De broers Abdeslam: Humo helpt politie en gerecht een handje bij de speurtocht naar de meest gezochte man van Europa.

Ondanks die weinig moslimwaardige levensstijl groeiden al in de loop van 2014 de eerste radicale ideeën in de hoofden van Salah en Brahim Abdeslam. ‘De Abdeslams zijn systematisch onderschat. Ze werden beschouwd als ‘losers uit Molenbeek’. De 129 doden in Parijs zijn het gevolg van dat misprijzen, dat algemeen was onder magistraten en speurders.’

'Je hele leven zul je je mij herinneren'

Vrijdag 13 november, halfelf ’s avonds, het 18de arrondissement van Parijs. Terwijl zijn kamikazevrienden nog volop dood en paniek zaaien aan het Stade de France en in de Bataclan, loopt Salah Abdeslam een nachtwinkel binnen in de op dit uur kalme Rue Doudeauville. Hij koopt er een telefoon en belt naar één van de weinige telefoonnummers die hij uit zijn hoofd kent: dat van Mohamed Amri, een vriend uit Molenbeek. ‘Salah zei dat hij autopech had in Parijs en vroeg of ik hem kon komen halen,’ vertelt Amri later aan de politie. ‘Hij klonk nerveus.’ Maar Amri kan niet: hij moet die nacht tot twee uur werken bij Samu Social, de Brusselse nachtopvang voor daklozen. ‘Salah drong aan,’ zegt Amri. ‘Hij had zijn eigen gsm met telefoonnummers niet bij zich en kon niemand bereiken. Ik heb hem dan het nummer van Hamza Attou gegeven.’


Lees ook: Dossier Syriëstrijders

Nog geen uur eerder, om 21.41 uur, heeft Salahs broer Brahim zich opgeblazen op het terras van brasserie Comptoir Voltaire. De bommengordel hapert, de Molenbekenaar ontploft in een witte wolk van rook en pluimen – van zijn anorak – en blijft schijnbaar bewusteloos liggen tussen omgevallen stoelen en tafels. Een toevallig passerende verpleger snelt toe en doet waarvoor hij getraind is: hij begint meteen aan een hartmassage. Pas wanneer hij het T-shirt van Brahim openscheurt, ziet hij de draden: een witte, een zwarte, een rode en een oranje. ‘Toen wist ik dat het om een aanslag ging, en niet om een gasexplosie.’ Brahim Abdeslam heeft, behalve zichzelf, geen doden gemaakt met zijn sputterende bommengordel. Wel is een serveerster zwaargewond geraakt. En even voordien heeft hij, met een driekoppig moordcommando, tientallen bezoekers van terrasjes in de lichtstad neergemaaid met kalasjnikovs.

Die avond vallen er 129 dodelijke slachtoffers. Negen van de tien daders zullen er zelf ook het leven bij inschieten. Salah Abdeslam is de enige overlevende. ‘Wellicht was dat niet de bedoeling,’ zegt een politiebron. ‘Een jaar lang hebben hij en zijn vrienden deze aanslagen voorbereid. De hele zomer is Salah door Europa gereisd om contacten te leggen, broeders op te halen, plannen te verfijnen. Hij heeft auto’s en hotelkamers gehuurd op zijn eigen naam, is materiaal voor de bommengordels gaan kopen in een Franse vuurwerkfabriek, en legt in de week voor de aanslagen twéé keer het traject Brussel-Parijs af. Alles leek tot in de puntjes geregeld. Maar die avond is er dus iets niet verlopen zoals voorzien. Is zijn bommengordel niet ontploft? Is hij op het laatste nippertje bang geworden? Dat weten we niet.’

Zeker is dat Salah Abdeslam die avond in paniek rondbelt om een lift naar Brussel te versieren. Hij neemt zelfs contact op met een kameraad die in de gevangenis van Namen zit, om het nummer te krijgen van de broer van diens celgenoot. Hij laat Attou naar zijn zus bellen om het nummer te krijgen van ‘tata Fatima’, een tante die in Parijs woont. Die wil hem niet komen halen. ‘Ik weet niet of je op de hoogte bent, maar er zijn aanslagen geweest,’ zegt ze aan de telefoon. ‘Ah ja,’ antwoordt Salah. De belronde eindigt twee uur later waar ze begonnen is, bij Amri, die anderhalf uur later klaar is met werken. ‘Uiteindelijk heb ik toegezegd,’ vertelt Amri tijdens zijn verhoor bij de politie. ‘Salah was aan het wenen als een kind. Hij leek in paniek en ik had medelijden. Om niet alleen te moeten rijden heb ik Hamza Attou meegenomen.’


Teddybeer

‘Waarom net hij? Mijn liefste zoon? Mijn nounours?’ De moeder van Salah Abdeslam, sinds drie maanden de meest gezochte man van Europa, durft zich na de aanslagen nauwelijks nog te vertonen in Molenbeek. ‘Yamina is altijd een erg mooie, moderne en kokette dame geweest,’ vertelt buurvrouw en vriendin Malika Saissi.

Malika Saissi «Ze was altijd stijlvol gekleed, droeg geen hoofddoek en ging wekelijks naar de kapper. Ik noemde haar altijd ‘ma petite Parisienne.’ Maar van die schoonheid is vandaag niet veel meer te zien. Ze is verpletterd. Ze begrijpt niet wat er in haar jongste zoon gevaren is. Salah was de meest zachte van de vier, de meest vriendelijke. De jongen die je zware boodschappentassen hielp dragen, of je met plezier een lift gaf.

