De aanslagen en de media: hoofdredacteur Rob Wijnberg over de terreur van het snelle nieuws

De berichtgeving over de terroristische aanslagen van 22 maart mondde al snel uit in een hitsig opbod tussen zenders, kranten, nieuwssites en twitterati, waarbij snelheid de maatstaf leek, en niet zozeer nauwkeurigheid. ‘Journalistiek is verworden tot een ordinaire nieuwsfabriek,’ schreef Rob Wijnberg drie jaar geleden in zijn boek ‘De nieuwsfabriek’. Wijnberg is nu hoofdredacteur van de onlinekrant De Correspondent, dat op de dag van de aanslagen liet weten dat het ‘voorlopig géén verhalen zou publiceren’.

'De pers wil sneller zijn dan de snelste concurrent. Maar daar wordt de nieuws­consument niet beter van.'

Wijnberg was hoofdredacteur van de Nederlandse krant nrc.next, tot hij – wegens onoverbrugbare meningsverschillen – aan de deur werd gezet door Peter Vandermeersch. Nadien stampte hij De Correspondent uit de grond, die intussen meer dan 47.000 betalende leden telt. Een succes, ondanks – of net dankzij – de eigenzinnige journalistieke koers. Wie vorige week door de feed van De Correspondent scrollde, zag slechts één verhaal dat rechtstreeks refereert aan Brussel: een bijdrage van David Van Reybrouck over het falende Belgische onderwijssysteem, en de implicaties voor de multiculturele samenleving.



Rob Wijnberg «Decennialang heeft de journalistiek gewerkt in de veronderstelling dat je álles moet brengen. Als het niet in de krant had gestaan, was het voor je lezers niet gebeurd. Dat denken zit nog altijd in de kranten gebakken: álle media doen állemaal hetzelfde – dat hebben we de voorbije dagen weer gemerkt. Wie het nieuws een beetje volgt, heeft dezelfde berichten en speculaties niet één of twee, maar veertig keer zien voorbijkomen. Het probleem is dat journalisten elkaars referentie zijn voor wat belangrijk en relevant is. Veel redactievergaderingen vertrekken van het uitgangspunt: ‘Wat staat er in de krant?’ En zo krijg je een soort echokamer: de laatste dagen kan je geen krant meer openslaan of geen talkshow meer bekijken zonder dat het gaat over angst. De constatering luidt: ‘We zijn allemaal bang.’ Ik vraag mij echt af waaruit dat dan mag blijken, want ik durf best mijn huis nog uit. Jij niet? De ironie is natuurlijk dat precies die persaandacht angst genereert. Een ander voorbeeld is de stelling die je nu bij werkelijk élke commentator hoort: ‘We moeten eindelijk durven te benoemen dat religie de olifant in de kamer is.’ Ik hoorde het Paul Cliteur net nog zeggen op de radio: ‘We hebben de problemen te lang ontkend.’ Dan vraag ík me af: onder welke steen heeft die man de voorbije vijftien jaar geleefd? Het gaat al jaren over niets anders.»

HUMO Jullie proberen weg te blijven uit de echokamer. Op de dag van de aanslagen hebben jullie aangekondigd dat jullie de tijd zouden nemen om ze ‘van de juiste context te voorzien’.

Wijnberg «Wij houden ons sowieso niet bezig met het dagelijks nieuws. Wij vragen ons altijd af hoe we iets waardevols kunnen toevoegen, en bij een gebeurtenis zoals in Brussel kost dat veel tijd. Meer tijd dan je als journalist meestal gegund wordt (lachje). De traditionele reflex is: snel zijn. En liefst sneller dan de snelste concurrent. Maar daar wordt de nieuwsconsument niet beter van. Je krijgt instantspeculaties die achteraf niet blijken te kloppen.»

]QUOTE_Er is veel meer foute informatie dan we kunnen bevroeden]

HUMO De berichtgeving over Faycal C. is tekenend: volgens de ene krant was hij de derde terrorist in Zaventem, volgens de andere betrokken bij de aanslag in de metro. Uiteindelijk werd hij vrijgelaten wegens gebrek aan bewijzen.

Wijnberg «Precies. Nu zeg ik er wel meteen bij dat er zeker een plaats is voor on the spot-verslaggeving. Ik ben daar niet tegen, maar wij doen het níét, omdat we het niet beter kunnen dan de anderen.»

HUMO Verslaggevers brengen verslag uit, zo snel mogelijk na de feiten: zo gaat het al eeuwen. Journalistiek is per definitie niet feilloos, want mensenwerk, en afhankelijk van bronnen die ook niet altijd even feilloos zijn.

Wijnberg «Nee. Maar er zijn eenvoudige stelregels, zoals: ‘Eén bron is niet voldoende.’ Tegenwoordig volstaat één tweet al als bron. Bijkomend probleem is dat de media zich zelden afvragen of ze elkaars speculaties en fouten niet te veel recycleren. Daar is een zekere terughoudendheid en bezinning heel belangrijk. Zeker bij dit soort gebeurtenissen, waar heel veel emotie bij komt kijken en veel geruchten in omloop komen.»

'Journalistiek is geen wetenschap; er is veel meer foute informatie dan we kunnen bevroeden'

HUMO Het Laatste Nieuws heeft op 22 maart al snel een stuk online geplaatst waarin geruchten en foute berichtgeving werden rechtgezet.

