'De bekeerlinge': Stefan Hertmans' opvolger van 'Oorlog en terpentijn'

Ook een boek vol ellende kan goed nieuws zijn, als het een roman betreft. Voor de honderdduizenden lezers van ‘Oorlog en terpentijn’, in deze kolommen als een meesterwerk onthaald, is het zelfs uitstekend nieuws: de nieuwe roman van Stefan Hertmans is nóg beter.

Deze keer keert Hertmans, ver voorbij de Eerste Wereldoorlog van zijn grootvader, wel tien eeuwen terug in het verleden. Hij reconstrueert de lotgevallen van een Vikingmeisje dat zich tot het jodendom bekeerde, en – daar begint de krachttoer – maakt daar een roman van die onderhuids zindert van de actualiteit. Komt dat zien: ‘De bekeerlinge’.

'Seksueel blijven we heel simplistische wezens'

HUMO Zonder je tweede woning in de Vaucluse was ‘De bekeerlinge’ er nooit gekomen: vertel dus eerst maar hoe een mens daar belandt.

Stefan Hertmans «De enige mogelijkheid: per toeval. In de zomer van ’94 wou Sigrid (Bousset, zijn vrouw, red.) me alle plekken in de Provence tonen waar ze in haar jeugd was geweest. Ze herinnerde zich een spectaculaire kloof in de Haute-Provence, met een oeroud kerkje onder een overhangende rots. We hebben er een hele dag vergeefs naar gezocht. Het dorp heette Monieux, zo werd ons achteraf duidelijk, maar die dag waren we er straal voorbijgereden. We gingen wel iets drinken in een naburig stadje en daar, onder een boom op een plein, zei ik Sigrid: ‘Ik weet niet wat het is, maar zo’n totaal vervulde, rustige, verliefde euforie als vandaag heb ik nog nooit gevoeld.’

»De dag erna reden we terug naar een somber Gent, waar het weken aan een stuk góót. We waren verbannen naar Siberië, zo leek het wel. Ik nam een week de telefoon niet op, had geen zin om mensen te zien. Een collega liet me weten dat een oud huis in het zuiden te koop stond. En dat was in Monieux, zo bleek, niet ver van het kerkje dat we hadden gezocht. Een politiecommissaris uit Temse had er tot zijn dood gewoond. Later kwam ik erachter dat het stoeltje waarop ik dat zeldzame geluks-gevoel had gehad, precies op de plek stond waar die man 35 jaar lang zijn koffietje was gaan drinken.»

HUMO ‘De bekeerlinge’ is opgedragen aan ‘de vrouw die een huis kuste’.

Hertmans «Dat heeft Sigrid letterlijk gedaan, ja, toen we er de eerste nacht geslapen hebben, 11 september 1994. Toen wist ik wel dat ik niet meer terug kon… (lacht)»

HUMO Isolement doet je blijkbaar goed. Je zei ooit: ‘Schrijven kwam er als neveneffect van mijn behoefte aan afzondering.’

Hertmans «Ik moet alleen kunnen zijn. Als ik me onder de mensen beweeg, ben ik te gevoelig. Ik put me dan uit, raak in een euforie en moet dan weer bekomen. Die buffer van eenzaamheid is een behoefte geworden: pas wanneer ik weer op mezelf teruggevallen ben, krijg ik zin om te schrijven. Denk niet dat een schrijver door zich terug te trekken in een ivoren toren belandt. Integendeel: je komt in de ruimte terecht waar je de stemmen van anderen kunt horen.»

HUMO Ervaar je het leven in zo’n dorp als een onbedreigde idylle, of kan er nog iets mislopen?

