De filmbroers Joel & Ethan Coen: Humo's handige pocketgids

Geef uw lachspieren nog maar snel een stevige work-out: vanaf volgende week kunt u zich immers te barsten gaan lachen met ‘Hail, Caesar!’, de nieuwe komedie van Joel en Ethan Coen.

'Ethans grootste nachtmerrie is dat hij me op een dag terugvindt in de regiestoel van 'The Incredible Hulk', waarop ik tegen hem zeg: 'Ik moet toch ook de huur betalen?'' Joel Coen


De onderkant van de wastafel

Wij herinneren ons nog als de nacht van gisteren het moment waarop we het magistrale ‘Blood Simple’ ontdekten: in ‘Moviedrome’ was dat, het legendarische filmprogramma op de BBC waarin regisseur Alex Cox iedere zaterdag na de klok van middernacht twee cultklassiekers van een onnavolgbare inleiding voorzag. De wow!-ervaring die we die nacht door ons van kop tot teen geëlektriseerde lijf voelden trekken, valt alleen te vergelijken met de formidabele instantverrukking die we ook voelden toen we voor het eerst ‘Pulp Fiction’, ‘Blade Runner’ en ‘Blue Velvet’ zagen. Vanaf de allereerste scène, een virtuoos gefilmd nachtelijk gesprek tussen een man en een vrouw in een auto (een gesprek dat een even ingenieus als bloederig moordcomplot in beweging zet), was het zonneklaar dat die twee jonge Amerikaanse cineasten sprankelden van stijl, vernuft en talent. Die onheilszwangere atmosfeer! Die opwindende camerabewegingen! Die geniale details – zoals de kras die de teennagel van de prille Frances McDormand in de houten vloer maakt wanneer ze door Dan Hedaya door het huis wordt gesleurd! En dan dat ongelooflijk gedurfde, zonderlinge slotbeeld! Zeg nu zelf eens: hoeveel cineasten zouden de ballen hebben om hun film te laten eindigen met een enorme close-up van de druipende onderkant van een wastafel (heerlijk detail: net wanneer die ene druppel zich van de pijpleiding losmaakt, mag het schitterende ‘It’s the Same Old Song’ van de Four Tops losbarsten)?

Alleen de Coens. Onconventionele slotbeelden, mysterieuze gebeurtenissen, surrealistische scènes, bizarre voorvallen die u achterlaten met een ‘Huh?’-gevoel: het zou één van hun handelsmerken worden. De ‘Wat zit er in de doos?’-slotscène uit ‘Barton Fink’; de plotse fade to black in ‘No Country for Old Men’; de proloog van ‘A Serious Man’, waarin een joods koppel anno 1900 het bezoek krijgt van een rabbijn die weleens een dybbuk of een geest zou kunnen zijn: wie zich overgeeft aan de Coens, betreedt een haast surreëel universum. De onderkant van de wastafel heet u welkom.


Jesus!

De hoofdpersonages uit onder meer ‘The Big Lebowski’ (The Dude!) en ‘No Country for Old Men’ (Anton Chigurh!) staan kilometersdiep in het collectieve geheugen gegrift, maar de Coens zijn ook cracks in het bedenken van memorabele nevenfiguren. Wij denken in ieder geval met een kamerbrede grijns op onze smoel terug aan booswicht Gaear Grimsrud (Peter Stormare) uit ‘Fargo’, aan meubelmagnaat Nathan Arizona (Trey Wilson) uit ‘Raising Arizona’, aan de verbijsterde CIA-baas (J.K. Simmons) uit ‘Burn After Reading’, en aan de bowlingmakkers van The Dude: Walter Sobchak (John Goodman), Jesus Quintana (John Turturro) en Donny Kerabatsos (Steve Buscemi). ‘Shut the fuck up, Donny!’


