null Beeld

De allereerste opnames van Jeff Buckley: 'You and I'

Eén plaat en vijf jaar onophoudelijk touren, meer had Jeff Buckley niet nodig om blijvend zijn stempel te drukken op de muziekwereld. ‘Grace’, zijn debuutplaat, verscheen op 23 augustus 1994, drie jaar later, op 29 mei 1997, was hij dood. 30 jaar oud, stomweg verdronken in een meander van de Mississippi.

Jürgen Beckers

'Jeff had niet eens een gitaar. Hij heeft z'n hele carrière op geleende gitaren gespeeld.'

Buckley speelde drie keer in België: op 1 en 2 juli 1995 op het tweede podium van wat toen nog Torhout-Werchter was (voor het beeld bij de tijdgeest: het was de dEUS-in-jurken-Werchter), en op 26 februari van datzelfde jaar in de Botanique in Brussel. Dat laatste concert herinnert Steve Berkowitz zich nog. ‘We tourden door Frankrijk, Duitsland, Nederland, België en Engeland met een bus. In Brussel speelden we in een kleine zaal met een laag plafond, ik weet het nog heel helder omdat het de eerste keer was dat ik uit de reactie van het publiek kon afleiden: de mensen houden écht van Jeff Buckley.’ Het was de tour ook van Buckleys Bataclan-concert, dat vereeuwigd werd op ‘Live from the Bataclan’.


Win duotickets voor de albumvoorbeluistering van Jeff Buckley in AB »

Sinds deze week eveneens voor het nageslacht op cd verkrijgbaar onder de noemer ‘You and I’: de opnames die Steve Berkowitz in februari 1993 met Buckley maakte in een kleine studio in New York. Een soort luxedemo’s die dienden om Buckley te laten kennismaken met de opnamestudio en hem de weg moesten wijzen richting meesterwerk ‘Grace’. ‘You and I’ bevat één eigen song en tien covers van grote dames en meneren als Bob Dylan, Sly Stone, Jevetta Steele, The Smiths en Led Zeppelin. Buckley brengt ze met enkel een elektrische en af en toe een akoestische gitaar. Berkowitz en technicus Steve Addabbo waren de enige andere aanwezigen.

Die Berkowitz is zelf overigens ook geen kleintje. Als producer en A&R-man voor Columbia Records werkte hij met grootheden als Johnny Cash, Miles Davis, Michael Jackson, Leonard Cohen en Bob Dylan, als gitarist jamde en speelde hij met Howlin’ Wolf, Muddy Waters en Max Roach. Hij was de man die Jeff Buckley in 1992 overhaalde om voor Columbia te tekenen. We ontmoeten Berkowitz in Parijs.

HUMO Mogen we jou de ontdekker van Jeff Buckley noemen?

Steve Berkowitz «Ik heb hem zijn eerste platencontract laten tekenen en ik heb hem aan het werk gezien voor de meeste andere mensen. In een koffiehuis in New York, met nog zes andere toeschouwers. Maar ontdekker: nee.

»Ik heb Jeffs naam voor het eerst horen vallen in 1990. Ik werkte voor Columbia met het groepje Fishbone en hun keyboardspeler, die in Los Angeles woonde, had me al een paar keer aangesproken over zijn roommate Jeff, die volgens hem kon zingen als niemand anders. Op een dag liet hij me een cassette horen met Led Zeppelin-songs die ze thuis samen hadden opgenomen, en ik moest hem gelijk geven: zijn vriend Jeff kon zingen als niemand anders (lacht). In 1991 is hij pas écht op mijn radar verschenen. Hij speelde in Brooklyn op een tribute-avond voor zijn vader Tim Buckley die op poten was gezet door Hal Willner, met wie ik samen aan een reissue van Charles Mingus aan het werken was. Hal had me uitgenodigd om te komen kijken, maar ik kon die avond niet. Later hoorde ik the uproar of what had occurred. Dat hij er net uitzag als zijn vader! Dat hij klonk als zijn vader! Dat het fantastisch was. Nog een paar maanden later – Hall en ik waren nog steeds met die Mingus-plaat bezig – wandelden we samen door de Lower East Side, dat toen nog niet de trendy buurt was die het nu is maar eerder een vrijhaven voor junkies en dealers, en Hal zei: ‘Weet je nog dat joch van Buckley waarover ik je vertelde? Die speelt hier vaak in een bar om de hoek.’ We wandelden er voorbij, keken naar binnen, en voorwaar: daar stond hij. Sin-é heette de club, op een goeie avond konden er veertig mensen binnen, maar die dag waren het er vijf of zes. Buckley kwam van achter het koffieapparaat gekropen, pakte zijn gitaar, en begon te spelen. Ik weet nog dat ik na amper een minuut Hal aanstootte: ‘Am I hearing what I’m hearing?’ Ik was meteen gegrepen door wat hij deed. We werden muzikale vrienden, maten, en ik begon er bij de bazen van Columbia op aan te dringen om die jongen te tekenen. En dat hebben ze gelukkig gedaan.»

