'Ik had een hele week moeten werken, maar ik zit hier al vier dagen zonder iets te verdienen. Ze geven geen moer om mij’

REPORTAGEe-commerce

De goedkope werkkrachten achter uw online pakjes: 'Mijn lichaam kan het niet meer aan, het lukt niet meer'

Het is zover: met Amazon.nl heeft webshopgigant Amazon na jarenlang wachten sinds vandaag ook een Nederlandstalig platform. De website moet in Vlaanderen en Nederland de concurrentie aangaan met onder meer Bol.com en CoolBlue, en heeft de naam net iets goedkoper te zijn. Maar wanneer we onze digitale winkelmandjes vullen, staan we niet stil bij de duizenden buitenlandse uitzendkrachten die hier soms in erbarmelijke omstandigheden wonen en werken, zodat onze aankopen de volgende dag aan huis kunnen worden geleverd. De ware kost van online shoppen: ‘Man, dit is shit. Ik doe dit niet meer!’

Liever luisteren naar dit verhaal? Hieronder de door Blendle ingesproken versie:

Adrian, een stevig gebouwde Poolse twintiger, rookt een sigaret in vakantiepark Baalse Hei in Turnhout. Hij zit in een plastic stoel te genieten van de zon, zijn shift zit erop. In het lommerrijke groen van het park brengen gewoonlijk Nederlanders en Belgen hun vakantie door, maar achteraan staan tientallen donkergrijze wooncontainers waar het hele jaar door buitenlandse uitzendkrachten als Adrian vertoeven. Ze komen naar hier om te werken in de talloze distributiecentra die de voorbije jaren net over de grens met België werden gebouwd.

ADRIAN «Ik werkte in Wroclaw als loodgieter, in het bedrijf van mijn vader, maar ik kon hier meer verdienen. Ik zag een advertentie op Facebook van een Pools uitzendbureau: ‘Gezocht: mensen om in Nederland te gaan werken.’ Ze zijn niet kieskeurig: iedereen die fit en gezond is, kan beginnen. Ik kreeg in enkele minuten te horen wat voor werk ik moest doen en enkele dagen later ben ik met een tiental anderen in een busje naar hier gebracht. 75 euro kostte die rit. Ik voelde me niet op mijn gemak: ik kende niemand.»

Het is niet geworden wat hij ervan verwacht had, zegt hij met een zucht. Hij leidt ons zijn wooncontainer binnen en wijst naar het stapelbed.

ADRIAN «Kijk, deze kamer is niet groter dan een kleerkast, maar er staan wel twee bedden in. Crazy, no?

»Mijn vrouw en mijn twee kinderen zijn in Polen gebleven, via Skype houden we contact. Maar ik vertel hun zo weinig mogelijk over mijn situatie hier.»

De wooncontainer heeft een kleine kookhoek, een piepkleine douche en een flatscreen die is vastgemaakt aan de toegangsdeur. Het is amper voor te stellen dat mensen hier continu samen eten, wonen en slapen. En dan nog met uurroosters die niet op elkaar zijn afgestemd. Adrian woont hier voorlopig slechts met twee anderen: een luxe die veel arbeidsmigranten niet kennen, dat weet hij heel goed. Tegen het einde van het jaar, wanneer hier honderden extra uitzendkrachten terechtkomen, zitten er vijf of zes mensen samengepakt in deze ruimte.

ADRIAN «Er is geen privacy. En dan zijn wij nog bij de gelukkigen. We zitten hier in Turnhout in nieuwe, verzorgde wooncontainers. In de Droomgaard, een vakantiepark tegenover de Efteling, in Kaatsheuvel, zitten Spaanse arbeidsmigranten in afgedankte stacaravans die niemand anders wil. De Spaanse televisie is daar geweest om hun leefomstandigheden te filmen.»