Hertmans «Ik zoek daar geen idylle, ik weet dat het leven er hard is. Het eerste jaar dat we er waren, zei de bakkerin: ‘Bienvenu dans la petite Yougoslavie.’ Sommige mensen zeggen je geen goeiedag omdat jij anderen wél groet. Zo’n dorp is de wereld, even slecht of goed als de wereld. Aan afgunst en conflicten is er geen gebrek. Ik heb zelf ervaren wat ik de bekeerlinge in mijn boek toeschrijf: als je je in zo’n dorp absoluut wil integreren, keert men zich van je af. Pas toen ik begrepen had dat ik de buitenstaander moest blijven, had ik de sympathie van de dorpelingen. Nu omarmen ze mij. En dan nog moet je altijd onthouden: een Provençaal ontvangt je met open armen, maar hij zal ze nooit sluiten (lacht).

'In Vlaanderen moet alles om de twee, drie jaar veranderen. Zo verlies je het gevoel voor traditie dat de Fransen in ere houden.'

»Soms denken we dat we de band met dat dorp moeten lossen, dat we het daar nu wel bekeken hebben. Maar dan zijn we weer eens een week in Monieux en beseffen we dat we daar nóóit weg zullen raken. Ik ben een klusser en heb de helft van het werk in dat huis zelf gedaan: dat maakt het nog moeilijker om er ooit afscheid van te nemen.»

HUMO Als ‘De bekeerlinge’ een internationale bestseller wordt, heb je het dorp wel op de toeristische kaart gezet.

Hertmans «Jarenlang heb ik de naam verzwegen van het dorp waar we verblijven. Maar in dit boek speelt de naam zelf een cruciale rol. Ik moest het wel vermelden. Ik hoop dat ik mijn rust daar niet mee verknoei.»


Een heftige geboorte

Een Duitse buur bezorgde Stefan Hertmans een jaar of tien geleden een artikel over Monieux van de Amerikaanse historicus Norman Golb: daar begon het allemaal mee. Golb had het over een christelijke vrouw die zich tot het jodendom bekeerd had en die er, op de vlucht voor haar familie, misschien woonde aan het eind van de 11de eeuw. Haar joodse man werd in de synagoge vermoord, twee van haar drie kinderen werden ontvoerd.

HUMO Veel meer gegevens had je niet. Gaf het succes van je vorige roman je het vertrouwen dat er op die schamele basis wel een roman te bouwen viel?

Hertmans «Zonder ‘Oorlog en terpentijn’ had ik het waarschijnlijk niet gedurfd. Nu wist ik dat je op basis van een mengeling van research en empathie een project kunt uitvoeren dat voor je eigen leven van waarde is, als je er maar bevlogen door raakt. Als je dúrft bevlogen te raken, want je stelt je daardoor kwetsbaar op.»

HUMO Je hebt het boek in relatief korte tijd geschreven.

Hertmans «Het heeft me alleszins bloed, zweet en tranen gekost. Het was een heftige geboorte, dat kan ik je verzekeren, omdat het weer zo’n emotioneel, persoonlijk boek is. Op een bepaald moment was ik totaal uitgeput. Te hard gewerkt, ik kon niks meer. Ik heb in Monieux een versie geschreven in veertien dagen tijd, plotseling kwam het er allemaal uit. Ik stuurde een elektronische versie naar mijn redactrice Suzanne Holtzer en reed naar huis. Ik was nog onderweg toen ze me belde, compleet geëmotioneerd door wat ze gelezen had. En zelf was ik bij het horen van die eerste reactie zo in de war dat ik 25 liter benzine tankte in een dieselmotor. Daar heb ik dus tot een stuk in de nacht gestaan (lacht).

'Ik was totaal uitgeput. Te hard gewerkt.'

»Maar dat was nog maar de ruwe diamant, het slijpen daarvan heeft me meer dan een jaar gekost. Op het niveau van de geschiedschrijving moet je álles controleren. Welke kleren droeg de bekeerlinge? Wat aten ze destijds? Hoe zagen de boten eruit? Voor elke vraag is er een boek van een specialist die het precies weet. De leeslijst begon op die van mijn doctoraat te lijken. Ik zat uiteindelijk vol weetjes over de 11de eeuw, en even liep het fout toen ik die research ook allemaal in het boek wou stoppen.»

