaaskaak, maar voor een macho is zijn schrijfstijl opvallend sensibel. In zijn boeken herken je een nederige stilist, alles draait om sfeer en stemming, wat hij wil vertellen, is daar aldoor ondergeschikt aan.»

'De vergelijking met Proust voelt als een belediging, voor zowel hem als mij'

HUMO Kan ook trots positief aangewend worden?

Knausgård (denkt na) «Ja: het behoedt je wellicht voor te veel compromissen. Pakweg de Oostenrijkse schrijver Peter Handke zou nooit iets doen dat tegen zijn kloek ontwikkelde eergevoel ingaat.

»Ik denk nog te vaak dat ik ook de commerciële kant van mijn beroep moet verzorgen, dat ik mezelf moet verkopen. Als ik écht een trots man was, deed ik wellicht geen interviews meer. Tot het ooit zover komt, troost ik me met de geweldige quote van de Zweedse fotograaf Per-Anders Pettersson: ‘Fuck integrity, have fun!’»

HUMO Zijn interviews fun voor u?

Knausgård «Dit is een aangenaam gesprek, maar: nee. Het is ingewikkeld (lacht).»

HUMO In ‘Uit & thuis’ omschrijf je de Barcelona-ster Neymar als de spitting image van popzanger Limahl, en Luis Suárez spiegel je aan Freddie Mercury. Met wie vergelijken anderen jou het vaakst?

Knausgård «Qua schrijfstijl het vaakst met Marcel Proust natuurlijk. Het is een eer om met hem in één zin genoemd te worden, maar tegelijk ligt het zo ver van de waarheid af dat het wrang wordt. Het voelt als een belediging voor zowel Proust als voor mij. Door één groep mensen de hemel ingeprezen worden, en daar door weer andere mensen op afgerekend worden: dat doet denken aan Harry Martinson, de Zweedse schrijver die zelfmoord pleegde nadat hij de Nobelprijs voor Literatuur had gekregen.

»Op dit moment wordt er een remake van ‘Twin Peaks’ gemaakt, en op het internet vindt een kleine groep mensen dat ik uitermate geschikt zou zijn om daarin de rol van Bob te spelen. Oprecht: het allerleukste compliment in tijden. In de periode van de originele ‘Twin Peaks’ zat ik elke week aan het scherm gekluisterd; het indrukwekkendste dat ik ooit op televisie had gezien. (Mijmert) Stel je voor. Ik: Bob! (lacht)

»Ambigu: veel mensen zeggen me dat ik schrijf als een vrouw. Allicht is het bedoeld als compliment – het stereotype wil dat vrouwen beter en fijner afgestemde voelsprieten voor hun omgeving hebben. Voor een schrijver is dat flatterend. Voor een man: iets minder.»


Traagheid

HUMO Onverschilligheid omschrijft u in ‘Mijn strijd’ als de allerergste hoofdzonde: de zonde tegen het leven.

Knausgård «Onverschilligheid. Spleen. De gewaarwording dat alles om me heen grijs is, en niets in de wereld écht betekenis heeft. Ik kan me weinig voorstellen bij succes: waar andere mensen een been voor over hebben, dat laat mij koud. Daar worden die anderen dan weer gek van, en van de weeromstuit ga ik me schuldig voelen. Schuld: daar heb ik dan wel weer talent voor.»

HUMO Vecht u er nog tegen?

Knausgård «Ik weet niet eens of ik die spleen als een vijand beschouw, ik zou het niet als een gebrek of een letsel omschrijven. Volgens mij komt het bij behoorlijk veel mensen voor. Níét bij kinderen: voor hen is alles sprankelend, nieuw en avontuurlijk. Ze begrijpen niet alles, maar ze vóélen het. Voor volwassenen is het net omgekeerd. Het is een logische ontwikkeling dat je je omgeving als vanzelfsprekend gaat beschouwen. Onverschilligheid is een manier om je gevoelssensoren een beschermkapje op te zetten en door te gaan met het leven.