De reportage van de Spaanse zender Cuatro is online terug te vinden: één van de Spanjaarden die aan het woord komt, vergelijkt het logement met Auschwitz. Niet de subtielste vergelijking, maar ze illustreert hoe zwaar de woonomstandigheden hun op de maag liggen. Carlos, een 19-jarige Spanjaard die ook in de reportage aan het woord komt: ‘Ik had nooit durven denken dat ik in zo’n situatie zou terechtkomen. Ik wil hier niet blijven.’ Er zijn beschimmelde douches en toiletten te zien, en kamers die net zo klein zijn als die van Adrian. Pierre, een veertiger uit Portugal: ‘Arbeidsmigranten worden opgelicht, anders kun je het niet omschrijven.’

ADRIAN  «We betalen allemaal een standaardprijs van 400 euro per maand voor ons verblijf, of het nu voor een klein hokje met een stapelbed is, zoals hier, of een eenpersoonsmatras in een stacaravan. Dat bedrag wordt afgehouden van ons loon.»

Niet zelden zijn de buitenlandse werkkrachten in hun thuisland in de werkloosheid of anderszins in de problemen verzeild geraakt. We tekenen veel droevige verhalen op, zoals dat van Juan, die in een distributiecentrum voor online boodschappen werkt – de naam van zijn opdrachtgever wil hij niet zeggen.

JUAN «Ik had een goedbetaalde job als manager, maar de arbeidsmarkt in Spanje was heel onstabiel. Op een bepaald moment verloor ik mijn rijbewijs en ging het snel bergaf. Ik scheidde van mijn vrouw. Ik had niets meer. Ik ben niet blij met mijn situatie hier. Het minimumloon in Spanje is maar de helft van hier, maar daar heb je tenminste nog een thuis. Kijk naar deze wooncontainer: ik moet die met vier anderen delen, mensen die ik niet ken. Dat kan toch niet? In Spanje is zoiets ondenkbaar (schudt het hoofd). Ik hoop dat ik hier mijn leven op de rails kan krijgen en een betere job vind. Ik wil hier niet lang blijven.»

Behalve de stacaravans en wooncontainers in vakantieparken her en der, zijn er op verschillende plaatsen in Nederland zogeheten ‘Polenhotels’, een niet altijd vriendelijk bedoelde omschrijving voor de verblijfplaatsen die uitzendbureaus als Pollux, Atik en OTTO Work Force voorzien voor de arbeidsmigranten die ze naar hier halen. Sommige van die hotels zijn goed uitgerust en onderhouden, andere veel minder. Ze bevinden zich ook vaak in the middle of nowhere, zoals in Nispen, even over de Belgische grens. En die uitzichtloosheid blijft niet altijd zonder gevolgen, zucht Stefan, een Pool van begin de dertig.

STEFAN «Er is hier niets, alleen maar akkers en weiden zo ver je kunt zien. Er zitten hier crazy people. Ze gebruiken drugs en alcohol, er zijn geregeld vechtpartijen. (Wijst naar een man met een omzwachtelde knie) Zoveel mensen bij elkaar en niets te doen, dat moet vroeg of laat fout lopen.»

In de pers verschijnen af en toe berichten over arbeidsmigranten die overlast veroorzaken door drank- en drugsmisbruik en criminaliteit. Het gevolg is dat ze steeds vaker ver van de bewoonde wereld gehuisvest worden. Zoals in Nispen, Turnhout of Kaatsheuvel. Het aantal distributiecentra voor supermarkten en webwinkels neemt toe, en dus is het improviseren geblazen. Zeker tijdens de laatste maanden van het jaar, wanneer het aantal buitenlandse uitzendkrachten piekt. Volgens het Expertisecentrum Flexwonen komt Nederland meer dan 120.000 woningen voor arbeidsmigranten tekort. Het is niet makkelijk om die plaatsen in te vullen: uitzendbureaus die hotels willen bouwen om hen in onder te brengen, botsen vaak op felle weerstand van omwonenden. Buitenlandse interimmers zijn welkom, maar niemand wil ze in zijn achtertuin.

Dominique Nedee (zaakvoerder vakantiepark Baalse Hei) «Bij ons verblijven de uitzendkrachten minder dan drie maanden. Er is een aparte toegang voor hen en we respecteren de comfortnormen van de Nederlandse uitzendsector.»

