null Beeld

De 7 Hoofdzonden: W.F. Hermans (volgens z'n biograaf Willem Otterspeer)

Zou dat kunnen? Zozeer door het oeuvre van een schrijver overhoop worden gehaald, dat je nadien van ’m moet afkicken? Het overkwam Willem Otterspeer (64), de biograaf van Willem Frederik Hermans, met voorsprong de grootste Nederlandstalige schrijver die ooit heeft geleefd.

‘Na twaalf jaar hard werken aan deze biografie had ik de behoefte te ontgiften van Hermans,’ zegt Otterspeer me in z’n Leidense werkkamer. ‘Hij diende op te krassen, te verdwijnen uit m’n systeem. Anders zou ik er zelf aan ten onder zijn gegaan.’

undefined

'Bij het schrijven kreeg Hermans vaak een erectie. Van de emotie, van de opwinding'

Otterspeer toont me enkele prachtige eerste drukken van Hermans’ vroegste werk: ‘Paranoia’, ‘Ik heb altijd gelijk’, ‘De donkere kamer van Damocles’ – ‘in de eerste drukken nog met een c, later met k,’ aldus de biograaf. Het zijn sporen van een verslaving die bij Otterspeer al zeer vroeg begon. Als ik hem voorstel om het interview onder de vorm van De Zeven Hoofdzonden af te nemen, is hij meteen enthousiast, want: ‘Ja, Hermans zondigde veel en graag.’ Maar eerst wil ik van mijn gastheer weten hoe hij na Hermans’ dodelijke kus wakker is geworden.

HUMO Het werk van Hermans is een gif?

undefined

Willem Otterspeer (foto links) «Zeker wel. Maar zoals bekend kan een gif ook heilzaam werken; de meeste medicijnen zijn gemaakt op basis van gif. In die zin heeft Hermans mij van allerlei dingen genezen: al te grote naïviteit, bijvoorbeeld, al te groot optimisme en utopisme. Hermans was dé grote nihilist.

null Beeld

»Geen vrolijke, wél een grimmige nihilist. Hij lachte vaak, maar het was een wrange schater: ‘Mijn lach is de braakbeweging waarmee ik bedorven voedsel uitstoot.’ Dat enorme negativisme van Hermans oefende onmiskenbaar invloed op mij uit. Langzamerhand werd ik in de richting van de paranoia gestuurd. De afkeer, het geloof in de onbetrouwbaarheid van de wereld. Dat gaat in je zitten, het deformeert je.

»Gelukkig was er mijn echtgenote, een diep optimistische vrouw, die voor tegengif zorgde. Zo werd het schrijven over Hermans een verhelderingsproces. Het was een debat met mezelf. Ik ging Hermans als schrijver meer en meer bewonderen. Maar als mens duwde ik hem almaar meer op een afstand.»


Hovaardigheid

HUMO Gerard Reve noemde Hermans ‘een groot schrijver, maar een abject individu op het menselijk vlak’.

Otterspeer «Abject zou ik ’m niet noemen: een belangrijk deel van z’n agressie kwam voort uit kwetsuur. Hermans was het briljante, betweterige maar naïeve jongetje dat telkens opnieuw het deksel op z’n neus kreeg.

undefined

'Duizelig van zelfingenomenheid was hij. Hij wilde als een tumor in de hoofden van zijn lezers doordringen'

»Dé grote hoofdzonde van Hermans was hoogmoed, eerzucht. Duizelig van zelfingenomenheid was hij. Dat hing samen met zijn schrijverschap: een schrijver, vond Hermans, hoort volkomen megalomaan te zijn, een schrijver is boven alles eenzaam. Hij moet z’n DNA desnoods met geweld aan z’n lezers opleggen. Hij wil als een tumor in de hoofden doordringen.

»Hermans is lange tijd slecht besproken door de critici. Vanaf het begin kreeg hij negatieve recensies. Daar moest hij allemaal tegenkunnen.»

