De beste tv-series op Netflix & co, deel 2: Deze reeksen kluisteren u aan de buis, het computerscherm of de smartphone

Play More en Netflix, allemaal goed en wel, maar waar moet u eerst naar kijken? Om te voorkomen dat u, compleet murw door de weelde aan nieuwe en vaak onbekende tv-series, uw kostbare tijd verdoet aan utter crap, maakten wij een selectie. Vorige week kreeg u al een eerste lichting, deze week deel twee – van ‘Jessica Jones’ tot ‘The Knick’.

'Ook deze houden u moeiteloos aan de buis, het computerscherm, uw smartphone of keukenrobot gekluisterd'


Lees ook: 'De beste tv-series op Netflix & co. (deel 1) »

'Jessica Jones'

Een Marvel noir

Ook op Netflix valt er niet te ontsnappen aan het almaar expanderende Marvel-universum: de streamingzender sloot met Marvel een overeenkomst voor liefst vijf series. De eerste daarvan was ‘Daredevil’, een reeks die niet alleen de onzalige herinnering aan de mislukte verfilming met Ben Affleck wegvaagde, maar ook een voor Marvel ongewoon gewelddadige en donkere toon aansloeg, weg van het popcornvretende cinemapubliek.

De opvolger van ‘Daredevil’, meteen ook de eerste Marvel-reeks met een vrouwelijk hoofdpersonage, gaat nog een paar stappen verder: Jessica Jones (Krysten Ritter, de junkvriendin van Jesse in ‘Breaking Bad’) is eerder een super-antiheldin: ze beschikt wel over superkrachten, maar die zijn iets minder spectaculair dan die van haar filmcollegae en ze maakt er ook nauwelijks gebruik van. Dat heeft alles te maken met traumatische gebeurtenissen uit het verleden (om uw kijkplezier niet te vergallen, vertellen we er niet te veel over) die Jessica in een alcoholistisch en met een stevige posttraumatische stresstoornis worstelend wrak hebben veranderd.

In plaats van een übermisdaadbestrijdster is ze nu een privédetective: haar voornaamste opdrachtgever is een lesbische advocate (leuk weerzien met Carrie-Anne Moss, Trinity uit ‘The Matrix’) voor wie ze bij nacht en ontij overspelige koppeltjes moet betrappen, en verder houdt ze zich vooral bezig met het bespioneren van de mysterieuze barman Luke Cage, ook al een discrete superheld. Het klinkt als de Marvel-versie van een film noir, en zo is het ook gestileerd, inclusief alle clichés van het genre – een lijzige voice-over, hardgekookte dialogen, een soundtrack vol reutelende saxofoons en ramen en glazen deuren waar ieder moment een verdachte schaduw in kan opdoemen. Bijvoorbeeld die van Kilgrave, een nemesis uit het verleden van wie Jessica dacht dat hij dood was, en die plots weer opduikt om haar al labiele wereld grondig door elkaar te schudden.

Het personage Kilgrave (een impressionante David ‘Doctor Who’ Tennant) is geen karikaturale baddie, maar een oprecht nare figuur die de geest van zijn (voornamelijk vrouwelijke) slachtoffers kan controleren om hen vervolgens alles te laten doen wat hij wil. Hij waart als de onfrisse incarnatie van stalkers, perverten en aanranders allerhande rond in een serie die over verlies, geweld en misbruik gaat, en in het licht van zekere recente gebeurtenissen actueler is dan scenariste Melissa Rosenberg (ze schreef ook mee aan ‘Dexter’ en de ‘Twilight’-films) zelf ooit hadden kunnen bevroeden.

Los van dat alles is ‘Jessica Jones’ ook gewoon een sterke thriller die je tien afleveringen lang moeiteloos aan de buis/het computerscherm/uw smartphone/keukenrobot (weten wij veel waar u tegenwoordig allemaal tv op kijkt) gekluisterd houdt. Ook goed om weten: om de serie te kunnen volgen, hoef je ‘Daredevil’ (of andere Marvel-reeksen) niet gezien te hebben.

Bingefactor: 70%

Geschikt voor: liefhebbers van ‘Daredevil’, ‘Gotham’, ‘Dexter’, in stemmig purper gehulde slechteriken en werkelijk álles wat zich in het Marvel Cinematic Universe situeert.

Aantal seizoenen: 1

Te zien op: Netflix


'Better Call Saul'

Here’s Jimmy!

'Better Call Saul': een spin-off van 'Breaking Bad' rond advocaat Saul Goodman, een personage dat vanaf zijn allereerste scène schreeuwde om een eigen serie.'

