null Beeld

De angel in Irak: schrijver-journalist David Halberstam vreest voor een tweede Vietnam

Van de 20 boeken die hij gepubliceerd heeft, zijn er 14 op de bestsellerlijsten beland, maar toch zal de Amerikaanse journalist David Halberstam vooral herinnerd worden om 'The Best and the Brightest', het verhaal van de Amerikaanse interventie in Vietnam.

Humo 3300, 2 december 2003

'Wij hebben onze vuist in het grootste wespennest ter wereld gebeukt'

undefined

Halberstam was van 1962 tot 1964 correspondent geweest in Saigon, en de toen nog verdoken oorlog en vooral de dubbelhartigheid van de Amerikaanse regering hadden hem zeer gedegouteerd. 'The Best and the Brightest' is zonder enige discussie een belangrijk boek geweest: het heeft veel Amerikanen de ogen geopend over de oorlog in Vietnam, en over de machtspolitiek van hun regering.

In Halberstams kantoor hangt een ingelijste brief uit 1973 van Graham Greene. De schrijver bedankt hem voor de ontvangst van het toen pas verschenen 'The Best and the Brightest'. Een goed boek, oordeelt hij, maar de auteur had zich de moeite van het opsturen kunnen besparen; hij had het zelf al aangeschaft. 'Het was,' stelt Halberstam met enige trots vast, 'geen boek voor op de koffietafel.'

- Waar komt uw fascinatie voor oorlog eigenlijk vandaan? In de epiloog van uw recentste boek 'War in a Time of Peace' schrijft u: 'Ik was zeven toen Pearl Har-bor plaatsvond. (...) Ik begreep uit de gedempte stemmen van mijn ouders dat ons bestaan een onomkeerbare wending had genomen.'

DAVID HALBERSTAM « Ja, mijn vader heeft toen dienst genomen in het leger, hij beschouwde dat als zijn patriottische plicht. Mijn moeder, mijn broer en ik gingen weg uit de Bronx, waar ik geboren was, en reisden hem achterna, van legerbasis naar legerbasis. Ik woonde eerste een tijdje in Connecticut, daarna in Texas en Minnesota. Ik ontdekte de eindeloze vlaktes van Amerika. En ik ontdekte nog iets belangrijkers: overal waar je woont, maak je nieuwe vrienden, en overal waar je woont kom je klootzakken tegen die je het leven moeilijk maken. Je moet vechten. Dat ik dat al op jonge leeftijd wist, heeft me veel geholpen.»

- Toen u afgestudeerd was aan Harvard bent u vijfjaar als verslaggever in het diepe zuiden van de VS gaan werken.


HALBERSTAM « Dat was een jaar nadat het Hooggerechtshof segregatie in het onderwijs had verboden - ik wilde de explosieve sfeer die er toen heerste aan den lijve meemaken.

» Ik bleek goed opgewassen tegen de spanningen. Ik leerde er mensen te benaderen die in mentaliteit en scholing mijlenver van mij afstonden. En ik leerde er om te gaan met angst - als je je angstgevoelens niet onder controle hebt, doe je er goed aan landen als Congo en Vietnam te mijden.

» In 1961 vroeg mijn baas bij de Times of ik naar Congo wilde. Ik zei: 'Morgen ben ik weg.' Congo was één chaos. Toen ik er aankwam, was Patrice Lumumba, de eerste leider na de onafhankelijkleid, vermoord en Mobutu had zich nog niet opgeworpen tot zijn opvolger. Mijn ervaring in het diepe zuiden van Amerika bleek van onschatbare waarde te zijn: ik wist me overeind te houden tussen mensen die elkaar naar het leven staan. Maar na een jaar drong ik er bij mijn chef in New York toch op aan mij over te plaatsen naar Vietnam. Congo was een groot verhaal, maar Vietnam was groter. Dat voelde ik gewoon.»

undefined

Tweede Vietnam

HALBERSTAM « Men vond mij te jong, ik was nog maar 28, maar na veel soebatten lieten ze mij in New York eindelijk gaan. Nu, mijn verslaggeving viel alvast niet in de smaak bij de president (imiteert staccato-spreekstijl van Kennedy): 'Die Halberstam is te emotioneel bij Vietnam betrokken. Hij zit er te dicht op. Zou je hem niet overplaatsen? Naar Parijs? Of naar Rome?' Maar de hoofdredactie gaf geen krimp, en ik bleef op mijn post in Saigon. Toen ik later te horen kreeg wat hij geprobeerd had, heb ik wel even gedacht: 'Fuck him!' Gelukkig krijgen journalisten niet van een president te horen waar ze over mogen schrijven en in welk land ze zich mogen vestigen.»

- Vindt u dat er parallellen te trekken zijn tussen Vietnam toen en Irak nu?

HALBERSTAM « Ja. Vietnam was in de jaren ''60 en '70 the country of darkness waar Washington orde op zaken wou stellen - toen ging het om de strijd tegen het communisme, nu om de strijd tegen het internationale terrorisme. En net als toen worden de proteststemmen in de VS door conservatieve politici, journalisten en intellectuelen in de verdediging gedrongen.

» Stel dat ik nu verslaggever in Irak was, en ik zou twijfels uiten over de goede afloop, dan zouden mensen als Rumsfeld (minister van Defensie, red.) me ongetwijfeld voor slappeling uitmaken. Ik zou weer een wimp zijn, een mietje. In Vietnam ben ik zelfs van verraad beschuldigd omdat ik schreef dat Amerika de oorlog niet kon winnen. Sommigen trokken daaruit de conclusie dat ik niet wilde dat Amerika de oorlog won.

