De Gouden Boekenuil: Mark Schaevers over 'Orgelman'

Humo-journalist Mark Schaevers rondde vorig jaar een prachtboek af: ‘Orgelman’. Moeiteloos haalde zijn biografie van de Joodse schilder Felix Nussbaum de shortlist van de Gouden (Boeken)Uil.

Vóór Humo’s Boekenuil-genomineerde zijn eigen jaarlijkse ommegang langs de nominaties begint – vanaf volgende week interviewt hij op deze bladzijden zijn collega’s genomineerden – begroet hij Humo’s Boekenuil-jurylid. Die allereerst wil peilen naar de kiem van zijn fascinatie voor de schilder die aan de vooravond van een grote internationale doorbraak in ballingschap verzeilde, om na omzwervingen in Rome, Oostende en Brussel een decennium later in Auschwitz te sterven. Waar heeft Felix Nussbaum, van wie leven en werk dertig jaar lang tot het verborgene veroordeeld waren, het pad van zijn biograaf voor het eerst gekruist?

'Ik denk niet dat Felix Nussbaum een aangename mens was, maar dat kan me ook niet schelen'

Mark Schaevers «In 2001 zag ik op een tentoonstelling in Oostende een schilderij dat een illustratie op bestelling leek voor mijn boek ‘Oostende, de zomer van 1936’, waarin ik een netwerk van uitgeweken Joden reconstrueerde. Ik ben meteen gaan opzoeken wie de schilder in kwestie was. Zijn meest iconische schilderij, de Jood met ster, bleek ik al eerder gezien te hebben. Het was in Brussel tentoongesteld en het hing ook als poster in het bureau van Daniel Goldhagen, bij wie ik voor Humo ooit in Boston op bezoek geweest ben. Maar verder was die Nussbaum me op dat moment onbekend, wat me tot een zekere hardnekkigheid inspireerde: ik moest en zou hem leren kennen.»

Enkel in Duitsland bleek Felix Nussbaum nog te bestaan. In zijn geboortestad Osnabrück werd in een door Libeskind getekend museum zijn werk verzameld en werden de eerste monografieën gepubliceerd. In ons land, waar hij in ballingschap het belangrijkste deel van zijn werk geschilderd had, wist niemand wie hij was: er was een Belgische aanvulling op het Duitse verhaal nodig. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Er was nauwelijks materiaal, want Hitler had het leven van de schilder ‘tot op de grond verschroeid’: ‘Zeer straf hoe hard Hitler kon gommen, zeer straf hoe een regime in amper twaalf onnozele jaren een kunstenaar van dat niveau en met die renommee kon wegvegen.’ Bovendien was Nussbaum een ondoorgrondelijk man: een medegevangene noemde hem ‘een door en door onwezenlijk wezen’ en zelf schreef hij ‘als een vraagteken in de wereld rond te lopen’. Ga er maar aan staan.

Schaevers «In het begin vreesde ik dat het bij een robotfoto zou blijven. Daarom heb ik zo breed mogelijk naar context en invalshoeken gezocht. Ik ben zo ongeveer elke Joodse schrijver die in Brussel gepasseerd en in een kamp beland is, gaan repertoriëren. Dit verhaal was al zeventig jaar gemist, ik wilde het niet opnieuw missen door het verkeerd te vertellen.»

Schaevers vond zoveel ingangen dat ‘Orgelman’ ook véél werd. Charlotte Mutsaers maakte gewag van ‘een biografie, een roman en een studie in één’ en vergat dan nog het reisverhaal en het tijdsbeeld.

Schaevers «Het ging me om het verhaal: de schilderijen van Nussbaum vertellen een onwaarschijnlijk verhaal. Het grootste deel van de lange tijd die ik aan ‘Orgelman’ gewerkt heb, heb ik gezocht naar hoe dit verhaal het beste te vertellen. Heel rustig heb ik het materiaal naar mijn hol gesleept en het daar als een hamster verteerd. Uiteindelijk ben ik dat allemaal in kleine stukjes beginnen knagen, omdat ik zag dat het zo het beste werkte. Toen ik een poosje met die mozaïek van kleine puzzelstukjes bezig was, las ik ‘HhhH’ van Laurent Binet. Fictie, maar met een gelijkaardige aanpak. Dat heeft me overtuigd dat ik op een goed spoor zat. Toen werd het makkelijk en plezierig schrijven, voordien bleef het toch angstig afwachten of het wat zou worden.»

Schuilt er ook een verhaal in de titel?

Schaevers «Die is spontaan opgeborreld tijdens een gesprek met Josse De Pauw: terwijl we in een catalogus zaten te kijken, waren we plots over orgelman aan het praten in plaats van over Nussbaum.

»Die titel bracht veel samen. ’t Is een alternatieve metafoor voor de wandelende Jood, die als migrant geen echo meer vindt. Bovendien tonen al de orgelmannen die Nussbaum geschilderd heeft, hoe hij te werk ging: voortdurend bleef hij met dezelfde stof aan de slag. Niet toevallig zet hij op één van zijn laatste werken een morbide orgelman neer, die het moet stellen met kapotte beenderen in plaats van orgelpijpen en daar natuurlijk geen echo meer mee voort weet te brengen.»

Dertien jaar heeft Schaevers met Felix Nussbaum geleefd (‘En ook met Humo en een paar Claus-boeken’) en aan de man zijn vakanties opgeofferd. Het gestage volhouden van een geduldige mens (‘Ik weet niet of mijn kinderen dat zouden beamen’) bij wie de Volkskrant ‘een obsessief verlangen’ ontwaarde.