»Thuis waren ze niet uitgesproken gelovig – de moeder ging alleen voor speciale gelegenheden naar de moskee. Ze háátte alles wat naar extremisme rook. Bij haar moest je niet met een boerka aankomen. Ze is ervan overtuigd dat Salah beïnvloed werd en zich in Parijs op het laatste nippertje heeft bedacht. De kwade genius is in haar ogen Abdelhamid Abaaoud (die vier dagen na de aanslagen in Saint-Denis stierf door 500 politiekogels, red.). Als kind al waren die twee beste maatjes. Ze groeiden op in dezelfde buurt en haalden samen kattenkwaad uit. Toen al was het Abaaoud die Salah altijd meesleurde.»

'Hamza Attou en Mohamed Amri gingen Salah Abdeslam oppikken in Parijs: ''Verraad me niet,' herhaalde hij telkens'

Vier zoons en één dochter zijn er in het gezin Abdeslam, afkomstig uit het Marokkaanse kuststadje Bouyafar, waar de familie nog elke zomer op vakantie gaat. De kinderen zijn in Brussel geboren, maar hebben de Franse nationaliteit van hun Algerijnse vader, de zwijgzame Abderrahmane. Myriam (22) is de jongste, en wordt door buren omschreven als een discreet, extreem naïef meisje dat weinig buitenkomt. De oudste zoon Yazid (32) is al jaren het huis uit, getrouwd met kinderen en een vaste job bij een grootwarenhuis. Dan volgen Brahim (31), Mohamed (29) en Salah (26), stoere jongens die nooit onder moeders rokken vandaan zijn gekomen. Vier broers met verschillende karakters, de Daltons van Molenbeek. De kleine, slimme Salah deelt de lakens uit – net als Joe Dalton. De luidruchtige Brahim doet dan weer denken aan de immer hongerige, niet al te snuggere Averell, en niet alleen door zijn lengte. In de nacht van 17 op 18 mei, vier maanden voor de aanslagen in Parijs, wordt Brahim samen met een maat door de politie betrapt terwijl hij de bingokasten ledigt in Café du Parc. De camerabeelden laten niets aan de verbeelding over, maar Brahim probeert zich eruit te lullen door te beweren dat hij ‘een slaapplaats voor de nacht zocht’.

In 1998 steekt de 14-jarige Brahim het huis van zijn ouders in brand. Ook de woning van de buren raakt beschadigd. De familie moet de ravage betalen, vader Abdeslam kan het met zijn loon als trambestuurder bij de MIVB niet trekken. Redder in nood is burgemeester Philippe Moureaux, die de familie een sociale woning bezorgt. ‘De Abdeslams waren trouwe aanhangers van de PS – zoals iedereen in Molenbeek die onder Moureaux een sociale woning kreeg,’ lacht Malika Saissi.

De Abdeslams nemen hun intrek op de eerste verdieping van een ruim herenhuis aan de Place Communal 30, recht tegenover het gemeentehuis. ‘Ze waren bij wijze van spreken de conciërges van de gemeente,’ zegt een advocaat van één van de broers. De band met Moureaux wordt nog sterker wanneer Mohamed in 2006 een job krijgt op het kabinet van de burgemeester. De piepjonge werknemer mag er, dankzij een PS-steuntje in de rug, het dienstbetoon van Moureaux verzorgen, en zal dat naar ieders tevredenheid zes jaar lang blijven doen.

'Volgens de moeder van Salah waren Abdelhamid ­Abaaoud (foto) en haar zoon als kind al beste maatjes. 'Toen al was het Abaaoud die Salah altijd meesleurde.'

Saissi «Mohamed stond héél dicht bij Moureaux. Hij zat in het groepje dat altijd rond de burgemeester hing als die zich ergens in Molenbeek vertoonde.»

Op het gemeentehuis leert Mohamed ook zijn vriendin kennen, de blonde, ravissante én katholieke Jessica V., met wie hij twee kinderen krijgt. Een jaar voor de aanslagen is het uit tussen de twee en trekt Mohamed weer bij zijn ouders in, waar ook zijn broers Brahim en Salah nog steeds rondhangen. Brahim is na de scheiding van zijn eerste vrouw terug thuis komen wonen. Salah is, ondanks zijn verloving in 2011 met een 18-jarig meisje uit dezelfde buurt, nog steeds niet getrouwd. In Molenbeek staan de twee broers bekend als klaplopers, jongeren die stommiteiten uithalen – drugshandel, diefstallen, inbraken, al dan niet met geweld. ‘Des bêtises’, zoals men dat in Molenbeek zo mooi omschrijft.


Spijbelen

‘Toch was Salah als adolescent zeker geen klootzakje,’ vertelt Houssein, een jeugdvriend die bij hem in de klas zat in het Molenbeekse college Serge Creuz, richting elektromechanica.

Houssein «Salah was een leidersfiguur. De andere leerlingen keken naar hem op. Hij had charisma en was populair. Hij deed al van zijn 15de aan fitness en bodybuilding en dat zág je: zijn lichaam was stevig en gespierd. Ik heb hem nooit zien vechten, maar hij was nooit bang van iemand, ging nooit achteruit. Hij dwong respect af. Tegelijk had hij een vriendelijke inborst, en iets beschermends. Op een bepaald moment was er een jongen in de klas die altijd gepest werd. Toen dat uit de hand liep, is Salah voor die jongen opgekomen, en heeft hij ervoor gezorgd dat niemand hem nog lastigviel. Een andere klasgenoot was in de rouw omdat zijn vader was gestorven. Het was Salah die hem ging troosten, met tranen in de ogen. Ondanks zijn machoallures was hij niet bang om zijn gevoelens te tonen.

