null Beeld

De Diana-tapes, twintig jaar na haar dood: wat ze echt dacht over Charles, Camilla en de koninklijke familie

Twintig jaar na haar dood publiceert Andrew Morton een uitgebreide versie van zijn boek ‘Diana. Haar eigen verhaal’ met transcripties van die tapes, waarop de prinses zonder schroom haar leven in het oog van de storm analyseert: ‘De dag van de bruiloft voelde ik me als een lam dat naar de slachtbank werd geleid.’

'De boulimia is begonnen in de week na onze verloving. Charles legde zijn hand op mijn taille en zei: we zijn hier een beetje mollig, hè?'


De eerste ontmoeting

Toen Charles op Althorp (het landgoed van Diana’s familie Spencer, red.) kwam logeren, was mijn eerste indruk: God, wat een trieste man. Hij had zijn labrador meegebracht. Mijn zuster Sarah was niet bij hem weg te slaan en ik dacht: wat zal hij dat vervelend vinden. Ik bleef op afstand. Ik was een dikke, propperige, niet al te knappe vrouw zonder make-up, maar ik maakte een heleboel kabaal en dat vond hij leuk. Na het diner kwam hij bij me en hebben we gedanst. Hij vroeg me: ‘Wil je mij de galerij laten zien?’ Maar toen kwam mijn zuster eraan en moest ik ophoepelen. De volgende dag was hij één en al charme. Als 16-jarige was ik daardoor helemaal uit het veld geslagen. Waarom zou iemand als hij belangstelling tonen voor mij? En het wás belangstelling. Twee jaar lang. Ik zag hem komen en gaan bij Sarah (hun relatie zou negen maanden duren, red.). Toen gebeurde wat ik niet had voorzien: ook ik werd uitgenodigd op het dansfeest ter ere van zijn 30ste verjaardag (in november 1978 in Buckingham Palace, met een optreden van The Three Degrees, red.).

‘Waarom komt Diana ook?’ vroeg mijn zuster. Ik zei: ‘Ik weet het niet, maar ik vind het leuk.’ Ik heb me prima vermaakt op het dansfeest. Ik werd helemaal niet in verlegenheid gebracht door de omgeving. Ik dacht: wat een geweldige plaats.

Toen werd ik in juli 1980 uitgenodigd op het landgoed van de familie De Pass, door hun zoon Philip. ‘Zou je het leuk vinden een paar nachtjes in Petworth te komen logeren? We hebben de prins van Wales op bezoek. Je bent jong, misschien vind je hem wel leuk.’ Ik zei: ‘Oké.’ Ik zat naast Philip toen Charles binnenkwam. Hij was één en al aandacht voor mij en het was heel vreemd. Ik dacht: dit is niet echt cool. Ik dacht dat mannen niet zo duidelijk behoorden te zijn. De eerste avond zaten we op een baal hooi tijdens een barbecue en hij en Anna Wallace waren (na een relatie van zes maanden, red.) net uit elkaar gegaan. Ik zei: ‘U zag er zo treurig uit, toen u over het middenpad liep op de begrafenis van Lord Mountbatten. Ik had nog nooit zoiets triests gezien. Mijn hart bloedde toen ik naar u keek. Ik dacht: dit gaat verkeerd, u bent eenzaam, u heeft iemand nodig die voor u zorgt.’

Het volgende moment sprong hij bijna op mij en dat vond ik ook heel vreemd en ik wist niet goed hoe ik ermee om moest gaan. Hoe dan ook, we hebben over van alles gepraat, maar meer is er niet gebeurd. Hij zei: ‘Ga morgen mee naar Londen.’ Dat vond ik echt te ver gaan. Ik zei: ‘Nee, ik kan niet.’ Ik dacht: hoe kan ik uitleggen dat ik op Buckingham Palace ben terwijl ik hier bij Philip hoor te zijn?