HUMO Het archief van Hermans, de duizenden brieven die hij schreef, heeft mythische proporties. U hebt het allemaal mogen inzien. Stond u op goede voet met Emmy Meurs, de weduwe van Hermans?

Otterspeer «Emmy is al een jaar of vijf dood. Ik heb haar erg goed gekend; zij was, naast de brieven, mijn belangrijkste bron. »

HUMO In het verhaal ‘Hundertwasser, honderdvijf en meer’ staan verschrikkelijke dingen over Emmy: ‘Waarom heb je het mij onmogelijk gemaakt bij je vandaan te lopen? Toen ik niets meer tegen je te zeggen had, kreeg je een dochtertje om te vertroetelen. Toen je dochter volwassen was, namen wij katten, honden. Je was tevreden met de liefde van een hond, als je maar in hetzelfde huis mocht wonen als ik.’ Die passage staat niet in uw biografie. Censuur van Emmy?

Otterspeer «Nee. Noem het piëteit. Emmy heeft haar hele leven van Hermans gehouden, dat staat vast. Ze had ook veel medelijden met ’m, ze wist hoe eenzaam hij was, ze was zelf vreselijk alleen. Toen ik over ‘Het grote medelijden’ begon, verscheen er een gepijnigde trek op haar gezicht. Dat verhaal was vernietigend voor Tjark Meurs, de broer van Emmy. Ze heeft toen moeten kiezen tussen haar familie, die na het verhaal verschrikkelijk boos op Hermans was, en haar man. Ze koos voor Hermans, en de familie verklaarde haar dood. Toen werd ze nog eenzamer: Hermans trok zich terug op zijn werkkamer en Emmy moest het zelf maar uitzoeken. Er klopte weinig in dat huwelijk. ‘Ik ben met de verkeerde vrouw getrouwd,’ schrijft hij. Nou, uit piëteit heb ik dat met gedempte pedaal gespeeld.

»Hermans kon, ook in gezelschap, ontzettend boos worden op Emmy. Hij heeft nooit gezien hoe groot zij was, wat een prachtige parel hij in huis had. Zo’n ontzettend charmante, warme, intens loyale vrouw ze was. Zo wijs.

undefined

'De mislukkingskunstenaar' telt 2.000 pagina's. 'Zijn laatste dagboek heeft de toon bepaald, en dus ook de titel. Van zijn mislukkingen maakte hij literatuur. 'Scheppend nihilisme', zoals hij het noemt.'

»Op z’n doodsbed had WFH het bevel gegeven al z’n dagboeken uit het archief te halen en te vernietigen. Maar in het archief trof ik nog het allerlaatste dagboek van Hermans aan. Ontzettend belangrijk materiaal staat daarin, ontluisterend: hoe hij bang is voor de aftakeling, hoe hij op z’n oude dag kapot gaat aan zelftwijfel, over z’n schaamte dat hij als student niet echt goed was in wiskunde. Zeer onthullend allemaal. Z’n laatste jaren waren één grote tristesse.

»Dat laatste dagboek heeft de hele biografie bepaald: hoe zijn leven in dienst stond van de mislukking. Daarom ook de titel van de biografie: ‘De mislukkingskunstenaar’. Hermans dreef op mislukking. Hij mislukte als vader, als echtgenoot, als zoon, als lector aan de universiteit. En van die mislukking maakte hij vervolgens literatuur. Hij boog het om tot kunst. Dat is zijn ‘scheppend nihilisme’.

null Beeld

»Hermans was vreselijk hovaardig, en tegelijk vreselijk bang. Hij schrijft: ‘Angst is het vruchtwater waarin ik ondergedompeld ben.’ Die angst is elementair. En overgeërfd: vader en moeder Hermans, beiden onderwijzers, waren bang voor alles. Zijn vader was een hamsteraar, bang voor een nieuwe oorlog. De zolder lag vol ‘voorraden’, uien en kolen. Die man zocht wanhopig naar veiligheid en zekerheid. En zijn moeder was zo mogelijk nog banger.