Wijnberg «Dat is één van de voordelen van de toegenomen snelheid en van online journalistiek: je kan ook sneller corrigeren. Alleen: zo’n correctie volstaat meestal niet. Als een fout bericht eenmaal ‘in de lucht is’, blijft het voortleven op het internet. Als ik nu een compleet fout geïnformeerd verhaal zou willen brengen over de aanslagen, kan ik daar nog altijd bronnen voor vinden, ook al zijn die hier en daar weerlegd. Ze blijven circuleren. Maar ik geef toe dat perfectie niet van deze wereld is. En wat is überhaupt ‘de waarheid’? Er is een grijs gebied van interpretatie. Zonder cynisch te willen zijn: ik denk dat het percentage foute informatie nog veel groter is dan we kunnen bevroeden.»

HUMO U bent niet alleen journalist, maar ook mediagebruiker: hoe hebt u de berichtgeving over Brussel gevolgd?

Wijnberg «Ik probeer steeds meer – dat is ook een kernidee achter De Correspondent – die experts en individuele journalisten te volgen die vanuit een zekere deskundigheid spreken. Het generieke nieuws – de journaals, de algemene nieuwssites – volg ik nauwelijks, tenzij uit verveling. Als ik écht geïnformeerd wil worden, ga ik op zoek naar ervaring. Zo tipte een collega me ooit Jason Burke van The Guardian, een terrorisme-expert die jaren in Afghanistan heeft gezeten en heel goed gedocumenteerde analyses schrijft over hoe we moeten omgaan met IS. Zijn bijdragen over Brussel waren voor mij zeer waardevol. Trouwens: wij hebben de eerste dagen ook updates gepost met verzamelingen van wat volgens ons de beste analyses waren. De idee dat één medium alles zélf moet doen, is achterhaald. »

HUMO De dag na de aanslagen postte u een felbesproken column. U schreef: ‘Over terreur is alles al geschreven.’

Wijnberg «Ja. Ik zie een eindeloze herhaling van debatten, met enkel stemmen die zich aan de randen van het meningenspectrum bevinden. De grote middenmoot ziet zichzelf niet gerepresenteerd in die discussie. Mensen die weten dat de aanslagen die gepleegd worden door aanhangers van de Islamitische Staat met de islam te maken hebben, maar ook dat de islam niet de énige oorzaak is. Nieuws gaat bijna altijd over de sensationele uitzonderingen op de regel, en dat geldt evengoed voor debatten. Kijk naar Donald Trump: boudere stellingen en extremere voorspellingen genereren gewoon meer aandacht. Het alledaagse, het normale is onvertegenwoordigd in debatten en de nieuwsstroom. Structurele ontwikkelingen zijn onderbelicht. Joris Luyendijkheeft het ooit zo gezegd: ‘Nieuws gaat altijd over wat vandaag gebeurt, nooit over wat elke dag gebeurt.’ Wij vragen ons altijd af: kan je het nieuws ook begrijpen aan de hand van de structurele mechanismen, de dingen die elke dag gebeuren?»

HUMO Lijden jullie leescijfers tijdens crisismomenten onder jullie onthechtere manier van berichtgeven? Mensen gaan dan toch als vanzelf op zoek naar het nieuws, heet van de naald?

Wijnberg «Wij noemen onszelf ‘het dagelijks medicijn tegen de waan van de dag’, maar ironisch genoeg krijgen wij heel veel bezoekers wanneer die waan heel stérk is: de voorbije dagen was het niet anders. En we hebben ook veel positieve reacties gekregen van lezers. Als journalist ben je het gewoon dat de adrenaline in beken door de redacties gutst als er iets groots gebeurt, maar als niet-professional krijg je enkel het resultaat geserveerd, en dat is in veel gevallen sensationalistisch, hitserig en te véél. Veel gewone lezers herkennen zich in een groep journalisten die zegt: ‘Wij vinden het ook te veel, wij wachten tot het stof is gaan liggen.’»

HUMO Uw boek ‘De nieuwsfabriek’ is drie jaar oud: is de situatie sindsdien niet nog veel urgenter geworden? Over Brussel is bijna in realtime verslag uitgebracht. De politie vervroegde de inval in het safehouse van Salah Abdeslam omdat een Franse site had gelekt dat zijn vingerafdrukken waren gevonden. Toen de inval van start ging, stond een cameraploeg op de stoep voor het huis.

Wijnberg «Het is zelfs institutioneel ingebed: de media zijn een integraal onderdeel geworden van de werkelijkheid die ze presenteren. In Nederland wordt driekwart van alle vragen die in de Tweede Kamer gesteld worden uit nieuwsberichten geplukt. Zo komt het dat het aantal vragen over geweldincidenten op straat de afgelopen tien jaar verachtvoudigd is, terwijl het fenomeen op zich met tien procent is afgenomen. De berichtgeving bepaalt de politieke agenda, en de beeldvorming is bepalend voor de totstandkoming van politieke beslissingen. De gebeurtenissen in Keulen zijn een goed voorbeeld: twee dagen na de feiten zijn er ingrijpende politieke beslissingen genomen op basis van half uitgezochte, speculatieve berichtgeving. 24 uursnieuwsvoorziening leidt tot 24 uursbeleid.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234