De druivelaar 2016: voor u nu al besproken

Dit jaar bestaat ‘De Druivelaar’ honderd jaar. Ondanks die hoge leeftijd zit er geen sleet op de formule. Vorig jaar was ‘De Druivelaar 2015’ het tweede best verkochte boek op de Antwerpse Boekenbeurs.

'De auteurs hechten in hun natuurbeschrijvingen een te groot belang aan zonsopgangen en zonsondergangen'


Cover

Na de bestseller ‘2015’ is opnieuw gekozen voor een sobere strakke titel: ‘2016’. Zo is ‘De Druivelaar’: lichtjes voorspelbaar, niet al te vernieuwend. ‘De Druivelaar’ is geen George Orwell. Die was visionair en schreef ‘1984’ al in 1948. Van ‘De Druivelaar’ bestaat ook een ‘1984’, maar die verscheen pas in 1983.


Inhoud

Het moet gezegd: ‘2016’ hinkt op twee benen. De auteurs kunnen blijkbaar maar moeilijk kiezen tussen fictie en non-fictie. Algehele fictie zijn de passages waarin een kolderieke situatie wordt geschetst of waarin begrippen al te letterlijk worden genomen. Zoals de man die na negentien glazen bier dronken thuiskwam en aan zijn vrouw uitlegde dat er in het café een bord hing, ‘geen alcohol onder de 18’. Of nog een andere man die voor de verandering een toiletborstel kocht, maar die van lieverlee toch maar weer overschakelde op toiletpapier.

Naast die fictieve passages moet ‘2016’ het ook hebben van echte wetenswaardigheden, zoals het ontstaan van een verkoudheid (medisch uitgelegd) of de tips voor fietsers: ‘Fietsers kunnen hun zichtbaarheid sterk verhogen door het dragen van een fluojasje of armbanden met reflecterende strips.’ Dat is ook ‘De Druivelaar’: nuchter, down-to-earth, en met veel zin voor realiteit.

Fictie en non-fictie worden vaak abrupt door elkaar gemixt. De stijlbreuk is de meest gehanteerde schrijfvorm van ‘De Druivelaar’, maar blijkbaar maakt dát precies het miljoenensucces uit van deze vervolgreeks.


Stereotypering

In de veelal korte fictieve passages vallen de auteurs té gemakkelijk terug op karikaturale stereotypering. Wat te denken van de ontrouwe echtgenoot, het domme blondje, de bazige echtgenote, de spilzieke vrouw, de babbelzieke eega, de inhalige arts, de luie ambtenaar of de onhandige kapper? Ook de niet al te slimme agenten zijn legio.


Gedateerd

Van ‘De Druivelaar’ wordt gezegd dat-ie gedateerd is. Niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk. En inderdaad, in een werk van nu doet het bijzonder ouderwets aan dat nog zovele Schotten en Nederlanders als gierig te boek staan. Of dat kinderen nog altijd Sooike heten.


Hedendaags

Af en toe is ‘2016’ wel bij de tijd. Zoals in de passage waarin een man bij de dokter komt omdat hij verslaafd is aan Twitter. Waarop de dokter zegt: ‘Eh, ik volg u niet.’

Of ook in de passage waarin een man op het raam tikt bij een prostituee. ‘Hoeveel moet dat kosten?’ vraagt hij. ‘50 euro,’ zegt ze. ‘Wauw,’ antwoordt de man, ‘dat is goedkoop voor dubbelglas!’ (Een terechte reactie, want dubbelglas kost tegenwoordig tussen 65 en 80 euro per vierkante meter.)


Spanningsboog

Hier zit wel de grote sterkte van ‘2016’. In het verhaal gaan de dagen eerst lengen, maar dan worden ze bijna onmerkbaar korter, een dramatisch element én een gelaagdheid die zich maar langzaam laat ontdekken. Er zijn best ook spannende hoofdstukken. Om er maar enkele te noemen: ‘April’ en zeker ook ‘November’. Verwacht in ‘Maart’ en ‘Oktober’ ook spannende plotwendingen, als plots van wintertijd wordt overgeschakeld op zomertijd (en omgekeerd!). Ronduit verrassend is ‘Februari’, waarin de zeldzame schrikkeldag voor heel wat tribulaties zorgt.

Vreemd genoeg eindigt het boek met een sisser. Het loopt zelfs op dezelfde manier af als ‘2015’. Een manifest gebrek aan inspiratie, en tegelijk dé zwakte van ‘2016’.


