null Beeld

De advocaat van Saddam Hoessein: 'Iedereen vond Saddam aardig'

Op 30 december 2006 werd Saddam Hoessein opgehangen. Najeeb al-Nuaimi (56), de advocaat die hem twee jaar lang bijstond, vertelt over zijn gesprekken met de gevangen ex-dictator van Irak.

'Ik stond niet te trappelen om Hoessein te verdedigen, beslist niet.'

Najeeb bin Muhammad al-Nuaimi «Ruim twee jaar was ik de advocaat van Saddam Hoessein, van eind 2004 tot zijn executie op 30 december 2006. Hij was een compleet andere persoon dan de man die we uit de media kennen. Natuurlijk, zijn vijanden konden zijn bloed wel drinken. Maar in de omgang was hij normaal, zachtaardig en vriendelijk – een vader die van zijn kinderen hield en graag grapjes maakte. De artsen die hem bijstonden en zijn Amerikaanse bewakers, iedereen vond hem aardig. Maar zodra het over zijn rechtszaak ging, werd hij heel achterdochtig.

Ik stond niet te trappelen om Hoessein te verdedigen, beslist niet. Ik was niet tegen Saddam persoonlijk, maar wel tegen zijn Baath-regime. Ik ben een democraat in hart en nieren, en een mensenrechtenactivist. Nadat Saddam op 13 december 2003 gevangen was genomen, begon ik verzoeken te ontvangen van zijn advocaten en familie om hem te verdedigen. Ik weigerde. Ik zei: ‘Dit wordt een kort proces dat moet eindigen in zijn executie. Als ik inga op jullie verzoek, dan zou ik alleen geloofwaardigheid verlenen aan een proces dat onwettig is.’

»Toen zeiden ze dat Saddam zelf had gevraagd of ik hem wilde verdedigen. Nu ben ik niet geneigd mensen rond een figuur als Saddam op hun woord te geloven. Daarom zei ik: ‘Goed, maar alleen als Saddam me dat persoonlijk vraagt, per brief.’ Een poosje later ontving ik die brief uit handen van zijn dochter Raghd. Zij was degene die zijn verdediging leidde vanuit Amman. Saddam had de brief aan haar gedicteerd. Ik stemde toe om hem te verdedigen op grond van het feit dat zijn proces onwettig was onder internationaal recht. Maar inhoudelijk, over wie hij had vermoord en zo, zou ik zwijgen.

»De eerste keer dat ik Saddam zou ontmoeten, was ik bloednerveus. Ik had de man nog nooit gezien of gesproken. Ik zat in een piepklein kamertje in de rechtszaal in Bagdad dat speciaal gereserveerd was voor advocaten en hun cliënten. Aanwezig waren de toen 77-jarige Ramsey Clark, de voormalige Amerikaanse procureur-generaal die nu optrad als Saddams juridische adviseur, twee Iraakse advocaten en een Palestijnse vertaler. Ik zat zelf aan het hoofd van de tafel, omdat ik de leiding had over de verdediging.»


Onderbroeken voor Saddam

Al-Nuaimi «Toen Saddam werd binnengeleid, schrok ik. Hij zag er miserabel uit, alsof hij in jaren niet had geslapen. Hij was gekleed in weinig meer dan vodden. Hij keek me aan en zei: ‘Hayyaka ya, al-Nuaimi!’ Welkom, al-Nuaimi! Een eervolle begroeting. Voor de Irakezen zijn de al-Nuaimi een gerespecteerde religieuze familie. Intussen kwam er achter hem ook een Iraakse soldaat binnen. Hij had een stoel bij zich, zette die voor de deur en ging erop zitten. Het was duidelijk dat hij bleef om alles te kunnen horen wat ik met Saddam besprak.

»Ik vroeg de soldaat of hij wilde vertrekken. Maar hij zei: ‘Ik heb orders gekregen om hier te zitten en naar u te luisteren.’ Ik ontplofte van woede. ‘Donder op,’ schreeuwde ik. Ik duwde hem naar buiten en smeet de deur dicht. Later kwam een Amerikaanse commandant vragen wat het probleem was. Ik zei dat het onder internationaal recht verboden was een advocaat en zijn cliënt af te luisteren. ‘Die soldaat zit er voor uw veiligheid,’ zei hij. Ik zei: ‘Ach kom, jullie camera hangt boven de deur.’ ‘Ja, natuurlijk,’ lachte de commandant. ‘Heren, ik wens u een vertrouwelijk gesprek verder.’

null Beeld

undefined

'De voormalige president van Irak, kort nadat hij was opgepakt, op 13 december 2003.'

