VoorpublicatieZadie Smith

'De dood heeft zijn intrede gedaan in Amerika'

Als een bestsellerauteur als Zadie Smith (44) tracht om al schrijvend 'orde aan te brengen in de wirwar van gedachten tijdens de lockdown', kan dat zomaar een lezenswaardig boekje opleveren. In 'Overpeinzingen', dat deze week in het Nederlands verschijnt, heeft de in Amerika wonende Britse het onder meer over George Floyd, racisme, en de ongemakkelijke waarheden die de coronacrisis blootlegt. 'De dood komt voor ons allemaal, maar in Amerika heeft men het lange tijd normaal gevonden om de hoogste bieder de beste kans op uitstel te gunnen.' Een exclusieve voorpublicatie.

Hij spreekt zo zelden de waarheid dat het uit zijn mond - op 20 maart 2020 - de kracht heeft van een openbaring: 'Ik zou willen dat we ons oude leven terugkregen. We hadden de beste economie ooit, en we hadden geen dood.'

Nou, misschien niet de volledige, ongezouten waarheid. De eerste zin was waar noch onwaar: dat was alleen de uiting van een verlangen. Een verlangen dat, toen ik het hoorde, iets van een zeurderige weerklank bij mij vond, en ik moet bekennen dat ik het eventjes in mijn handen heb gewogen, als een glimmende appel. Gezien de 'oorlog' waarin we zijn verwikkeld - die beeldspraak is zijn keuze - klonk het alleszins begrijpelijk. Toch was er in 1945 niemand die zijn 'oude leven' wilde hervatten, niemand die terug wilde naar 1939 - of alleen om de doden te doen herrijzen. Een catastrofe vraagt om een nieuwe dageraad. Alleen een nieuwe manier van denken kan een nieuwe dageraad inluiden. Dat weten we. Maar op het moment dat hij die woorden sprak - 'Ik zou willen dat we ons oude leven terugkregen' - trof hij zijn publiek op een moment van zwakte: in pyjama, huilend, met een baby op de arm én midden in een telefoontje voor het werk, bij het aantrekken van een zelfgemaakt gaspak om de metro mee te trotseren en werk te gaan doen dat je niet thuis kon doen, terwijl van de oost- tot aan de westkust miljoenen kinderen gek werden van verveling. En inderdaad, in die kwetsbare context klinkt het 'oude leven' als iets dat troost biedt, al is het maar retorisch, zoals 'er was eens'.

De tweede zin zette me weer met beide voeten op de grond. 'We hadden geen dood.' Lulkoek, lulkoek, lulkoek. Je kunt van de duivel zeggen wat je wilt, maar je kunt altijd van hem op aan. Ik liet de appel vallen en ja hoor, hij was rot en vergeven van de wormen.

We hadden dode mensen. We hadden mensen die verongelukten en vermoord werden. We hadden min of meer onschuldige omstanders. We hadden sterftecijfers en soms zelfs foto's in de krant van bodybags, hoewel velen van mening waren dat het verkeerd was om die te laten zien. We hadden 'ongelijke gezondheidsrisico's'. Maar in Amerika waren de doden in zo'n geval altijd deels aansprakelijk. Ze waren op het verkeerde moment op de verkeerde plek. Ze hadden de verkeerde huidskleur. Het was de verkeerde postcode, de verkeerde religie, de verkeerde stad. De handen stonden verkeerd na het verzoek om uit de auto te stappen. Het was de verkeerde ziektekostenverzekering - of geen. De verkeerde houding tegenover de agent. Maar waar we volstrekt geen oog voor hadden, was het idee van de dood zelf, de absolute dood. Het type dood dat ons allemaal te wachten staat, onafhankelijk van onze maatschappelijke positie.

ALTIJD OORLOG

De absolute dood is de gegeven waarheid van ons hele bestaan, natuurlijk, maar in filosofisch opzicht is Amerika zelden geneigd geweest het hele bestaan in beschouwing te nemen, en het geeft er de voorkeur aan de dood te bestrijden als een reeks afzonderlijke problemen. Een oorlogsverklaring aan drugs, kanker, armoede, noem maar op.

Niet dat er iets belachelijks is aan onze inspanningen om de afstand tussen de datum op onze geboorteakte en die op onze grafsteen zo groot mogelijk te maken: een moreel leven houdt in dat we daar belang aan hechten. Maar misschien wel nergens ter wereld zijn die inspanningen zo nauw verbonden met geld als in Amerika.

Het is misschien om die reden dat epidemieën - waarvan men zegt dat ze bitter weinig rekening houden met status en nauwelijks acht slaan op inkomensverschillen - in de Amerikaanse verbeelding al lang naar de geschiedenisboekjes waren verbannen, of naar andere continenten. Sterker nog, zoals hij al vroeg in zijn presidentschap te kennen gaf: hele shithole countries konden aansprakelijk worden gesteld voor hun eigen hoge sterftecijfers. Zulke oorden werden permanent door plagen bezocht, omdat ze niet de vooruitziende blik hadden om Amerika te zijn. Zelfs wereldwijde massa-extinctie - in de vorm van een grote milieuramp - zou Amerika bespaard blijven, of pas helemaal aan het eind bereiken, als allerlaatste. Relatief veilig, binnen de hoge muren van zijn eigen bastion, zou Amerika zich tegoed doen aan wat resteerde van zijn natuurlijke hulpbronnen, en vergeleken met het leed elders, buiten de grenzen, zou het land nog steeds great zijn, geweldig.