HUMO Je beschrijft goed hoe ingrijpend zo’n bekering geweest moet zijn.

Hertmans «Dat is voor mij het grote thema van dit boek: wat gebeurt er met iemand die van identiteit switcht? Wat zo’n vrouw deed, was letterlijk ondenkbaar: ze wisselt van het ene moment op het andere van kant. Wie ben je dan nog? Je moet dan wel in een fundamentele eenzaamheid belanden. Ik beschrijf het moment dat Hamoutal zich compleet verloren voelt en aan terug-keren denkt. De enige die me redden kan, zo zegt ze, is de man die ervoor gezorgd heeft dat ik reddeloos verloren ben.

»Ik heb veel over bekeerlingen gelezen, en ik heb ook aan de Vlaamse meisjes gedacht die vandaag moslima worden. Wat gaat er in hen om? Dat moet zeer heftig zijn – ook voor de ouders die merken dat hun dochter een chador begint te dragen, terwijl ze bijvoorbeeld Hilde Janssens heet.»

HUMO Is je kijk op religie veranderd door het schrijven van dit boek?

Hertmans «In ‘Oorlog en terpentijn’ was ik zelf een soort bekeerling: als ongelovige schreef ik daar over de vele dingen die ik aan het christendom bewonder, hoe het de mens tot sublieme hoogten brengen kan. Ik besefte toen hoezeer ik een postkatholiek ben, verslingerd als ik ben aan de grote schilderkunst uit de katholieke traditie – al die scènes die compassie uitbeelden: Hollywood op de kerkmuren! Met dit boek kon ik eindelijk dieper in de joodse cultuur duiken die mij al decennia fascineert: samen met Hamoutal heb ik een andere wereld ontdekt.

»Maar ik blijf een dubbel gevoel hebben: tegelijk weet je, zeker in een boek dat ook de kruistochten beschrijft, dat godsdienst voor pure demonie staat, een ziekte van de geest.»

HUMO Als Vigdis die grote stap zet om Sarah te worden, is het door de kracht van de liefde?

Hertmans «Ik heb weleens een discussie gehad met een aantal feministen die zeiden: ‘Ach, die vrouw is gewoon verkracht en meegesleurd!’ Maar dat geloof ik niet. Zeker in de hogere kringen hadden vrouwen toen een redelijk geëmancipeerde positie, ze hadden veel beslissingsmacht. Een ridder zou haar misschien geschaakt hebben als ze verliefd op hem werd, maar de jood David Todros kwam niet uit een geweldscultuur, het moet wel met onderlinge toestemming gebeurd zijn. Vigdis moet een sterke persoonlijkheid gehad hebben, en het opmerkelijke voor haar tijd is dat ze die niet gebruikte om zich in te passen in de hogere kringen waar ze hoorde, maar om risico’s te nemen en compromisloos haar hart te volgen.»

HUMO Als je zelf al eens een coup de foudre meegemaakt hebt, vind je het misschien een waarschijnlijker scenario?

Hertmans «Zou het kloppen dat je alleen goed kunt beschrijven wat je zelf hebt meegemaakt? Alleszins: ik ken wel een meisje met een Scandinavische naam dat me een coup de foudre heeft bezorgd (lacht).»

HUMO Zonder enige seksuele opvoeding heeft het vluchtende stel, in het Bois de Saint-Vincent bij Blévy, meteen urenlang fantastische seks.

Hertmans «Ik ben er absoluut van overtuigd dat het zo kan. Hebben ze jou een handleiding moeten geven? Met al onze blablabla over emancipatie blijven we seksueel heel simplistische wezens. Hoe meer ik over de geschiedenis lees, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat mensen vroeger even veel of even weinig wisten als wij. Bekijk de vrouwen die Lucas Cranach schilderde, dan weet je het wel: dat is een man die weet wat sensualiteit is. Die sensualiteit is van alle tijden: daarom zijn de kerkvaders altijd zo panisch geweest als het over seksualiteit ging.»