Het joelen van de banjo

Dat de films van de Coens niet in één hokje vallen te stouwen, bleek onmiddellijk uit hun tweede worp, ‘Raising Arizona’ (1987), een komedie over een kinderloos koppeltje (Nicolas Cage en Holly Hunter) dat wel héél ver gaat (tot in Arizona, met name) om aan een baby te raken. Zonder verpinken ruilden de broers de bloedstollende suspense, de sombere film noir-atmosfeer en de hypnotiserende dromerigheid uit ‘Blood Simple’ in voor groteske karaktertekeningen, overdreven maniëristische dialogen en een algemene atmosfeer van uitzinnige gekte, zoals wanneer Cage met een kous over zijn hoofd door de nacht stuift terwijl op de soundtrack een jodelaar en een banjo tekeergaan. Grof gesteld lijkt het oeuvre van de Coens te bestaan uit een tweebaansweg: soms domineren de weemoed en de droefgeestigheid, zoals in ‘No Country for Old Men’, ‘A Serious Man’ en ‘Inside Llewyn Davis’, elders geven ze hun liefde voor ‘Three Stooges’-achtige slapstick de vrije baan. Dan wikkelen ze het hoofd van Nicolas Cage in een kous, of steken ze een hilarische tandprothese in het spraakorgaan van Tom Hanks (‘The Ladykillers’) of vangen ze het kapsel van George Clooney in een haarnetje (‘O Brother Where Art Thou?’).

'Ethans grootste nachtmerrie is dat hij me op een dag terugvindt in de regiestoel van 'The Incredible Hulk', waarop ik tegen hem zeg: 'Ik moet toch ook de huur betalen?'' Joel Coen


Grasmaaiers en gouden kettingen

De geboortegrond van de Coens ligt in Minnesota, de North Star State. Joel (°1954) en Ethan (°1957) waren al op prille leeftijd gebeten door het filmvirus. Met de centjes die ze verdienden door het gras van de buren te gaan maaien, schaften ze zich een Super 8-camera aan waarmee ze hun eerste filmpjes in elkaar knutselden: ‘Op zaterdagmiddag keken we naar avonturenfilms als ‘Hercules Unchained’,’ aldus Ethan, ‘en vervolgens probeerden we in de tuin een remake te draaien.’ Na de middelbare school gingen hun wegen heel even uit elkaar: Joel ging film studeren aan de universiteit van New York en werkte als assistent-monteur mee aan Sam Raimi’s legendarische horrorfilm ‘The Evil Dead’; Ethan studeerde filosofie in Princeton en werkte een poosje als bediende bij de warenhuisketen Macy’s. In het begin van de jaren 80 vonden ze elkaar terug en begonnen ze samen scenario’s te schrijven. Maar hoe kan het eigenlijk, zo wil u misschien weten, dat twee jongens die opgroeiden in de eindeloze vlakten van het barre Minnesota zich tot zulke veelzijdige filmgenieën konden ontwikkelen? ‘Misschien als reactie op het doorsneeleven dat we ginder leidden,’ aldus Joel. ‘Minnesota is het Amerikaanse equivalent van Siberië: er valt niks te beleven. De vrieskou dreef ons letterlijk de bioscoopzaal in.’ Overigens kunnen de broers het zich niet inbeelden dat ze ooit apart een film zouden maken. ‘Ethans grootste nachtmerrie,’ aldus Joel, ‘is dat hij me op een dag met gouden kettingen rond mijn hals terugvindt in de regiestoel van ‘The Incredible Hulk’, waarop ik tegen hem zeg: ‘Ik moet toch ook de huur betalen?’’

'Na de middelbare school gingen de wegen van Joel en Ethan heel even uit elkaar, tot ze in het begin van de jaren 80 samen scenario's begonnen te schrijven.'