HUMO In heel korte tijd ontstond er een bidding war, zoals dat heet.

Berkowitz «Klopt. Mensen vragen me weleens: ‘Hoe word je ontdekt? Hoe geraak ik aan een platencontract?’ Jeff werd ontdekt omdat hij zijn eigen buzz creëerde. Gewoon door te spelen. Geen promotie, geen stunts, gewoon spelen, elke avond. En omdat het zo goed was, omdat het mensen muzikaal en emotioneel raakte, verspreidde de naam Jeff Buckley zich al snel als een lopend vuurtje doorheen New York. Dat hij een mooie jongen was zal zeker ook geholpen hebben, laten we daar niet flauw over doen. In een zucht van vier, hooguit vijf maanden onstond er een hele scene rondom hem, en daarin ontbrak het niet aan A&R-mensen die hem het hof probeerden te maken. Hij haatte dat. Een scene, dat vond hij helemaal niks. The big hoopla van de showbizz heeft hem nooit geïnteresseerd, bij hem ging het om de muziek, om mensen samenbrengen, communiceren.»

undefined

null Beeld

undefined

'Producer Steve Berkowitz (links) en Steve Addabbo (rechts) waren de enige twee getuigen van Jeff Buckley's eerste opnames voor Columbia. 'Ik was meteen gegrepen door wat hij deed.'

HUMO Hoe heb jij ’m overtuigd om voor Columbia te tekenen?

Berkowitz «Niet zonder slag of stoot (lachje). Jeff hield niet van het grote gebaar, en Columbia was de platenmaatschappij van Bruce Springsteen, Michael Jackson en George Michael. Maar ook die van Miles Davis, Bob Dylan en The Clash, en ik vroeg hem: ‘Vind je dat die slechte platen maken? Heb je de indruk dat die dingen tegen hun zin deden?’ Maar zoals ik zei: er waren andere firma’s die naar zijn hand dongen, en dan kwam hij naar mij: ‘Zus en zo willen me een miljoen dollar geven. Wat zeg je daarvan?’ Waarop ik: ‘Geweldig, meteen tekenen! And take me to dinner.’ (lacht) Maar dan ging ik verder: ‘En waarom willen ze je dat geven? Omdat ze vinden dat jij iets hebt wat zij kunnen verkopen. Je bent een investering voor ze. Zij weten wat ze van je willen. En dat is raar, want volgens mij weet jij zelf nog niet wat je wil. Maar als je hun geld neemt, kun je maar beter volgens hun regels gaan spelen. Waarom stel je niet zelf de regels op?’ Wat hij vervolgens heeft gedaan. Toen hij een paar weken later met zijn advocaat naar Columbia kwam, hadden ze een contract opgesteld dat 100 procent artistieke controle garandeerde. Volledige controle over muziek, platenhoes, publiciteit, video, drukwerk… In ruil kreeg hij van ons minder geld. Nog altijd goedbetaald hoor, maar geen miljoen dollar (lacht).