Vlaamse neurose

HUMO Je hebt je duidelijk verkneukeld bij het bedenken van allerlei avonturen tijdens de tocht van Rouen naar Narbonne.

Hertmans «Dat hoofdstuk was drie keer zo lang, ik wou álles beschrijven wat ik zelf duizend jaar later had opgemerkt toen ik die tocht in hun voetsporen probeerde te maken. Ik vond het fascinerend hoe het landschap verandert als je weer eens een klimaatdrempel overschrijdt, wat er met je gebeurt wanneer het gras plots droger is… Ik moet zeggen dat die Franse landschappen mij altijd al zeer hebben geboeid. Wij hebben ons landschappelijk patrimonium schaamteloos kapotgemaakt, maar de Fransen hebben veel meer bewaard. Vier ganzen bij een poel voor een 18de-eeuwse boerderij is er geen uitzondering. Oude bomen worden er liefdevol onderstut, bij ons worden ze omgehakt. Dat is een stuk van de Vlaamse hedendaagse neurose: ook in de media moet alles om de twee drie, jaar veranderen – altijd maar nieuwe formats, nieuwe jingles, alsof niets een keer rustig hetzelfde mag blijven. Zo verlies je het gevoel voor traditie dat de Fransen in ere houden.

»Naarmate ik ouder word, begin ik meer op bepaalde essenties in het leven te letten, dingen waarvan je weet: kijk, dit hebben mensen altijd gedaan. Dat is zelfs een bron van levensvreugde geworden, ik zie mensen die bij elkaar zitten praten en denk: dit doen mensen al duizenden jaren. Daarom is het mooi.

»Onlangs heb ik voor mijn vrouw oorbellen laten namaken die ik ergens had gefotografeerd. ‘Een prachtig design,’ zei de juwelier, ‘van een zeer goede ontwerper.’ ‘Weet je hoe oud die ontwerper is?’ vroeg ik haar. ‘2.800 jaar.’ Want ik had de foto in een Egyptisch museum gemaakt: het volstaat om daar eens te gaan kijken om te beseffen hoe beschaafd mensen toen al waren.»

HUMO Is iemand nareizen na tien eeuwen uiteindelijk geen absurde onderneming? Letterlijk alles kan veranderd zijn.

Hertmans «Die tien eeuwen wegstrepen, dat kun je niet, en ik peper de lezer dan ook geregeld in dat er tien eeuwen verstreken zijn, dat het niet mogelijk is te voelen en te kijken zoals een middeleeuwer dat deed. Ik schrijf geen historische roman waarin het lijkt alsof dat wel kan, ik ben per slot van rekening geen Marguerite Yourcenar. Maar ik wou wel dicht bij die vrouw raken met wie ik maar één dun verbindingsdraadje had: mijn vermoeden dat ze in Monieux had gewoond, op 150 meter van mijn eigen huis. En dus moest ik een oefening in empathie opstarten. W.G. Sebald is daarbij mijn leidende ster, hij is een schrijver die voor mij even groot is als Nabokov. Van hem heb ik geleerd: je zult nooit terugvinden hoe het is geweest, maar evengoed moet je dat blijven proberen. Die tocht van 900 kilometer van Rouen tot Narbonne had ik nodig om onder de huid van de bekeerlinge te kunnen kruipen.»

HUMO The New York Times vergeleek je in een dol- enthousiaste recensie van ‘War and Turpentine’ alvast met Sebald: de journalist had het over ‘a blast of narrative fresh air’.