Geweldig idee van ‘Breaking Bad’-bedenker Vince Gilligan om een spin-off serie te verzinnen rond de ratelende advocaat van Walter White. Niet alleen was de kleurrijke Saul Goodman een personage dat vanaf zijn allereerste scène schreeuwde om een eigen serie, het helpt ook om het toch wel pijnlijke afscheid van één van de beste series van de voorbije jaren te verwerken.

Ook al bezwoer Gilligan dat we ‘Better Call Saul’ vooral niet als de opvolger van zijn hitserie mogen beschouwen: de scène waarmee deze spin-off aftrapt, toont al meteen de ambities van de reeks. We zien in een in stemmig zwart-wit gefilmde proloog hoe Saul na de chaos aan het slot van ‘Breaking Bad’ op de vlucht is geslagen en, zoals hij ooit had beweerd, in een uithoek van Omaha een koffiehuis openhoudt.

Goed vermomd, want nog altijd doodsbang dat men hem zal vinden. Waarna we terugflitsen in de tijd, en kennismaken met een enkele jaren jongere Goodman. Hij heet dan nog gewoon Jimmy McGill, en wil graag advocaat worden in het kantoor waar zijn oudere broer Chuck één van de vennoten is. Jimmy heeft het echter nog niet verder geschopt dan de postkamer, en het lijkt er niet op dat daar snel verandering in zal komen.

Ook al omdat zijn broer – het soort heerlijke weirdness dat je hier mag verwachten – aan een hoogst zeldzame allergie voor elektromagnetische straling lijdt, en dus meer Jimmy’s hulp nodig heeft dan omgekeerd. Jimmy start dan maar zijn eigen kantoor (in een soort bezemhok achter een Vietnamees schoonheidssalon), maar omdat de business niet geweldig draait, gaat hij in zee met een stel oplichters en is hij binnen de kortste keren verwikkeld in een paar halfduistere zaakjes die hem nieuwe kansen bieden bij het advocatenkantoor en bij een oude vlam, en die hem op weg zullen zetten naar – deze serie is per slot een origin story – zijn carrière als de advocaat der drugslords.

Van ‘Breaking Bad’ wisten we al dat de fantastische Bob Odenkirk een onvermoeibaar, zeer geestig lulijzer kon neerzetten (Gilligan speelde even met het idee om een sitcom rond Saul Goodman te maken), maar in ‘Better Call Saul’ bewijst hij dat hij ook zonder problemen een hele serie kan dragen. U krijgt er daarnaast nog een pak geweldige nevenpersonages (de scènes met parkeerwachter Mike Ehrmantraut zijn puur goud), een geut humor en een plot om van te smullen bovenop. Nog goed nieuws: het tweede seizoen wordt half februari gelost.

Bingefactor: 70%

Geschikt voor: fans van ‘Breaking Bad’, ‘Orange Is the New Black’, ‘Transparent’ en series over niet helemaal betrouwbare advocaten.

Aantal seizoenen: 1

Te zien op: Netflix


'Penny Dreadful'

The League of Extraordinary Gothic Heroes

'Op zoek naar een portie spannende, flink bloederige en af en toe bijna grotesk campy horror? Dan moet u zeker 'Penny Dreadful' eens proberen.'

Beetje uitgekeken op ‘American Horror Story’ en ‘The Walking Dead’? Niet kapot van Guillermo del Toro’s ‘The Strain’? En op zoek naar een portie spannende, flink bloederige en af en toe bijna grotesk campy horror? Dan moet u zeker ‘Penny Dreadful’ eens proberen, het geesteskind van John Logan, een mens met referenties die kunnen tellen. Hij schreef mee aan de laatste twee Bond-films, maar ook aan ‘Gladiator’, ‘Hugo’, ‘The Aviator’ en ‘The Last Samurai’.

Bond-regisseur Sam Mendes is, wellicht niet toevallig, ook executive producer van de reeks. Logan ontleende het idee voor deze serie aan ‘The League of Extraordinary Gentlemen’, een comicreeks van Alan Moore waarin enkele bekende Victoriaanse helden worden samengebracht. ‘Penny Dreadful’ doet hetzelfde met een licht gewijzigd, maar minstens zo bont gezelschap met onder meer Dorian Gray, Dr. Jekyll en – hij moest er gewoon bij – Victor Frankenstein.

