null Beeld

De biecht van een inspecteur van de dienst Verwijderingen: 'Als je niet kunt drinken, hoor je er niet bij'

Officieel is de dienst Verwijderingen het sluitstuk van het Belgische asielbeleid: politie-inspecteurs brengen illegalen terug naar hun land van herkomst. In werkelijkheid is de harde kern van de inspecteurs een stelletje feestneuzen.

'Ik weet iets van jou, jij weet iets van mij – wij zwijgen voor elkaar. Zo werkt het'

Inspecteur «Als inspecteur op de dienst Verwijderingen heb je niet zo’n zware taak. Je moet op de hoogte zijn van de wetgeving en de internationale conventies, en je moet menselijk zijn: je moet met een déporté, een illegaal die je terugbrengt, kunnen praten. Hem uitleggen wat hem te wachten staat. Hem vriendelijk overtuigen mee te werken aan zijn eigen uitzetting. Daarvoor heb je empathie nodig, belangstelling voor de andere. Maar moeilijk? Nee, dat is het niet.

»Het is wel een belastende job: met je sociale leven is het afgelopen. Een afspraak maken is bijna onmogelijk. Je reist van hot naar her, de hele wereld rond, en je weet wel wanneer je vertrekt, maar nooit wanneer je terugkeert – er kan altijd iets tussenkomen.

»Als nieuweling pas je je aan de geplogenheden van het vak aan. Je doet wat je denkt te moeten doen, omdat iedereen het doet. Maar na verloop van tijd ga je je wel vragen stellen: ‘Waar ben ik eigenlijk mee bezig?’ Je beseft dat er bepaalde dingen niet kloppen. Je ziet collega’s die er werkelijk álles aan doen om met hun déporté te vertrekken: ze gebruiken geweld tegen ’m of ze kopen ’m om – ze doen alles wat in hun mogelijkheden ligt om toch maar op hun bestemming te raken. Dan denk je: ‘Dit is geen manier van werken, dit kan niet meer.’

»Het probleem is: het heeft niks met hun werk te maken. Ze willen van huis weg zijn, in het buitenland dingen doen die ze thuis niet mogen. Ze willen zich amuseren. Feesten. En op weg naar dat feest is de déporté een stuk handbagage, een noodzakelijk en soms lastig stuk bagage. Zo zien ze dat.

»Het begint al met de voorbereiding op de vlucht: in plaats van hun aandacht ten volle op de noden van de déporté te richten, pluizen ze het dossier uit. Is het hotel naar wens? Zijn de tickets in businessclass geboekt waarmee ze zullen terugvliegen? En ze overleggen waar, in welke clubs en bars, ze plezier zullen maken. Daar zijn ze volledig door in beslag genomen, terwijl ze beter met hun déporté zouden praten. Hij heeft het recht te weten wat ’m te wachten staat. Je hoort hem te informeren, een beetje begrip voor hem te tonen: zorg dragen voor zijn bagage, hem nog een telefoontje laten doen – dat soort kleine dingen. Maar je hebt collega’s die geen twee woorden aan hun déporté vuilmaken. Als hij aan hen wordt overgedragen, fouilleren ze ’m, en daarmee is de kous af.

»Als zo’n déporté zich dan weerspannig gaat gedragen en de uitzetting verhindert, moet je jezelf in vraag stellen: ‘Zou die man of vrouw niet anders hebben gereageerd als wij een goed contact hadden gehad?’ Déportés hebben recht op twee weigeringen, de derde keer neem je ze manu militari mee. Dat is de procedure. Maar vaak gebruiken de begeleiders al vroeger dwang, omdat ze per se willen vertrekken. Of ze jagen de mensen die hun zijn toevertrouwd angst aan. Of ze doen beloftes die ze bij aankomst niet nakomen. Je moet weten: van de dienst Vreemdelingenzaken krijgen we 50 euro om déportés te laten meewerken, maar sommige escorteurs steken dat geld gewoon zelf op zak. Het omgekeerde gebeurt ook: de inspecteurs leggen soms geld bij, tot 200 euro, om er zeker van te zijn dat hun vlucht niet afgebroken wordt.

»De deportatie eindigt als we onze déporté overdragen aan de plaatselijke immigratiedienst op de luchthaven. Op sommige plekken is dat moeilijk. Daar krijgen we onze déporté niet ‘verkocht’, zoals dat heet. De beste manier om dat dan toch te fiksen is wat valse beloftes aan de plaatselijke officier doen. Of drank uitdelen: dat doet meestal ook wonderen.»

null Beeld


Knietje in het kruis

Inspecteur «Drank is vaste prik op de dienst Verwijderingen. Als je niet kunt drinken, hoor je er niet bij. Sommige collega’s beginnen er al aan op de heenvlucht, in de aanwezigheid van een déporté. En als we aankomen, is de eerste activiteit: een pint drinken in de bar van het hotel. Dat is een traditie. Op zich is dat niet verkeerd, maar sommigen blijven drinken tot ze erbij neervallen. En dat bedoel ik letterlijk: piloten hebben collega’s op de terugvlucht geweigerd omdat ze stomdronken waren.