»Deze angst is genetisch in Hermans en z’n oudere zus terechtgekomen: Corrie Hermans is eraan ten onder gegaan. Ze durfde het gasstel niet eens aan te steken, ze sloop door het huis. Nou, bij Hermans is die angst omgeslagen in agressie. Kijk naar de foto’s op de achterflap van boeken als ‘Een wonderkind of een total loss’: die argwanende, boze blik. ‘Kom me niet te na!’ – dat is Hermans ten voeten uit.

»Hermans kende zichzelf zeer goed: hij kon zonder vooroordelen met een koude blik in z’n eigen ziel kijken. Dat maakt zijn observaties des te dodelijker. In z’n ‘Fotobiografie’ zie je uit wat voor genetisch materiaal hij is samengesteld: bij z’n voorouders tref je ook die benige kop, die stekende blik, die monologische natuur aan. Zijn ‘verschrikkelijke grootmoeder’, de moeder van z’n vader, zou een soort archetypische heks zijn geweest. Het zat in hem, langs beide kanten. De angst van z’n moeder was van een ander type: angstige gevoeligheid. Zij durfde helemaal niet op straat te komen. Die twee samen vormden de dodelijke cocktail genaamd WFH. Een kwalijke en uitzonderlijke mix van de genen, zeg maar.

»De oorlog was voor Hermans de metafoor bij uitstek voor z’n wereldbeeld. Lees er ‘Het behouden huis’ op na: internationale topklasse. In een oorlog toont de mens z’n ware gelaat. De rest is vernis. Dan klapt de ethiek als een kaartenhuisje in elkaar en heerst alleen nog de chaos. Zeer actueel, overigens: kijk maar naar de IS-milities.»

HUMO In 1951 schreef Hermans een roman met de ronkende titel ‘Ik heb altijd gelijk’.

Otterspeer «Dat grote gelijk was ironisch bedoeld, zeker in die roman. De zaak-Weinreb betekende het keerpunt: wat begon als ironie, werd bittere ernst. Hij begon oprecht te geloven in z’n eigen gelijk. Hermans ontwikkelde een onbedwingbare honger naar controverse. Een slecht boek ervoer hij als een persoonlijke belediging. Hij heeft de hele Nederlandse literaire zangberg afgefakkeld, in de Kamer werden vragen over ’m gesteld, vaak had hij de hele opinie tegen. Uiteindelijk trok Hermans uit Nederland weg als een getergd en ziek mens. Tegelijk betekende dat het definitieve einde van zijn schrijverschap: na z’n Groningse tijd werd z’n werk duidelijk minder.»

HUMO Toen de rancune niet langer gevoed kon worden, hield het op?

Otterspeer «Hermans wist dat zelf best. In een brief aan Freddy de Vree schrijft hij: ‘Zou het kunnen dat een schrijver na z’n 46ste geen meesterwerk meer schrijven kan?’»


Onkuisheid

HUMO Vanaf Parijs lijkt Hermans niet alleen z’n literaire maar ook z’n seksuele potentie kwijt.

undefined

Otterspeer «Zijn vroege werk zit vol al dan niet uitgesproken sado-erotische fantasieën. In ‘Damokles’ laat hij z’n held de liefde bedrijven met een meisje uit het verzet. Dat is geen liefde, dat is een marteling. Dat meisje wordt, letterlijk, geëlektrocuteerd tussen twee vochtige plekken: tong en penis. Een andere scène, deze keer uit ‘Het grote medelijden’: ‘Hij streek op haar neer als de slurf van een tornado.’ Dát is de erotiek van de vroege Hermans. En die erotiek is totaal weg in zijn latere werk. Dan gaat het over oude haantjes, over impotentie. Wat zijn uiteindelijke bekroning in ‘Au pair’ vindt, een roman waarin Hermans de pure zuiverheid preekt. De schrijver kijkt preuts weg van de mooie benen van z’n heldin, de 1 meter 90 grote, verblindend mooie Pauline.»

null Beeld

undefined

'Ooit heeft Hermans gedroomd dat hij met z'n zus naar bed ging. De incestueuze verhouding tussen broer en zus is een van zijn hoofdthema's'

HUMO 14 mei 1940: de oorlog breekt uit en Hermans’ zusje, Corrie, pleegt zelfmoord. Het vormt één van de grootste motoren achter Hermans’ schrijverschap. Acht je het mogelijk dat er incest in het spel was?