Twee bizarre kerels

‘Casting is everything,’ zo orakelde Warren Beatty ooit: een leuze die ook de Coens hoog in het vaandel dragen. De broers leggen gigantisch veel druk op zichzelf om precies de juiste acteurs voor precies de juiste rollen te vinden, en wanneer ze niemand vinden die hen bevalt, schrikken ze er niet voor terug om de opnamen gewoonweg af te blazen. En ze zijn streng: ‘Nadat ik ‘Blood Simple’ had gezien, wilde ik absoluut met hen samenwerken,’ aldus Nicolas Cage. ‘Zelf dacht ik dat ik geknipt was voor de rol van H.I. in ‘Raising Arizona’, maar ze lieten me tien keer auditie doen. Nooit meegemaakt.’ Eén keer leidde het onverbiddellijke castingproces van de Coens tot een wel héél mooi resultaat: in 1984 kreeg de 26-jarige opkomende actrice Frances McDormand van haar toenmalige flatgenote Holly Hunter te horen dat ze auditie mocht gaan doen bij ‘twee bizarre kerels’. Met succes: Joel schonk McDormand niet alleen de rol van Abby Marty in ‘Blood Simple’, maar ook een verlovingsring. Niet dat McDormand sinds haar huwelijk met de oudste Coen op cadeautjes moet rekenen: toen ze het script van ‘Miller’s Crossing’ onder ogen kreeg, liet ze haar echtgenoot onmiddellijk weten dat de rol van Verna Bernbaum ‘geweldig’ was. ‘Ik weet het,’ was het droge antwoord, ‘we zijn druk op zoek naar de juiste actrice.’ Waarna de rol naar Marcia Gay Harden ging.


Muziek, maestro!

Voor de Coens zijn soundtracks veel méér dan zomaar een streepje muziek op de geluidsband: ze vormen een wezenlijk bestanddeel van de kijkervaring. Zo zou ‘Blood Simple’ nooit zo sfeervol zijn geweest zonder de dromerige pianoklanken van hun huiscomponist Carter Burwell. De magnifieke, door T Bone Burnett samengestelde folksoundtrack van ‘Inside Llewyn Davis’ trekt u – evengoed als de beeldschone fotografie – mee in de van sigarettenwalmen doortrokken folkscene van Greenwich Village. Maar de Coens weten ook wanneer het stil moet zijn: in ‘No Country for Old Men’ zit praktisch geen noot muziek, en laten ze de ruwe Texaanse landschappen en de verweerde smoelen van Tommy Lee Jones en Josh Brolin voor zich spreken. En zo heel af en toe zijn hun soundtracks zelfs beter dan hun films: zo maakten de Amerikaanse traditionals, spirituals en hymnes uit ‘O Brother Where Are Thou?’ een diepere indruk dan de fratsen van George Clooney.


White Russian

Het favoriete drankje van The Dude: een mix van 50 ml wodka, 20 ml koffielikeur en 30 ml verse room. Mixen met een swizzle stick en bij voorkeur serveren in een laag glas met enkele ijsblokjes. Na consumptie is het toegelaten om op het deurmatje van uw buurman te pissen.

'De Coens weten precies wat ze willen, en ze zijn erg goed in het verkrijgen ervan'


Rabbijnen en tornado’s

De Coens zijn er, op het ziekelijke af, dol op om hun films vol te proppen met referenties en knipoogjes naar de film-geschiedenis: zo brengen ze in ‘Hail, Caesar!’ hommage aan de musicals van Hollywood-legende Busby Berkeley en aan de bijbelepossen uit de jaren 50 en 60. Slechts in één film laten ze (toch voor hun doen) vrij nadrukkelijk in de eigen ziel kijken: in ‘A Serious Man’ met name, een meesterlijke prent die we hoogst uitzonderlijk als autobiografisch getint kunnen omschrijven. ‘‘A Serious Man’ komt rechtstreeks uit onze eigen ervaring,’ aldus Joel, ‘het is een film uit de eerste hand.’ De in Minneapolis gelegen voorstad waar de beklagenswaardige hoofdfiguur Larry Gopnik (Michael Stuhlbarg) het zo hard te verduren krijgt, lijkt exact op de plek waar de broers zijn opgegroeid. ‘We woonden er in een gesloten joodse gemeenschap,’ aldus Joel. ‘Het voelde aan alsof we in een aparte samenleving in het buitenland woonden.’ Hun vader gaf net als Larry les aan de universiteit, en net zoals Larry’s zoontje gingen ze naar de Hebreeuwse school en dienden ze hun bar mitswa te vieren. ‘We zijn nu eenmaal joden,’ aldus Joel, ‘en ik zie dat in de toekomst niet meer veranderen.’ Het is ook geen toeval dat in ‘A Serious Man’ op een bepaald moment een tornado rondraast: de Coens hebben er in hun kindertijd veel zien rondtollen op de weidse vlaktes van Minnesota. ‘We hebben ‘A Serious Man’ opgenomen op de grond waar we zijn opgegroeid, en we waren voortdurend bezig met het oproepen van de sfeer van onze eigen kindertijd,’ aldus Ethan. ‘Het is zeker onze meest persoonlijke film – daar is geen ontkennen aan.’