»Hij was veel bezig met zijn uiterlijk. Droeg altijd chique merkkledij, deed gel in zijn haren, had een stoer loopje. De meisjes waren dol op hem. Met de islam was hij niet bezig. Af en toe maakte hij wel eens een opmerking over alcohol – ‘dat mag niet van onze godsdienst’ – maar dat was meer voor de vorm, want hij dronk zelf graag. Hij was bezig met wat jongens op die leeftijd interesseert en hield van uitgaan met vrienden, voetbal, meisjes.’

»In het laatste jaar zijn we met de klas op schoolreis geweest naar Lloret de Mar – dankzij Salah, die in naam van onze klas maar blééf aandringen bij de leraars. We hadden er allemaal erg naar uitgekeken, want de meesten van ons gingen bijna nooit op reis. We hebben geweldig veel gefeest tijdens die tien dagen in Spanje. We zaten elke nacht in de discotheken, speelden bingo en dronken wodka. Salah bleef altijd het langst hangen. Soms moest de leraar hem uit de discotheek gaan halen.»

'Mohamed Abdeslam maakte zich naar eigen zeggen zorgen om zijn broer, maar tankte toch met een door hem gestolen kaart'

Op school blijft de bank van Salah vaak leeg. In het schooljaar 2005-2006, wanneer hij in het vierde jaar zit, is hij volgens de schoolregisters 122 halve dagen afwezig. Het jaar nadien klokt hij af op 91 afwezigheden, in het laatste jaar blijft hij 133 keer weg.

Houssein «Dat was omdat Salah werkte. Hij had altijd meer geld dan de rest van ons. Soms werkte hij ook ’s nachts en sliep hij overdag. Toch was hij slim en handig genoeg om er altijd door te zijn. Toen we afstudeerden, zijn vijf jongens uit onze klas examens gaan afleggen om als tramtechnicus te kunnen beginnen bij de MIVB. Salah was één van de twee die slaagden.»

'Salah was aan het wenen als een kind. Hij leek in paniek en ik had medelijden'

De jongste Abdeslam werkt van september 2009 tot eind januari 2011 als technicus in het tramdepot van Elsene. Dan wordt hij ontslagen. ‘Omdat je echt niet op hem kon rekenen,’ zegt een woordvoerster van de MIVB. ‘Hij was constant ziek en onwettig afwezig.’

In december 2010 is de afwezigheid van Salah op het werk ironisch genoeg wel gewettigd: hij zit dan in de gevangenis. De jonge tramtechnicus is op heterdaad betrapt terwijl hij probeert in te breken in een garage in Waals-Brabant, samen met drie andere kompanen, onder wie zijn jeugdvriend Abdelhamid Abaaoud.


De rattenvanger

‘Zag je de één, dan was de ander nooit ver uit de buurt,’ vertelt een vriend uit het uitgangsleven over Salah Abdeslam en Adelhamid Abaaoud. ‘Zeker toen ze wat ouder werden en begonnen uit te gaan in de bars aan de Brusselse Beurs en de Carré in Willebroek.’

Fikri (uitgaansvriend van Salah) «Abaaoud baatte de textielwinkel van zijn vader in de Pradostraat uit, op 30 meter van waar Salah woonde. Zijn vader hoopte hem daarmee wat verantwoordelijkheidsgevoel bij te brengen, maar veel haalde het niet uit. De hele dag zat hij op straat voor de deur op een stoel te suffen of grappen te maken met Salah en zijn vrienden. ’s Avonds sloot hij de deur van de winkel en riep: ‘Les gars, we gaan een glas drinken!’ En hij betaalde! Abaaoud dronk ongelooflijk veel. Als hij dronken was, danste hij op tafel en zong railiedjes.»

Salah Abdeslam en Abdelhamid Abaaoud gaan niet alleen samen uit, ze gaan ook samen op dievenpad. Tijdens de nacht van 2 op 3 december 2010 mislukken twee inbraken in garages in Waals-Brabant. Abdeslam en Abaaoud worden samen met twee kameraden opgepakt in Limelette en vliegen de bak in. Op hun proces op 25 februari 2011 komen ze ervan af met een jaar gevangenisstraf met uitstel. ‘Waarschijnlijk hadden ze die nacht gedronken en gerookt,’ zegt Alexandre Château, advocaat van Abaaoud van 2006 tot 2013. Vijf keer moest hij zijn cliënt voor de rechter verdedigen voor diefstallen met geweld, inbraken, slagen en verwondingen. ‘Het waren telkens feiten die hij pleegde na een nachtje doorzakken met vrienden.’

'Salahs moeder is verpletterd. Ze begrijpt niet wat er in hem gevaren is: hij was de meest zachte van de vier, haar teddybeer'

Alexandre Château «De laatste keer dat ik hem sprak was in 2013. Hij had een baard laten groeien. Hij zei dat hij zijn leven wilde beteren en dat hij zich in de godsdienst wilde verdiepen. Hij leek inderdaad op de goeie weg, want hij leek veel rustiger en er waren geen nieuwe dossiers tegen hem. Dat was de laatste keer dat ik hem gezien heb. Toen hij een tijdje later voor de rechter moest verschijnen voor een oude affaire van slagen en verwondingen in de Brusselse metro, is hij niet meer komen opdagen.»