»Het punt is: je reist met een dienstpaspoort en een marsbevel – het is niet je persoonlijke reispaspoort. Je bent in opdracht, je vertegenwoordigt je land in den vreemde, je ambassade moet te allen tijde weten waar je bent. Je gedraagt je dus verantwoordelijk. Maar wat doen dronken mensen?

»Je weet hoe het er in Afrikaanse hotels en bars aan toegaat: vrouwen bieden zichzelf aan – je hoeft geen moeite te doen. Maar meestal is het ook niet duidelijk hoe oud die vrouwen of meisjes zijn: zijn ze meerder- of minderjarig? Ik heb in elk geval nog niet meegemaakt dat ze hun identiteitskaart lieten zien. Dus als politieagent in het buitenland begeef je je zo wel op glad ijs. Als je een vrouw uit een bar meeneemt naar je hotelkamer, wees dan discreet. Betaal haar aan het einde van de nacht en doe er het zwijgen toe. Maar nee, dikwijls eindigt het in een hoogoplopende discussie over het bedrag: de agent wil niet betalen of de vrouw licht hem op. Enfin, miserie.

»En als je terug thuis bent, gaat het verhaal rond. En dat wordt je ook snel duidelijk gemaakt: ‘Wij weten iets van jou.’ Dat is vervelend als je een gezin hebt. Dat overkomt ook officieren. Ze gaan mee om contact te leggen met de plaatselijke ambassade, om de kwaliteit van het hotel te controleren – kortom: officiële plichtplegingen te vervullen. Maar de meesten doen dat helemaal niet, die nemen gewoon deel aan het feest of sluiten hun ogen voor wat ze zien, met alle gevolgen van dien: ze zijn hun gezag kwijt. Ze zijn ook te chanteren. Het is zo voorspelbaar en toch trappen de meesten in de val.

»Zo blijft alles bij het oude. Een harde kern van vijftien à twintig mensen heeft de macht op de dienst Verwijderingen, onder het motto: ‘Ik weet iets van jou, jij weet iets van mij – wij zwijgen voor elkaar.’ Dat is, kort samengevat, hoe het hier werkt. Bijna iedereen weet iets van een ander. Het heeft te maken met dingen in de relationele sfeer, maar ook met geweld. Af en toe delen we een tik uit of grijpen we een déporté bij de keel, meestal als de maatschappelijk assistente niet toekijkt of om een kop koffie is. Dat kan natuurlijk niet: we hebben in onze opleiding het verschil geleerd tussen proportionele dwang en disproportionele dwang. Maar niemand zal het in zijn hoofd halen om melding te maken van disproportionele dwang van een collega. Dat doe je niet. En wie het toch doet, roept het onheil over zich af. Daar zul je voor boeten, wees gerust: het leven wordt je onmogelijk gemaakt, je wordt weggepest. Goedmenende collega’s van me hebben het meegemaakt, maar ook mensen van het MPOT-team, psychologen en maatschappelijk assistenten die toezicht houden op de werking van de dienst. En wat was de straf voor de inspecteurs die over de schreef waren gegaan? Ze vlogen enkele maanden in ‘de box’, het hok waar je de identiteitskaarten van de passagiers controleert, maar daarna mochten ze weer op escorte. En alles begon van voren af aan. Niemand wordt voor disproportionele dwang of ongepast gedrag gestraft met een verwijdering uit de dienst Verwijderingen. Het enige wat echt niet kan, is: spreken.

»Eén keer was ik echt geschokt, toen op de dienst het verhaal ging van wat er met een weerspannige Marokkaan was gebeurd. Ik heb achteraf ook de beelden gezien, dat was niet fraai. Ze hadden die man, die alles had gedaan om niet te hoeven vertrekken, lelijk toegetakeld. Ze hadden hem een kniestoot in zijn kruis gegeven, in zijn gezicht gespuugd, op zijn lichaam getrapt. Een man die geboeid was, nota bene. Dat was er ver over. Maar iedereen heeft voor elkaar gezwegen, zo werkt dat hier.

»Soms krijgen we ook controleurs van de Algemene Inspectie over de vloer. Hun komst wordt doorgaans van tevoren aangekondigd, we kunnen de nodige maatregelen treffen. En soms gaan ze ook mee op escorte. Alleen, dat zijn altijd dezelfde controleurs – ze hebben een band met onze mensen. En de meeste controleurs van de Algemene Inspectie hebben zelf een verleden op de dienst Verwijderingen. Ze zijn indertijd mee naar het buitenland gegaan. Ze zijn, als chefs en officieren, mee in de val getrapt. Tja, hoe kunnen zij dan hard optreden? Wellicht weet de harde kern ook dingen over hen.