Die normen bepalen onder meer een minimum van 10 vierkante meter leefruimte per persoon en 3,5 vierkante meter slaapruimte. Maar die cijfers worden op andere plaatsen niet gehaald, zeker niet in piekperiodes, wanneer het moeilijk is om goeie huisvesting te vinden.


20 kilometer per dag

Niet alleen de huisvesting, ook het werk valt soms tegen. Net als de meeste arbeidsmigranten werkt Adrian in een distributiecentrum als orderpicker. Hij verzamelt alle artikelen van een online bestelling en maakt ze verzendklaar. Hij loopt tot 20 kilometer op een dag.

ADRIAN «Het is monotoon werk, steeds heen en weer lopen om producten op te halen, te heffen en verzendklaar te maken. Op den duur voel je je een robot.»

Ook de distributiecentra zelf zijn weinig opbeurend: het zijn betonnen blokken met eindeloze gangen, waar het enige licht afkomstig is van tl-lampen die aanflitsen wanneer iemand passeert.

Uitzendkrachten worden in hun thuisland geronseld met de belofte dat ze goed geld kunnen verdienen: 2.000 euro per maand. Riant, zeker naar hun normen. Via advertenties op het internet bereiken de uitzendkantoren makkelijk mensen die bereid zijn om naar Nederland te komen. Marius was een werkloze Roemeense twintiger, tot hij via uitzendbureau Ingram Micro in een distributiecentrum van Bol.com in Waalwijk kon gaan werken.

MARIUS «Ik ben samen met mijn zus en haar vriend ingegaan op een online advertentie. We kregen een korte uitleg en konden meteen beginnen. Ik kreeg per mail een contract van maar liefst 47 pagina’s doorgestuurd, weliswaar in drie verschillende talen. Ik heb het even proberen te lezen, maar ik heb het opgegeven. Fuck it, dacht ik, ik wil gewoon geld verdienen. Ik heb het zonder verder te lezen ondertekend en teruggestuurd.

»De meesten van mijn collega’s zijn van plan hier te blijven, maar ik niet. Ik wil zoveel mogelijk geld verdienen en dan terugkeren. Ook al kom ik voorlopig aan hooguit 1.200 euro netto, terwijl me 2.000 euro beloofd was. Een deel van dat loon stuur ik naar mijn ouders, in Roemenië is het leven heel moeilijk. Maar ik wil meer verdienen. Mijn zus verdient nog minder: 900 per maand, en daarvan moet ze 400 euro afgeven voor huisvesting. Ik heb mijn beklag gedaan bij het uitzendkantoor. Ze hebben me gezegd dat ik me geen zorgen hoef te maken en dat ik de komende weken meer zal verdienen. Ik hoop het, want dit is veel te weinig.»

ADRIAN «Veel mensen klagen over hun loon. Ze komen om goed te verdienen en te sparen, maar in de realiteit valt het voor veel mensen hard tegen.»

'Een beeld uit de reportage van Cuatro: een Spaanse uitzendkracht toont zijn stacaravan. 'Het lijkt hier wel Auschwitz.‘’

Dat het loon vaak lager uitvalt dan verwacht, ligt mede aan de zogeheten nulurencontracten: de werkkrachten hebben geen vaste uren en kunnen op elk moment opgeroepen worden, afhankelijk van hoeveel bestellingen er binnenrollen. Maar om standby te staan, worden ze niet betaald. Hoeveel ze werken en verdienen, hangt dus af van het aantal shoppende consumenten, die het normaal vinden dat hun bestelling de volgende dag al bij hen is. De impact daarvan op het leven van de uitzendkrachten is groot, getuigt Nico, een 28-jarige Pool.

NICO «Je hebt geen privéleven. Je weet niet of en hoeveel je de volgende week zult moeten werken. Je krijgt het pas vrijdag te horen. En dan nog kan het op zondag helemaal veranderen.»

Thomasz, ook een Poolse twintiger, treedt hem bij.

THOMASZ «Ik vind het werk op zich niet erg, maar de onvoorspelbaarheid van waar en wanneer ik moet werken, is echt een probleem. Ze houden je tot het laatste moment aan het lijntje. Zo kun je je leven niet organiseren.»