De hoofdpersonages zijn echter Sir Malcolm Murray (vertolkt door ex-Bond Timothy Dalton) en zijn mysterieuze kompaan Vanessa Ives (de meer dan ooit ravissante ex-Bondgirl Eva Green): zij begeven zich als een soort Victoriaanse Mulder en Scully in de met demonen, vampieren en ander bovennatuurlijk gespuis bevolkte Londense onderwereld, op zoek naar Murrays door iets gruwelijks ontvoerde dochter. Om hen te beschermen doen ze een beroep op de diensten van een Amerikaanse revolverheld (Josh Hartnett – géén ex-Bond of Bondgirl) die met een wildwestshow in de stad is neergestreken.

Ook al zit er een gezonde dosis gothic horror in, het is de makers minder te doen om de spetterende actie dan om het uitspitten van de persoonlijke tragiek van de personages en, en passant, het opnieuw uitvinden van al eindeloos vaak opgevoerde klassieke helden. Iets waar ‘Penny Dreadful’ met verve in slaagt.

Het eerste, slechts acht afleveringen tellende seizoen lijkt vooral bedoeld om de diverse pionnen op hun plaats te zetten, maar in de tweede jaargang barsten de bovennatuurlijke actie en het drama in alle hevigheid los, en komt ook nog eens de meeste angstaanjagende (vrouwelijke) villain sinds mensenheugenis voor wat extra stennis zorgen. Nog dit: het gasverlichte Londen ziet er lichtelijk fantastisch uit, je verwacht om iedere hoek over een verminkt lijk van Jack the Ripper te struikelen, en dat is vooral de verdienste van J.A. Bayona (van de horrorklassieker ‘The Orphanage’). Hij regisseerde de pilot, en bepaalde meteen de look voor de rest van de serie. Fraai werk!

Bingefactor: 70%

Gevonden vreten voor: fans van de betere tv-horror, klassieke Universal-griezel, Victoriaanse crime, de Sherlock Holmes-films van Guy Ritchie en sfeervol verlichte naaktscènes met Eva Green.

Aantal seizoenen: 2

Te zien op: Netflix


'Master Of None'

Een Indisch- Amerikaanse Larry David

'Dev uit 'Masters of None' kun je omschrijven als een kruising tussen Larry David in 'Curb Your Enthusiasm' en het personage dat Louie C.K. in zijn HBO-reeks 'Louie' speelt.'

Aan deze kant van de oceaan zal de naam Aziz Ansari misschien niet meteen een belletje doen rinkelen, maar in de VS is deze komiek een beroemdheid van het kaliber Louis C.K. of Sarah Silverman.

Hij is er vooral bekend van zijn stand-upshows, zijn rol in ‘Parks and Recreation’ (hier niet zo bekend, maar in Amerika een heus fenomeen; check het uit, en ontdek meteen waar de makers van ‘Safety First’ onder meer de mosterd hebben gehaald) en van ‘Modern Romance’, een vorig jaar verschenen half komisch, half wetenschappelijk verantwoord boek over – een stokpaardje van Ansari – dating in het smartphone-/Tinder-/emojitijdperk. Een thema dat meteen ook de rode draad vormt in ‘Master of None’, een sitcom die Ansari samen met enkele ‘Parks’-oudgedienden bedacht.

Ansari speelt in ‘Masters’ Dev, een soort semiautobiografische, minder succesvolle versie van zichzelf: Dev is een acteur die moet rondkomen van werk voor commercials, maar het – zoals íédere krasselende acteur – wanhopig wil maken in Hollywood. Daarnaast is hij ook op zoek naar een vaste relatie of, als dat niet lukt, af en toe een onenightstand. Dev, een sociale stuntel die de Ware Liefde najaagt in het (onder andere door de technologie) almaar ingewikkelder wordende New Yorkse datingcircuit, zou je kunnen omschrijven als een kruising tussen Larry David in ‘Curb Your Enthusiasm’ en het personage dat Louis C.K. in zijn HBO-reeks ‘Louie’ speelt (twee series ook waar Ansari zich duidelijk door liet inspireren), maar ‘Masters of None’ is veel positiever van toon.

Dev is vooral een zachtaardige ziel die onvoorwaardelijk gelooft in het goede van de mens, ook al maken sommige exemplaren weleens rare en voor hun omgeving zeer vervelende bokkensprongen. Echt wrang, zoals soms bij ‘Louie’, wordt het nooit: zelfs een aflevering waarin Dev een fling heeft met een getrouwde vrouw (een gastrol van een verrassend komische Claire Danes) en zo bijna haar huwelijk op de klippen doet lopen, weten de makers niet in tranen maar op een positieve noot te laten eindigen. De tien afleveringen, die als een soort minifilms werden opgevat en er ook zo uitzien, draaien telkens rond één bepaald thema, en daarbij komen zowel lichtere romcomonderwerpen aan bod, als iets gewichtigere (en duidelijk ook persoonlijkere) thema’s als racisme in Hollywood en de relatie van migrantenkinderen met ouders die in een andere cultuur zijn opgegroeid (een aflevering waarin Ansari’s echte ouders meespelen).