Otterspeer «Dat weet ik niet. Wel is het zo dat Hermans ooit gedroomd heeft dat hij met z’n zus naar bed ging. Dat heeft hij in een interview gezegd. En er meteen bijgevoegd dat het in werkelijkheid nooit was gebeurd. Maar de incestueuze verhouding tussen broer en zus is inderdaad één van z’n hoofdthema’s. Corrie en hij waren als het ware een eeneiige tweeling. Ze leken ontzettend op elkaar, ook in talent. Ze hadden elkaar lief en beconcurreerden elkaar. Corries zelfmoord kwam bij Hermans aan als verraad. Hij bleek niet op de hoogte van haar verhouding met hun neef. Ze was met die man, een politieagent, waarschijnlijk naar bed gegaan: dubbel verraad!»

HUMO Tijdens de oorlogsjaren treffen we Hermans aan in het midden van een driehoeksrelatie: hij dient de betoverend mooie Truusje te delen met een al wat oudere, welgestelde man, Koos, die haar onderhoudt.

Otterspeer «Truusje was niet alleen betoverend mooi, ze was ook een meesteres in het bespelen van haar twee minnaars, en in het bestendigen van de driehoek. Truusje was ouder en meer ervaren dan Hermans, zij was z’n eerste grote erotische ervaring. Het was een verhouding van slaan en geslagen worden: Truusje doet Hermans in haar borsten bijten, letterlijk. Zij was niet het slachtoffer, nee, zíj stuurde het proces.»

HUMO Maar dan blijkt de sterkte van Hermans: hij zette zelf een punt achter de verhouding. Omdat hij eraan dreigde kapot te gaan?

Otterspeer «Zeker wel. Hermans was geen draufgänger als Harry Mulisch wanneer het op het versieren van vrouwen aankwam. In de jaren 50 had hij een verhouding met een meisje, Elisabeth Grondijs. Nou, dat meisje had een zeer aparte hoest. En precies dat betoverde Hermans. Die hoest was de basis van de verhouding. Een vrouw moest iets kinky’s hebben, iets vervreemdends.»

undefined

null Beeld

undefined

'WFH met zijn vrouw Emmy Meurs. 'Hij heeft nooit gezien hoe groot zij was. Hermans bedroog haar een beetje. Maar zij bleef bij hem, ook toen haar familie haar dood­verklaarde.'

HUMO Bedroog hij Emmy?

Otterspeer «Een beetje wel, ja. Aan Reve schreef hij: ‘Moet de rest van m’n leven vanaf nu bestaan uit het in de duinen veroorzaken van orgasmes in bewaarschoolmeisjes?’ Emmy wist van z’n escapades. Ze heeft het mij zelf verteld. ‘Maar,’ zo eindigde ze het gesprek daarover, ‘míjn bed was het warmste.’ Dat vond ik... groots.»

HUMO In z’n laatste dagboek schrijft de oudere Hermans: ‘Ik krijg een steeds grotere afschuw van het vrouwelijke geslachtsdeel.’

Otterspeer «Het hele idee van ‘geslachtsgemeenschap’ vond hij mettertijd walgelijk. Daar zit hij, die oude man, die vroeger z’n minnaressen zo goed als martelde, en nu bij zichzelf vaststelt dat de lust verdwenen is.»


Hebzucht

HUMO Hermans was buitengewoon hebzuchtig. Hij was de enige die Humo ooit diende te betalen om hem te mogen interviewen. Alles moest geld opbrengen, blijkbaar.