Abaaoud vertrekt in het voorjaar van 2013 naar Syrië en wordt de rijzende ster van IS. Begin 2014 keert hij even naar België terug om zijn 13-jarige broertje Younes te ontvoeren. Zijn heldenstatus kan niet meer stuk wanneer de politiediensten hem in januari 2015 bestempelen als het brein achter de in Verviers verijdelde terreuraanslag. Het filmpje waarin hij lachend de lijken van ongelovigen door de Syrische woestijn sleurt met zijn pick-up, wordt op het internet druk bekeken door zijn achtergebleven vrienden in Molenbeek, en stiekem bewonderd.


Duivels broederschap

Salah lijkt aanvankelijk helemaal geen plannen te hebben om zijn vriend achterna te gaan. Hij feest vrolijk verder en hoewel hij sinds zijn ontslag bij de MIVB van een uitkering leeft, rijdt hij in Molenbeek rond in een chique Golf 5 (weliswaar zonder verzekering, waardoor zijn auto in beslag wordt genomen). Zijn jonge verloofde, die haar koele minnaar steeds meer ziet ontsporen, dringt erop aan dat Salah vast werk zoekt, maar heel veel moeite doet hij niet. Een paar keer klampt hij schepen Ahmed El Khannouss (cdH) aan op straat, met de vraag of hij niet voor de gemeente kan werken, zoals zijn oudere broer Mohamed. ‘Hij was boos toen ik hem antwoordde dat zoiets volgens procedures verliep en dat we hem niet zomaar een job konden toespelen,’ vertelt El Khannouss, vandaag eerste schepen van Molenbeek.

'Van burgemeester Moureaux kregen de Abdeslams een sociale woning, recht tegenover het gemeentehuis. 'Ze waren bij wijze van spreken de conciërges van de gemeente.'

Ook bij PS-schepen Jamal Ikazban, die Mohamed Abdeslam destijds aan zijn job op het kabinet van Moureaux heeft geholpen, probeert Salah het een paar keer. ‘Ik zag de wanhoop in zijn ogen, zoals ik die bij veel jongeren in Molenbeek heb gezien, zegt Ikazban.

Jamal Ikazban «Ook Mohamed is een paar keer voor Salah komen pleiten. Hij zei dat hij zich zorgen maakte over zijn broer. Maar Salah had niet zo geweldig veel kwalificaties, en ik heb geen toverstokje.»

In september en oktober 2012 pleegt Salah alweer verschillende inbraken in garages in Waals-Brabant. Zonder Abaaoud, dit keer. In de nacht van 3 september 2012 gebruiken hij en zijn kompanen een auto als stormram om een garage in Waver binnen te rijden. Ze proberen een kluis met benzinekaarten te stelen, maar dat mislukt. Een week later proberen ze het opnieuw in Ciney, maar pas de derde keer, op 3 oktober 2012, kunnen ze in een garage van KIA Motors in Waver aan de haal gaan met computers, gsm’s, en honderden benzinekaarten. De dievenbende loopt tegen de lamp door het gebruik van een gestolen benzinekaart. Het onderzoek leidt de speurders ook naar Mohamed Abdeslam, die zich dan wel zorgen maakt over zijn kleinere broer, maar toch met een door hem gestolen kaart tankt. Uiteindelijk kan men niet bewijzen dat Mohamed, die zich aan de speurders voorstelt als de secretaris van Philippe Moureaux, bij de diefstal betrokken is.

‘De Salah die ik in 2012 in de nasleep van zijn problemen met justitie leerde kennen, had niets van de zachtaardige jongen die hij vroeger blijkbaar was,’ zegt een jeugdwerker die hem toen probeerde te helpen.

De jeugdwerker «Hij was hard, agressief en egocentrisch. Hij was zeker van zijn stuk, en ontkende alles wat hem ten laste werd gelegd, zelfs als het zwart op wit was bewezen. Je mocht hem niet tegenspreken, of hij werd woedend. Hij vond zichzelf slimmer dan de rest, dat merkte je aan de manier waarop hij zijn vrienden aansprak over de telefoon. Ik heb zijn broer Brahim ook leren kennen. Ook hij hield zich bezig met inbraken en drugshandel. Het waren geen kleine diefjes, maar delinquenten zonder moraal.»

Ook vrienden van de familie zien de jonge twintiger Salah verharden. ‘Misschien is hij veranderd door de gevangenis,’ zegt één van hen. ‘Tegen mensen die hij kende van vroeger bleef hij de goedlachse, gedienstige Salah, maar tegenover anderen kon hij bedreigend en agressief uithalen. Als een vulkaan die elk moment kon uitbarsten.’


Kort lontje

Ook Brahim heeft een kort lontje: bij de gemeente Molenbeek herinnert iedereen zich nog hoe explosief hij reageert wanneer in 2012 het nieuwe gemeentebestuur onder leiding van de MR het dossier van de sociale woning van de familie Abdeslam herbekijkt. De inkomsten van de familie liggen te hoog en het huurcontract wordt niet meer verlengd, meldt de gemeente. Brahim beent het plein over richting gemeentehuis, recht naar het bureau van Ecolo-schepen Majoros. Hij beukt de zware houten deur in en zet de lijkbleke schepen tegen de muur. ‘Ik heb ooit ons huis in de fik gezet, weet waartoe ik in staat ben,’ dreigt hij. (De gemeente dient een klacht in, maar die wordt in juli 2015 geseponeerd, red.)