»In november ’92 heeft hij zijn contract getekend, en hij mocht dan wel volledige artistieke vrijheid krijgen, er moest wel een plaat gemaakt worden. Jeff was zó getalenteerd, kon zoveel verschillende dingen, dat het voor hem moeilijk was om een richting te kiezen. Hij had in groepjes gezeten, jarenlang in de schaduw gewerkt aan zijn muzikale vakmanschap. Pas toen hij halfweg de twintig was, is hij zelf vooraan gaan staan. Toch ongelooflijk, als je erover nadenkt: dat er iemand anders zingt in een groep met Jeff Buckley (lacht). Hij kon veel instrumenten spelen – gitaar, bas, toetsen, contrabas, lap steel – en wist en begreep hoe je partijen moest schrijven voor blazers en strijkers. Dat laatste werd me pas duidelijk toen we ‘Grace’ aan het opnemen waren en we er een dirigent bijhaalden voor de strijkers: Carl Berger, een grote naam die het Frankfurt Philharmonic nog had gedirigeerd. Ik was erbij toen Jeff de arrangementen voor de violen en de cello’s begon te herschrijven, en ik dacht: ‘Oh no, dat gaat hier foutlopen.’ Maar Carl keek naar wat Jeff gedaan had en zei: ‘Oké, ziet er goed uit.’

»Maar we wijken af. Het was inmiddels 1993, het nieuwe jaar was begonnen, en ik begon druk te voelen: ‘Wanneer gaat die jongen van Steve eens wat leveren?’ Omdat Jeff het nog niet leek te weten, stelde ik voor om naar een studio te gaan en gewoon alles op te nemen wat hij maar wilde. Zonder verplichtingen, just for the purpose of doing it. Een paar dagen, misschien hoorde hij één of twee dingen die de aanzet voor zijn plaat konden zijn. De eerste dag was hij erg nerveus. Ik ben bij hem in de opnameruimte gaan zitten. Om hem gerust te stellen, als vriend. We dronken wat koffie, een paar biertjes. Af en toe speelde ik wat drums, zong hier en daar wat mee. Tegen het einde van de namiddag kwam hij los – tijdens ‘Everyday People’ van Sly & The Family Stone, ik weet het nog goed. Hij sloot zijn ogen en zijn stem kwam helemaal los. Ik ben in de controlekamer gaan zitten en ben er twee dagen niet meer uitgekomen. Heb je de plaat al gehoord? Dan zal het wel duidelijk zijn wat ik bedoel als ik zeg dat hij helemaal openbloeide.

»Een paar maanden na de opnames in New York zijn we teruggegaan naar Sin-é om er ‘Live at Sin-é’ op te nemen. Het leek ons het goede moment: ook al wisten we toen nog niet wat ‘Grace’ zou worden, we wisten wel dat we er na de release van zijn debuut niet meer naar terug zouden kunnen. Maar Sin-é was waar hij vandaan kwam, en het zou zonde geweest zijn om dat niet te documenteren.»

undefined

null Beeld


Van Judy Garland tot punk

HUMO Koos hij die drie dagen in de studio in New York bewust voor een diverse setlist?

Berkowitz «Nee, álles wat Jeff deed was divers. He went all over the place. Van Judy Garland over punk, blues, Led Zeppelin, eigen dingen, tot en met Sly & The Family Stone. Niet bewust, zo was hij gewoon. Jeff hield van heel uiteenlopende dingen, en hij was heel spontaan en impulsief. Op een bepaald moment vroeg ik hem: ‘Heb je nog iets van jezelf?’ ‘Nee,’ zei hij, ‘maar er was wel die rare droom die ik onlangs had.’ Waarop hij ‘Dream of You and I’ inzette. Eerst begon hij gewoon te vertellen over die droom van ’m, en gaandeweg maakte hij er een song van. Geen idee of hij het al ooit eerder gespeeld had, of hij er thuis al aan had zitten sleutelen, maar mij leek het alsof hij het daar ter plekke verzon. En het is niet zomaar een song, hè, ‘Dream of You and I’ is bijna een opera.

»Nog een voorbeeld van hoe spontaan alles verliep: op het einde van de eerste dag vroeg ik ’m of hij niks van The Isley Brothers kende. Nee. ‘Curtis Mayfield?’ ‘I love Curtis Mayfield.’ Waarop hij een paar maten ‘Freddie’s Dead’ speelde. ‘What about Sly?’ Ik hou van Sly, maar ik kan geen liedjes van ’m spelen.’ En bijna tegelijkertijd zette hij ‘Everyday People’ in. Hij kende de tekst niet. Bij het herbeluisteren besefte ik dat iemand hem een tekstblad moet hebben toegeschoven, want ineens begon hij te zingen. Wat ik me nu afvraag: hoe waren we in godsnaam zo snel aan die tekst geraakt? Internet bestond nog niet, moet je weten. Twee, drie keren heeft hij de song doorgenomen – de derde keer, dat is wat je op plaat hoort.»

