De eeuwelingen van Vlaanderen (slot): 'Van de Kerk mocht ge niks met elkaar doen. Maar geloof me: van de 100 vrouwen die trouwden, waren er 95 die vooraf al geknipt waren'

Voor de laatste keer schuift Humo aan bij een zeldzame ziel die al 100 kaarsjes heeft mogen uitblazen, maar voor het eerst knallen er ook kurken. Sylvia Van Ranst vindt elke geleefde dag een reden om te vieren. ‘Zolang ik leef, ben ik content. Ik wil niet sterven.’

'Naar een rusthuis krijgen ze mij niet, dat is voor oude mensen'

Parmantig zit ze ons in de zetel op te wachten, geflankeerd door haar twee dochters. Door de zenuwen voor het interview heeft ze vannacht niet geslapen, waardoor haar stembanden nog wat harder kraken dan gewoonlijk. Horen lukt ook niet meer zo goed, maar als ze al haar zintuigen bundelt – ‘Zet u langs mijn linkerkant: daar hoor ik het minst, maar dan zie ik u praten en versta ik u beter’ – loopt het wel los.

HUMO Met uw geheugen gaat het hopelijk nog goed?

sylvia Van Ranst «Wanneer ik ’s morgens opsta, weet ik van niks. Maar tegen vier uur is dat over en heb ik mijn beste momenten. ’s Avonds ruim ik wat op en kijk ik nog tv, tot ik ga slapen rond elf uur.»

HUMO Wat ziet u graag op tv?

Sylvia «Ik begin elke avond met ‘Blokken’. En ik kijk ook graag naar dat programma over die bejaarde mensen en hun huishoudens.»

marleen (dochter) «‘Iedereen beroemd’, bedoelt ze. En je ziet Jeroen Meus toch ook graag koken, hè moe?»

Sylvia «Ja, maar die ben ik wat beu. Op alle posten is het tegenwoordig niks anders dan koken, koken, koken.

»Ik kijk nog elke dag naar het nieuws. Alleen spijtig: ik hoor het nog wel, maar ze praten te rap. Dan moet ik tegen mezelf zeggen: ‘Potdoeme Sylvie, concentreer u.’ En dan gaat het beter.»

HUMO Interesseert de actualiteit u nog?

Sylvia «Ja, zunne. Ik leer nog elke dag bij. Gisteren schrok ik even toen ze op het nieuws zeiden dat België kleiner is dan Holland. Dat wist ik niet meer! Vroeger vond ik hun houten klompen wel schoon, maar hun klederdracht is toch minder dan die van België.»

HUMO Hebt u ook nog klompen gedragen?

Sylvia «Ja. Olmen klompen op weekdagen, en wilgen klompen op zondag: die waren te duur voor op gewone dagen.

»Ik ben de tweede jongste van een huishouden met negen kinderen: zes meisjes en drie jongens. Dat zijn veel klompen, hè! Als we allemaal samen aan tafel zaten, met moeder en vader, dan waren we bijna met zovelen als de apostels op het Laatste Avondmaal.

»Eén manneke is gestorven. Hij liep buiten en kreeg de seskes (de stuipen, red.). Hij is in de waterput gesukkeld en versmoord. Onze Ulrich is later ook verongelukt, toen hij 23 jaar was. Hij was ergens aan het werk en is aan de elektriciteit blijven hangen. Hij was op slag dood. Mijn moeder heeft daar veel verdriet om gehad. Na zijn dood heeft ze de moed laten zakken. Vanaf toen ben ik het huishouden beginnen te beredderen. Ik stond om drie uur op om de stoof aan te maken en de boterhammen en de koffie klaar te zetten voor vader. Ik heb altijd hard gewerkt.

»Vader was streng. Hij werkte als ploegbaas in de zilverfabriek in Hoboken, bij de hoogovens (vandaag Umicore, red.). Op vrijdag moesten we onze klompen klaarzetten en dan kuiste vader ze met blink. Op zondag mochten we ze dan aandoen, om naar de mis te gaan. Wij liepen altijd schoon gekleed. Wij waren zelfs de eerste kinderen van het dorp met een kabba. Dat was een cape met een kap aan. Alle kinderen waren jaloers: ‘Van wie hebben jullie die gekregen?’»

HUMO Uw vader verdiende goed de kost?

Sylvia «Dat ging, maar hij moest wel hard werken. Zondag was het óók werkendag. En mijn moeder had een bijverdienste: ze maakte katoenen sloefen voor de Congo. Maar wie die sloefen dan droeg in de Congo, dat weet ik niet.