Begin september ging ik bij mijn zuster Jane logeren op Balmoral (het vakantieverblijf van de koningin, red.), waar Robert (Janes echtgenoot, red.) assistent-privésecretaris was. Ik deed het in mijn broek van angst, maar het vooruitzicht was erger dan het verblijf daar. Ik voelde me op mijn gemak op het moment dat ik de deur door ging.

Ik was er verreweg de jongste. Charles belde me geregeld op en zei: ‘Heb je zin om te komen wandelen of om te komen barbecueën?’ en dan zei ik: ‘Ja, graag.’ Ik vond het allemaal geweldig.


Kvraagetaan

Vanaf toen is het eigenlijk gaan opbloeien, en kwam de pers gretig op ons af. Dat werd gewoon ondraaglijk, maar mijn drie huisgenoten (met wie ze een flat in South-Kensington deelde, red.) waren geweldig, ongelooflijk loyaal. Toen belde Charles me: ‘Ik zou je iets heel belangrijks willen vragen.’ Mijn vrouwelijke intuïtie zei me wat er zou volgen. Ik bleef de hele nacht op met mijn huisgenoten: ‘Jezus, wat moet ik zeggen, wat moet ik doen?’

Op dat moment wist ik al dat er iemand anders in het spel was. Ik had op Bolehyde Manor (het huis van Camilla Parker en haar man Andrew Bowles, red.) vreselijk veel tijd met de Parker-Bowles doorgebracht en begreep niet waarom zij maar tegen me bleef zeggen: ‘Dwing hem niet om dit te doen.’ Waarom was ze zo goed op de hoogte van wat hij en ik privé deden? Eerst begreep ik het niet, maar gaandeweg zag ik hoe het zat en kreeg ik het bewijs in handen.

Hoe dan ook, de volgende dag ging ik naar Windsor en ik kwam er rond vijf uur aan. Hij stelde me op mijn gemak en zei: ‘Ik heb je zo gemist.’ Alleen straalde hij nooit enig gevoel uit. Dat was vreemd, maar ik kon me nergens op baseren omdat ik nog nooit een vriendje had gehad. Ik hield ze altijd op een afstand en vond dat ze alleen maar problemen opleverden – ik kon er emotioneel niet mee omgaan en ik vond mezelf nogal een kluns. In ieder geval, hij zei: ‘Wil je met me trouwen?’ en ik moest lachen. Ik herinner me dat ik dacht: dit is een grapje. En ik zei: ‘Ja, oké,’ en lachte. Hij was doodserieus. Hij zei: ‘Besef je dat je op een dag koningin zult zijn?’ Een stemmetje binnen in me zei: ‘Koningin zul je nooit worden, maar je zult een zware rol krijgen.’ Maar ik zei: ‘Ja.’ Daarna rende hij naar boven om zijn moeder te bellen.

In mijn enorme onervarenheid dacht ik dat hij heel verliefd op me was, en dat wás hij ook, maar achteraf bekeken had hij altijd een soort verliefde blik in zijn ogen die niet écht was. ‘Wie is dit meisje dat zo anders is?’ vroeg hij zich af, maar hij begreep het niet omdat hij op dat gebied ook nogal onvolwassen was.

Ik ging terug naar mijn flat en ging op mijn bed zitten. ‘Meiden, raad eens?’ Ze zeiden: ‘Hij heeft je gevraagd. Wat heb je gezegd?’ ‘Ik heb ja gezegd.’ Ze gilden en krijsten en daarna gingen we een ritje maken door Londen om ons geheim te vieren. De volgende ochtend belde ik mijn ouders.

