'Hoerenchance'De biecht van een prosituee

De biecht van een prostituee: 'Soms heb ik vijftien klanten per dag, tijd om mijn geld te tellen is er niet'

In ‘Hoerenchance’ klapt Sigrid Schellen uit het bed. Zonder schroom schetst ze haar ervaringen in de betaalde liefde: over particulier geluk en professioneel gelik, maar ook over het verdriet van een meisje van plezier. In deze voorpublicatie formuleert ze strak en gevat, wat haar vast ook in haar professionele leven van pas komt: ‘Ik streelde met mijn voet langs zijn wangen. Het wond hem op.’


Beginnersgeluk

Hoer. Prostituee.

Escorte?

Bingo! Op mijn computerscherm verschijnt een mooie lijst van de meest gebruikte advertentiepagina’s voor alle soorten betaalde seks.

Ik neem wat geile foto’s, schud een korte advertentietekst uit m’n mouw en enkele minuten later staat mijn lichaam veel te goedkoop op het web.

125 euro per uur. Mijn telefoon staat roodgloeiend. Ik besluit zoveel te werken als ik fysiek aankan. Er zijn dagen dat ik wel vijftien klanten heb. Soms met amper vijf minuutjes tijd tussen twee klanten door. Tijd om mijn geld te tellen is er niet. Ik prop alles in een koekjesdoos tot het deksel niet meer past. Condooms koop ik met honderden tegelijk.

Op het eind van de dag weet ik meestal niet meer welke klanten er geweest zijn. Ik werk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en ben enkel gefocust op zo snel mogelijk zoveel mogelijk geld verdienen. Op de dagen dat mijn dochtertje bij mij is, ben ik weer even mezelf. Dan spelen we samen, gaan we bij oma op bezoek en doen we allerlei leuke dingen.

Na een paar weken ga ik op onderzoek bij de concurrentie en besluit ik mijn prijs met 10 euro te verhogen. Ik ben nog altijd veel te goedkoop, maar ik heb liever drukke dagen dan dat ik op klanten moet zitten wachten. Ik verdien hopen geld, maar kan er weinig mee doen. Niemand mag weten wat ik doe. Mijn familie zou het nooit goedkeuren. Mijn moeder zou zich nodeloos zorgen maken, de rest van de buitenwereld zou mij met de vinger wijzen.

Ik neem me voor nog een paar maanden door te gaan. Even een spaarpotje aanleggen en dan weer terugkeren naar het normale leven. Braaf mijn studies afmaken en een keurig beroep uitoefenen, net zoals alle andere mensen.

Een half jaar later besluit ik mijn studies op te geven. Het geld lonkt. Studeren kan later ook nog wel. Een ‘normaal leven’ wil ik niet meer. Ik zou de spanning en het avontuur van mijn huidige job te zeer missen. En het geld. Vooral het geld.


Trampling

‘Natuurlijk doe ik ook aan trampling!’ antwoordde ik veel te zelfverzekerd. Ik had geen flauw idee wat het was. Iets met voeten, veronderstelde ik. Erop vertrouwend dat YouTube me wel een snelcursus zou geven, plande ik de afspraak in.

De man die ik binnenliet, had veel weg van de vader van een jeugdvriend. Verdacht veel. Hij keek me ongemakkelijk aan, maar misschien was hij gewoon verlegen en schaamde hij zich voor zijn aparte seksuele voorkeur: letterlijk over je heen laten lopen en daar dan ontzettend opgewonden van worden. Op de grond liggen en iemand op je uitgestrekte lijf laten springen. Mij leek het pijnlijk en gevaarlijk. Mijn klant verzekerde me dat dat absoluut niet het geval is. ‘Ik heb het al zo vaak gedaan. Er is nog nooit wat misgegaan.’ Ik vertrouwde op zijn wijsheid en liet hem op de grond neerliggen.

Het was moeilijk mijn evenwicht te bewaren wanneer ik op hem stond. In de filmpjes op het internet leek het een stuk eenvoudiger. Ik schuifelde zijwaarts van zijn borst naar zijn buik en weer terug. Daarna ging ik met een voet op zijn borstkas staan en liet ik de andere op zijn voorhoofd rusten. Het wond hem op.

Ik streelde vervolgens met mijn voet langs zijn wangen en ging weer met beide voeten op zijn borst staan. Ik maakte schommelende bewegingen door mijn gewicht eerst op mijn hielen te laten rusten en het dan naar mijn tenen te verplaatsen. Ik keek hem recht in de ogen terwijl hij zichzelf bevredigde, maar in mijn enthousiasme verloor ik de controle en sprong ik net iets te fanatiek. Ik voelde de ribben onder mijn linkervoet kraken en viel geschrokken op de grond.

Mijn klant lag lijkbleek te snakken naar adem. Paniek! Hij greep zich vast aan de poot van het bed en trok zich recht. Ik ging achter hem zitten en liet zijn lichaam tegen het mijne rusten. Zuchtend, kreunend van de pijn greep hij naar zijn ribben.

Toen ik vroeg of ik de hulpdiensten moest bellen, gebaarde hij dat ik moest zwijgen. Hij wees naar het hoopje kleding op de stoel. Ik kleedde hem voorzichtig aan, bang om hem nog meer te bezeren. ‘Zal ik je naar de spoedafdeling brengen?’ Hij gebaarde dat ik moest kalmeren. Hij zou zelf wel gaan.