»De tijden zijn veranderd. Vroeger waren de venten baas. Als ze hun goesting niet kregen, deelden ze slaag uit. Ik zal nooit vergeten dat ik als kind eens selder zat te kuisen voor de soep en opeens een groot kabaal hoorde. Moeder en vader hadden ruzie. Moeder had hem uitgemaakt voor zot en vader was razend geworden. Hij wilde haar bij haar haren vastgrijpen, maar ik ben ertussen gesprongen. ‘Afblijven!’ riep ik, terwijl ik tussen hen in ging staan. Ja, vrouwen hadden het vroeger niet gemakkelijk. Maar ik heb altijd gedacht: niet met mij! Geen enkele vent zou mij ooit slaan.»

HUMO In 1948 kregen vrouwen in België eindelijk stemrecht. Herinnert u zich nog de eerste keer in het stemhokje?

Sylvia «Ik weet nog goed dat we bij die eerste stemming voor de vrouwen met vlaggetjes en muziek hebben rondgelopen op straat.

»In die tijd had je de katholieken en de socialisten. Wij waren christelijk grootgebracht, dus stemden we voor de katholieken. Voor de socialisten zou ik nooit gestemd hebben. Nog altijd niet. Ik vind ze te losbandig: ze doen het geld maar op.»

HUMO U mocht als meisje gelukkig wel naar school.

Sylvia «Ik was altijd bij de eerste vijf van de klas. In die tijd kreeg je dan een prijs: ik mocht mee naar Heist-aan-Zee. Ik weet nog goed dat ik speciaal daarvoor een matrozenpakje had gekregen van moeder: een plooirokje met een witte blouse en een pots.»

HUMO Wat dacht u toen u de eerste keer de zee zag?

Sylvia «Amai, da’s véél water (lacht). Ik wist niet wat ik zag. Maar ik heb er niet in gezwommen. Dat komt omdat ik eens bijna ben versmoord. Mijn zuster ging bij de buren spelen, maar ik mocht niet mee. Na een tijdje waren ze me kwijt: ‘Waar is ons Sylvie?’ Ze hebben overal gezocht, maar ik was niet te vinden. Tot mijn broer Fons in de regenput ging kijken: daar lag ik in. Ze hebben me op tafel gelegd en gerold, tot al het water uit mijn longen was. Ik herinner me nog dat ik bijkwam en mijn moeder haar armen in de lucht zag gooien: ‘Ze leeft!’ Sindsdien ben ik bang van water.»

marie-jeanne (dochter) «Zelfs in de douche hapt ze naar adem, alsof ze ieder moment kan verdrinken.»

Sylvia «Wat wil je? Ik heb altijd een ligbad gehad.»


zaTte miss

Sylvia «Na ons 15de was het gedaan met school. Veel meisjes gingen dan uit werken in Antwerpen, maar mijn moeder wilde dat niet voor haar dochters: die meisjes werden toen gezien als meisjes van plezier. Mijn zuster Elza wilde wel naar Antwerpen, maar ze mocht niet. ‘Awel,’ zei ze kwaad, ‘dan word ik zuster in het klooster!’ Elza was nogal een speciale: als ze haar goesting niet kreeg, at ze niet meer. Toen ze geen zuster mocht worden, heeft ze drie dagen niet gegeten. Ze was nog zo breed als mijn pink, maar zuster is ze nooit geworden (lacht).

»Mijn zussen en ik zijn na school boodschappenmandjes beginnen te maken. Mijn oudste zuster was de creatiefste: zij mocht de gevlochten versieringen bedenken voor op de manden en wij maakten die dan na. Dat gebeurde allemaal thuis – naar een fabriek hoefden we niet te gaan.

»Later hebben we thuis nog café gehouden. Vader wilde dat. Moeder niet, maar ze liet hem zijn goesting doen. Zodra we 16 waren, moesten we moeder helpen opdienen: alle zussen met een schone, blauwe schort aan. Ik herinner me nog dat Elza op een dag het café binnenkwam met een jongenskop. In die tijd bestond dat niet, een meisje met kort haar. ‘Nu gaat ons vader het krijgen,’ zei moeder. En als straf stak ze Elza in de bezemkast. Ja, ons Elza had de meeste streken. Eén keer gingen we met moeder hoeden kopen in Antwerpen. De enige die terugkwam met een hoed, was Elza: de hare was zo duur, dat er geen geld meer overbleef voor ons (lacht).»