Twee dagen later ging ik voor drie weken naar Australië om een beetje tot rust te komen en om met mijn moeder één en ander te regelen. Dat was een regelrechte ramp, want ik smachtte naar hem, maar hij belde nooit, en als ik hem belde was hij er niet. Dat vond ik heel vreemd. Ik was nogal vergevingsgezind en dacht: hij heeft het heel druk met van alles en nog wat. Toen ik uit Australië terugkwam, klopte er iemand op mijn deur. Het was iemand van zijn kantoor met een boeket bloemen en ik wist dat die bloemen niet van Charles kwamen omdat er geen kaartje aan zat. Ze kwamen gewoon van een tactvolle medewerker van zijn kantoor.

undefined

null Beeld

undefined

'Voor mijn eerste officiële evenement had ik een modieuze jurk gekozen, maar Charles schrok: 'Alleen mensen in de rouw dragen zwart!''


Zwaard in het hart

Onverdraaglijk was dat de pers elke stap die ik deed volgde. Ze huurden de etage tegenover de mijne aan Old Brompton Road, een bibliotheek die uitkeek op mijn slaapkamer, en dat was niet eerlijk ten opzichte van de meisjes. Ik kon ook de hoorn niet van de haak leggen, voor het geval iemand uit hun familie ziek zou worden. De kranten belden me meestal rond twee uur ’s nachts – ze waren dan net bezig aan een nieuw artikel: ‘Kunt u dit bevestigen of ontkennen?’

Ik moest een keer weg zien te komen om enkele dagen bij Charles door te brengen. Dus haalden we mijn lakens van het bed en stapte ik met een koffer in mijn hand uit het keukenraam, dat op de zijstraat uitkomt. Zo deed ik dat.

Ik was altijd beleefd, altijd fatsoenlijk. Ik was nooit grof. Ik schreeuwde nooit. Maar thuis huilde ik als een baby tegen de vier muren. Ik kon het gewoon niet aan. Ik huilde omdat ik geen steun kreeg van Charles en van het persbureau van het paleis. Ze zeiden: ‘Je staat er alleen voor.’

Charles steunde me helemaal niet. Als hij me belde, zei hij: ‘Arme Camilla Parker-Bowles. Ik heb haar vanavond aan de telefoon gehad, en ze zei dat er veel pers is op Bolehyde. Ze heeft het heel moeilijk.’ Ik vroeg hem: ‘Hoeveel journalisten zijn er dan?’ Dan zei hij: ‘Zeker vier.’ Dan dacht ik: ‘Mijn God, hier zijn er wel vierendertig!’ maar dat zei ik hem nooit. Ik heb tegen hem nooit geklaagd over de pers.

Ik vond een innerlijke vastberadenheid om te overleven. Hoe dan ook, goddank werd de verloving bekendgemaakt. De avond tevoren zei mijn politieman (die haar flat in de gaten hield, red.): ‘Dit is de laatste avond in vrijheid voor de rest van uw leven, dus maak er het beste van.’ Het was alsof er een zwaard in mijn hart werd gestoken. Ik dacht: God, en toen giechelde ik zo’n beetje als een opgeschoten meisje.

undefined

null Beeld

'Ik wist al heel vroeg dat er een ander in het spel was. Twee weken voor ons huwelijk gaf Charles haar een gouden armband die hij voor haar had laten maken' Over Camilla Parker-Bowles


Rivale Camilla

Ik ontmoette Camilla al heel vroeg.

Toen ik op Clarence House aankwam, lag er een brief van haar op mijn bed: ‘Wat een geweldig nieuws over de verloving. Laten we gauw eens samen lunchen als de prins van Wales naar Australië en Nieuw-Zeeland gaat. Hij blijft drie weken weg. Ik zou graag de ring zien. Veel liefs, Camilla.’ Dat vond ik: ‘Wauw!’ Dus regelde ik een lunch. Die was wel heel netelig. Omdat ik zo onvolwassen was, wist ik niets van jaloezie en depressies en dergelijke dingen meer. Ik had zo’n heerlijk bestaan als kleuterleidster; van dat soort dingen had je gewoon geen last. Je werd alleen moe, dat was alles. Er was niemand die je verdriet deed.