Vrees overigens niets: de beminnelijke loser Dev en het multiculturele allegaartje vrienden dat hem omringt, zorgen er altijd voor dat er meer dan genoeg kan worden gelachen.

Bingefactor: 50%

Geschikt voor: fans van ‘Seinfeld’ en indiecomedy als ‘Girls’, ‘Portlandia’, ‘Broad City’, ‘Curb Your Enthusiasm’ en ‘Louie’.

Aantal seizoenen: 1

Te zien op: Netflix




'The Knick'

‘ER’ anno 1900

'Je zou in John Thackery (Clive Owen), het hoofd-personage van Steven Soderberghs ziekenhuisserie 'The Knick', een voorloper van Gregory House kunnen zien.'

Twee jaar geleden kondigde Steven Soderbergh, nog altijd één van de interessantste filmmakers van zijn tijd, aan dat hij zijn filmactiviteiten wilde afbouwen (in Hollywood vond hij het steeds lastiger werken) en dat hij zich voortaan met andere dingen wilde bezighouden. Eén van zijn eerste projecten na die verrassende annonce was ‘The Knick’, een tv-serie die hij niet zelf had geschreven, maar waarvan hij wel alle afleveringen regisseerde, monteerde en – dat kon er ook nog wel bij – waarvan hij ook het camerawerk voor zijn rekening nam.

‘The Knick’ is een ziekenhuisserie, maar dan wel een hele bijzondere: ze vertelt namelijk het verhaal van The Knickerbocker, een hospitaal rond de eeuwwisseling in Lower Manhattan, en van het rare allegaartje dat er de dienst uitmaakt: met een vet Iers accent pratende nonnen en verpleegsters, drankzuchtige ambulanciers die patiënten aanleveren (en daarvoor regelmatig op de vuist moeten gaan), corrupte kantoorbedienden, mecenassen met hooggestemde idealen en een kluit competitieve witjassen. De ster van het hospitaal – én van de serie – is dokter John Thackery (Clive Owen, in een rol waarin hij eindelijk eens kan laten zien wat hij in huis heeft), een briljante en visionaire maar ook dwarse chirurg die gretig – en met wisselend succes – met nieuwe, zelfbedachte technieken en instrumenten experimenteert, en voor de hospitaaleigenaars de ideale man om poenige patiënten aan te trekken.

Thackery heeft echter een klein geheimpje: hij is aan cocaïne verslaafd, en mag zich op gezette tijden ook graag een eind van de wereld roken in een opium- annex hoerentent. Behalve een krachtig drama met een boeiende hoofdfiguur – je zou in Thackery een voorloper van Gregory House kunnen zien – is ‘The Knick’ ook een levendig portret van een fascinerende periode en weet de serie fraai de sfeer op te roepen van het Manhattan op de drempel van de moderniteit, een bruisende mengelmoes van migranten uit alle windstreken, grote en kleine zwendelaars, gelukszoekers en nieuw industrieel geld. Net zoals in ‘Mad Men’ en ‘Manhattan’ wordt het verleden niet geïdealiseerd: ‘The Knick’ toont onverbloemd het toen volstrekt normale seksisme en racisme; dat laatste vooral via het verhaal van Algernon Edwards, een zwarte chirurg die zéér tot ongenoegen van de andere dokters door de breeddenkende geldschieters van The Knick wordt aangenomen, en wiens strijd, zeker in de loop van het tweede seizoen, steeds meer parallellen gaat vertonen met die van een zekere Amerikaanse president.

Kleine waarschuwing: rond 1900 was chirurgie nog een veredelde vorm van beenhouwerij en ook dat wordt in rauw-realistisch, bijna schokkend detail getoond. Als uw maag het houdt tijdens de gruwelijk bloederige operatie waarmee de reeks aftrapt (alsof Soderbergh de argeloze kijker even wilde testen), zit u wel meteen goed voor twintig uur absolute toptelevisie.

Bingefactor: 50%

Geschikt voor: liefhebbers van ‘Mad Men’, ‘Manhattan’, ‘Peaky Blinders’, bloedfonteinen en reality met Jeff ‘we zullen uw tetten eraf moeten kappen’ Hoeyberghs.

Aantal seizoenen: 2

Te zien op: Play More

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234