De ellende is dat het zogenaamd democratische gehalte van zo'n plaag - alle geregistreerde kiezers kunnen er in gelijke mate door worden getroffen - nogal overdreven wordt. De hiërarchische verhoudingen in Amerika ontwikkelen zich al een paar honderd jaar en die zijn niet zo makkelijk te verslaan. De dood mag dan nog zo lukraak om zich heen grijpen, een paar oude Amerikaanse scheidslijnen blijven bestaan. Er sterven nu twee keer zoveel zwarten en Latijns-Amerikanen als witten en Aziaten. Er gaan meer arme dan rijke mensen dood. Meer stedelingen dan mensen die buiten de stad wonen. De vlekken op de viruskaart van New York volgen hetzelfde patroon als wanneer je daarmee niet het aantal infecties en doden zou weergeven, maar inkomensgroepen en schoolprestaties. Een vroegtijdige dood wordt zelden willekeurig uitgedeeld in deze Verenigde Staten. Voor miljoenen Amerikanen is het altijd oorlog geweest.

LEVENSREDDEND EBAY

Nu, kennelijk voor het eerst, heeft hij er oog voor. En in zijn haast om roem te vergaren noemt hij zichzelf een president in oorlogstijd. Laat hem die titel maar aannemen, zoals de Britse premier aan de andere kant van de oceaan probeert zich een churchilliaanse rol aan te meten. Churchill (die echt in oorlogstijd regeerde) leerde door bittere ervaring dat zelfs als het volk je steunt in die oorlog, ze daarmee nog niet terug willen naar het 'oude leven'. Oorlog brengt een transformatie teweeg bij degenen die eraan meedoen. Wat ooit noodzakelijk was, lijkt er niet meer toe te doen; zaken waarmee geen rekening werd gehouden, waar nauwelijks waardering en aandacht voor was, blijken van groot belang voor ons bestaan. Alles wordt op zijn kop gezet. Mensen staan ineens te applaudisseren voor dezelfde nationale zorginstellingen die de afgelopen tien jaar door hun eigen regering zijn genegeerd en op een schandalige manier zijn afgeknepen. Mensen danken God voor 'vitale' beroepen waar ze ooit op neerkeken en voor mensen die nog niet zo lang geleden werden verfoeid omdat ze 15 dollar per uur vroegen.

De dood heeft zijn intrede gedaan in Amerika. Hij is er altijd geweest, maar hij werd verdoezeld en ontkend, en nu heeft iedereen er oog voor. De 'oorlog' die Amerika daartegen voert, zal het inhoudsloze boegbeeld daarvan overstijgen, omzeilen en inhalen. Dit is een collectieve inspanning, er zijn miljoenen mensen mee gemoeid en zij zullen niet snel vergeten wat ze hebben gezien. Ze zullen niet vergeten hoe staten ieder voor zich op levensreddende apparatuur moeten bieden 'alsof ze op eBay zitten', zoals de New Yorkse gouverneur Andrew Cuomo dat zo gedenkwaardig uitdrukte. De dood komt voor ons allemaal - maar in Amerika heeft men het lange tijd normaal gevonden om de hoogste bieder de beste kans op uitstel te gunnen.

Een mogelijke hoop voor het nieuwe Amerikaanse leven is dat een dergelijk idee eindelijk ondenkbaar zal worden, en dat de volgende generatie Amerikaanse leiders geen inspiratie zal putten uit de oorlogszuchtige retoriek van Winston Churchill, maar uit de woorden die in vredestijd werden gesproken door Clement Attlee, zijn tegenstrever in het House of Commons, de leider van de Labour Party die na de oorlog een verpletterende overwinning op Churchill behaalde: 'De oorlog is gewonnen dankzij de inspanningen van al onze landgenoten, die vrijwel zonder uitzondering de natie vooropstelden en hun persoonlijke belangen daar in grote mate ondergeschikt aan maakten... Waarom zouden we ervan uitgaan dat we onze doelstellingen in vredestijd - voedsel, kledij, huisvesting, scholing, vrije tijd, sociale zekerheid en werkgelegenheid voor iedereen - kunnen bereiken door persoonlijke belangen voorop te stellen?'

Zoals Amerikanen nooit ophouden te benadrukken, zijn er misschien allerlei terreinen in het leven waarop persoonlijke belangen centraal staan. Maar zoals het naoorlogse Europa collectief heeft vastgesteld, na te zijn uitgeput door de absolute dood: de gezondheidszorg hoort daarbuiten te vallen.

Zadie Smith, 'Overpeinzingen', Prometheus

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234