Hou je aan het script, jongens!

De ‘Here’s Johnny!’-kreet van Jack Nicholson in ‘The Shining’? Het ‘I’m walking here!’-moment van Dustin Hoffman in ‘Midnight Cowboy’? De ‘You talkin’ to me?’-monoloog van Robert De Niro in ‘Taxi Driver’? Het ‘You’re gonna need a bigger boat’-lijntje van Roy Scheider in ‘Jaws’? Allemaal legendarische scènes die niet in het script stonden, maar op het moment zelf door de acteurs werden geïmproviseerd. Op de set van een Coen-film moet u evenwel niet afkomen met uw eigen ideeën: de broertjes, die onmetelijk veel tijd en energie steken in het fijnslijpen van hun dialogen, eisen dat hun acteurs zich tot de laatste letter aan het scenario houden. Zelfs elke ‘Dude!’ (het zijn er 147) en iedere ‘Man!’ (precies 161) uit ‘The Big Lebowski’ stonden onwrikbaar in het script geëtst.


De citaten

‘Ik wil nooit meer met die twee werken. Het zijn echt afschuwelijke mensen. Ik had al horen waaien dat de broers Coen eigenlijk twee amateurs zijn, en nu is het bewijs geleverd: ‘No Country for Old Men’ is een vreselijke film, een fiasco, een absolute mislukking.’

Josh Brolin (Llewelyn Moss in ‘No Country for Old Men’, Tom Chaney in ‘True Grit’, Eddie Mannix in ‘Hail, Caesar!’)

‘Ik vertrouw de broers blindelings, en ik vertrouw het materiaal dat ze me aanreiken blindelings. En ik heb vertrouwen in hun oordeel – dat is misschien nog het belangrijkste. Wanneer een regisseur je bijstuurt, en wanneer je er rustig van kunt uitgaan dat die bijsturing ook echt nut heeft, maakt dat het werk een stuk comfortabeler. Plus: die jongens brengen me aan het lachen. Voor zulke cineasten span je je vanzelf tot het uiterste in; ik werk in ieder geval keihard om hen tevreden te stellen. (Denkt na) Nee, dat laatste is niet helemaal waar – ik sloof me helemaal niet uit op hun sets. Het gaat er net heel ontspannen aan toe. De Coens weten precies wat ze willen, en ze zijn erg goed in het verkrijgen ervan.’

John Goodman (Gale Snoats in ‘Raising Arizona’, Charlie Meadows in ‘Barton Fink’, Walter Sobchak in ‘The Big Lebowski’, Big Dan Teague in ‘O Brother, Where Art Thou?’, Roland Turner in ‘Inside Llewyn Davis’)

‘Het is niet alleen zo dat ze mekaars zinnen afmaken, ze zéggen vaak gewoon krek hetzelfde.’

Tom Hanks (Professor

G.H. Dorr in ‘The Ladykillers’)

‘Ik hoorde dat de broers het boek ‘No Country for Old Men’ van Cormac McCarthy gingen verfilmen, en dacht: ‘Ik doe auditie.’ Ik stond op dat moment op de set van ‘Grindhouse’, en Quentin Tarantino was zo aardig om tijdens de lunch een auditietape op te nemen waarop ik een scène uit het boek naspeel. De Coens bekeken de tape, en mompelden: ‘Welke amateur heeft die tape ingeblikt?’