HUMO Leken de cafés van toen op die van nu?

Sylvia «Je had niet zoveel keuze als vandaag. Ofwel dronk je limonade, ofwel bier. We hadden Lux Pils, Cammaerts Pils of tafelbier. Iets straffers dan bier schonken we niet. En eten serveerden we ook niet, maar we verkochten wel chocola en babelutten.

»Op woensdag kwamen alle beenhouwers bij ons kaarten. Op een keer sloeg er eentje op mijn moeder haar achterste: ‘Aliceke!’ Ze heeft hem – patat! – een klets in zijn gezicht gegeven.»

marleen «Met al die meisjes achter de toog kwamen de mannen daar graag.»

HUMO Gooiden jullie de zatlappen ook eigenhandig het café uit?

Sylvia «Van zatlappen hadden wij geen last. Wij waren serieuze en strenge cafébazen, dus de mensen gedroegen zich bij ons.»

HUMO Werd er toen ook gedanst in het café?

Sylvia «De familie van mijn man, Jos, was heel muzikaal. De een speelde trompet, de ander piano, en nog eentje trombone. Als ze naar het café kwamen, dan hadden ze hun instrumenten bij en zongen ze.

»Ik heb Jos leren kennen tijdens de oorlog. Zijn familie was naast ons komen wonen en we speelden samen buiten. Schaar-hamer-mes was zo’n spelletje. Dan moest je op elkaars rug springen en raden of de springer een schaar, een hamer of een mes uitbeeldde met zijn hand. Het waren oorlogstijden: veel ander amusement was er niet.»

'Om 100 te worden moet je hard werken, op tijd en stond goed eten en drinken, en onder de mensen komen'

HUMO Hoe hebt u die oorlogsjaren doorgesparteld?

Sylvia «Och, den oorlog: zwijg me ervan. Wie werkte, kon rondkomen. Maar voor wie geen werk had, was het armoe troef. Die mensen begonnen dan maar te stelen.

»Met ons gezin hebben we gelukkig nooit honger geleden. We hadden een stukje land buiten het dorp. Vader laadde dan de ontlasting van thuis in zijn kruiwagen en reed ermee naar het land, om het te bemesten. Zo konden we bonen, selder en prei kweken.

»We smokkelden ook: het eten dat we over hadden, brachten we naar Stekene, aan de grens met Holland, waar je het kon ruilen voor ander voedsel. Dat bonden we dan rond ons lijf om het naar huis te smokkelen. We zijn nooit betrapt. Als we dan een stuk spek of paardenvlees hadden, stak mijn moeder dat in het zout. Zo hadden we, als onze voedselbonnen op waren, toch nog altijd iets om te eten.

»Jaja, ik heb van alles meegemaakt. In de achterbuurten van Bornem zijn ook vliegende bommen gevallen. Toen was ik al getrouwd en in verwachting van mijn zoon. Het was dan wel oorlog, maar er werd nog altijd getrouwd, het feest was bij ons thuis in de tuin. Vader was er niet bij: hij was opgeëist en zat nog in Berlijn. Mijn man is later ook in Duitsland moeten gaan werken, aan den ijzerenweg (spoorweg, red.). Omdat ik graag zwart droeg – dat was modieus in die tijd – dachten ze in het dorp dat mijn man in Duitsland was overleden. Maar hij was niet dood: opeens stond hij hier terug. Dat was een groot feest.»

marleen «Ben je niet ooit eens verkozen tot Miss Braderij, moe?»

Sylvia «Ja, dat was nog voor ik was getrouwd. Ze hebben me toen op een koets met paard gehesen en zo gingen ze met mij langs elk café en alle kraampjes. Aan elk kraampje gaven ze me een cadeau: een sjakosj, een mand druiven, een saucisse... ’s Anderendaags moest ik gaan werken, maar ik was mottig. De bazin zei: ‘Ga maar wat in het gras liggen, Sylvie. Je bent ziek.’ Maar ik was helemaal niet ziek: het was van zattigheid. Zatte Miss Braderij (lacht).