»Saddam had geen flauw benul van wat er aan de hand was. Hij zat daar maar te kijken van de één naar de ander. Nadat ik hem had uitgelegd dat er voortaan niemand meer zou luistervinken, was hij opgelucht. Hij zei: ‘Goddank. Er zat altijd iemand bij. Ik kon Khalil niet eens vragen naar Raghd en de kinderen. Ik praat niet over mijn familie in het bijzijn van iemand die hier gekomen is op een Amerikaanse tank.’ Khalil, dat was Khalil al-Duleimi, zijn Iraakse advocaat. Die zat er ook bij. ‘Khalil,’ zei Saddam tegen hem. ‘Ik zit hier nu al een jaar met die soldaat voor de deur. Je kent de procedure niet eens!’

»Ik vroeg Saddam of hij iets nodig had. Hij reageerde verbaasd: ‘Kan ik dat vragen?’ ‘Natuurlijk,’ zei ik. Volgens de Conventie van Genève had hij de rechten van een krijgsgevangene. ‘Oké, eerst wil ik andere schoenen,’ zei Saddam. ‘De schoenen die ik nu aan heb zijn niet eens van mij, maar van iemand anders. Ze bezorgen me al maanden pijnlijke voeten.’ ‘Schrijf op!’ zei ik tegen Khalil. Kleding, Cohiba-cigaren, radio, kranten, boeken: Saddam dicteerde een hele lijst. Ik opperde dat hij ook ondergoed nodig had. Hij begon te lachen. ‘Raghd weet wel welke maat ik heb,’ zei hij.

»Ik ben nooit in Saddams cel geweest. We ontmoetten elkaar in de rechtszaal of in een speciale ruimte op de luchthaven van Bagdad. Nadat ik de verdediging van Saddam op me had genomen, werd ik voortdurend bedreigd. Zijn advocatenteam verbleef daarom in de Groene Zone, het enige deel van de hoofdstad dat redelijk veilig was. Eerst zaten we in het luxueuze Rashid Hotel, later met z’n allen in een beveiligde, maar hopeloze villa. Er zat bijvoorbeeld geen deur in de wc, zodat we eerst een timmerman moesten laten komen.»


Omvergekegeld

Al-Nuaimi «Ik heb een aantal moordaanslagen overleefd. Zo moesten we op de eerste zittingsdag in een rij een open ruimte oversteken om in de rechtszaal te komen. Ik liep voorop als hoofd van de verdediging. Achter mij liep Ramsey en daarachter Khalil. Naast ons was een 2 meter hoge muur en daarachter een flatgebouw dat uitkeek op de rechtszaal. We werden beschermd door mariniers. Ineens draaide één van hen zich om en gaf me een harde duw tegen mijn borst. Hij schreeuwde: ‘Terug!’ We werden omgeknikkerd als kegels! Later vertelde een kapitein dat er vier of vijf sluipschutters in dat flatgebouw zaten die ons hadden willen vermoorden.

»Ik vroeg Saddam hoe hij op de hoogte bleef van het nieuws. Hij zei dat hij erg geïsoleerd leefde. Hij hoorde alleen Amerikaans nieuws, in het Arabisch, en de kranten die hij ontving, waren aan flarden geknipt. Alleen de pagina’s waarop iets over de Iraakse premier al-Maliki stond, waren intact. Later las hij de boeken die zijn familie me had meegegeven. Hij las vooral veel in de Koran. Hij was in de laatste fase van zijn leven erg religieus geworden. Muziek interesseerde hem niet.

undefined

null Beeld

'Ze hebben over het lichaam van Saddam geürineerd en een uur lang tegen zijn hoofd staan schoppen'

undefined

»Saddam beheerste de Arabische taal uitmuntend. Hij schreef gedichten, over de liefde en over Irak. Hij was heel productief. Hij heeft zelfs een gedicht geschreven over mij, jawel! Hij schreef ook romans. Eén daarvan was ‘Zabiba en de koning’, over een koning die leeft als een eenzame gevangene binnen de muren van zijn paleis. In dat verhaal beschrijft hij tussen de regels door zijn eigen leven. Zijn Engels was trouwens ook niet slecht. Als Ramsey Clark met hem sprak, vertaalde ik weliswaar, maar het meeste verstond hij prima.