undefined

null Beeld

'Twee weken voor zijn dood hebben we nog een hoofdtelefoon gedeeld. Ik met de ene schelp tegen mijn oor, hij met de andere tegen het zijne, en intussen zong hij mee. Dat is mijn mooiste herinnering aan hem'

HUMO Jij hebt gewerkt met Bob Dylan, Miles Davis, Michael Jackson en Jeff Buckley, om maar een paar van de allergrootsten te noemen. Was er iets dat ze met elkaar gemeen hadden?

Berkowitz «Ja. Hetzelfde wat ook de ons onlangs ontvallen David Bowie had: rusteloosheid. Miles, Bob, Bowie: ze zijn blijven veranderen, blijven groeien. Niet gebaseerd op een muzikale vorm of tekstuele inhoud, maar op ideeën, en reacties op ideeën. Diep vanbinnen is het allemaal folkmuziek.»

HUMO Dat is in feite hetzelfde als wat Bob Dylan ons probeerde te vertellen in zijn geweldige ‘Theme Time Radio Hour’: dat het allemaal folkmuziek is.

Berkowitz «Klopt helemaal. Wat een fantastische radioshow was dat. Jeff loved Bob.»

HUMO Zelfs als hij solo speelde, speelde Jeff bijna altijd op een elektrische gitaar. Enig idee waarom? Omdat hij met een akoestische écht te hard op zijn vader leek?

Berkowitz «Ik kan je daar niks over vertellen, om de simpele reden dat ik het niet weet. Wat ik wel weet is dat hij, toen hij vanuit LA in New York arriveerde, géén gitaar had. Die Fender Telecaster waarmee je hem altijd zag: dat was een geleende gitaar. En het is altijd een geleende gitaar gebleven – hij is er tot de laatste show op blijven spelen, en na zijn overlijden is ze teruggegaan naar de dame die ze hem had gegeven: Janine Nichols, een promodame uit Brooklyn. Het is de gitaar die je hoort op ‘Grace’, ‘Live at Sin-é’, op alles wat hij ooit heeft opgenomen. Ook op ‘You and I’. De akoestische Guild die je hoort, was dan weer van Steve Addabbo. En voor ‘Grace’ heeft hij een akoestische Gibson van mij geleend. Z’n hele carrière: he did it all on borrowed guitars.»

undefined

'In Brussel besefte ik voor het eerst: de mensen houden écht van hem'

HUMO Je bent zelf ook gitarist.

Berkowitz «Ja, en geen slechte, als ik dat mag zeggen. I’m good, but I’m not great. Maar ik herken het wel in anderen, en toen ik dat besefte, heb ik besloten om daar mijn beroep van te maken: muzikale herder zijn, ervoor zorgen dat the greatness of others tot bij de mensen geraakt.»

HUMO Weet je nog wanneer je Jeff voor het laatst gezien hebt?

null Beeld

Berkowitz «Tuurlijk. De opnames voor zijn nieuwe plaat waren stilgelegd omdat de samenwerking met Tom Verlaine niet had opleverd wat Jeff ervan had verwacht. Maar hij was wel in Memphis blijven wonen, omdat hij niet naar New York terugwilde waar iedereen weer om hem heen zou fladderen. Hij probeerde in Memphis anoniem te leven, en dat lukte hem aardig. Ik ben hem drie keer gaan opzoeken. Dat was heel leuk: wat hangen, biljarten, barbecueën, concertjes meepikken, naar de muziek luisteren die hij had opgenomen. Twee weken voor zijn dood ben ik er voor het laatst geweest. Zijn 4-track was kapot – er werkten maar drie sporen – maar hij wilde me toch een paar dingen laten horen. Speakers had hij niet, dus moesten we een hoofdtelefoon delen. Ik met de ene schelp tegen mijn oor, hij met de andere tegen het zijne, en intussen zong hij mee om me een idee te geven van wat er op dat vierde, kapotte spoor stond. (Glimlacht) Dat is mijn mooiste herinnering aan hem. Twee weken later was hij dood.»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234