»Voor ik ben getrouwd, heb ik nog een ander vriendje gehad, met wie ik drie jaar samen ben geweest. Frans, heette hij, maar mijn zuster noemde hem ‘de leren kaak’. Hij speelde handbal en had een keer een bal tegen zijn kaak gekregen, waardoor die was gescheurd en genaaid. Ik was nog maar 17. Eén keer ben ik bij hem blijven slapen. We mochten 10 minuten bij elkaar op de kamer zitten, terwijl zijn moeder op de gang stond te wachten. Na 10 minuten klopte ze op de deur: ‘Frans, het is genoeg. Naar uw kamer.’ Vroeger ging dat zo. Van de Kerk mocht ge niks met elkaar doen. Maar geloof me: van de 100 vrouwen waren er 95 die al geknipt waren vóór de trouwerij (lacht).»

HUMO Geknipt?

marleen «Naar bed gaan, bedoelt ze.»

Sylvia «Ah ja, want al die mannen wilden geen kat in een zak kopen.»

HUMO Waarom bent u niet getrouwd met Frans?

Sylvia «Vroeger besliste de moeder. Toen ik moeder zei dat ik met Frans wilde trouwen, zei ze: ‘Dat bestaat niet.’ Van de ene dag op de andere liet ze hem niet meer binnen. Frans woonde in Niel en ze wilde niet dat ik naar daar zou verhuizen. Frans heeft daar veel verdriet om gehad. Ik ook. Toen heb ik Jos maar gepakt. Mijn moeder vond hem een brave jongen.»

marie-jeanne «Plus: hij had thuis een beenhouwerij. Hij was van goeie komaf.»

Sylvia «In de oorlog kwam dat van pas.»

HUMO Hebben jullie moeten schuilen voor de bommen?

Sylvia «Ik was op weg naar huis toen er een V1 is gevallen. Dat was zo’n kloefer. Door de knal werd ik van het voetpad geslingerd. Er zijn toen doden gevallen, dat weet ik nog. We waren allemaal bang. In de oorlog mocht je ’s avonds niet buitenkomen. En we moesten alle ramen afplakken, zodat er geen streepje licht meer doorkwam. De Duitsers hoorde je van ver komen: ze marcheerden zingend door de straten.»

'Wat ik zo jammer vind: de buren spreken niet meer met elkaar. Een goeiedag kost niks, maar als ik in mijn hofke kom, dan zeggen ze niks.'

HUMO Zaten er Duitse soldaten bij jullie ingekwartierd?

Sylvia «Nee, maar we hebben wel een Engelse soldaat leren kennen. Frank McClean. Hij was vlak na de bevrijding in ons café een Lux Pils komen drinken. Hij is zelfs nog bij ons komen slapen en hij heeft toen een briefje van 100 frank gegeven, voor de kleine. Drie dagen later ben ik bevallen van mijn zoon.

»De bevrijding was één groot feest: iedereen kwam buiten en riep en sprong. En er waren overal flessen bier. ‘I will come back after the war,’ had Frank McClean gezegd. En hij is teruggekomen: jaren later stond hij opeens voor de deur en nodigde hij ons uit voor een diner.

»Na de oorlog heb ik thuis een klein winkeltje geopend. In het begin ging Jos met de kruiwagen naar de markt fruit en groenten halen, om in het winkeltje te verkopen. Later hebben we een auto gekocht: een tweedehands Fordson. Daarmee reed hij ’s nachts naar de markt in Mechelen. Een deel van wat hij daar kocht, verkocht ik in mijn winkel. Met wat overbleef ging hij de baan op, en verkocht hij aan huis bij de mensen.»

marie-jeanne «Dan riep hij: ‘Appelsienen, banaaneuh! Pruimen, kerseuh!’ Hij had een zware stem: je hoorde hem van ver komen.»

Sylvia «18 jaar heb ik winkel gehouden. Dat was plezant. Ik verdiende geld terwijl ik met iedereen kon babbelen. Ik ben geen roddeltante, maar ik maak graag kennis met de mensen. Soms stond er een man of zes te praten in mijn winkel. Dan zei ik: ‘Praat maar verder’, en bestelde ik de volgende. Vroeger waren ze veel vriendelijker dan nu.

»Na die eerste kleine winkel heb ik één van de eerste superettes van het dorp geopend. In ’66 moet dat geweest zijn. Toen had ik niet alleen groenten en fruit, maar ook conserven en charcuterie. Ik maakte zelf mijn kipcurry en krabsalade.»


senioren-dancing

marleen «Als kind was het geweldig om een winkel te hebben. Elk seizoen zag de superette er anders uit. En voor elke feestdag was er iets speciaals. Met kerst kwamen de sterke dranken en de likeurpralines binnen en versierden we alles met slingers en lichtjes. De kinderen vergaapten zich aan onze etalage. Nu vinden mensen dat de normaalste zaak van de wereld. In september halen de supermarkten al hun sinterklaasversiering boven.»