Personages

Verwarrend is ook dat in ‘2016’ zoveel personages opduiken. Zo goed als op elke bladzijde worden nieuwe hoofdfiguren opgevoerd, die daarna om onverklaarbare redenen helemaal wegdeemsteren.

Zo verschijnen op bladzijde 1 van het hoofdstuk ‘Januari’ zes vrouwen: Maria, Marie, Manon, Margot, Mieke en Myriam. Op bladzijde 2 duiken vier mannen op: Bas, Goris, Gregory en Carl. In elk verhaal zouden zes vrouwen en vier mannen een resem relaties beginnen, maar niet zo bij ‘De Druivelaar’. We zien geen van allen ooit nog terug.

Neem ook de raadselachtige Poppo Van Deinze. Hij verschijnt in ons blikveld op bladzijde 29 van ‘Januari’, maar daarna wordt de man genadeloos uit het verhaal geschreven. Sneu voor de lezers van Deinze! En dat terwijl Poppo in 1.000 na Christus een doodgebeten herder weer tot leven heeft gewekt.


Namen noemen

Een auteur kiest doorgaans vlotte en herkenbare namen voor zijn personages. Dat is bij ‘De Druivelaar’ niet altijd het geval. Naast Sam, Jan en Hilde duiken ook Berthilde, Idaline, Pascaline en Ansbrecht op. Namen die toch al enige tijd uit de volksmond zijn verdwenen. Een lezer wil zich graag identificeren met een personage, maar als ze Rijbrecht of Volkwin heten, dan wordt het lastig.


Losse eindjes

Soms lijkt het alsof ‘2016’ geen boek is, maar eerder een kroniek voor dagtrippers. Zo zijn de verhaallijnen doorspekt met carnavalsfeesten, driekoningenommegangen, paardenprocessies, krakelingenworpen, garnaalstoeten en autozegeningen. Het zijn te veel losse eindjes, ze dragen weinig tot niets bij aan de plot.


Natuurbeschrijvingen

De auteurs hechten in hun natuurbeschrijvingen een te groot belang aan zonsopgangen en zonsondergangen. Op elke bladzijde volgt een beschrijving die zo minutieus is dat het verhaal continu wordt afgeremd. Ook het beschrijven van de maanstanden (eerste kwartier, laatste kwartier, nieuwe maan en volle maan) doet de verhaalopbouw geen goed.


Gemeenplaatsen

Nieuw tegenover ‘2015’ is dat er nu tips worden gegeven over relaties, over ‘het omgaan met mekaar’. Dat de makers zich hier op redelijk onbekend en redelijk glad ijs begeven, is te merken. ‘Een gevoel zoals verliefdheid kan je niet programmeren, dat overkomt je.’ Of ‘Humor is een smaakmaker van de liefde.’ Of ook nog: ‘Iedereen heeft nood aan humor en een aanstekelijke, deugddoende lach.’ Dat zijn zinnen waar onderwerp, werkwoord en gezegde op de juiste plaats staan. Maar mag het iets minder algemeen, iets minder cliché? Om het in de stijl van ‘De Druivelaar’ te zeggen: ‘Wat is de slechtste verblijfplaats voor een schrijver? Antwoord: de gemeenplaats.’


Erudiet

Ondanks deze kritiek hebben we ook nu weer veel bijgeleerd. ‘De Druivelaar’ is nog steeds een papieren Wikipedia. Waar anders leer je dat de H. Franciscus van Sales de patroon is van de journalisten/schrijvers, dat de H. Isidoor van Sevilla de patroon is van het internet en dat de H. Clara van Assisi de patrones is van het mooie weer en de televisie? Pure factfinding.

Ook onthouden wij dat kiwi’s ‘de frequentie en het volume van de stoelgang verhogen’ en dat ‘een gezonde darmflora en een regelmatige ontlasting erg belangrijk zijn om te kunnen genieten van een lang en een gezond leven’.

Minstens zo beklijvend is dat 24 februari de nationale feestdag is van Estland, en dat bij het fietsen ‘beide voeten steeds contact moeten houden met de pedalen’. Een verkeerstip die we niet gauw zullen vergeten.

Maar zelfs te midden van die harde feiten betrap je de auteurs erop dat ze weer iets minder harde feiten door hun teksten husselen. ‘Magazijn: persoon die azijn lust.’ ‘Haiku: de morgengroet van een boer die de stal binnenkomt.’

Snoei hard, Druivelaar!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234