Charles en ik hadden altijd discussies over Camilla. Ik hoorde hem een keer in bad door de mobiele telefoon zeggen: ‘Wat er ook gebeurt, ik zal altijd van je houden.’ Naderhand vertelde ik hem dat ik aan de deur had staan luisteren, en hadden we een knetterende ruzie.

Ik heb die dingen nooit aangepakt. Ik zei alleen maar tegen hem: ‘Je moet altijd eerlijk tegen me zijn.’ Tijdens onze huwelijksreis openden we bijvoorbeeld onze agenda’s om dingen te bespreken. Er vielen twee foto’s van Camilla uit. Enkele dagen later hadden we een officieel diner voor de Egyptische president Sadat. Charles deed manchetknopen aan met twee verstrengelde ‘C’s, zoals het logo van Chanel. Ik zag het en wist het meteen. ‘Die heeft Camilla je gegeven, hè?’ Hij zei: ‘Wat is daar mis mee? Gewoon een cadeautje van een vriendin.’ En hemel, wat hadden we ruzie. Jaloezie, absolute jaloezie.

Iemand op zijn kantoor vertelde me dat mijn man een armband voor haar had laten maken die ze tot op de dag van vandaag draagt. Het is een gouden schakelarmband met een blauw geglazuurd plaatje. Op een dag was ik het kantoor van die man binnengelopen en had ik gezegd: ‘Hé, wat zit er in dat pakje?’ Hij zei: ‘O, daar mag u niet naar kijken.’ Ik zei: ‘Nou, dat doe ik toch.’ Ik maakte het open, en toen vond ik de armband en ik zei: ‘Ik weet waar die heen gaat.’ Ik was onthutst. Het was ongeveer twee weken voor we zouden trouwen. Hij zei: ‘Wel, hij geeft hem haar vanavond.’ Dus woede, woede, woede! ‘Waarom kun je niet eerlijk tegen me zijn?’ Maar nee, Charles negeerde me straal. Hij had gewoon zijn besluit genomen, en als het niet goed uitpakte, dan was dat maar zo. Hij had de maagd gevonden, het offerlam, en op een bepaalde manier was hij door me geobsedeerd. Maar het was warm en koud, warm en koud. Je wist nooit wat voor humeur hij zou hebben.

Hij pakte de armband rond lunchtijd op maandag, en die woensdag zouden we trouwen. Ik ging naar zijn politieman, die weer terug was op kantoor, en zei: ‘John, waar is prins Charles?’ en hij zei: ‘O, die is gaan lunchen.’ Dus zei ik: ‘Moet jij niet bij hem zijn?’ ‘O, ik ga hem straks ophalen.’ Tijdens de lunch met mijn zussen zei ik: ‘Ik kan niet met hem trouwen, ik kan dit niet, dit is werkelijk ongelofelijk.’ Ze waren geweldig: ‘Nou, da’s pech, Duch (Diana’s bijnaam uit haar jeugd, red.), je gezicht staat al op de theedoeken, dus je bent te laat om ertussenuit te piepen.’ We maakten er maar gekheid over.

undefined

'Na de geboorte van William keek de koningin in de couveuse en zei: 'Gelukkig heeft hij niet de oren van zijn vader''


Little black dress

Ik herinner me mijn eerste koninklijke verplichting (in maart 1981, red.) als de dag van gisteren. Ik was heel opgewonden. Ik droeg een prachtige zwarte jurk van de Emanuels, en ik dacht dat die wel in de smaak zou vallen, omdat alle meisjes van mijn leeftijd zulke jurken droegen. Ik had niet in de gaten dat ik nu werd gezien als een dame van het Koninklijk Huis.