'Ik heb enorm veel bewondering voor de testikels van de gebroeders Coen'

Josh Brolin

‘‘A Serious Man’ hun meest autobiografische film? Nou, als dat zo zou zijn, zullen ze het zeker niet aan onze neuzen hangen. Maar is het niet mooi zo? Dat de broers zelf niets zeggen, maar hun films voor zich laten spreken?’

John Goodman

‘Het is niet gemakkelijk om serieus te blijven op een Coen-set. Ze staan zich constant te bescheuren, zelfs met de verschrikkelijkste scènes. Toen ik de scène moest spelen waarin ik mijn slachtpistool op het voorhoofd van die chauffeur zet, hoorde ik achter mij voortdurend gegiechel: ‘Hihihihihihihihihihi!’ Volgens mij zijn ze een beetje gek (lacht).’

Javier Bardem (Anton Chigurh in ‘No Country for Old Men’)

‘Na de opnamen heb ik een dag met hen doorgebracht in de montagecel: ik wou de broers Coen absoluut eens met eigen ogen zien monteren. En het was de moeite: ze zitten allebei aan een L-vormige tafel, met de ruggen naar mekaar, elk achter een computer. Ethan bladert door een heel groot logboek en houdt zich bezig met het selecteren van de beste take, en wanneer hij zijn keuze heeft gemaakt slaat hij, zonder van zijn scherm op te kijken, met zijn vlakke hand op een grote bel: ‘Dong!’ Vervolgens sleept hij de gekozen take met een muissklik naar de computer van Joel, die de scène nog een beetje bijvijlt. Ik heb vier of vijf uur bij hen gezeten, en al die tijd hebben ze geen woord met elkaar gewisseld; je hoorde alleen om de drie minuten die ‘Dong!’ (lacht)’

Josh Brolin

‘Toen ik eraan begon, was ik natuurlijk enorm benieuwd naar hun werkwijze: wie weet, dacht ik, rollen ze wel de hele tijd vechtend over de vloer (lacht). Maar nee: ze spreken mekaar nooit, maar dan ook nóóit tegen. Ze vullen mekaar aan op een manier die bijna grappig is om te zien; het is echt alsof je tegen één persoon spreekt. Ze doen ook alles samen; het is dus niet zo dat de ene zich bezighoudt met de acteurs, en de andere met de cameraopstelling. Ze werken ook altijd met dezelfde technische ploeg; je voelt je echt alsof je wordt opgenomen in een hechte vriendenclub. Een heerlijke ervaring!’

Javier Bardem

‘De Coens hebben prachtige ballen. Ik heb enorm veel bewondering voor de testikels van de gebroeders Coen.’

Jeff Bridges (The Dude in ‘The Big Lebowski’, Rooster Cogburn in ‘True Grit’)


Prince

Volgens een hardnekkig gerucht wordt de in een knalrode winterjas gehulde man die in ‘Fargo’ halsoverkop wegrent van die over de kop gegane Ford Tempo gespeeld door niemand minder dan Prince. Het bewijs volgens de believers: op de eindgeneriek ziet u naast de ‘victim in the field’-credit het TAFKAP-symbool prijken. In een interview met Serge Simonart noemde Prince zelf de vermelding van zijn naam dan weer ‘een grapje van de broers’.

Prince «Ik ken hen. Ze belden me op met het voorstel, maar ik zei: ‘Denk je nu echt dat ik véértig takes met m’n smoel languit voorover in de sneeuw ga vallen, tot jullie tevreden zijn over het shot? (lacht) Het was gewoon een grapje om onze band met Minneapolis en Minnesota te benadrukken. En ik ben wel degelijk een grote fan van hun werk.»


