null Beeld

De Gouden Boekenuil: 'Hier wonen ook mensen' van Rob Van Essen

Aan zijn werktafel in de Amsterdamse Pijp zegt Rob van Essen (51) verrast te zijn door zijn nominatie voor de Gouden Boekenuil. Want: ‘Een verhalenbundel gaat meestal onder de radar door.’

Hij heeft de commentaren van de lezersjury zitten lezen en haalt er een standaardzinnetje uit: ‘Normaal lees ik geen verhalen.’ Zodat ik maar meteen deze kwestie op zijn clean desk leg: waarom zijn korte verhalen meer een schrijversding dan een lezersding?

Rob van Essen «Voor een lezer is een verhalenbundel harder werken. Bij elk verhaal moet je weer in een heel andere wereld stappen. En elke zin telt: je moet alert blijven. Het is comfortabeler een hele avond te kunnen wegzinken in een roman van 300 pagina’s. En bij een saaie beschrijving kun je je geest even op 50 procent zetten.»

Waarmee nog niet gezegd is waarom een schrijver de verhaalvorm wel erg aantrekkelijk kan vinden.

Van Essen «Heel prozaïsch: omdat je er sneller mee klaar bent. Je hebt direct resultaat. En of het werkt of niet, dat heb je snel door: het is hit or miss.

»Een goed verhaal is een gaaf geheel. In de roman streef je ook perfectie na, maar zul je die niet zo snel bereiken: je hebt er eerder saaie passages of overgangen nodig.»

'Deze verhalen geven me een perspectief als schrijver. Voor ik het weet schrijf ik nog een boek dat goed afloopt'

Vijftien verhalen telt ‘Hier wonen ook mensen’, 224 pagina’s.

Van Essen «Zo’n bundel moet niet te dik worden. Zet je er dertig verhalen in, dan wordt het een verhalenbrei. Je wil toch dat de lezer de verhalen individueel kan onderscheiden.»

Waarmee begint een gemiddeld verhaal?

Van Essen «Het begint altijd met een inval. Ik zet een personage in een situatie neer en kijk vervolgens of het wat wordt. Neem het eerste verhaal: ‘Richard Dawkins krijgt bezoek van God’. Je laat de beroemdste atheïst bezoek krijgen van God, en dan zie je maar. Gebeurt er niks, dan was het blijkbaar een niet-levensvatbaar idee. Begint het verhaal te stromen, dan zit ik goed en gebeurt het zelden dat ik nog strand.

»Soms vertrek ik vanuit een anekdote. Het verhaal ‘De mensen die alles lieten bezorgen’ gaat terug op wat een vriendin me vertelde over haar buren, die in Amsterdam een airbnb hebben. Ze ontvingen een keer een Engels stel, heel dikke mensen, die zo teleurgesteld waren dat er geen lift was, dat ze een heel weekend de deur niet uitgegaan zijn en alles lieten bezorgen. Dat de vrouw (half)dood is afgevoerd met een ladderwagen van de brandweer heb ik verzonnen (lacht).

»Dezelfde vriendin gaf ook de aanzet tot het verhaal ‘Terug naar huis’. Haar broer kreeg een keer geen contact meer met zijn schoonouders – omdat ze toevallig allebei ziek waren, bleek achteraf. In hun ongerustheid waren hij en zijn vrouw midden in de nacht naar Amstelveen gereden om te zien of die schoonouders nog leefden.

»Met dat soort ideeën moet je wel uitkijken: een goeie anekdote maakt nog geen goed verhaal. Je moet een tweede laag aanbrengen om het anekdotische te overstijgen. In dit geval kwamen twee Siamese katten me te hulp: dat soort kanteling van het verhaal, daar kom je meestal op tijdens het schrijven. Die twee katten had ik maar een seconde eerder gezien dan mijn personages (lacht).»

Dikwijls kantelen zijn verhalen in de richting van een vrolijke waanzin.

Van Essen «Het is nooit zo dat ik zit te denken: en nu moet er nog een portie waanzin in! Dat soort gekte kruipt er onbewust in. Ik durf ook steeds meer onverwachte situaties te gebruiken, onder invloed van John Cheever. Aanvankelijk was ik, zoals zovelen, sterk beïnvloed door Raymond Carver, met zijn droge, uitgebeende verhalen. Sinds ik John Cheever goed ben gaan lezen, weet ik dat het ook anders kan.»

Moet hij soms opletten dat het niet té gek wordt?

Van Essen «Niet dat ik bewust een balans nastreef, maar een rem is er altijd wel, omdat ik vanuit het dagelijkse leven vertrek en daarin het wonderlijke probeer te ontdekken. De meeste verhalen spelen zich ook in mijn eigen omgeving af, in Amsterdam.»


Mobiele meditatie

Voor ‘Hier wonen ook mensen’ kreeg Van Essen onlangs de eerste J.M.A. Biesheuvelprijs voor de beste Nederlandstalige verhalenbundel. De jury prees ‘zijn rijke register aan personages en vertellingen’. Streeft hij die variatie bewust na?

Van Essen «Ja, het is wel belangrijk dat je niet steeds hetzelfde soort personages tegenkomt. Ik wil niet dat de lezer zich verveelt, en evenmin wil ik mezelf vervelen.»