Anderen krijgen de belofte dat ze veertig uur per week zullen mogen werken. Alleen dan loont het echt de moeite om naar Nederland te komen, met een maandloon van om en bij de 2.000 euro. Maar velen halen dat niet.

'We betalen 400 euro per maand voor een hokje met een stapelbed. Dat bedrag wordt afgehouden van ons loon.’

JUAN «Ik zou normaal gezien een hele week moeten werken, maar ik heb vier dagen hier gezeten, zonder iets te verdienen. Ik moest normaal gezien vandaag gaan werken, maar ik kreeg gisterenavond via een app het bericht dat ik toch niet moest komen. Volgens mij geven ze voorrang aan de nieuwkomers die hier tijdens de eindejaarsperiode komen werken. Ze geven geen moer om je.»


Doktersdiploma

Lang niet alle arbeidsmigranten zijn laaggeschoold of werkloos. We spreken ook met hoogopgeleiden, vaak uit zuiderse landen waar de werkloosheid hoog is. Eén van hen is Nicola, een Italiaanse twintiger met een ingenieursdiploma.

NICOLA «De situatie is moeilijk in Italië, zelfs als je een diploma hebt. Er zijn veel mensen die een shitty job moeten aannemen die slecht betaalt. Ik werkte in een restaurant. Dan kom ik liever naar hier. Ideaal is het niet, maar het loon is oké. Ik werk als orderpicker voor Albert Heijn Online. Ik weet nog niet hoe lang ik dit blijf doen. (Haalt schouders op) Ik ben nog jong, ik zie wel waar ik terechtkom. Mijn vriendin is in Italië gebleven, maar ze steunt me. Misschien komt ze ook nog en bouwen we hier een leven op. De vooruitzichten zijn hier beter dan in Italië.»

Ook Malwina Korzeniowska – een Poolse met wie we in contact komen via uitzendkantoor OTTO Work Force – is hoogopgeleid: ze heeft een doktersdiploma en liet vier jaar geleden haar familie en een goedbetaalde job bij een farmaceutisch bedrijf achter om samen met haar vriend naar Nederland te komen.

MALWINA «Ik werk in een distributiecentrum van Albert Heijn. Ik leid nieuwkomers op: ik toon wat ze moeten doen, waarop ze moeten letten, hoe ze orders moeten verwerken en controleren. Het is geen droomjob, maar ik hoop dat ik hier dokter kan worden zodra mijn Nederlands goed genoeg is. Tot het zover is, ben ik hier tevreden mee. Ik ontmoet veel mensen, voornamelijk uit Polen, Slovakije en Spanje.»

ADRIAN «Soms komen ze nog van veel verder. Ik heb samengewerkt met mensen uit Zuid-Amerika: Venezolanen, Argentijnen, Colombianen, Ecuadorianen. Zij zijn naar hier gekomen via Portugal en Spanje, waar er veel werkloosheid is. Hier kunnen ze meer verdienen.»

In het laatste distributiecentrum waar Adrian werkte, had hij het niet gemakkelijk, vertelt hij: het tempo lag hoog en je werd in het oog gehouden.

ADRIAN «Het target ligt er op 225 picks per uur. Dat kun je alleen halen als je jong en atletisch bent, zoals ik. Maar velen halen dat quotum niet en worden de dag zelf nog naar huis gestuurd. Dat heb ik al vaak zien gebeuren. Heel pijnlijk: je legt duizenden kilometers af om hier te komen werken, en dan word je meteen ontslagen. En je vindt niet zomaar een andere job.»

Een Nederlander die anoniem wenst te blijven, heeft meer dan vijf jaar als arbeider in distributiecentra gewerkt.

‘Het is een zware job. Het tempo ligt hoog en vroeg of laat krijgt iedereen lichamelijke klachten. Ook ik. Normaal moet je een job je leven lang kunnen uitvoeren, maar je kunt dit niet meer dan tien jaar uithouden. Dat is echt het maximum. Je pleegt roofbouw op je lichaam.’

Ook Pablo, een 44-jarige Spanjaard, heeft het moeilijk.

PABLO «Mijn lichaam kan het niet meer aan, het lukt me niet meer om elke dag zo lang te werken.»