Ik weet nog dat ik de studeerkamer van mijn aanstaande echtgenoot binnenkwam en dat hij zei: ‘Je gaat toch zeker niet in die jurk?’ Ik antwoordde: ‘Ja, toch wel.’ En hij zei: ‘Hij is zwart! Alleen mensen in de rouw dragen zwart!’ Maar zwart vond ik als 19-jarige de mooiste kleur die je kon dragen. Het was echt een volwassen jurk. Ik had toen een behoorlijke boezem en de pers wond zich vreselijk op. Het was een gruwelijke ervaring. Ik wist niet of ik nu als eerste de deur uit moest lopen. Ik wist niet of je je handtas rechts of links moest dragen. Ik was doodsbang – bijna misselijk.


Bruid in tranen

Ik denk niet dat ik gelukkig was op mijn bruiloft. We trouwden op woensdag en op maandag waren we naar St. Paul’s Cathedral geweest voor onze laatste repetitie en kreeg ik een beeld van hoe de dag zou gaan verlopen. En ik huilde mijn ogen uit mijn hoofd. Ik stortte helemaal in vanwege allerlei dingen. Dat gedoe met Camilla stak tijdens onze verloving voortdurend de kop op, en ik probeerde wanhopig om volwassen met de situatie om te gaan, maar ik kon er met niemand over praten.

Ik herinner me dat mijn man heel moe was – we waren allebei heel moe. Hij stuurde me de avond ervoor een heel mooie zegelring met de pluimen van de prins van Wales erop, en een heel leuke kaart met daarop: ‘Ik ben heel trots op je, en morgen sta ik voor het altaar op je te wachten. Kijk ze maar recht in de ogen en laat ze steil achteroverslaan.’

De avond ervoor had ik een heel zware aanval van boulimia. Ik at alles op wat ik maar kon vinden, tot vermaak van mijn zus Jane, die met mij op Clarence House verbleef. Niemand begreep wat daar gaande was. Het was diep geheim. Ik was die nacht zo ziek als een hond. Het was een enorme vingerwijzing naar wat er ging komen.

De volgende ochtend was ik heel rustig, dodelijk rustig. Ik voelde me als een lam dat naar de slachtbank werd geleid. Ik wist het en kon er niets tegen doen.

Ik had veel gehuild op de dag van de repetitie, maar woensdag was ik weer in orde. Ik moest mijn vader eigenlijk door het gangpad slepen, en dat was waarop ik me concentreerde. Ik herinner me dat ik zo verliefd was op mijn man dat ik mijn ogen niet van hem kon afhouden. Ik was er echt van overtuigd dat geen enkel ander meisje ter wereld zo bofte als ik. Hij zou voor me zorgen. Nou, dat was een misvatting.

Toen ik door het gangpad liep, zag ik Camilla, in het lichtgrijs, rond hoedje met voile. Ik zag alles, zag haar zoon Tom op een stoel staan. Tot op de dag van vandaag zie ik dat beeld nog helder voor me. Wel, daar sta je dan: ik wou dat het allemaal snel achter de rug was. We kwamen uit St Paul’s naar buiten, dat was een heerlijk gevoel, iedereen juichte, iedereen was gelukkig omdat ze dachten dat wij gelukkig waren, maar in mijn gedachten was er dat grote vraagteken. Ik had geen idee waar ik instapte – maar dan ook echt géén idee.

undefined

null Beeld

'Ik werd steeds magerder, maar door mezelf te doen overgeven kon ik ontsnappen aan de spanning'


Zwanger van ellende

De eerste dagen van onze huwelijksreis brachten we door op het landgoed Broadlands. Ik vond het gewoon somber. Ik had alleen maar enorm veel hoop, die de tweede dag al de bodem in werd geslagen. Toen kwamen de romans van Van der Post tevoorschijn (de Zuid-Afrikaanse filosoof en avonturier Laurens van der Post werd door de prins zeer bewonderd, red.). Zeven stuks. Hij las ze allemaal en we moesten ze elke dag bij de lunch analyseren. Tijdens het tweede deel van de reis, op het koninklijke jacht Britannia, moesten we de conversatie met alle toplieden op gang houden, dus we hadden nooit tijd voor onszelf. Dat vond ik allemaal moeilijk te accepteren. In die tijd was de boulimia afschuwelijk, werkelijk afschuwelijk. Het was er voortdurend, vier keer per dag op het jacht. Alles wat ik kon vinden schrokte ik naar binnen, en twee minuten later gaf ik over – doodop. Dat bracht natuurlijk stemmingswisselingen met zich mee: de ene minuut was ik gelukkig en de volgende minuut puilden mijn ogen uit mijn hoofd van het janken.