Otterspeer «Hermans eiste overal geld, dat was bekend. En altijd hoge bedragen. Hij kreeg schandalig veel voor z’n journalistieke stukken, z’n presentaties, z’n columns. Voor een lezing vroeg hij tussen 5.000 en 10.000 gulden (2.269 tot 4.538 euro, red.), toen een enorm bedrag. De NRC betaalde hem 4.000 gulden voor een groot stuk. Hij zeurde altijd om méér, in vaak kwetsende brieven aan de hoofdredacteur. Gek genoeg maakte dat de kranten en magazines nog hongeriger naar kopij van Hermans: soms vochten ze om ’m in hun stal te krijgen. Die stukken werden ook erg goed gelezen: Hermans was uitstekend op de hoogte van z’n marktwaarde. Voor 2.000 gulden kwam hij z’n bed niet uit.»

HUMO WFH lag voortdurend in conflict met z’n uitgevers, ook weer over geld.

Otterspeer «Uitgeverij Van Oorschot belazerde de kluit, dat is duidelijk. Hermans deed hem een proces aan, dat hij glansrijk won. Geld betekende voor hem boven alles vrijheid. Hij wilde geen baantje, hij wilde geen bohemien zijn. Daarvoor was hij te dol op comfort. Hij wilde in dure sportwagens rijden, vorstelijk dineren in de beste restaurants, en slapen in de beste hotels. Hij heeft ook altijd mooi gewoond, eerst in dure huizen, vervolgens in dure Parijse appartementen.

»Toch kon Hermans zeer met mensen begaan zijn, op het diepsentimentele af. De Bezige Bij richtte een schrijven aan alle auteurs in het fonds, met het verzoek 50 gulden over te maken voor een aan lager wal geraakte collega. Wel, Hermans stortte prompt 1.000 gulden.»


Gulzigheid

HUMO Hermans stond bekend om z’n afschuwelijke hoestbuien. Toch bleef hij gulzig verder roken. Het leek wel een trage zelfmoord.

Otterspeer «Dat was het in zekere zin ook. Tegelijk bleef hij er lang van overtuigd: ‘Die hoest doet me niks. Ik word toch 100.’ Toen aan het licht kwam dat hij longemfyseem had, kreeg hij van de dokter het bevel te stoppen met roken. Maar dat lukte niet: zonder sigaretten kon hij niet schrijven. Hij probeerde het meermaals, maar herviel. Hij dacht: als ik niet schrijf, wordt alles zinloos. Dan maar blijven roken.

undefined

'Hermans heeft geëxperimenteerd met lsd, hij wilde kijken wat het met z'n brein zou doen. Het resultaat? 'Ik voel niets''

»Met drank lag het anders. Hij kon ontzettend veel innemen, maar hij kon net zo goed dagenlang geen druppel alcohol aanraken. Hij was vooral een gezelschapsdrinker.»

HUMO Ik heb Hermans ooit meegemaakt tijdens een lezing voor kunstkring Moritoen, in Brugge. Al van ’s middags had hij zwaar aan de wijn en de cognac gezeten. En ’s avonds stond de fles whisky halfleeg op z’n voorleestafel. Die nacht was hij verschrikkelijk dronken.

Otterspeer «Dat gebeurde vaker, ja. En meestal liep het niet goed af: hij kon een zeer kwade dronk hebben. Je vraagt je daarbij af: wat dreef hem naar die alcohol? In wezen was Hermans een verlegen iemand. Als hij onder het publiek kwam, dronk hij z’n verlegenheid weg. Denk aan die onwaarschijnlijk harde zin, in ‘Het grote medelijden’: ‘Het eerste wat ik denk als ik iemand ontmoet is: ‘Hoe kom ik van ’m af? Hoe kom ik in godsnaam van ’m af?’’ Maar tijdens het schrijven dronk hij níét. Had hij ook niet nodig: schrijven was z’n drug, z’n afrodisiacum, zijn vorm van onanie. Tegen Frans A. Janssen vertelde hij dat hij bij het schrijven vaak een erectie kreeg. Van de emotie, van de opwinding.