Toch zijn er ook heel veel tevreden geluiden te horen, van arbeiders die het niet lastig vinden en die blij zijn met hun job. Ook van targets is niet overal sprake.

ADRIAN «Het hangt ervan af bij welk bedrijf je terechtkomt. Bij mijn vorige opdrachtgever was ik tevreden.»


Beter dan niets

In het vakantiepark Baalse Hei ontmoeten we twee vertegenwoordigers van FNV, de grootste vakbond van Nederland. Ze strijden voor betere arbeidsomstandigheden voor de buitenlanders, maar makkelijk is dat niet: vakbonden staan in Nederland veel minder sterk dan bij ons. Toch was er bij zowel Jumbo als online supermarkt Picnic de voorbije maanden protest tegen de lage lonen. Maar buitenlandse uitzendkrachten meekrijgen in dat protest, is niet simpel. Velen zijn terughoudend, bang om hun job te verliezen. Dat stelt ook onze fotograaf vast: niemand wil gefotografeerd worden. Op één uitzondering na zijn alle namen van buitenlandse uitzendkrachten in dit artikel schuilnamen.

VAKBONDSMAN «Ze zitten in een precaire situatie: ze zijn van hun opdrachtgever afhankelijk voor hun inkomen én hun woonst. Als ze ontslagen worden, zijn ze beide kwijt. Door die afhankelijkheid zijn ze niet geneigd om te klagen als er iets fout loopt. Ze tekenen een contract dat in het Engels of het Pools is opgesteld, maar hun loonbrief is in het Nederlands. Ze weten niet of wat ze krijgen een correcte vergoeding is voor het werk dat ze leveren. Sommigen vertrekken weer als het hun niet bevalt, maar velen blijven hier. En dan hoor je vaak het argument: het is beter dan niets. Daarom proberen we hen zoveel mogelijk te helpen, want in veel gevallen krijgen ze niet alles waar ze recht op hebben.»

Dat distributiecentra op zoek gaan naar de goedkoopste werkkrachten, is niet vreemd: voor e-commercebedrijven is het niet makkelijk om winst te maken. Zelfs een reus als Zalando worstelt om een businessmodel te vinden dat winst oplevert. Terwijl wij zorgeloos klikken en bestellen, bloeden veel bedrijven. Teruggestuurde producten, bijvoorbeeld, kosten handenvol geld. Zalando biedt om die reden steeds minder gratis verzendingen aan. Maar zelfs dan nog is het moeilijk om rendabel te zijn. E-commerce vreet geld, maar er is geen weg terug, klinkt het in de sector: wie niet online aanwezig is, gaat ten onder. Het is een bikkelharde strijd, die onder meer gevoerd wordt met de hulp van goedkope buitenlandse uitzendkrachten. Slechts een kleine minderheid van de arbeiders in de distributiecentra is Nederlander. Het is werk dat veel Nederlanders liever niet doen, wegens onregelmatige uren, te repetitief werk en een onzeker statuut.

En toch maakt het voor de meeste arbeidsmigranten niet veel uit: ze zijn hier en ze blijven hier. Dat Nederland het afvoerputje van Europa is, zoals een vakbondsman het uitdrukt, deert hen niet. Ze hebben een job. En ze dromen luidop van een vast contract, ook al zijn hun kansen daarop zo goed als onbestaande.

Niet alleen hun flexibiliteit maakt buitenlandse uitzendkrachten aantrekkelijk. In de meeste gevallen krijgen ze het minimumloon, wat bedrijven een subsidie oplevert voor het in dienst nemen van werknemers met een laag loon.

VAKBONDSMAN «Die regeling zorgt ervoor dat bedrijven steeds nieuwe mensen inzetten. Zo wordt het verloop erg groot. Uitzendkrachten werken 78 weken in fase A, maar stromen niet door naar fase B, waarin ze meer rechten hebben. Een echte baan krijgen ze nooit. Geen zekerheid, geen beter loon, geen vast contract. Je blijft van uitzendbureau naar uitzendbureau hoppen.»