De jongen die op zijn 14de brand stichtte in het ouderlijke huis – en er met een standje van afkwam – krijgt op zijn 19de échte problemen met justitie. In 2003 wordt hij, samen met zijn één jaar oudere broer Yazid, gevat na een inbraak in het gemeentehuis van Vorst, waar ze identiteitspapieren en rijbewijzen hebben gestolen. Ze zetten een handeltje op in valse papieren en proberen gestolen meubels te verkopen. De feiten komen pas voor de rechtbank in 2010, en Brahims advocaat Olivier Martins sleept een lichte straf van 35 werkuren en een boete van 55 euro uit de brand.

‘Slapen, hasj roken, uitgaan: dat was alles wat hij deed,’ vertelt Brahims ex-vrouw Naima, die twee jaar met hem getrouwd was. ‘Naar de moskee ging hij nooit, wel zat hij elke avond in discotheken en bars met andere vrouwen.’ De Marokkaanse leert de slungelachtige Abdeslam kennen in 2004, in een bar in Sint-Agatha-Berchem.

'Brahim zei dat hij niet kon werken vanwege de ramadan. 'Welke ramadan? Je drinkt, je rookt én je gaat naar de hoeren''

Naima «In het begin was hij heel charmant en lief. We waren beiden nog erg jong en elkaars eerste liefde. In 2005 zijn we gaan samenwonen, een jaar later zijn we getrouwd. Zijn ouders zijn niet naar het trouwfeest gekomen, want zijn moeder mocht me niet. Omdat ik niet lang naar school geweest ben, denk ik. Brahim had een hechte band met zijn moeder. Alle zoons in het gezin trouwens. De vader stond wat aan de zijlijn. Ik geloof dat ze nu zelfs gescheiden zijn, maar nog bij elkaar wonen voor de centen.

»Thuis voerde Brahim geen klap uit. Hij sliep tot vier uur in de namiddag, dronk zijn koffie, vroeg wat er te eten was. Ik kookte voor hem en dan ging hij de deur uit. Soms bleef hij dagen weg. Als ik durfde te vragen waar hij had gezeten, werd hij woest. Werk zocht hij niet. Tijdens onze jaren samen heeft hij twee keer in de gevangenis gezeten: één keer zes maanden en één keer drie maanden. Wist ik veel wat hij dan weer uitgespookt had.»

In 2008 gaat het koppel uit elkaar. Of beter: Brahim komt niet meer thuis.

Naima «Als ik hem belde, zei hij altijd dat hij naar huis kwam, maar dat deed hij niet. Zo hield hij me een maand aan het lijntje. Toen heeft hij zijn telefoonlijn laten afsluiten. Hij liet me gewoon zitten. Ik had geen inkomen en sprak nauwelijks een woord Frans of Nederlands. Pas in 2013 dook hij opnieuw op. Hij wilde dringend van me scheiden omdat hij zich wilde verloven in Marokko. Sindsdien is alle contact verbroken.»


Rovershol

In maart 2013 neemt Brahim een café over, op de grens tussen het arme Laag-Molenbeek en het betere Hoog-Molenbeek. Les Béguines staat al jaar en dag bekend als ‘een drugskot’. ‘De klanten rolden er hun joints open en bloot, tot diep in de nacht werd er luide raimuziek gespeeld en reden auto’s af en aan,’ vertellen de buren. Begin 2014 wordt Salah de eigenlijke eigenaar, met 96 procent van de aandelen. Brahim blijft cafébaas, Salah valt meestal pas in het holst van de nacht binnen.

'De Belgische terreurverdachten kwamen allemaal over de vloer in Les Béguines, het drugscafé van Brahim'

‘Brahim was een joviale kerel,’ vertelt Aron, een Roemeen die in het voorjaar van 2015 toevallig op het terras van Les Béguines verzeilt en bevriend raakt met de cafébaas.

Aron «Toen hij hoorde dat ik in de bouw werkte, vroeg hij me om verbouwingen te doen in zijn café. In de kelder wilde hij een ondergronds theehuis maken waar hij ook eten kon serveren. Zes weken lang kwam ik met vier collega’s werken. Soms stak Brahim een handje toe, maar meestal zat hij wat te suffen. Hij zei dan dat hij niet kon werken vanwege de ramadan. ‘Welke ramadan?’ vroeg ik dan. ‘Je drinkt, je rookt, je gaat naar de hoeren én je gaat met mijn kinderen hamburgers eten in de Quick.’ Dan werd hij kwaad: ‘Praat niet zo, gitan!’ Maar hij betaalde correct en was goed voor ons: als hij een sandwich at, kocht hij er ook één voor ons. Eén keer nam hij me mee naar de hoeren in het Glazen Straatje in Gent. ‘Ik trakteer!’ riep hij.

»Soms was hij in het gezelschap van één of andere rare snuiter die ik op een adres in Schaarbeek of Laken moest afzetten. Dan stopte hij me 10 euro toe: ‘Koop maar iets voor je kinderen.’ Onderweg spraken ze Arabisch tegen elkaar, ik begreep er geen jota van. Later heb ik hun gezichten herkend: toen de foto’s van de medeplichtigen aan de aanslagen in Parijs in de krant stonden.»