Hertmans «Die dag was ik iets vriendelijker dan anders (lacht). Het was het mooiste compliment tot nog toe – en dan nog in de New York Times Book Review, nooit gedacht dat zoiets zou kunnen – vooral omdat het daar over vakkennis ging. Die stielkennis had ik ook in ‘De bekeerlinge’ nodig, om mijn eigen leven te kunnen verbinden met het hare, zodat ook ik er een beetje veranderd uit kwam en als het ware niet meer van haar loskwam. Ik kan geen alwetende verteller zijn, dat is iets voor de generatie voor mij, ik wil een verteller zijn die zelf tot aan zijn lippen in het water staat. Door non-fictie, autofictie en pure fictie zodanig met elkaar te verweven dat de lezer ze niet meer uit elkaar kan halen, krijgt het boek ook zijn literaire urgentie.»

HUMO Het literaire hoogtepunt in de roman is de pogrom van de kruisvaarders in Monieux. Je suggereert dat je die prachtige gitzwarte scènes in één doorwaakte nacht hebt neergezet.

Hertmans «Dat is ook zo. Een Walpurgische nacht was dat. Nog iets drinken, nog een sigaretje roken, en intussen zie je het onder je vingers ontstaan. Dat zijn de fantastische momenten, dat je in een drive zit en niet meer kunt stoppen, hoe gruwelijk het allemaal ook is. Ik zat al zes maanden te piekeren over die scène, het was erop of eronder. Die pagina’s zou ik, en dat geldt voor 80 procent van de roman, trouwens niet in België hebben kunnen schrijven: je hebt er een bepaalde ontvankelijkheid voor nodig die ik alleen ginds in Monieux heb.»

HUMO Hoe zou je de kruistochten kort omschrijven na alles wat je erover gelezen hebt?

Hertmans «Geopolitiek is het een poging van Rome om zijn gezag tegenover de Byzantijnse kerk en tegenover Jeruzalem weer te bevestigen. De kerk had veel schade opgelopen door de uitputtende twisten met de Duitse keizer, ze was een stuk van haar autoriteit kwijt, een scheuring met Frankrijk dreigde. Paus Urbanus II, die zelf een Fransman was, heeft beseft dat hij met een groot project voor de dag moest komen. Het klimaat was al gespannen tussen de christenen en de Saracenen en ook de joden aan de andere kant. Steeds meer opstootjes werden gesignaleerd, gewelddaden, de adrenaline begon te stijgen, er was meer en meer rancune, de taal verruwde – alles wat je vandaag weer ziet. En Urbanus II deed wat elke sluwe politicus dan doet: de stijgende adrenaline kanaliseerde hij in een gericht inhoudelijk project: het overwinnen van de vijanden van Christus in Jeruzalem. Maar hij zei erbij: je moet niet tot ginder wachten om de vijand te doden. Waarmee hij het schorremorrie van zijn tijd een vrijgeleide gaf tot het vermoorden van joden: wie al een moord op zijn kerfstok had, moest er alleen nog één begaan om een volledige aflaat te krijgen…

»Ik schets in dit boek iets wat weinig mensen weten: de heilige oorlog was een christelijk begrip, dat de jihad voorafging, want dat was er een antwoord op. Urbanus II had zelf niet kunnen voorzien dat zijn oproep in een klimaat van onvrede en armoede tot zo’n tsunami van geweld zou leiden, met geo-politieke gevolgen waar we nog altijd mee zitten.»

HUMO En dan denk je aan de puinhoop in Irak en Syrië?

Hertmans «Ik kan me nog precies herinneren waar ik zat toen president George Bush in de aanloop tot de invasie in Irak zijn oproep lanceerde om er als ‘kruisvaarders’ naartoe te trekken. Ik geloofde mijn eigen oren niet: die man stak de lont in het kruitvat. Hij heeft het allemaal getriggerd, IS heeft dat woordgebruik later letterlijk overgenomen.»


Roepen en tieren

HUMO Er dringen zich veel meer actuele parallellen op als je het verhaal van Hamoutal vertelt, zoals haar bestaan als vluchteling, ook als bootvluchteling op de Middellandse Zee. Maar je brengt die parallellen niet opzichtig aan.