'De tijden zijn veranderd. Vroeger waren de venten baas. Als ze hun goesting niet kregen, deelden ze slaag uit. Maar ik heb altijd gedacht: niet met mij!'

HUMO Mochten jullie in de winkel nemen wat jullie wilden?

marleen «Dat had je gedacht! Het fruit met een rotte plek, dat mochten we opeten (lacht). Moeder had nochtans lekkere dingen in de winkel: nougatmuizen op een stokje, onder een laagje chocolade. Die grabbelden we snel mee op weg naar school.»

marie-jeanne «Het woord ‘verveling’ kenden we niet. Hingen we rond in de winkel, dan vroeg moeder: ‘Weet je niet wat doen?’ Dan gaf ze ons een doek en moesten we de appels opblinken.

»Er werd toen ook minder verspild. Soldatenkoeken kon je nog per stuk kopen. En elke koek zat niet in plastic verpakt, zoals nu. Dat zouden ze beter opnieuw zo doen.»

HUMO Hoe heette uw superette?

Sylvia «Gewoon: de superette. Ze had geen naam. Voordien, toen ik nog een kleine winkel had, zeiden de mensen: ‘Bij den Brats.’ Brats was de bijnaam van mijn man. In die tijd had iedereen nog een bijnaam.

»Ik heb de superette niet lang kunnen houden: Jos is na een jaar gestorven. Op woensdag kreeg hij de griep – in ’68 heerste de Hongkonggriep – en op zaterdag was hij dood. Toen moest ik het alleen zien te redden.»

marleen «Ik was 9 jaar, mijn zus 18 en mijn broer 22 toen papa stierf. Mijn broer is moeder nog gaan helpen in de superette, maar dat ging niet en toen heeft ze de winkel moeten stopzetten.»

Sylvia «Ik ben dan maar gaan kuisen in een dancing, om de schulden af te betalen van de superette. Ik deed dat niet graag, maar het moest.»

marleen «Haar weduwepensioen was geen vetpot. Gelukkig hadden we een baantje om een cent bij te verdienen. Dan brachten ze van de fabriek van Clark Gum een ton mislukte kauwgom. Dat waren dan van die lange sjieken die in de papiertjes plakten, en die wij eruit moesten zien te halen. ’s Avonds zaten wij dan met z’n allen rond de tafel die papiertjes los te prutsen. Ons hele huis rook naar tuttefrut

Sylvia «Maar we hebben ook veel plezier gehad in die tijd. Het waren de jaren 70 en ik ging graag uit. Ik durfde mijn haar al eens in een ander kleurtje te verven en trok een modern kleedje aan.

»Ik ben ook nog hertrouwd, met een weduwnaar zonder kinderen, maar dat was geen succes. Ik had hem leren kennen op café. ‘Geef die mensen allemaal een pint,’ zei hij. Hij had een schoon kostuum aan en ik was op slag verloren. Zes maand later zijn we getrouwd, maar toen werd hij opeens helemaal anders. Het was altijd gezever thuis. Toen hij in ’91 is gestorven, heb ik gezegd: ‘Nooit moet ik nog een man hebben.’»

marleen «Moeder amuseerde zich prima alleen. Dan ging ze in haar eentje uit.»

Sylvia «Ik ging met de bus naar dancings voor senioren. Daar gaven ze eerst demonstraties over potten, pannen en tupperware, daarna was er een diner, en dan werd er gedanst.»

marleen «Het liefst danst ze op Duitse muziek. Schlagers en zo. De oorlog is ze allang vergeten.»

Sylvia «Die Duitsers van nu kunnen daar toch niets aan doen? Ik spreek zelfs het liefst van al Duits.»

'Van de Kerk mocht ge niks met elkaar doen. Maar geloof me: van de 100 vrouwen die trouwden, waren er 95 die vooraf al geknipt waren'

HUMO Spreekt u Duits?

Sylvia «Nee, maar ik kan goed doen alsof. ‘Ein Weizen, bitte.’ Als ik er zo eentje drink, dan spreek ik alle talen (lacht).»

marleen «Ze is ook vaak op reis geweest. Ze trok altijd haar plan, ook al was ze de 70 ver voorbij. Dan bestelde ze vijf keer hetzelfde van de menukaart: ze dacht dat het vijf verschillende gerechten waren, maar het was vijf keer hetzelfde, telkens in een andere taal (lacht).»