»Het werd bij mij erger na mijn 40ste: toen besefte ik pas echt dat de wereld vroeger méér te bieden had. Dat is één van de redenen waarom ik ‘Mijn strijd’ schreef; ik wilde weten wat er zich in mij afspeelde, en schrijven is de enige manier die ik daarvoor ken.

»Hetzelfde geldt voor dat nieuwe project waar ik het al over had. Ik beschrijf daarin alles wat ik om me heen zie. Flessen, glazen, tafels: per voorwerp een kort hoofdstukje. Door het op papier te vatten, probeer ik het opnieuw leven in te blazen. Maar: gespeend van hiërarchie of waardeoordeel. Niet: ‘Dit is goed, dat is slecht.’ Ik schrijf ook over kots, en probeer daarbij net zo precies en toegewijd in detail te treden als bijvoorbeeld bij bloemen.»

'Ik word soms zo moe van mezelf'

HUMO Bent u bang dat u uw onverschilligheid onbewust doorgeeft aan uw kinderen?

Knausgård «Zéér. Ik voel me deels opgelucht als ik zie hoeveel energie en kracht zij nog hebben. Zij vragen zich nooit af: ‘Waarom ben ik hier?’ Denken nooit: ‘Ik wou dat ik er niet meer was.’ Ze zijn exclusief gelukkig, nu. Natuurlijk is het mogelijk dat ik hen er op latere leeftijd alsnog mee opzadel. Maar tot dan probeer ik in hun buurt altijd monter en opgewekt te zijn. Ik maak grappen, ik lach. Niet omdat ik daar zin in heb, maar omdat ik hun een vrolijke vader verschuldigd ben. Ik heb het recht niet om hen met mijn grijsheid lastig te vallen.

»Net voor kerst was ik te gast in een talkshow, de grootste van Scandinavië, en daar heb ik dit ook verteld. Over hoe ik me in wezen elke ochtend ongelukkig voel, en over hoe ik die toestand ondertussen aanvaard heb als de mijne. Een paar dagen later kwam één van mijn dochters naar me toe: ‘Papa, op school zei iemand dat je elke dag ongelukkig wakker wordt. Waarom zou hij dat zeggen?’ Ze was erg in de war, omdat ze dat nooit van mij verwacht had, mij nooit op die manier gezien had. Het is niet dat ik hen wil voorliegen, dat ik een toneeltje opvoer om hen voor de gek te houden – ik doe het omdat het de enige optie is.

»Het was zeer onaangenaam om die ontzetting in mijn dochters ogen te zien, maar er komt natuurlijk sowieso een tijd dat ze mijn boeken zal lezen; dan weet ze het ook. En mijn kinderen snappen nu al wat het inhoudt om ongelukkig te zijn: ze leven samen met een manisch-depressieve moeder.»

HUMO Van luiheid, het doordeweekse gezicht van deze zonde, hebt u minder last. Dan speelt uw grommende geweten op.

Knausgård «Ik kan het niet helpen. Het zal wel iets protestants zijn. Wat niet productief is, is per definitie slecht.

»Ik kijk heel graag naar voetbal, maar het kost me veel moeite om anderhalf uur stil te zitten: ik voel me schuldig om zoveel verspilde tijd. Tijdens het schrijven zit ik voortdurend mijn mails te checken, kranten te lezen, op het internet te surfen: daar voel ik me ook weer beroerd over. Het wordt zo erg dat ik er tegenwoordig zelfs last van heb als ik een boek lees, terwijl dat in wezen toch deel uitmaakt van mijn job. Geen grap: het voelt opmerkelijk beter als ik zittend lees. Liggend lezen lijkt mij te veel op luieren. Ik weet dat het potsierlijk is. In vakanties heb ik ook al geen interesse, al zou het me ongetwijfeld deugd doen: ik word soms zo moe van mezelf.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234