Hadfi, Attou, Amri, Oulkadi, Dahmani, Abrini, Bakkali… het hele Belgische clubje dat vandaag verdacht wordt van betrokkenheid bij de aanslagen in Parijs, komt in Les Béguines over de vloer. Attou en Amri, de twee vrienden die Salah na de aanslagen gaan ophalen in Parijs, zijn er zelfs stamgast. Hamza Attou, een speelvogel van 19, is de dealer van het café. Mohamed Amri (27), die enkele huizen verderop woont, komt er dagelijks. Enkele weken voor de aanslagen koopt Amri de auto van Brahim voor een vriendenprijsje: 1.500 euro, en bovendien op krediet. Met die Volkswagen Golf 3 zullen Amri en Attou naar Parijs rijden om Salah op te halen. ‘Een vriendendienst, omdat ik nog in het krijt stond bij Salahs broer,’ zegt Amri. Ook Ali Oulkadi, de man die Salah op 14 november in Schaarbeek dropt, is een boezemvriend van Brahim én komt elke week steevast zijn voorraadje hasj halen in Les Béguines. Mohamed Abrini, die vandaag samen met Salah Abdeslam als Belgische terrorist op de most wanted-lijst van Europol prijkt, staat er af en toe achter de bar. Zijn bijnaam is Brioche, omdat hij ooit in een bakkerij werkte.

Aron «Salah kwam alleen ’s nachts, en wisselde voortdurend van auto. Nu eens een Renault Clio, dan weer een Golf 5 of een camionette van Dockx. De eerste keer dat ik hem zag, stapte hij op me toe: ‘Wat doe je hier? Je hebt het gezicht van een flik.’ Maar Brahim zei dat ik oké was. Een paar keer was Salah in het gezelschap van Bilal Hadfi (de twintiger uit Brussel die zich aan het Stade de France opblies, red.).»

De voorbereidingen van de aanslagen van Parijs zijn op dat ogenblik, in de zomer van 2015, al volop aan de gang, maar nog steeds is er bij de politie niemand wakker geschoten. Nochtans is daar al in juli 2014 een alarmerende tip over de broers Abdeslam binnengelopen, zo meldden vorige week verschillende kranten. Een naaste van de familie belt in de nacht van 10 op 11 juli naar een agente van de antiterreurdienst en vertelt dat Salah en Brahim volledig geradicaliseerd zijn, naar Syrië willen vertrekken en ook plannen koesteren om een aanslag te plegen. De agente belt nog diezelfde nacht haar baas op met het verontrustende nieuws. Wat er daarna mee gebeurt, is onduidelijk en wordt momenteel door het Comité P onderzocht. De federale politie zegt dat de info van de tip te vaag was, en dat de naam Abdeslam niet werd genoemd.

In januari 2015 wordt Brahim in Turkije tegengehouden wanneer hij naar Syrië probeert te reizen. Hij en zijn broer Salah worden in België door de politie ondervraagd, maar de broers blijven ontkennen dat ze ook maar iets met moslimextremisme te maken hebben. In juni 2015 wordt hun dossier bij het federale parket geklasseerd ‘omdat de broers ondanks hun radicale ideeën geen directe bedreiging lijken te vormen’. Brahim is op dat ogenblik bij de politie bekend voor veertig strafbare feiten, Salah voor twaalf, van wapenbezit en handel in verdovende middelen tot diefstal en slagen en verwondingen. Ondanks het feit dat ze sinds maart 2015 ook op de lijst van geradicaliseerde personen van het OCAD prijken, kunnen de Abdeslams en hun vrienden ongestoord hun gang gaan. Salah Abdeslam reist in de zomer van 2015 heel Europa door. In augustus neemt hij samen met terreurverdachte Ahmed Dahmani de ferry van Italië naar Griekenland, vermoedelijk omdat hij daar een afspraak heeft met Abdelhamid Abaaoud. Begin september gaat hij in Hongarije twee handlangers ophalen die tot op heden enkel gekend zijn onder de valse namen Samir Bouzid en Soufiane Kayal, en die de aanslagen in Parijs mee zullen aansturen vanuit Brussel.

‘De Abdeslams zijn systematisch onderschat door de politiediensten, zoals de meeste van de daders in Parijs,’ zegt een bron bij een Belgische inlichtingendienst. ‘‘Losers,’ noemden ze die jongens, en ‘mislukte inbrekers.’ Maar ze bleken dus iets meer te zijn dan dat. Parijs is onrechtstreeks het gevolg van dat misprijzen, dat algemeen was onder magistraten en speurders.’

‘We vermoeden dat Salah al in de loop van 2014 radicaliseerde, onder invloed van zijn jeugdvriend Abdelhamid Abaaoud, met wie hij via het internet altijd contact is blijven houden. Hij is dus niet ‘razendsnel geradicaliseerd’, zoals aanvankelijk in Molenbeek werd beweerd. Het is zelfs mogelijk dat de plannen voor de aanslagen in Parijs al van vóór de inval in Verviers in januari 2015 dateren.’

Ook in Les Béguines wordt er gechat en geskypet dat het een lieve lust is. Onder het genot van een joint kijken klanten er naar propagandafilmpjes van IS en negationistische films. ‘Brahim keek weinig om naar zijn klanten,’ schrijft Philippe Moureaux in zijn boek ‘La vérité sur Molenbeek’. ‘Hij leek gehypnotiseerd door zijn computer, waar hij uur na uur elk bericht over Syrië volgde. Als hij zich even van zijn scherm losscheurde, was het om over de ‘strijd van zijn broeders’ in de Levant te praten.’