ADRIAN «Ik heb al een pak mensen leren kennen sinds ik hier ben, maar velen van hen zie ik niet meer. Ofwel zijn ze naar huis teruggekeerd, ofwel werken ze voor een ander interimkantoor. Je kunt niet zelf kiezen waar je heen gaat.»

Er wordt inderdaad vaak héél los met werknemersstatuten omgesprongen. Dat blijkt uit verschillende getuigenissen. Werknemers zijn inwisselbaar. Hun moeilijke situatie werd onlangs in cijfers gegoten door de vakbond CNV, die een onderzoek liet uitvoeren bij 600 uitzendkrachten: ruim één op de drie heeft meer dan één job nodig om de eindjes aan elkaar te knopen. Bijna de helft van de mensen met een uitzendcontract kan nauwelijks rondkomen.

Voor Adrian is het genoeg geweest: hij keert terug naar huis.

ADRIAN «Ik verwachtte 1.800 euro, na aftrek van de kosten voor mijn huisvesting, maar ik kom maar aan 1.400 euro. Man, dit is shit. Ik stop ermee, voor dat geld wil ik niet werken. Ik keer terug naar Polen. Ik werkte vroeger in een ander distributiecentrum, voor 10,93 euro bruto per uur, maar nu krijg ik nog maar 10,20 euro. Voor dat geld wil ik het niet meer doen.»

Nochtans is 10,20 euro in veel distributiecentra het standaardloon voor uitzendkrachten. Minder dan wat een poetsvrouw verdient in Nederland, maar meer dan wat velen in hun thuisland krijgen.

FLEX-FLEX-FLEX

Met hoeveel de buitenlandse uitzendkrachten zijn, weet niemand precies: 400.000 of 800.000, naargelang de bron en berekening. Velen van hen schrijven zich niet in bij hun gemeente, waardoor ze onder de radar blijven. Feit is dat ze massaal worden aangetrokken door de talloze logistieke centra die de voorbije jaren werden gebouwd in Nederland, vaak vlak bij de grens met ons land. H&M, Decathlon, Bol.com, Coolblue, Jumbo, De Bijenkorf en Albert Heijn: ze zijn er allemaal. Nergens in West-Europa zijn er zoveel distributiecentra als in Nederland. In ons land knarsetanden werkgevers weleens: waarom kunnen onze noorderburen wél wat bij ons niet lukt? Nederland is vooral aantrekkelijk dankzij zijn hyperflexibele arbeidsmarkt, met weinig zekerheid voor de werknemers.

Ton Wilthagen (hoogleraar arbeidsmarkt, Tilburg University) «De Nederlandse arbeidsmarkt is één van de meest flexibele in Europa. Vandaag is 36 procent van de Nederlandse bevolking flexwerker of zelfstandige. Daarnaast is ook uitzendwerk sterk ontwikkeld. Randstad, het tweede grootste uitzendkantoor ter wereld, is hier ontstaan.

'Een brutoloon van 10,20 euro per uur is de norm in veel distributie­centra. Uit onderzoek blijkt dat één op de drie uitzendkrachten meer dan één job nodig heeft om de eindjes aan elkaar te knopen.’

»Het verschil tussen vast werk en tijdelijke contracten is nergens zo groot als in Nederland. We spreken als enige land in Europa over ‘de flexmarkt’ en zijn zeer creatief in de ontwikkeling van nieuwe constructies. Op die manier zijn we heel aantrekkelijk voor werkgevers en bedrijven.

»Maar er zijn natuurlijk ook nadelen: veel mensen krijgen het steeds moeilijker. Om een bestaan op te bouwen, heb je zekerheid nodig, maar die heb je niet als je jarenlang als uitzendkracht werkt. Op termijn is het ook slecht nieuws voor de Nederlandse economie: als we minder investeren in de scholing van personeel, heeft dat nefaste gevolgen voor onze innovatie en productiviteit.»