Tegelijk is het meegenomen dat een verhalenbundel een eenheid uitstraalt. Voor de flaptekst heeft Van Essen zelf geprobeerd een thematische eenheid te ontdekken. De personages zouden allemaal op zoek zijn ‘naar geluk, verlossing en verlichting’, maar hij is de eerste om te zeggen dat dit lang niet voor alle verhalen opgaat.

Van Essen «Wat deze verhalen uiteindelijk gemeen hebben, is dat ze allemaal door mij geschreven zijn, in de laatste twee, drie jaar. Er is een eenheid van toon, want elke schrijver heeft zijn eigen toon. Misschien hebben de meeste verhalen wel een licht melancholische inslag, een soort gelatenheid tegenover de absurditeit van het bestaan.»

‘Opgewekt nihilisme’, zo omschreef hij zijn levenshouding een jaar of tien geleden in een gesprek met Thomas Blondeau voor Deng.

Van Essen «Was ik helemaal vergeten, maar ik vind het nog altijd een goeie omschrijving.»

‘Grunberg light’ was toen de kop boven het stuk.

Van Essen «Daar was ik niet zo gelukkig mee, ik heb er Thomas nog op aangesproken. Maar goed: ‘Grunberg heavy’ moet je al helemaal niet worden genoemd (lacht).»

Speciaal voor deze bundel schreef Van Essen twee lange verhalen, ‘Het huis aan de Amstel’ en ‘Hier wonen ook mensen’. Dat waren de moeilijkste bevallingen, zegt hij, beide keren zag hij er eerst een roman in, maar besloot dan tot inkorting.

Van Essen «‘Het huis aan de Amstel’ is ermee begonnen dat ik hier op een ochtend naar buiten liep en zag dat er een spinnenweb tussen mijn fiets en die van een ander zat – een heel mooi spinnenweb, want het was zo’n nevelige dag waarop er hier en daar druppels op zo’n web gaan zitten. Zonde om nu weg te fietsen, dacht ik, die spin is er toch een hele nacht mee bezig geweest! Eigenlijk zou ik de buurjongen moeten roepen, dacht ik: fiets even mee, anders moet dit spinnenweb kapot.»

Het wordt een maf verhaal: de ik-figuur maakt kennis met een vreemd stel dat spinnenwebben kweekt tussen de voorvorken van hun fietsen en die vervolgens tijdens het fietsen intact probeert te houden. Het blijkt om een mobiele vorm van meditatie te gaan, teruggaand op een Koreaanse monnikentraditie, de Ya Hou. Het drietal reist naar het eiland Honsando om er alles van te weten te komen.

null Beeld

Van Essen «Je moet het niet gaan googelen: Ya Hou bestaat niet, en het eiland Honsando evenmin. Maar er liggen wel eilanden voor Korea, dus ik mocht er één verzinnen (lacht).

»Om zo’n verhaal te schrijven helpt het dat ik enige belangstelling voor zenboeddhisme heb, maar verder doe ik zo weinig mogelijk research. Het leuke van schrijven is toch het verzinnen van dingen? Je doet het met rook en spiegels, net als een goochelaar. De kwestie is hoe je zover mogelijk kunt gaan, zonder dat mensen hun geloof in je verhaal gaan verliezen. En je kunt héél ver gaan, is mijn ervaring.»

De titel van de bundel is een zin uit het gelijknamige, langste verhaal ‘Hier wonen ook mensen’ – een personage uit dat verhaal verwondert zich erover dat ook in een West-Vlaams stadje mensen wonen.

Van Essen «Een goeie titel, vond ik, ligt makkelijk in het gehoor en is toch mysterieus genoeg.»

De twee fraaie Siamese katten uit ‘Terug naar huis’ sieren de cover.

Van Essen «Die illustratie stond bij dat verhaal toen het in het tijdschrift De Gids gepubliceerd werd, en de uitgever vond het een mooi beeld. En met die roze cover zie je het boek wel liggen, zoals dat heet. Er is nu een vierde druk.»

Lang was Rob van Essen een geheimtip, het moet plezier doen dat stadium voorbij te zijn.

Van Essen «De schrijver Wouter Godijn noemde me een keer een cultschrijver. Alsof ik daar wat aan heb: daar kun je geen brood van kopen! ‘Geheimtip’ kan de ijdelheid strelen als je financieel onafhankelijk bent, maar dat ben ik niet.»

Waar is hij zelf het meest trots op, terugblikkend op ‘Hier wonen ook mensen’?

Van Essen «Op die twee langere verhalen. Op een versluierde manier zit daar meer van mezelf in dan in mijn autobiografische romans, en dan bedoel ik de onderliggende sfeer, de manier waarop de personages zich ten opzichte van elkaar verhouden.

»Ik geloof dat ik met de jaren milder ben geworden, ik heb afscheid genomen van een te makkelijke ironie. Deze verhalen geven me een perspectief als schrijver, het gevoel dat ik weer andere dingen zal kunnen verkennen. Voor ik het weet, schrijf ik nog een boek dat goed afloopt (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234