» En nu zie je weer hetzelfde gebeuren: de Amerikaanse regering is erin geslaagd haar versie van de werkelijkheid op te dringen, en wie het spel niet meespeelt, is een slappeling. Dat geldt voor journalisten, Democratische politici en zelfs voor Republikeinen. In het eigen kamp heeft bijvoorbeeld Colin Powell (minister van Buitenlandse Zaken, red.) het zwaar te verduren gehad, omdat hij niet overliep van enthousiasme voor de strijd in Irak. Powell was zogezegd ook een mietje, terwijl hij juist de enige in de regering is die aan den lijve ondervonden heeft wat oorlog is (hij heeft zelf gevochten in Vietnam, red.). Die afschuwelijke retoriek! De Fransen zijn ook al laf, omdat ze niet wilden meedoen in Irak. Laf! Een land met zo'n geschiedenis en zo'n internationale uitstraling! Die uitspraak is nog merkwaardiger als je weet dat de regering-Bush zich in het begin zelf absoluut niet met de rest van de wereld wilde inlaten. Na 11 september 2001 is dat totaal omgeslagen en kwam er een opleving van internationaal engagement - en dan eisen wij onmiddellijk dat iedereen exact hetzelfde wil en doet als wij.»

undefined

Oude wijn in oude zakken

- Is er een vergelijking mogelijk tussen de regering-Bush en de regeringen-Kennedy/Johnson in de jaren '60?

HALBERSTAM « Ik krijg weleens een déjà-vu, ja. Rumsfeld is er bijvoorbeeld, net als Robert McNamara (minister van Defensie onder Kennedy en Johnson, red.) destijds, rotsvast van overtuigd aan een winnend avontuur bezig te zijn. Ik ken McNamara natuurlijk beter - ik heb hem een paar jaar van dichtbij gevolgd - maar als ik Rumsfeld op televisie zie of als ik over hem lees, merk ik hetzelfde grenzeloze zelfvertrouwen. Die houding van: 'By God, we zullen eens even laten zien waar dit land voor staat,' hebben ze allebei. Luisteren is niet hun sterkste kant.

» Er zijn zeker parallellen, maar echt vergelijken mag je de twee regeringen toch niet. Kennedy had zich omringd met een groep duizelingwekkend intelligente -zij het zeer hoogmoedige - mensen. Rond Bush zie ik niemand van dat intellectuele kaliber. Kennedy kon vertrouwen op mannen als (oud-topdiplomaat) George Kennan, die een conflict in een breder kader konden plaatsen; Bush heeft niemand met enig inzicht in het Midden-Oosten. Bush is ook een echte havik. Hij meent wat hij zegt over the axis of evil. Hij wordt vaak vergeleken met Ronald Reagan: die sloeg ook wel veel oorlogstaal uit, maar dat was allemaal retoriek. Bush is doodserieus.»

- Journalisten wordt verweten dat ze zich ten opzichte van het conflict in Irak timide hebben opgesteld. Is die kritiek terecht?

HALBERSTAM « Nee, daar ben ik het niet mee eens. Als een regering aan zo'n groot avontuur begint, kan je als journalist alleen maar de gebeurtenissen zo nauwkeurig mogelijk proberen te volgen. Bush wilde een oorlog, en wel zeer snel. De journalistiek is daar niet tegen opgewassen. Familievrienden van Bush als Brent Scoweroft (veiligheidsadviseur onder Bush sr., red.) hebben nog geprobeerd hem in te tomen, maar zelfs zij zijn daar niet in geslaagd. We wisten toen ook niet beter dan dat Irak met een kernwapenprogramma bezig was, en biologische en chemische wapens had. En dat Saddam Hoessein een bedreiging vormde, was al heel lang duidelijk.

» Aan het begin van de oorlog heb ik het idee van bij legereenheden ingekwartierde journalisten toegejuicht. Half progressief Amerika viel over mij heen. Mee met het leger! Ik werd ervan beschuldigd mijn journalistieke principes te hebben verkwanseld. Maar wat is het alternatief? Kritische vragen stellen tijdens persconferenties? Dan hebje helemaal geen idee wat er aan het front gebeurt.

» Het is journalistiek gezien ook heel lastig een militaire campagne van in het begin van kritische commentaar te voorzien, tenzij het totaal misgaat. Maar dat is natuurlijk niet het geval geweest: Amerika is zeer, zeer goed in oorlogvoeren. In Vietnam waren we al militair superieur - we hebben er vrijwel elke slag gewonnen - en sindsdien is onze militaire overmacht alleen maar toegenomen.

» Alleen: nu we een land bezetten, en enkele maanden verder zijn, wordt een andere realiteit zichtbaar, en daarvan doen journalisten nu op dezelfde manier verslag als wij indertijd in Vietnam. Ik ben er zeker van dat de berichtgeving uit Irak Washington op dit moment zeer onaangenaam is: we blijken onze vuist in het grootste wespennest ter wereld te hebben gebeukt. De kwaliteit van de reportages is er niet slechter of beter op geworden.

» Toen wij daar beginjaren '60 aankwamen, wisten we niets van de geschiedenis van het land, maar we zagen wel dat het fout liep: Washington beweerde dat het de oorlog aan het winnen was, wij schreven wat er werkelijk gebeurde. Pas na een jaar of twee kwamen we toe aan het stellen van een veel fundamentelere vraag: wat doen wij hier eigenlijk? Dat proces kostte tijd. En dat zal nu ook weer tijd kosten.»

Menno de Galan

undefined

David Halberstam stierf op 23 april 2007 op 73-jarige leeftijd tijdens een auto-ongeval in San Francisco.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234