Een ander gevolg is dat er meer werkende armen – mensen die een job hebben maar toch in armoede leven – zijn dan in ons land. Er is ook meer nachtarbeid. Zo’n 8,2 procent van de Belgische werknemers werkt ’s avonds, terwijl maar liefst 30 procent van de Nederlanders geregeld ’s avonds en 20 procent geregeld op zondag werkt. Supermarkten als Albert Heijn zijn vaak tot tien uur ’s avonds open. Het gevolg is dat er meer Nederlanders tussen 20 en 64 jaar aan de slag zijn. Bij onze noorderburen vorig jaar 78,8 procent, bij ons 69,7 procent. Het verschil is nog opvallender bij de laaggeschoolden: in ons land was 52,4 procent aan de slag, in Nederland 62,6 procent.

LOUCHE BEDRIJVEN

Nog een verschil met België: uitzendkantoren moeten in Nederland geen vergunning hebben. Daar heeft de Nederlandse overheid in 1998 een eind aan gemaakt. Het gevolg is dat er meer dan 14.000 uitzendkantoren zijn, sinds de afschaffing van de vergunningsplicht kwamen er 10.000 bij. Velen zijn daar niet blij mee. Het leidt tot wantoestanden, met louche bedrijven die uitzendkrachten te weinig of in het zwart betalen en de boel op de fles laten gaan als de problemen te groot worden. Die praktijken worden niet alleen door vakbonden aangeklaagd, maar ook door uitzendbureaus die wél aan kwaliteitsnormen proberen te voldoen, zoals OTTO Work Force, de Nederlandse marktleider in het aanbieden van buitenlandse uitzendkrachten.

Frans van Gool (CEO OTTO Work Force) «We zijn ervan overtuigd dat Nederland door de krapte op de arbeidsmarkt en de vergrijzing nood heeft aan buitenlandse arbeidskrachten. Veel Polen zijn bereid hard te werken en een plaatsje in de Nederlandse samenleving te verdienen. Ze zijn nodig om onze welvaart op peil te houden. Het is een win-winsituatie. De huidige jaarlijkse bijdrage van arbeidsmigranten aan de Nederlandse economie is ruim 15 miljard euro. Ze vullen inmiddels 5 procent van de banen in Nederland in.»

Maar Van Gool heeft ook oog voor wat er fout loopt, zegt hij. Er zijn uitzendbureaus die het niet erg nauw nemen met kwaliteitsnormen. Hij toont ons een statement dat zijn bedrijf onlangs naar buiten bracht. Hij pleit voor de herinvoering van de regulering, omdat er ‘een wildgroei is ontstaan, waarbij uitbuiting en andere misstanden aan de orde van de dag zijn. Dat is maatschappelijk onaanvaardbaar. Uitzendkrachten zijn meestal kwetsbare werknemers en zij verdienen correcte beloning en een goede behandeling.’

Het verhaal klinkt mooi, maar toch zijn er ook over OTTO Work Force klachten. Op websites als GoWork.pl, Niedziela en Indeed.nl laten Poolse en andere uitzendkrachten commentaren achter over de uitzendbureaus waarvoor ze gewerkt hebben. Daar spreken sommigen bij OTTO Work Force over problemen met hun salaris en een onzekere tewerkstelling.

Ook Europa en de OESO, de denktank van de rijke industrielanden, tonen zich bezorgd over de uitwassen van de hyperflexibele Nederlandse arbeidsmarkt. Bijna één op de vijf werknemers heeft nu een tijdelijk contract, in totaal bijna twee miljoen werknemers. Dat is het dubbele van het gemiddelde van de OESO-landen.

Wilthagen «Europa heeft Nederland lang geprezen voor zijn flexibiliteit, maar het wordt steeds duidelijker dat Nederland er onvoldoende in slaagt om die flexibiliteit te koppelen aan zekerheid. Er is veel discussie over het thema, en er is een commissie aangesteld die moet bekijken hoe we het evenwicht tussen vast en tijdelijk werk kunnen verbeteren.»

Eén maatregel is alvast genomen: vanaf volgend jaar is er meer belasting op uitzendarbeid en minder op vast werk. Of dat veel zal veranderen, is maar de vraag: het lage inkomensvoordeel en de nulurencontracten blijven bestaan. Veel uitzendkrachten halen er wellicht de schouders bij op: voor hen is een job hier nog altijd beter dan niets.


*De mensen op de foto’s zijn niet de interviewees.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234