Ik herinner me dat ik tijdens mijn huwelijksreis heel veel heb gehuild. Ik was zo moe, om totaal verkeerde redenen.

We overleefden het en gingen toen regelrecht van het jacht naar Balmoral. Iedereen was daar om ons te verwelkomen, en toen drong het allemaal pas echt door. Mijn dromen waren gruwelijk. Iedereen zag dat ik steeds maar magerder werd, en ik werd steeds maar zieker.

Charles maakte graag lange wandelingen rond Balmoral. Zijn opvatting van plezier – hier zul je om moeten lachen – was op de hoogste heuvel van Balmoral zitten. Het is daar prachtig. Ik begreep het volkomen; hij las me Laurens van der Post en Jung voor en was hemels gelukkig. Maar goed, in oktober raakte ik zwanger van William, een godsgeschenk. Geweldig nieuws, iets om mijn geest mee bezig te houden.

Ik werd vreselijk, vreselijk mager. Ik begon commentaar te krijgen: ‘Je botten zijn te tellen.’ We verbleven op Balmoral van augustus tot oktober. In oktober probeerde ik mijn polsen door te snijden met scheermesjes. Het bleef maar regenen en ik keerde vroeger naar Londen terug voor een medische behandeling. Analytici en psychiaters, zo veel als je je maar kunt voorstellen, deden hun best om mij op te kalefateren. Ze gaven me een hoge dosis valium – dan konden zij ’s nachts goed slapen in de wetenschap dat de prinses van Wales niemand zou neersteken.

Ik gooide mezelf toen ook eens van de trap (op Sandringham, een domein van de koningin, red.). Charles zei dat ik me aanstelde, en ik zei dat ik wanhopig was en dat ik mijn ogen uit mijn kop huilde, en hij zei: ‘Hier ga ik niet naar luisteren. Dit doe je me altijd aan. Ik ga nu paardrijden.’ Dus gooide ik mezelf van de trap. De koningin kwam de hal in, totaal ontsteld, trillend – ze was zo bang. Ik wist dat ik de baby niet kwijt zou raken, maar had flink wat kneuzingen op mijn buik. Charles ging paardrijden, en toen hij terugkwam, negeerde hij me gewoon straal. Hij beende gewoon de deur uit.


Twee zonen

Ik koos de namen William en Harry omdat het alternatief Arthur en Albert was: nee, bedankt. Er werd niet over geruzied. Het was gewoon een voldongen feit.

Toen we William kregen, moesten we een datum in de agenda vinden die Charles en zijn polo goed uitkwam. De komst van William moest worden opgewekt, want ik kon de druk van de pers niet meer aan. Het leek wel of iedereen elke dag toezicht op me hield. Het was een heel zware bevalling, ik was de hele tijd zo misselijk als een hond. Goed, de jongen werd geboren: grote vreugde. Iedereen was werkelijk uitzinnig. We hadden een datum gevonden waarop Charles van zijn polopaard kon stappen zodat ik kon bevallen. Dat was heel aardig, ik was daar heel dankbaar voor!

Toen de koningin na de bevalling op bezoek kwam bij William in het ziekenhuis, keek ze in de couveuse en zei: ‘Gelukkig heeft hij niet de oren van zijn vader.’

Ik kwam thuis en toen kreeg ik een postnatale depressie. Jee, wat had ik het moeilijk. Als hij niet thuiskwam op het tijdstip dat hij had gezegd, dacht ik dat hem iets vreselijks was overkomen. Tranen, paniek, de hele reutemeteut.