»Saddam wilde niet dat zijn dochter Raghd hem kwam opzoeken in de gevangenis. Ze had me nadrukkelijk gevraagd om hem te zeggen dat ze dat graag wilde, maar Saddam hief zijn handen op in een afwerend gebaar: ‘La, la, la! Nee, nee, nee! Denk je dat ik mijn dochter zal toestaan door de poort van de gevangenis te lopen, in het zicht van al die Amerikaanse soldaten? Nooit van mijn leven! We kunnen communiceren per brief of telefoon, maar anders niet.’

»Het maakte hem niet uit dat Raghd haar vader in een gevangeniscel zou zien. Nee, het ging om zijn tribale eer. Zo van: ik laat mijn dochter niet zien aan buitenstaanders, en al helemaal aan die Amerikaanse militairen. Want ze zouden foto’s van haar genomen hebben, net zoals ze hem hadden gefotografeerd in zijn cel. The Sun en de New York Post publiceerden in 2005 foto’s van Saddam in zijn onderbroek. De beelden gingen de wereld rond. Vanwege datzelfde eergevoel was hij erg trots op zijn zonen Uday en Qusay, die in juli 2003 waren gedood in een vuurgevecht met de Amerikanen. Saddam zei: ‘Ik ben daar oprecht blij om. Ze zijn gestorven voor hun vaderland.’»


Excuus

Al-Nuaimi «De massamoord in Dujeil was de eerste aanklacht die werd behandeld toen het proces begon. Op 8 juli 1982 had Saddam een bezoek aan dat sjiitische dorp gebracht om de inwoners te bedanken voor hun opofferingen tijdens de oorlog tegen Iran. Nadat hij zijn toespraak had gehouden en wegreed, werd zijn konvooi onder vuur genomen door onbekende schutters. Saddam werd ervan beschuldigd als represaille meer dan 140 burgers uit Dujeil te hebben laten ombrengen. Honderden mensen werden gefolterd, gezinnen verbannen en landerijen geconfisceerd.

»Dujeil was een zwakke zaak, en bovendien knullig onderbouwd. Ramsey Clark begreep niks van de aanklacht, maar ik wel. Ik zei tegen hem: ‘Je moet begrijpen wie de nieuwe machthebbers zijn.’ Dat was de Hizb al-Da‘wa van premier al-Maliki, een sjiitische partij gecreëerd door Iran. Zíj hadden Saddam proberen te vermoorden in Dujeil. En nu wilden ze het werk afmaken.

»Als hoofd van zijn verdediging moest ik Saddam vragen alles op te schrijven wat hij zich herinnerde. Hij zei: ‘Geloof me of niet, maar ik weet er nauwelijks nog iets van.’ Hij wist nog wel dat er een moordaanslag op hem was geweest. En dat hij in de tweede volgauto zat toen er werd geschoten. Zijn secretaris zou alles hebben afgehandeld. Toen hij uiteindelijk toch iets opschreef, bleek dat helemaal niet over Dujeil te gaan maar over de Baath-partij. Ik dacht: wat moet ik hiermee? Ik zei: ‘Meneer de president – hij vond het heerlijk als ik hem zo noemde, hoewel ik hem ook wel Abu Uday noemde, naar zijn oudste zoon – dit is een lezing over de Baath-partij. Ik ben geen Baathist.’ Saddam zei: ‘Ach, ik heb gewoon een verhaaltje geschreven. Ik weet dat je een democraat bent.’ Hij begreep gewoon niet wat er zo bijzonder was aan Dujeil. Hij vond het ook niet belangrijk. Hij zei: ‘Ik was indertijd te druk bezig met de oorlog tegen de Perzen.’