»Schrijven was voor hem iets als voodoo bedrijven. Ik heb een getuige gesproken die stiekem Hermans aan het werk zag toen die aan een polemiek schreef. Dat was echt rammen op de machine, tong uit z’n bek. En toen het af was, leunde hij achterover, siste hoorbaar, en maakte met gespreide vingers bezwerende gebaren in de richting van het papier. Alsof hij spijkers in dat papier joeg: ‘Jij bent dood!’»

HUMO Alweer in ‘Het grote medelijden’ is sprake van benzedrinegebruik. Was Hermans verslaafd aan amfetamines?

Otterspeer «Verslaafd, denk ik niet. Maar hij gebruikte het wel. Met amfetamine wek je je schrijfdrift op. En je kunt veel langer blijven doorgaan. Je schrijft in een roes. Z’n ideaal was: in drie weken een roman schrijven, net als Simenon. Eén van z’n zwagers was een arts, zo kwam hij eraan.

»Hij heeft ook geëxperimenteerd met lsd, eind jaren 60, midden in z’n creatiefste periode, in het bijzijn van een psychiater. Hij had ‘The Doors of Perception’ gelezen, een roman van Aldous Huxley, waarin met mescaline wordt geëxperimenteerd. Hermans wilde kijken wat lsd met z’n brein zou doen, of het misschien nuttig voor z’n schrijven was. Nou: ‘Ik voel niets.’ (lacht) Waarschijnlijk was de dosis te klein. Hij nam pillen, hij rookte hasj, dat staat allemaal vast. Simon Vinkenoog en de Antwerpse dichter Gust Gils leverden hem marihuana. Maar hij was zeker geen drugsaddict. Het ging ’m om het experiment, om wat hij er voor z’n schrijven van gebruiken kon. Hermans wilde ‘achter borden ‘Verboden toegang’ kijken’. Ook bij zichzelf. Hij wilde zijn eigen afschermingsmechanismen doorgronden.

»Ondanks z’n rijkdom werd Hermans naar het einde toe schraapzuchtig. Hij leefde voortdurend in financiële angst: angst voor de inflatie, angst voor een crisis, angst voor stakingen, angst voor het over de kop gaan van De Bezige Bij. Je zou denken: ga dan toch zuiniger leven. Maar nee: er moesten toch weer dure maatpakken komen, kostbare wijnen, royale feestmalen. En Emmy had een Cordon Bleu-diploma, die kookte als een engel.

»Als Hermans uit eten ging met vrienden, kon het niet op. Dan was hij zeer vrijgevig, dan keek hij niet naar geld. Op de keper beschouwd, en tegen de verwachtingen in, had Hermans een zeer sentimentele kant. Hij was lichtgeraakt, en niet alleen in negatieve zin. Hij kon snel in huilen uitbarsten. Vooral bij muziek: als hij Gluck hoorde, kreeg hij de tranen in z’n ogen. Let wel, sentimentaliteit is een vals gevoel.»


Traagheid

Otterspeer «Hermans kon buitengewoon hard werken. Hij schreef snel en maakte voortdurend aantekeningen, van zichzelf en van z’n leven. Als hij een idee de moeite waard vond, schreef hij ze neer in zo’n klein zwart aantekenboekje, om ze later in een roman of een verhaal te gebruiken. In ‘Preambule’ schrijft hij: ‘Met iedere gedachte die ik niet opschrijf, ga ik verloren.’ Hij experimenteerde ook constant: met zichzelf, met z’n lichaam, met de mensen in z’n omgeving. Hij kon niet tegen verveling, tegen stilstand, tegen het verglijden van de tijd. Eeuwig observeren, ook. In één van die boekjes klinkt het: ‘Ik voel me zo veilig als ik aan iemand de pest heb.’ Schitterend, toch! Of: ‘Mijn definitie van misbruik: iemand langer gebruiken dan je hem nodig hebt.’ Gruwelijk, maar waar: je ziet het iedere dag om je heen gebeuren. In Hermans verwerpen wij ons kwade ik, ja. Hij schrijft: ‘De schrijver haat zichzelf in z’n personages. De lezer haat zichzelf in de schrijver.’ Dat is toch van een duizelingwekkende helderheid en inzicht?»