»In 2005 is de Algemene Inspectie een onderzoek begonnen naar aanleiding van een klacht tegen een collega. Die had op het vliegtuig gezoend met een déporté – getongzoend, en waarschijnlijk zelfs meer. Het fijne weet ik er niet van, maar dat was de aanleiding om een audit van onze dienst te organiseren. In die audit zat het zogenoemde dossier-Bangkok, waar nogal wat collega’s hun boekje te buiten zijn gegaan. Bij aankomst in hun hotel in Thailand was het gebruikelijk dat ze meteen weer uitcheckten met een simpele smoes: ‘Ik heb telefoon vanuit Brussel gekregen: ik moet meteen terugvliegen.’ Ze vroegen hun geld terug, en met dat geld namen ze een taxi naar Pattaya, een stad die berucht is om haar bars en seksclubs. En dat deden ze dus allemaal met een dienstpaspoort. Het straffe is: sommige collega’s hebben zelfs de rekeningen voor die taxiritjes naar Pattaya als kostennota ingebracht. Maar goed, dat is allemaal uitgekomen. De vakbond heeft de betrokkenen snel bij elkaar geroepen om ze voor te bereiden op de ondervragingen. ‘Doe alsof je alles vergeten bent,’ zeiden ze, ‘doe alsof je van niets weet.’ De standaardreactie: zwijgen. Als je iets ziet, zwijg! Als je iets hoort, zwijg!

»Opmerkelijk is wel dat die audit later ter inzage op ons kantoor lag: iedereen kon ’m inkijken, iedereen zag de namen van de ondervraagden staan. We konden perfect zien wie had gezwegen had, en wie niet. Alweer een bewijs dat je in alle omstandigheden je klep moet houden. Na die audit zijn alle vluchten op Bangkok geschrapt, maar dat tijdperk is inmiddels alweer voorbij: eerst werd Bangkok weer een transitbestemming, daarna een eindbestemming. Eerlijk is eerlijk: het gaat daar niet meer zo liederlijk aan toe als vroeger, maar sommige mensen kunnen het nog altijd niet laten om, zoals ze zelf zeggen, ‘een ijsje te eten’.

»Is er veel veranderd op de dienst Verwijderingen? Ik zie het niet. Er is nu een audit op komst, die veel spanning veroorzaakt. Maar veel collega’s hebben niet meegewerkt: ze zijn niet vergeten wat er met de vorige audit is gebeurd. De collega’s die toen hebben gesproken, werken nu niet meer op de luchthaven. Dat creëert angst. Maar nu is de harde kern ook bang. Ze vrezen dat ze hun privileges zullen moeten opgeven: exotische reisjes, forse premies, gewillige vrouwen en veel drank. Hopelijk is dit voor hen het begin van het einde.»

'Een weerspannige Marokkaan kreeg een kniestoot in zijn kruis, en werd bespuugd en getrapt. Een man die geboeid was, nota bene'

Zondag 26 mei 2013. Karim Chaïbi, een 38-jarige Marokkaan, kan zijn ogen niet geloven. Zijn verblijf in België is voorbij: zijn papieren zijn ongeldig en hij is veroordeeld voor drugsfeiten. Hij wordt vanuit Zaventem het land uitgezet.

In de gloednieuwe ‘Amerikaanse cel’ van de dienst Verwijderingen wacht hij op zijn vlucht. Het is een glazen cel: de inspecteurs van de politie, de psychologen en de maatschappelijk assistenten zien hem zitten tijdens zijn laatste uren op Belgische bodem. Ook de camera houdt hem in de gaten.

De inspecteurs zijn nog niet vertrouwd met de nieuwe cel. In een moment van onachtzaamheid laten ze de sleutel in het slot zitten, aan de binnenkant van de celdeur. Chaïbi twijfelt niet, draait de deur op slot, en laat de sleutel zitten. Hij trekt grimassen en lacht: dit vogeltje gaat niet vliegen vandaag.

De vlucht vertrekt zonder Chaïbi en zijn begeleiders van de politie.

De brandweer wordt erbij geroepen. De cel gaat open, en het lachen vergaat Chaïbi snel. Hij wordt verrot gescholden, bespuugd en geslagen door de gefrustreerde inspecteurs. Zijn neus wordt gebroken. En als hij zich niet meer kan verweren, krijgt hij een kniestoot in zijn kruis.

Almaar meer getuigen komen toegesneld. De Marokkaan is, luidens één van hen, ‘een gebroken man’. Hij wordt zonder veel omhaal in een andere cel gegooid. De getuige: ‘Het leek op wat Jonathan Jacob is overkomen, maar dan zonder dodelijke afloop.’

Een chef van de politie belt het Brusselse parket. Het parket beveelt een Salduz-4, een ondervraging met bijstand door een advocaat. De advocaat zal nooit in Zaventem opdagen. Het dossier ‘wegens weerspannigheid’ wordt later geseponeerd.

Het hele incident is gefilmd. De beelden komen in handen van inspecteurs en hoger geplaatsten. Ook de politievakbonden zijn op de hoogte. Maar enkele weken later zijn de beelden plotseling verdwenen. En op 11 juli 2013 vliegt Chaïbi terug naar Marokko. Het probleem is opgelost. En als iedereen op de dienst Verwijderingen zijn mond houdt, is er zelfs nooit een probleem geweest. (sf/ja)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234