Tussen de geboorte van William en Harry is er totale duisternis. Ik kan me er niet veel van herinneren, ik heb het verdrongen, er was zo veel pijn. Maar Harry verscheen als een wonder. We waren heel, heel dicht bij elkaar in de zes weken voor Harry’s geboorte. Dichter bij elkaar dan we ooit zijn geweest en ooit zullen zijn. Op het moment dat Harry werd geboren, was het knal: ons huwelijk, alles verdween als sneeuw voor de zon. Ik wist dat Harry een jongetje zou worden, want dat had ik gezien op de echo, maar ik had het Charles niet verteld: hij wilde altijd een meisje. Harry kwam, Harry had rood haar, Harry was een jongetje. Charles’ eerste reactie was: ‘O, God, het is een jongen,’ en zijn tweede: ‘En hij heeft ook nog rood haar.’ Iets in me sloot zich af. Ik wist dat hij terug was gegaan naar zijn dame, maar op de één of andere manier waren we erin geslaagd om Harry te krijgen. Harry bracht ons enorm veel genoegen, en hij is op dit moment misschien zelfs hechter met zijn vader dan William.

undefined

'Hij zei: 'Wil je met me trouwen?' En ik dacht: dit is een grapje. Hij straalde nooit enig gevoel uit'


Gekrompen tot niks

Ik denk dat heel veel mensen hebben geprobeerd me te helpen omdat ze zagen dat er iets mis was, maar ik heb nooit iemand om steun gevraagd. Niemand van mijn familie heeft er iets van geweten. Jane, mijn zus, kwam poolshoogte nemen toen ik vijf jaar getrouwd was. Ik droeg een trui met een V-hals en een korte broek. Ze zei: ‘Duch, wat is dat voor plek op je borst?’ Ik zei: ‘O, dat is niets.’ De avond daarvoor had ik met Charles ergens over willen praten. Hij wilde niet naar me luisteren, zei dat ik me aanstelde. Dus pakte ik een zakmes van zijn dressoir en sneed mezelf op mijn borst en dijen. Het bloedde flink, maar hij reageerde helemaal niet. Jane ging tegen me tekeer. Ze zei: ‘Je mag ze niet in de steek laten.’ En ik keerde me tegen haar en zei: ‘Gun me de eer dat ik er vijf jaar lang niemand van de familie mee heb lastiggevallen.’ Ze kijken er nu heel anders tegenaan. Het gebrek aan steun door mijn echtgenoot zit ze dwars.

Ik liep toen rond met een fruitmesje, zo één met een getand lemmet. Ik was zo wanhopig. Het was allemaal heel vreemd. Ik voelde me alleen maar ellendig. Ik wist dat de boulimia was begonnen in de week na onze verloving. Mijn man legde zijn hand op mijn taille en zei: ‘O, we zijn hier een beetje mollig, hè?’ en dat maakte iets in me los – en daarbovenop dat gedoe met Camilla. Ik was wanhopig, wanhopig.

Ik herinner me de eerste keer dat ik mezelf deed overgeven. Ik was opgetogen, omdat ik dacht dat dit de oplossing voor de spanning was. De eerste keer dat mijn maten werden opgenomen voor mijn trouwjurk, was mijn taille 73,5 centimeter in omvang. Op mijn trouwdag was dat 58,5 centimeter. Van februari tot juli was ik gekrompen tot niks. Ik was gekrompen tot niks.

Ik weet niet wat mijn man de koningin aanpraatte. Hij vertelde haar in elk geval over mijn boulimia en zij vertelde iedereen dat dát de reden was waarom ons huwelijk was gestrand, vanwege Diana’s eetproblemen, en dat het zo moeilijk moest zijn voor Charles.