Fade to black

Sommige films, zoals ‘Intolerable Cruelty’ en ‘Burn After Reading’, krijgen van de broers een min of meer afgerond einde mee, maar af en toe scheppen ze er ook lol in om u met een hoop vraagtekens naar huis te sturen. Neem nu ‘No Country for Old Men’: veel toeschouwers konden het niet goed verdragen dat (spoiler alert!) de Coens het verhaal niet lieten culmineren in een shoot-out, maar in een weemoedige monoloog, gevolgd door een plotse fade to black. Anticlimax! Eigenlijk toonden die negatieve reacties vooral aan hoezeer het grote publiek gebrainwasht is door de conventionele Hollywoodcinema – we wíllen onze shoot-out, we wíllen ons mooi afgerond einde. Maar natuurlijk opteerden de Coens in ‘No Country for Old Men’ voor het enige juiste einde: die slotmonoloog van sheriff Bell strookt misschien niet helemaal met onze gehersenspoelde verwachtingen, maar staat wél perfect in tune met de melancholische onderstroom die zich door het hele verhaal slingert. ‘Soms voel je gewoon dat je naar een keurig einde moet toewerken,’ aldus Joel. ‘En de andere keer voel je dat je moet werken met een open einde. Meer kunnen we er eigenlijk niet over zeggen, alleen dat we altijd onze gut feeling volgen.’


Writer’s block

Ook genieën zitten weleens in een dip. Toen de Coens in 1990 met een zware writer’s block kampten, begonnen ze uit arren moede maar aan een scenario over... een schrijver die met writer’s block kampt. Het resultaat, ‘Barton Fink’, leverde hen in 1991 op het filmfestival van Cannes de Gouden Palm op.


De tanden van de goy

Waarom eindigt ‘Blood Simple’ met het beeld van een wastafel? Wat zit er in die doos van Barton Fink? Waarom duikt die dybbuk op in ‘A Serious Man’? Vraag het aan de Coens, en ze klappen onmiddellijk dicht: ‘We weten het zelf niet.’ Maar wie goed oplet, vindt een mogelijke sleutel tot het oeuvre van de Coens terug in ‘A Serious Man’; namelijk in de scène waarin de wanhopige, door ramp en tegenspoed geteisterde Larry Gopnik van zijn rabbijn de schitterende parabel van ‘The Goy’s Teeth’ krijgt te horen – het verhaal van een joodse tandarts die in het tandglazuur van één van zijn patiënten het geheimzinnige zinnetje ‘Help me, red me!’ gekerfd ziet staan. Waarop Larry aan zijn rabbijn die ene vraag stelt die we zo graag eens aan de Coens zouden willen stellen: ‘En wat betékent het?’ Het laconieke antwoord van de rabbijn: ‘Is het relevant?’ En hop, daar heb je ’t. Meer dan op klinkklare antwoorden, mikken de Coens op een zekere gevoelsontlading: de weemoed die over je heen golft wanneer Tommy Lee Jones op het einde van ‘No Country for Old Men’ zijn monoloog afsluit; de ontroering die door je ribbenkast trekt wanneer Barton Fink op het einde van ‘Barton Fink’ op dat eenzame strand dat meisje herkent; het adrenalineshot dat je krijgt toegediend wanneer die druppel zich van die pijpleiding losmaakt en de Four Tops losbarsten. U wilt desondanks nog steeds weten wat er in die doos van Barton Fink zit? Om nogmaals de rabbijn uit ‘A Serious Man’ te citeren: ‘Who cares?’


Heil, de Coens!

Vanaf woensdag 17 februari is het dus aan ‘Hail, Caesar!’, starring George Clooney, Josh Brolin, Scarlett Johansson, Channing Tatum én Jonah Hill! Wij hebben ’m al gezien, en we kunnen u vertellen dat we tranen met tuiten hebben gelachen.

Bericht aan Joel en Ethan: bedankt, jongens, jullie zijn twee van de hoofdredenen waarom we zo verdomd veel van dat grote witte doek houden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234