Twee weken later kwam ik hem opnieuw tegen, op een babyborrel bij een jeugdvriend. Terwijl ik de kersverse ouders en grootouders feliciteerde, trok opnieuw de kleur uit zijn gezicht weg. ‘Swa, gaat het?!’ vroeg zijn vrouw in paniek. ‘Je ziet lijkbleek! Je ribben?’


Parel

Het was vrijdagmiddag en ik keek er al naar uit om mijn dochtertje van school te halen. Ik had haar gemist en verlangde naar haar leven in huis.

Mijn klant had aandachtig mijn tatoeages bestudeerd en gevraagd wat ze betekenden. Hijzelf had er maar eentje, ter nagedachtenis van zijn kind. We hadden net fantastische seks gehad en ik lag nog even bij te komen toen me een immens gevoel van verdriet en medelijden overviel.

Ik kon mijn tranen niet meer bedwingen. Ik had er alles aan gedaan om ze tegen te houden, maar voelde hoe ze over mijn wangen rolden. Ik verontschuldigde me. Wat ik deed was absoluut niet professioneel, maar zijn verhaal had me diep geraakt.

Ik dacht aan mijn eigen kind. Hoe ik mijn wens tot het geven van borstvoeding zo ver had gedreven dat we er bijna allebei aan kapot waren gegaan. Hoe ze zo moeilijk bijkwam die eerste maanden en hoe zwaar gefaald ik me als moeder voelde. Hoe ik tot het uiterste gegaan was om toch maar voldoende melk uit die verdomde borsten te krijgen. Hoe ik kunstvoeding veracht had. Ik herinnerde me de irreële angst dat mijn kind zou sterven als mijn melkproductie niet verbeterde. Inmiddels wist ik dat het door de depressie, misschien zelfs door de psychose, kwam die ik aan het kraambed overgehouden had. Die was inmiddels genezen, maar het gevoel van angst had ik zo weer kunnen oproepen.

Acht maanden oud was zijn dochter toen ze plots ziek werd, vertelde hij. De artsen kregen geen vat op het meisje en het werd al snel duidelijk dat er geen genezing mogelijk was. Enkele dagen later overleed ze in zijn armen. Het meisje was geen seconde alleen geweest en had haar laatste uren in de armen van haar vader en moeder doorgebracht. Ze was heel rustig op het einde. Vredig. Ze had haar ogen nog een laatste keer geopend en hem aangekeken met een blik van oneindige rust. Ze had haar handje tegen zijn borst gelegd en blies terwijl haar laatste adem uit.

Hij troostte mij terwijl ik hem had moeten troosten. ‘Je bent een parel,’ had hij gezegd, ‘een prachtmoeder.’

Mijn dochtertje liep samen met haar klasgenootjes over de speelplaats. Ze wees lachend naar me en riep: ‘Daar is mijn mama!’ Ik knuffelde haar wat langer dan anders. Ze is er. Ik ben er. Alles is oké.


Te hard? Te diep?

‘Zou je nog even willen gaan zitten?’ Het onderzoek was afgelopen, maar net voor ik de praktijk wilde verlaten, besloot mijn gynaecoloog zijn bezorgdheid te uiten. ‘Hoe gaat het echt met je? Emotioneel bedoel ik dan,’ vroeg hij op een ernstige toon.

Ik had hem verteld over mijn werk als meisje van plezier, omdat ik wilde weten wat het met mijn lichaam deed. Ik had meerdere keren per dag anale seks en vroeg me af of dat gevolgen zou kunnen hebben op lange termijn. Niet dus. En wat dan met extreem groot geschapen mannen? Bestond er ook zoiets als te veel seks? Te hard? Te lang? Te diep? Ook niet. Geen pijn, geen klachten? Geen probleem. Zo simpel was het dus. Meer hoefde ik niet te weten.

Maar de gynaecoloog was oprecht bezorgd over de psychische gevolgen van mijn job. Hoewel zijn bedoelingen goed waren, stoorde het me ontzettend dat hij zich niet enkel op mijn voortplantingsstelsel wilde focussen. Ik was niet naar hier gekomen om over mijn gevoelens te praten, ik wilde alleen weten of mijn gouden doosje mijn levensstijl aankon. Of er naast de soa’s waartegen ik me zo goed mogelijk beschermde ook zulke dingen bestonden als beroepsziekten voor hoeren.

Fysiek had mijn job weinig impact. Ik had een tijd last van mijn bekken en onderrug, maar met wat kinesitherapie raakte ik daarvan verlost. Mijn kinesist en twee huisartsen die ik over de oorzaak van mijn probleem verteld had, hadden moeite met deontologie. Zij hadden hun opwinding niet kunnen verbergen en hadden na de consultatie gebruik gemaakt van mijn diensten. Deze arts daarentegen had mijn telefoonnummer niet gevraagd en was ook niet benieuwd naar mijn uurtarief.

Hoewel zijn bedoelingen goed waren, stelden zijn vooroordelen me teleur. Mijn job was een bewuste keuze. Ik deed het graag en het maakt mijn leven zoveel rijker. Dat ik mentaal nog nooit zo stabiel geweest ben als nu, strookte niet met zijn wereldbeeld en ik vroeg me af of dit een teken van preutsheid dan wel een gebrek aan mensenkennis was. Ik besloot dat ook deze teleurstelling bij mijn job hoorde en keerde terug naar huis, waar ik weer onbevooroordeeld mezelf kon zijn.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234