Sylvia «Die ober moest er eens goed mee lachen.

»Overal ben ik geweest: Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Spanje, Italië, Turkije. Hoe verder, hoe liever.»

marleen «Op haar 97ste is ze nog meegegaan naar Oostenrijk. Dan trok ze haar bergschoenen aan, nam een stok en klom ze een berg op. Boven trakteerde ze met schnaps. Dan zeiden we: ‘Zie maar dat je straks nog beneden raakt.’»

Sylvia «Dat lukte zelfs beter met wat schnaps.»

marleen «Elke vrijdag en zaterdag gaan we nog met haar op café. Iedereen kent haar en noemt haar ‘ons moe’. Op het feestje voor haar 100ste verjaardag waren er vijf cafébazen uitgenodigd. Een pintje of een cavaatje drinken en een praatje slaan, dat is het liefste wat ze doet.»

Sylvia «Wat ik zo jammer vind: de buren spreken niet meer met elkaar. Een goeiedag of een klapke doen kost niks, maar als ik eens in mijn hofke kom, dan zeggen ze niks. Mijn overburen wonen hier al 2 of 3 maanden, maar ik heb hun gezichten nog altijd niet gezien. Dat zou vroeger niet waar zijn geweest. Toen was het plezanter. De mensen konden nog lachen met een onnozelheid. Met nieuwjaar aten ze altijd konijn. De pelsen pootjes ging je dan bij iemand aan de voordeur hangen, als grap. Dan schrokken ze als ze de deur opentrokken. Dat zou je nu niet meer moeten proberen. Zelfs de kinderen kunnen niet meer lachen. Vroeger kon je een kind nog een plezier doen met een frank. Nu kijken ze zelfs niet meer op van 20 euro: ‘Wat kan ik daarmee doen?’»

HUMO Hoe oud wilt u graag worden?

Sylvia «Zolang ik leef, ben ik content. Ik wil niet sterven. Vroeger ging ik uit met de schoonvader van mijn zoon. Dansen en een pint pakken, dat deed hij ook graag. Hij is er intussen 103, maar hij wil niet meer. ‘Ik wil sterven,’ zegt hij. Awel, ik niet. Ik geef de moed niet op. Dan zeg ik tegen mezelf: ‘Sylvie, je moet dit kunnen.’ Ik heb een nieuwe wasmachine. Ik weet niet hoe ze werkt, maar ik moet en zal dat leren, al moet ik ze bestuderen met mijn loep.»

marleen «Tot enkele jaren geleden stond er nog een hometrainer in haar living. Als ze ’s nachts niet kon slapen, ging ze daarop fietsen tot ze moe werd. Toen kon ze ook nog gaan en staan waar ze wilde, maar dat lukt nu niet meer omdat haar zicht zo slecht is.»

Sylvia «Maar naar een rusthuis krijgen ze mij niet, dat is voor oude mensen.»

marleen «Toen ze laatst in het ziekenhuis lag, zei de dokter ons: ‘Dames, uw moeder moet zo snel mogelijk uit dit ziekenhuis, want ze kan hier niks komen doen.’ Stop haar in een rusthuis, en ze verkommert.»

Sylvia (fel) «Ik denk er nog niet aan!»

marleen «Mijn zoon gaf onlangs een verjaardagsfeestje. Rond half twee was het zo goed als afgelopen, maar moe had nog geen zin om naar huis te gaan. De vogeltjesdans, dat wilde ze nog een keer doen. Ze is gewoon niet in haar bed te krijgen.»

Sylvia «Zolang de rest blijft, blijf ik ook.»

HUMO Dat noemen ze tegenwoordig FOMO, fear of missing out. Doorgaans hebben jongeren er last van, maar kennelijk kan het op je 100ste ook.

Sylvia «Ik zeg altijd: om 100 te worden moet je hard werken, op tijd en stond goed eten en drinken, en onder de mensen komen. Maar nu ben ik het werken stilaan beu. Het is genoeg geweest.»

En dan is het tijd om de stembanden te smeren met een glas cava, want de slokjes water die ze al de hele tijd drinkt wanneer haar stem hapert, is ze beu: ‘Veel te flauw.’

Sylvia «Als er iets is dat ik nog zou willen, is het reizen. Ver hoeft dat niet te zijn. Met de zee ben ik al content.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234