Aron «Op een avond in juli, toen ik beneden een toilet aan het installeren was, kreeg Brahim bezoek van drie mannen, grote gespierde kerels met baarden en djellaba’s. Ik zag dat Brahim ongemakkelijk werd. De mannen namen hem apart en zijn een uur gebleven. Toen ze vertrokken waren, kwam Brahim bij mij: ‘Stop maar met werken, ik hou op met het café.’ Terwijl we bijna klaar waren! Nog dezelfde avond heb ik al het bouwmateriaal moeten opruimen, het was hem menens.

»Niet veel later is hij naar Marokko vertrokken. Hij zei dat hij er ging trouwen, zijn broer Mohamed had zelfs de verblijfspapieren voor zijn toekomstige echtgenote al in orde gebracht. Eind augustus was hij terug, zonder vrouw. Hij was veranderd. Hondsbrutaal. ‘Op een dag zal ik je afmaken, vuile christenhond. En ik zal je lijk voor de voeten van je moeder in Roemenië gooien.’ Zo sprak hij tegen me. ‘Wat krijgen we nu?’ vroeg ik. ‘Sorry,’ antwoordde hij. ‘Ik ben op van de zenuwen.’ Maar enkele dagen later zei hij weer zulke gemene dingen. Hij begon ook naar de moskee te gaan en liet zijn baard groeien. Hij stopte met roken en begon te sporten.»

Op 4 november wordt Les Béguines door de gemeente Molenbeek gesloten wegens drugsoverlast. Bij de politie vermoedt niemand dat het volkse café met de zwart-rode banken in nepleer maandenlang dienst heeft gedaan als ontmoetingsplaats voor jihadisten die, aangestuurd vanuit Syrië, terreurcomplotten smeedden.

‘Zo’n tien dagen voor de aanslagen kwam Brahim me opzoeken,’ vertelt Aron, die na Parijs zelf even verdacht werd van medeplichtigheid. ‘Ik vertrek terug naar Marokko, chéri,’ zei hij. Zijn nonkel had een nieuwe vrouw voor hem gevonden. Hij had een cadeautje voor me, een fles parfum – namaak van Boss. Hij zei dat ik hem nooit meer zou zien. ‘Je hele leven zul je je mij herinneren.’

Op dinsdag 10 november gaat Salah Abdeslam ’s avonds eten met zijn verloofde. ‘Hij at niet veel en leek ongelukkig, maar zei dat alles in orde was,’ vertelde de verloofde onlangs in een interview met Knack. ‘We huilden allebei. Als hij me niet tijdens het aardse leven kon huwen, zei hij, zouden we trouwen in het paradijs.’ Het meisje zegt dat Salah haar al in 2014 voorstelde om mee naar Syrië te gaan, maar dat ze geweigerd had.

Saissi «Die dinsdagavond heeft zijn moeder hem zien vertrekken, helemaal opgedoft voor een rendez-vous. Ze maakte er nog een grapje over. Later op de avond kwam hij terug thuis en kreeg hij telefoon. Hij is opnieuw vertrokken, samen met zijn broer. Dat is het laatste wat ze van haar zoons heeft gezien. Vrijdagavond heeft ze, net als iedereen, de aanslagen vol verbijstering op televisie gevolgd, zonder dat ze wist dat zij erbij betrokken waren.»


De vlucht van Salah

Op maandag 16 november, terwijl Parijs haar wonden nog likt, vindt een vuilnisman in de Rue Frédéric Chopin, arrondissement Montrouge, een bommengordel in een vuilnisbak. Weggegooid door Salah Abdeslam, wordt door de Franse procureur gesuggereerd. Dat blijkt achteraf niet zo zeker: het DNA dat op de gordel zit, is niet van Salah Abdeslam, maar van een onbekende.

‘Wij hebben nooit geloofd dat de bommengordel in die vuilnisbak van Salah was,’ klinkt het bij de Belgische speurders. ‘Hij had de zijne wellicht nog aan toen hij door zijn twee kompanen uit Molenbeek werd opgehaald. Onderweg heeft hij verschillende keren tegen de chauffeur geroepen dat hij niet in de putten mocht rijden. We denken dat hij hem onderweg weggegooid heeft.’

'Op een dag zal ik je afmaken, vuile christenhond. En ik zal je lijk voor de voeten van je moeder gooien'

Mohammed Amri en Hamza Attou beweren aanvankelijk tegen de politie dat ze bij hun vertrek in Brussel niets van de aanslagen in Parijs afwisten, laat staan van de betrokkenheid van hun vriend. Attou zal zijn verhaal later aanpassen: (in een verklaring aan de politie) ‘Salah was helemaal over zijn toeren toen we om zes uur ’s ochtends in Parijs arriveerden. Hij vertelde dat hij had meegedaan aan de aanslagen, dat zijn broer zich had laten ontploffen. ‘Verraad me niet,’ herhaalde hij telkens. Hij zei ook dat hij de identiteitskaart van Brahim had achtergelaten in het handschoenenkastje van een auto die ze hadden gebruikt, ‘net zoals Koulibaly gedaan had na de aanslagen op Charlie Hebdo’, zodat de hele wereld zou weten wat zijn broer gedaan had.’