Nijd

HUMO Eén van de bekendste WFH-citaten: ‘Ik heb geschreven om wraak te nemen.’

undefined

Otterspeer «Hermans was een reus op lemen voeten. Hij stelde zelf z’n superioriteit voortdurend in vraag. En die superioriteitswaan kon onverwacht omslaan in totale zelfhaat. Denk aan Alfred Issendorf in de roman ‘Nooit meer slapen’. Hermans was ook ‘de zanger van de wrok’, de Wrok met een grote W, de wrok tegen het onrecht dat de mensheid als geheel voortdurend wordt aangedaan. De constructiefouten waarmee we op de wereld zijn gezet, het kwetsbare lichaam waarmee we zijn uitgerust, onze onbetrouwbare geest, onze slechte taal die garant staat voor misverstand en bedrog. Wij zijn op deze wereld gesmakt met onvoldoende outillage. Precies die Grote Wrok maakt Hermans tot zo’n uniek schrijver. Hermans streefde de goddelijkheid na. Maar aan het einde van het verhaal kwam hij alleen maar uit op mislukking. Dat is Hermans in het kort.

null Beeld

»Hermans was niet alleen een groot sadist, hij was ook een voorbeeldig masochist. Hij wentelt zich in z’n eenzaamheid en gaat als een lijdende Christus aan het kruis hangen: ‘Zie mij...’ Hermans is ook: praten, praten, het afsteken van lange monologen, waarbij de hele wereld over de kling wordt gejaagd. Zijn finale afrekening met een mislukte schepping: ‘Ik wilde slagen. Slaan en slagen. Maar het is mij niet gelukt.’»

HUMO Waartoe diende al dat lijden?

Otterspeer «Hermans slachtte zichzelf en de wereld, en offerde het resultaat vervolgens aan de god van het schrijverschap. Daarvoor leed en leefde hij. Daarvoor geselde hij de ruggen. Daarvoor hing hij aan het kruis. Een opmerkelijke mystiek, ja. Hier raakt hij naar mijn smaak aan het vroeg 16de-eeuwse protestantisme, met z’n predestinatieleer en z’n onontkoombaarheid van de verdoemenis. Hermans is de Maarten Luther van de literatuur. Als je het zo bekijkt, is Hermans de stichter van een alternatieve, negatieve religie. Ook in die zin is Hermans uniek. Goedhartig en kwaadaardig, naïef en wantrouwend, hoffelijk en vilein, attent en vol rancune: hij was het allemaal. En vaak tegelijk.

»In de hele wereldliteratuur bestaat er geen pendant van W.F. Hermans. Hij dweepte met Céline, met Kafka, met Edgar Allen Poe. Maar zelf was hij uniek, met niemand te vergelijken. Hermans behoort tot geen enkele school. Hij heeft ook nooit z’n meester ontmoet. Zijn polemische tegenstanders waren niet tegen hem opgewassen.»


Jaloersheid

Otterspeer «Ik begrijp niet hoe iemand met Hermans bevriend kon zijn: je moest je constant laten vernederen, laten ontgroenen, laten beleren. Ik heb enkele van die vrienden hierover aangesproken. Die vertelden me dat de omgang soms vreselijk was. Maar Hermans kon ook onwaarschijnlijk royaal zijn, en zeer onderhoudend. Dan plukte hij de sterren van de hemel. Een briljant causeur, met een enorme eruditie. Hij was aardig en wreed tegelijk.»

HUMO Hij stond erom bekend zelfs z’n beste vrienden systematisch te slachten.

Otterspeer «Vriendschap of liefde interesseerden hem niet: die stonden dat wereldbeeld in de weg. Hij vond: ‘Vriendschap is de plek waar de literatuur de politiek snijdt.’ Hermans kon het alleen maar eens zijn met iemand die het zelf totaal met hém eens was, in alle opzichten. Met hovelingen en lakeien, dus.»