Hertmans «Ze waren zo duidelijk dat het beter was in dat opzicht wat te dimmen. Ik heb het gevoel dat ik onze actualiteit beter begrijp na het schrijven van dit boek. Ik ben ook meer op mijn hoede voor wat er allemaal zou kunnen gebeuren: ik besef veel meer dat het momenteel kantje boord is.»

'Je zult met een Europese islam rekening moeten houden in een samenleving die nooit meer monocultureel zal worden'

HUMO Kantje boord?

Hertmans «Zoals iedereen zit ik elke dag op de uitkijk: wat verschuift er? Wat gebeurt er? Elke dag is er wel iets wat ons op stang jaagt. En weet je wat me het meest verontrust? Het feit dát we zo op stang gejaagd worden. De adrenaline stijgt overal. Kijk maar naar de crisis in Europa, de politiek van Oost-Europa tegenover de vluchtelingen, Erdogan die de Ottomaanse droom terug op de kaart zet, het optreden van Poetin. Of kijk naar ons land: de onrust in de Turkse gemeenschap, de spanningen in de joodse gemeenschap…

»En steeds meer hanteren mensen een taalgebruik dat ons niet naar beschaving maar naar geweld leidt. Denk maar aan die Duitse stand-upcomedian die vond dat hij Erdogan een geitenneuker moest kunnen noemen, of aan de discussie rond Charlie Hebdo, over het recht om anderen te beledigen. Lost dat iets op? Brengt dat ons nader tot een vreedzame samenleving? Inmiddels vind ik dat fameuze recht op beledigen infantiel en idioot. Een compleet egocentrisch adrenalinerecht is het. Jij mag mij uitschelden, en dat zou democratie heten? Sorry, dat is het einde van een beschaafde samenleving. Wat heb ik aan jouw recht op schelden? Jouw hoffelijkheid, daar heb ik recht op. De moslims die ik ken, zijn sterk gehecht aan hoffelijkheid. Ook al zijn ze het niet met je eens, ook al waarderen ze je misschien niet eens, ze gaan niet schelden.

»Neem de kwestie Abou Jahjah (enkele auteurs verlieten uitgeverij De Bezige Bij toen hij een contract kreeg, red.). De reacties in Nederland waren toch vaak hysterisch? Dat mensen die zich intellectueel noemen, hem diaboliseren en het publiceren willen onmogelijk maken, dat is toch verbijsterend? Intellectueel zijn betekent juist: je oordeel uitstellen, twee keer nadenken. Men heeft me gevraagd om erover te discussiëren in ‘De wereld draait door’, ik heb dat geweigerd. Dat roepen en tieren, daar doe ik niet aan mee. Je kunt niet, zoals Marcel Möring deed, Abou Jahjah een paling in een emmer snot noemen, want dan heb je iemand al beledigd nog voor je met hem praat.»

HUMO Wat doet het als intellectuele voorbeelden als György Konrad meegaan in wat je als anti-islamhysterie beschrijft?

Hertmans «Dat doet mij veel pijn. We kennen elkaar al lang. Mijn laatste gesprek met Konrad in Amsterdam was moeilijk. Hij was wantrouwig geworden, en dat kwetste mij. Tijdens een interview dat ik met hem had in Antwerpen, haakte hij af toen een meisje een vraag over de Palestijnse kwestie stelde, hij was onpasselijk van inwendige woede. Maar in zijn geval begrijp ik nog dat hij getekend is door zijn eigen geschiedenis als jood. Ik begrijp het minder van andere tijdgenoten die vanachter hun computerscherm haat zitten te spuien, mensen die vroeger links waren en vandaag schrijven: ‘Ik zou die moslims hun ogen wel willen uitsteken omdat ze schapen slachten.’ Zover zijn we: je wil een mens zijn ogen uitsteken omdat hij schapen slacht op een manier die niet noodzakelijk wreder is dan de manier waarop wij zelf levende kuikens industrieel versnipperen.