Ik dacht dat mijn boulimia een geheim was, maar een aantal mensen in huis besefte wat er gaande was, al sprak niemand erover. Ze vonden het allemaal nogal amusant dat ik zo veel at, maar nooit een gram aankwam. Het ging maar door. Pas anderhalf jaar geleden gingen mijn ogen open en besefte ik dat ik snel achteruitging. Ik huilde bij elk voorval, wat mensen op een bepaalde manier opwond, want als je binnen dit systeem huilt, ben je zwak: ‘Goed, haar kunnen we wel aan.’ Maar als je weer opveert, dringt de vraag ‘Wat is er verdorie gebeurd?’ zich weer op.


Masker van geluk

Ik denk dat de boulimia me eigenlijk wakker heeft geschud. Ineens besefte ik wat ik te verliezen had als ik me zou laten gaan, en was het dat waard? Carolyn Bartholomew (één van haar drie voormalige flatgenoten, red.) belde me op een avond en zei: ‘Door over te geven krijg je een tekort aan kalium en magnesium, en dat veroorzaakt vreselijke depressies. Wist je dat?’ Ik zei: ‘Nee.’ ‘Wel, blijkbaar is dat waar je aan lijdt. Heb je het aan iemand verteld?’ Ik zei: ‘Nee.’ ‘Je moet er met een dokter over praten.’ Ik zei: ‘Dat kan ik niet.’ Zij zei: ‘Dat moet. Ik geef je een uur om je dokter te bellen, en als je dat niet doet, laat ik het de hele wereld weten.’ Ze was heel boos op me, en zo kwam ik in contact met de psychiater Maurice Lipsedge. Hij kwam langs, de lieverd, heel aardig. Hij kwam binnen en zei: ‘Hoe vaak hebt u geprobeerd uzelf van kant te maken?’ Ik dacht: wat een vraag. Maar ik hoorde mezelf zeggen: ‘Vier of vijf keer.’ Hij stelde nog een heleboel vragen, en ik kon heel eerlijk tegen hem zijn, en ik praatte een paar uur lang met hem en hij zei: ‘Ik kom u elke week een uur opzoeken en dan gaan we het doorspreken.’ Hij zei: ‘Er is niets mis met u; het ligt aan uw echtgenoot.’ En toen hij dat zei, dacht ik: ‘Misschien is het niet mijn fout.’ Hij hielp me om mijn gevoel van eigenwaarde terug te krijgen en gaf me boeken te lezen.

Dr. Lipsedge zei: ‘Over een halfjaar herkent u zichzelf niet meer. Als u uw eten kunt binnenhouden, zult u volkomen veranderen.’ Ik moet zeggen dat het voelt alsof ik sindsdien opnieuw ben geboren. Ik heb alleen nu en dan nog een aanval, vooral op Balmoral en Sandringham en Windsor. Dan ben ik de hele tijd ziek. Vorig jaar voelde ik me goed, toen was het één keer in de drie weken, terwijl het voorheen vier keer per dag was, en dat was ‘hiep hiep hoera’ voor mezelf.

Ik haatte mezelf zo erg dat ik dacht dat ik niet goed genoeg was, dat ik tekortschoot voor Charles, dat ik geen goede moeder was – het was één en al twijfel.

Ik heb wat mijn moeder ook heeft. Hoe vreselijk je je ook voelt, je kunt altijd het masker van geluk opzetten. Mijn moeder is daar een expert in. Ik heb dat overgenomen, heb de wolven buitengehouden, maar waar ik in die donkere tijden niet tegen kon, waren mensen die zeiden: ‘Het is haar schuld.’ Dat hoorde ik overal, overal, het systeem en de media begonnen te zeggen dat het mijn schuld was – ik was ‘de Marilyn Monroe van de jaren 80’ en ik vond het ‘heerlijk’. Maar ik ben er nooit bij gaan zitten met het idee van: ‘Hoera, wat geweldig.’ Nooit.

null Beeld

undefined

Andrew Morton, ‘Diana. Haar eigen verhaal’, uitgeverij Pepper Books

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234