HUMO Toch geeft Freddy de Vree z’n boek over Hermans de titel ‘De aardigste man ter wereld’ mee.

Otterspeer «Een slechtere titel heb ik nog nooit gezien (lacht).

undefined

'Hij heeft om euthanasie gevraagd. Toen hij de dodelijke spuit kreeg, draaide hij zich om, weg van zijn vrouw, en stierf'

»Hermans wilde de enige ware schrijver zijn. De andere schrijvers vond hij maar niks. Alleen voor de jonge Reve voelde hij bewondering: hij heeft bij Podium een schitterende analyse van ‘De avonden’ van Reve gepubliceerd. Maar toen Reve met z’n katholicisme te koop begon te lopen en verwerd tot ‘een clown in een behangerspak’ was het uit met de liefde.»

HUMO Op het einde van z’n leven wordt een doodzieke Hermans van z’n huis in Brussel naar de kliniek in Utrecht gebracht. En daar komt hij op een 100 procent Hermansiaanse wijze aan z’n einde.

Otterspeer «De ambulance onderweg naar Utrecht raakte hopeloos de weg kwijt, terwijl WFH ondertussen vreselijke pijnen leed. In het ziekenhuis vroeg hij om euthanasie. Hij kreeg, in het bijzijn van Emmy en z’n zoon Rupert, de dodelijke spuit. Toen draaide hij zich op z’n andere zijde, weg van Emmy, en stierf.»

HUMO Alsof hij z’n vrouw zeggen wou: ‘Jij hebt helemaal niks voor mij betekend.’

Otterspeer (knikt) «Je denkt: je krijgt je dodelijke spuit, je grijpt de hand van je vrouw, en je kijkt haar zo lang mogelijk in de ogen. Hij dus niet. Gruwelijke dood, ja. Maar ook helemaal in character. Het moet voor hem een nederlaag zijn geweest om voor die zachte dood terug naar het gehate Nederland te zijn gemoeten.

»Nog een Emmy-anekdote: het echtpaar trekt met de Morgan naar Turkije. De uitlaat van de sportwagen komt op de vaak onverharde wegen voortdurend los. Hermans stopt bij een garage. De auto wordt gerepareerd, Hermans springt in de Morgan en scheurt weg. Maar Emmy stond er nog. Totaal vergeten! Het duurde tien minuten voor Hermans het door had. Toen hij haar kwam oppikken, barstte Emmy in lachen uit: ‘Sukkel!’»

HUMO Een monster van egoïsme?

Otterspeer «Absoluut. Egoïsme, egotisme, betrekkingswaan, noem het hoe je wil. Alles hing en draaide om Hermans.»

HUMO In de hele levensvorm van Hermans lijkt mij een denkfout te zitten: liever leven met de harde en pijnlijke waarheid dan met de zoete leugen. Misschien is dat wel de levensles die wij allemaal moeten leren. Er is nederigheid voor nodig om de zinloosheid te aanvaarden. En humor. Hermans bleek niet in staat zichzelf en het leven te relativeren.

Otterspeer «Hij was een pure dichotomist: alles was zwart of wit, je was voor of tegen hem, een tussenoplossing bestond niet. Hij was radicaal, een compromis was uitgesloten. Z’n hele psychologie was als het ware digitaal: wie niet alles weet, weet niets. In een vroege brief schrijft hij: ‘Ken mijn kinderachtigheid. Voor iemand die alles wil, is ‘bijna alles’ niets.’ Redelijkheid, het compromis, plausibiliteit: daar gruwde hij van. Dat vond hij ‘zwak’.»

HUMO Arme WFH. Hij zou z’n ‘grote medelijden’ beter voor zichzelf hebben gehouden.

Otterspeer «Vind ik ook: arme WFH. Ook ik hield na alles vooral medelijden voor ’m over. Naast mateloze bewondering voor z’n schrijverschap, natuurlijk. Want ja, hij was werkelijk de allergrootste.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234