De angstaanjagende comeback van de kernbom (en de positieve kanten daaraan)

Hoera! Het nucleaire zwaard van Damocles lijkt de mensheid andermaal boven het hoofd te zweven. In december kondigde president-elect Donald Trump aan zijn arsenaal aan nucleair speelgoed te willen uitbreiden. Poetin heeft dezelfde plannen met de Russische voorraad aan kerntuig. Al dat nucleair spierballengerol drenkt onze gedachten in dikke lagen nostalgie en doet ons hopen op de terugkeer van de mutual assured destruction-angst uit de Koude Oorlog - wat artiesten van verschillende strekkingen een stroom aan inspiratie opleverde. Dé bom was meer dan eens ook muze, zeker tijdens de jaren 60 en 80, toen de nucleaire dreiging het grootst was. Ons enthousiasme over de terugkeer van de bom heeft dan ook vooral dáármee te maken.

Veel cineasten trachtten de aantrekkingskracht van de bom vast te leggen op het witte doek. De meest legendarische en bekendste verfilming is van Stanley Kubrick: ‘Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb’ - ook wel gewoon ‘Dr. Strangelove’ genoemd. De eerst vertoning vond plaats in 1964, twee jaar na de Cuba-crisis. De schrik zat er toen stevig in; Kubrick maakte er een steengoede komedie met karikaturale personages over. De lachspieren worden stevig aan het werk gezet wanneer Dr. Strangelove, ex-nazi, het opveren van zijn rechterarm niet kan onderdrukken bij het spuien van zijn übermensch-theorieën. Wanneer het onvermijdelijke dan uiteindelijk gebeurt, wordt de bom als een losgeslagen stier bereden door de redneck Majoor Kong, die schoppend en joelend van jolijt zijn einde tegemoet gaat. Een metafoor die staat als een huis.

Niet enkel de muze zelf werd verheerlijkt, ook haar lange, post-apocalyptische schaduw was meer dan eens zichtbaar in de cinema. Films als ‘Planet of the Apes’ (1968) of ‘Mad Max’ (1979) tonen ons een wereld ná de menselijke beschaving. Men was blijkbaar zo zeker van het vallen van de bom dat men al bezig was met wat er nadien zou gebeuren.

De kernneerslag en muterende kracht van de kernbom werden ook niet over het hoofd gezien. In ‘The Hills Have Eyes’ (1977) bijvoorbeeld wordt een familieuitje grondig verstoord door een bende moordzuchtige mutanten. Maar de bekendste en meest gevreesde mutant moet toch wel Godzilla zijn. In 1954 verscheen-ie voor het eerst in Japan onder de naam Gojira. De paddenstoelwolken die in 1945 boven Hiroshima en Nagasaki opgestegen waren, lagen de Japanners nog vers in het geheugen. Godzilla’s enorme gestalte en gigantisch destructieve kracht staan symbool voor de vernietigende kracht van kernwapens. De Godzilla-franchise zelf muteerde ook meerdere malen: niet minder dan 29 films verschenen er over de groot uitgevallen hagedis. Hij vocht het niet enkel uit tegen mensen, maar ook tegen onder meer King Kong, Mothra, Mechagodzilla, SpaceGodzilla en The Fantastic Four. En het beest is nog lang niet uitgestreden: ook voor dit jaar staat er nog een Godzilla-film in de steigers.

Minder metaforisch is ‘Atomic Bomb’ van Andy Warhol. De kunstenaar plaatste 28 foto’s van een paddenstoelwolk in een oranje-rode tint onder elkaar. De popartfoto’s worden steeds donkerder en donkerder waardoor de explosie lijkt uit te doven.

Omdat ‘atoombom’ nu eenmaal veel rijmwoorden heeft, leent het zich ook uitstekend voor liedjesteksten. Enkelen slaagden er zelfs in er een leuk deuntje onder te plakken. Zo kwam Doe Maar in 1982 op de proppen met De bom. Het nummer kwam er als reactie op de plannen om Amerikaanse kernwapens onder te brengen op Nederlands grondgebied, iets wat op veel protest van de Nederlandse bevolking stuitte. De eerste liveversie van het nummer was te horen op het No Nukes Festival in Utrecht, waarna zanger Hennry Vrienten nog wat aan de tekst schaafde.

Datzelfde jaar werd 99 Luftballons van de West-Duitse band Nena een dikke hit. Het nummer vertelt het verhaal van een 99 jaar durende oorlog die uitbreekt nadat een generaal beslist 99 compleet ongevaarlijke ballonnen uit de lucht te knallen. De omringende landen ervaren dat als een provocatie en verklaren de oorlog. Een niet zo subtiele metafoor voor de wapenwedloop.

Toen Bob Dylan nog geen Nobelprijswinnaar was, schreef hij nog gewoon liedjes. Eén maand voor de Cuba-crisis schreef hij ‘A Hard Rain's a-Gonna Fall’ dat een jaar later op de ‘The Freewheelin'-plaat zou verschijnen. Hoewel het lied nooit bedoeld was als kritiek op kernwapens, werd het door het uitbreken van de Cuba-crisis toch zo ontvangen.

Kernwapens bouwen en er elkaar mee afdreigen is één van de verschrikkelijkste dingen waartoe de mensheid in staat is. Maar het levert ook fantastisch artistiek werk op. Daarom hopen wij op de terugkeer naar een kerndreigingsniveau van de jaren 60 en 80. Maar niet heus natuurlijk!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234