Salah vraagt om de kleine wegen te nemen, maar ze rijden verloren en gaan toch weer de autosnelweg op. In een tankstation koopt Salah koffie en croissants, Amri en Attou steken een joint op. Om 9.10 uur ’s ochtends wordt het gezelschap een eerste keer gecontroleerd in Cambrai. Een politieman steekt zijn hoofd binnen en vraagt of ze cannabis hebben gerookt. ‘Ja,’ antwoordt het trio doodleuk. Attou: ‘De politieman antwoordde dat dat niet goed was, maar dat ze vandaag andere prioriteiten hadden, en liet ons doorrijden.’

De Volkswagen Golf met de drie gozers passeert nog twee wegcontroles, zonder problemen. ‘Salah Abdeslam stond wel geseind als ‘geradicaliseerd’, maar de agenten hadden geen tijd om dat na te trekken in de computers,’ zegt een speurder: ‘Er stonden ellenlange files.’

Volgens Hamza Attou gaat Salah die ochtend op de markt in Laken nieuwe kleren kopen en gaat hij nog snel naar de kapper. Dan wordt de voortvluchtige terrorist opgepikt door Ali Oulkadi, een andere bekende uit Les Béguines, met wie Salah nog een laatste koffie drinkt op café. ‘Hij leek geobsedeerd door het precieze aantal slachtoffers dat in Parijs was gevallen,’ zegt Oulkadi later aan de politie. Om twee uur in de namiddag zet hij de jongste Abdeslam af in Schaarbeek, Rue de la Poste. ‘Je zult me nooit meer zien,’ zegt Salah bij het uitstappen. Daarna is hij foetsie.

De opvolging van de broers Abdeslam door onze veiligheidsdiensten kon beter, blijkt stilaan uit meerdere gegevens. Vorige week lekte uit dat de gerechtelijke politie al in de zomer van 2014 een betrouwbare tip binnenkreeg over een nakende aanslag van de broers. En in het tussentijds verslag van het Comité P, het orgaan dat toezicht houdt op de werking van de politiediensten, staat dat een jaar later verscheidene meldingen binnenkwamen dat tientallen teruggekeerde Syriëstrijders een bloedbad bij massa-evenementen in West-Europa zouden aanrichten. Toch seponeerde het federaal parket in de zomer van 2015 de tip over Brahim en Salah Abdeslam, zware jongens met respectievelijk veertig en twaalf misdrijven op hun strafblad, die al sinds maart 2015 op de lijst van het OCAD (Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse, red.) stonden.


Burgemeester Hans Bonte: 'In Brussel lopen er nog tientallen Abdeslams rond'

Hans Bonte (SP.A-burgemeester van Vilvoorde) «Op die OCAD-lijst staan alle FTF’ers (foreign terrorist fighters, red.) die een gevaar voor de samenleving zijn. Met hun zware strafbladen beantwoorden de broers Abdeslam perfect aan het profiel van mogelijke terroristen: velen zijn voor justitie op de vlucht. En toch wijst niets erop dat de Abdeslams in hun doen en laten werden verontrust. Ze konden zelfs ongestoord auto’s en hotels huren om hun dodelijke aanslagen in Parijs uit te voeren. Hoe is dat mogelijk?

»Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) heeft in augustus 2015 een rondzendbrief verstuurd waarin staat dat alle FTF’ers ‘zichtbaar en aanklampend’ moeten worden opgevolgd. Die opvolging hoort op gemeentelijk niveau te gebeuren, en is een ingenieus samenspel tussen politie en overheid dat, als het goed wordt uitgevoerd, succesvol kan zijn. In Vilvoorde, bijvoorbeeld, zijn sinds mei 2014 geen mensen meer naar Syrië vertrokken.

»Heel wat Brusselse beleidsverantwoordelijken leggen de rondzendbrief van Jambon eenvoudigweg naast zich neer. Burgemeesters wijzen, in hun afkeer van de N-VA, in de richting van de federale politie en het parket: ‘Het is hún probleem.’ En ze doen niets. Er is geen enkel element dat erop wijst dat de politie van Molenbeek de broers Abdeslam ‘zichtbaar en aanklampend’ heeft opgevolgd.

»Napoleon wist het al: de basis van een goed veiligheidsbeleid is een goed bevolkingsregister. Maar in Molenbeek deugt dat register niet. ‘Het is niet bij te houden wie allemaal in onze gemeente woont,’ zegt burgemeester Françoise Schepmans (MR). Maar als minister Jambon ambtenaren naar haar gemeente wil sturen om orde op zaken te stellen, wijst ze dat voorstel af: ‘We doen het zelf wel.’

»Laten we eerlijk zijn: Brussel is de achilleshiel van ons veiligheidsbeleid. Het is de ideale plek voor mensen die van de radar willen verdwijnen. Je kunt je vestigen waar je wil, zonder je in te schrijven. En als het je toch te heet onder de voeten wordt, verhuis je naar een andere Brusselse gemeente waar je in een andere politiezone terechtkomt, aangestuurd door burgemeesters die soms elkaars bloed wel kunnen drinken.

»In Brussel is een verregaande nonchalance gegroeid, die grenst aan wetteloosheid, waardoor mensen almaar verder van het slechte pad afgaan. Kijk naar Brahim Abdeslam: 40 processen-verbaal zonder gevolg geklasseerd. Ik vrees dat er in Brussel op dit moment tientallen Abdeslams rondlopen, misschien wel honderdtallen.

»Het is tijd voor een regeringscommissaris die in Brussel ingrijpt: de consignes in de rondzendbrief van Jambon moeten worden nageleefd.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234