»Ik moet dezer dagen vaak denken aan een scène in een weekendfilm. Een man en een vrouw die in hun hippietijd een stel zijn geweest, zijn uit elkaar gegroeid, maar spreken na twintig jaar nog eens af in een restaurant in New York. De hippe meid van weleer zit daar opgetut als een barbiepop in een mantelpakje. De man komt binnen en zegt: ‘Darling, what happened to you?’ De vrouw kijkt naar haar pornonagels en zegt: ‘I’ve become the person I’ve always hated, I feel much better now.’ Daar denk ik aan als sommigen van die islambashers hun frustraties afreageren door anderen publiekelijk voor islamogauchisten of salafistenvriendjes uit te schelden. Je ziet het zo: They feel much better now!

'Kunnen we extremistische taal als die van Trump, Wilders en Le Pen blijven weglachen? Mensen dachten ook dat Hitler wel zou overwaaien'

»Al een decennium zorgt die islamdiscussie er nu voor dat twee groepen tegen elkaar staan te schreeuwen. ‘Het glas is halfvol!’ ‘Nee, het glas is halfleeg!’ Volgens de rechts-populistische kant vergissen we ons door het gevaar van de islam te onderschatten, maar het zou weleens kunnen dat we het gevaar van de andere kant onderschatten, de kant die de samenleving compleet aan het uithollen is. We wennen angstwekkend snel aan extremistische taal als die van Trump, Wilders en Le Pen. Kunnen we dat allemaal maar blijven weglachen? Misschien begaan we dan dezelfde fout als de mensen die dachten dat ook Hitler wel zou overwaaien.

»Uiteindelijk komt het erop neer dat je een keuze maakt: tot welke kant wil je behoren, de optimistische of de pessimistische? Beide kampen beroepen zich op de verlichting, dat argument telt dus niet.»

HUMO Maar waarop stoelt je keuze dan om een halfvol glas te zien?

Hertmans «Het enige argument is de vraag of je vooruit wilt, of achteruit. En dan is het gewoon het meest pragmatische om vooruit te willen. Je kunt die mensen niet terugsturen, je zult met een Europese islam rekening moeten houden in een samenleving die nooit meer monocultureel zal worden. En je zult dus moeten leren overleggen, kijken hoe je een evenwicht kunt behouden. Voor beide partijen het leed verminderen zoveel je kunt – daar komt het op neer. Je zoekt niet naar wat je scheidt, maar naar wat je verbindt – sorry als ik klink als paus Franciscus (lacht).

»Voor mij is het niet eens een kwestie van ideologie, maar van humane pragmatiek. Rechts slaat ons nog altijd in de hoek met onze ‘linkse’ standpunten, terwijl we gewoon christelijke waarden vertegenwoordigen, ook in verband met de vluchtelingencrisis. De christelijke waarden waarmee ik opgevoed ben, zijn op de keper beschouwd de waarden van humanistisch links geweest: medeleven, empathie, solidariteit. Dat ‘humanist’ vandaag een scheldwoord geworden is, dat is pas een teken van de tijd.»

HUMO Op naar het volgende boek. Je hebt de gouden formule gevonden: diep een interessant document op en jaag het leven na dat erachter steekt.

Hertmans (zonder aarzeling) «Ik ben in mijn hoofd al met een nieuwe roman bezig. Een goeie vriend van mij, die er niet meer is, had een roman geschreven en heeft die in het vuur gegooid. Ik ga nu proberen zijn roman te schrijven. Meer kan ik er niet over zeggen. Het afwezige aanwezig maken, verantwoording afleggen tegenover degenen die er niet meer zijn: dat is literatuur voor mij. Dat was ook zo met ‘De bekeerlinge’. Ik ben 65 kunnen worden zonder een oorlog mee te maken, wat vrij uitzonderlijk is wanneer je de Europese geschiedenis bekijkt, en ik zit daar in dat dorp gelukkig te wezen op de plek waar die middeleeuwse vrouw een verschrikkelijk drama heeft beleefd: dan is het schuldgevoel van de overlevende niet ver. Net dat zet mij aan tot schrijven.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234