'Ik denk niet dat Felix Nussbaum een aangename mens was, maar dat kan me ook niet schelen'

Schaevers «’t Is een obsessie die ik wel draaglijk vind (lachje). Het gezellige voor mij aan dit werk was dat de Humo-deadline wegviel. Die ging elke week voor, dus heb ik me voor ‘Orgelman’ door niets of niemand laten opjagen. Ik vond ook plezier in het polijsten. Het lijkt misschien een onmetelijk onderzoek geweest te zijn, maar voor dit soort projecten is het internet een fantastisch instrument: over die exilgeschiedenis zijn bakken materiaal te vinden en Oostende heeft een groot krantenarchief online. Ik kon dus ontzettend veel thuis in de avonduren doen.»

‘Orgelman’ is dus meer dan het lijkt het werk van een kamergeleerde dan van een avonturier. ‘Een avontuurlijke kamergeleerde,’ nuanceert Schaevers. Vindt de biograaf uiteindelijk het verhaal belangrijker dan de schilder, die naar het zich laat aanzien ook een onaangename mens was?

Schaevers «Mijn spontane voorkeur is altijd gegaan naar het expressionisme en Die Brücke, Beckmann en Kirchner zijn mijn schilderhelden. Daar komt Nussbaum net na, ik heb dus wel degelijk iets met zijn kunst. En door er zoveel naar te kijken, is dat alleen maar gegroeid. Omdat hij in exil afgesneden was van alles en iedereen, is Nussbaum zelf pietepeuterig naar zijn werk blijven kijken en heeft hij voortdurend elementen gerecycleerd. En ja, ik heb een paar getuigenissen gevonden van mensen die Nussbaum ronduit onaangenaam noemden. Ik denk dus dat hij een arrogante kant had, een bepaalde zwijgzaamheid ook. Verder was hij niet al te vriendelijk voor zijn vrouw en zo (lachje). Ik denk dus niet dat hij speciaal aangenaam was, maar dat kan me ook niet schelen.»

De recensies van ‘Orgelman’ waren unaniem lovend. Geert Mak en Schaevers’ vrienden als Jeroen Vullings en Arnon Grunberg zetten de toon. Die laatste vond ‘Orgelman’ herinneren aan Patrick Modiano: ‘Het verleden is ongrijpbaar, iedereen zwijgt, wat rest is een vermoeden van melancholie.’

Schaevers «Eén van de eerste beelden die ik bij het boek voor me zag, was die kelder met beschimmelde schilderijen. Très Modiano, zoals ook schimmige figuren als de sjoemelende kunsthandelaar die het grote oorlogswerk aan Osnabrück heeft verpatst. Ik zal Arnon maar gelijk geven, ook omdat ik gevleid ben door die vergelijking.

»Terwijl ik bezig was aan dit boek over iemand die wanhopig een echo zoekt, heb ik natuurlijk weleens gedacht: enige echo zou wel leuk zijn. Er is vandaag immers voor een boek niks zo gemakkelijk als verloren te lopen. We kampen hier met een gebrek aan boekhandels en een literaire cultuur die goede boeken een vangnet geeft. Dus ben ik heel blij met het bestaan van de Gouden Boekenuil. Die heeft ‘Orgelman’ in elk geval deugd gedaan: de eerste druk is uitverkocht. Er komt nu een hardcover, voor dezelfde prijs.»

Behalve de biografie van Hugo Claus heeft Schaevers ook een boek over de eerste Portugese jaren van Gerrit Komrij aangekondigd. Moeten we bij Humo stilaan een afscheidsfeestje beginnen voor te bereiden?

Schaevers «Ik ben al zo lang met veel plezier journalist dat ik wel zeker weet dat de afwisseling die daaraan verbonden is mij heel dierbaar is. Echt monomaan alleen in een boek leven hoeft voor mij niet. Dan wordt zo’n boek wel heel belangrijk, ook omdat je er financieel afhankelijk van wordt. Ik wil mijn humeur niet laten bepalen door het feit of een boek vlot of niet.»

Schaevers weet als Uil-, Ako- en Libris-oudgediende hoe jury’s werken. Zou hij al aan kansberekening gedaan hebben?

Schaevers «Dat is belachelijk en dus overbodig, zo weet ik uit ervaring. ’t Gaat immers niet meer over de kwaliteit van mijn boek: die is – dank, jury – al erkend. Nu gaat het over de chemie van de affiniteiten van de juryleden. Die is zo onvoorspelbaar dat ik weet dat het dom is daarover na te denken. Dus doe ik het niet.»

Al kan het monsteren van de tegenstand natuurlijk nooit kwaad: ‘De afgelopen jaren heb ik over de Boekenuil-nominaties in Humo geschreven. Ik heb er even over nagedacht of ik dat dit jaar ook zou doen. En ik ga me inderdaad het plezier van mijn collega’s te lezen niet laten afpakken. En ook: er is geen betere methode om mijn eigen verlies te verdragen dan te weten waarom een ander de prijs verdient.’

Wordt vervolgd, de komende vier weken in Humo en op 30 april in de KVS.


DE GOUDEN BOEKENUIL

Canvas, alle weekdagen (vanaf donderdag 9 april, 19.55 u. en rond 23 u.)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234