»Ooit vroeg ik Saddam naar zijn beslissing in 1990 om Koeweit binnen te vallen. Hij zei: ‘Ik geef toe dat ik een grote vergissing heb begaan. Dat kan ik niet ontkennen.’ Maar hij voegde eraan toe: ‘Ik heb ook goede dingen gedaan voor mijn volk.’ Hij zei dat terwijl we met zijn tweeën waren, zodat z’n Iraakse advocaten het niet konden horen. Hij beweerde dat de Russen hem allerlei dingen hadden beloofd als hij zijn leger zou terugtrekken uit Koeweit. Saddam had uiteindelijk toegestemd, maar zei dat hij er ook een slecht gevoel bij had gehad.

undefined

null Beeld

undefined

'Eerst wilde ik Saddam niet verdedigen. Ik zei: 'Dit wordt een kort proces dat moet eindigen in zijn executie.''

»Hij zei: ‘Ik voelde dat de Russen en Amerikanen tegen me samenzwoeren. Op het moment dat ik akkoord ging met terugtrekking uit Koeweit, kreeg ik ineens het idee dat ze helemaal niet wilden dat we ons terugtrokken. Ze wilden ons vermoorden. En dat gebeurde ook. Toen we aan de terugtrekking begonnen, zoals we de Russen beloofd hadden, werden we aangevallen door de coalitie.’ Saddam heeft me overigens nooit gezegd waarom hij Koeweit was binnengevallen. Hij was iemand die zei: wat gebeurd is, is gebeurd. Hij was er de man niet naar om zijn excuses aan te bieden.»


Lijk gekidnapt

Al-Nuaimi «Saddam vertelde dat hij kort na zijn arrestatie in zijn cel bezoek kreeg van Ahmed Chalabi, lid van de door de VS geïnstalleerde regeringsraad in Irak. Chalabi had de VS voorgelogen over de vermeende massavernietigingswapens in Irak en de banden van Saddams regime met Al Qaeda. Er waren indertijd geruchten dat de Amerikanen Chalabi hadden gestuurd om met Saddam te onderhandelen. Saddam zei daarover: ‘Chalabi ging tegenover me zitten. Hij was doodsbang. Hij zei: ‘Saddam, zullen we het verleden vergeten?’ Ik zei tegen hem: ‘Ik heb jou niks te zeggen want jij bent een verrader. Ik ben nog steeds de president van Irak, of je dat nu leuk vindt of niet.’ Chalabi was meteen opgestaan en vertrokken.

»Kort voordat Saddams doodvonnis in hoger beroep werd bevestigd, op 26 december 2006, was ik in Amman. Ik kreeg te horen dat ik in de rechtszaal een pleidooi van maximaal een halfuur mocht houden. Dat vond ik vreemd. Waarom alleen ik en niet Saddams overige advocaten? Even later kreeg ik het bericht dat premier al-Maliki me bij aankomst op de luchthaven van Bagdad zou laten arresteren. Ik besloot in Amman te blijven en geen slotpleidooi te houden. Met Saddam heb ik noodgedwongen telefonisch moeten overleggen. Toen ik hem op de dag voor zijn executie, op 30 december, nog wilde zien kreeg ik dezelfde boodschap: ik zou worden gearresteerd bij aankomst.

»Wat ik nu ga zeggen heb ik nog nooit verteld. Toen Saddam na zijn executie door Amerikaanse militairen op transport werd gezet naar zijn geboorteplaats Al-Awja, bij Tikrit, om daar te worden begraven, werd zijn lichaam plotseling opgevorderd door het kantoor van premier al-Maliki. Zijn mensen maakten op de luchthaven de dienst uit. Ze hebben het lijk gewoon gekidnapt uit de helikopter die daar gereed stond en naar al-Maliki’s kantoor gebracht. Van een ooggetuige hoorde ik dat ze daar een uur lang tegen Saddams hoofd hebben staan schoppen en over zijn lichaam hebben geplast. Het leek een soort ceremonie. Daarna werd het teruggegeven aan de Amerikanen. Zowel de Amerikanen als mijn informant vertelden later dat Saddams lijk een vieze geur verspreidde. We roken urine, zeiden ze.

»Er was iets in Saddams karakter dat er voor zorgde dat je hem aardig vond. Ik mocht hem heel graag. Zijn arts ook. Vlak voordat hij zou worden opgehangen, vroeg die hem of hij een pilletje wilde hebben om rustig te blijven. Saddam glimlachte vriendelijk maar weigerde. Hij zou het nemen zoals het kwam, zei hij.»

© Elsevier

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234