De Gouden Boekenuil: 'Vechtmemoires' van Joost De Vries

'Ik heb er zin in! Als ik de Uil niet win, dan heb ik hem vorig jaar toch al eens gewonnen. Als ik opnieuw win, dan ben ik Joost, Koning der Belgen.'

Liever dan een essaybundel noemt hij ‘Vechtmemoires’ een essayboek. En wel hierom.

Joost de Vries «Essaybundel klinkt toch alsof je gewoon een nietje hebt gejast door een stel essays die je ooit schreef, en dat is niet zo. Mijn eerste stukje in De Groene Amsterdammer schreef ik in 2005 en ik heb alles wat daarop volgde nog eens bekeken. Op welke artikels ben ik trots? Welke onderwerpen komen altijd weer terug? En wat mis ik nog? Ik heb een aantal stukken dan eindeloos herschreven en er dingen aan toegevoegd om te komen tot een ketting van essays die weliswaar losstaan van elkaar, maar ook op een logische manier aan elkaar vastzitten.»

Nog een streefdoel waar hij geen geheim van maakt: het moesten wel stukken zijn die (dat ongrijpbare beest) de zeitgeist vatten.

De Vries «Het moest relevant zijn voor vandaag, ik wou het alleen over kunst, boeken of films van de laatste 15 jaar hebben. Want je wil toch iets op het spel zetten?»

En dat sluit meteen in: jezelf op het spel zetten. De Vries put in een aantal essays ongegeneerd uit eigen leven.

De Vries «Spannender dan uit te leggen dat Flaubert of Joyce zulke goeie schrijvers zijn, is jezelf neerzetten als een figuur waar lezers een hekel aan kunnen hebben of niet.»

De titel kende hij lang op voorhand.

De Vries «Je had De Gaulle met zijn ‘Mémoires de guerre’ – gewéldige titel! Wie kan tegenwoordig zijn boek zo nog noemen? Ik dus (lacht). ‘Vechtmemoires’ was de titel van een stuk dat ik voor Das Magazin schreef, over mijn jonge jaren als vechtersbaasje in Heerhugowaard.»

Heerhugowaard?

De Vries «Dat is de ultieme forenzenstad in Noord-Holland, de intercity van Amsterdam naar Den Helder loopt daar helemaal leeg. Het is zo’n suburb waar alleen maar keurige mensen wonen, je verveelt je daar de pleuris als je 15 of 16 bent.»

In zijn essays kan het gaan over Tiger Woods of Hilary Mantel, over de mode van de mannenbaard of de recentste tv-serie. Zijn range is breed, zij het niet oneindig, blijkt bij navraag.

De Vries «Ik kan bijvoorbeeld weinig met muziek. Het geheim van mijn succes is dat ik heel goed weet wat ik kan en niet kan. Van sommige dingen blijf ik uit de buurt, om niet onderuit te gaan. Ik hou van poëzie, maar ik moet zelf geen gedichten gaan schrijven.»

Zijn kracht als essayist verklaart hij, na enig aandringen, als volgt.

De Vries «Het helpt dat ik een exceptioneel goed geheugen heb: als ik een boek gelezen heb, onthoud ik het gewoon. Ik kan een enorme hoeveelheid informatie uit diverse bronnen aan elkaar verbinden en mezelf daar dan doorheen schrijven, zonder dat ik op voorhand weet waar het precies naartoe gaat.»


De nieuwe preutsheid

Hoe de essayist aan zijn onderwerpen komt? We nemen een voorbeeld: de essays over preutse meisjes en echte mannen.

De Vries «Er was ontzettend veel te doen, was me opgevallen, om een vreemde seksscène in het eerste seizoen van de HBO-serie ‘Girls’. Maar ik vond juist dat er in dat eerste seizoen zo wéínig seks zat. Op hetzelfde moment kwam er ook een enquête voorbij waaruit bleek dat steeds minder vrouwen zich topless tonen op het strand: 30 jaar terug was het 40 procent, nu nog 5 procent. En ondanks alle verhalen over seksfeesten in garageboxen, blijkt de gemiddelde leeftijd waarop Nederlanders ontmaagd worden ook nog eens omhoog te gaan. Zo ging ik allerlei dingen merken die op een nieuwe preutsheid wezen. Zoals Johan Cruijff – een man die altijd van pas komt – het eens gezegd heeft: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt!’

»Ik ging me ook afvragen hoe het met seks in de literatuur zat, en moest besluiten dat het type macho als Henry Miller of Philip Roth, die alleen maar over seks kunnen denken en schrijven, uitgestorven is. Als je vandaag zou schrijven als Jan Wolkers in ‘Turks fruit’, zouden mensen denken: ‘Man, wat is je probleem?’ De filmversie van ‘Turks fruit’ werd een paar jaar terug bij ons op de commerciële tv getoond, en toen werden er een aantal naaktscènes uitgeknipt! Wat mocht in 1973, mag niet langer in de 21ste eeuw.

»Natuurlijk wordt al gauw opgemerkt: ‘En het succes van ‘Vijftig tinten grijs’ dan?’ Terwijl dat succes mijn stelling juist bevestigt: die trilogie, die écht niet om te lezen is, werd alleen maar een hit omdat er zo maar één is, er was een enorm gat in de markt. En in de ‘erotische trilogie’ die Jamal Ouariachi, David Pefko en Daan Heerma van Voss als antwoord op ‘Vijftig tinten grijs’ verzonnen (‘25’, ‘45’ en ‘70’, red.), viel me weer op hoezeer ze onder het onderwerp seks probeerden uit te komen. En dat heeft dan weer te maken met wat ik ook in het boek signaleer: jonge schrijvers zijn vandaag altijd weer met afstand en ironie bezig, hun personages hebben geen diepe contacten met elkaar.»

In het essay ‘Huisgenoten’ bespreekt De Vries inderdaad de romans van generatiegenoten als Maartje Wortel, Franca Treur, Niña Weijers en Merijn de Boer. Mogen we de titel ‘Vechtmemoires’ ook interpreteren als het gevecht voor een ruime eigen plek?

De Vries «Zo wordt het dan voorgesteld: ‘We staan met z’n allen op de ijsschots, en jij wil de enige ijsbeer zijn die overleeft!’ Mai Spijkers, mijn uitgever, wilde wat graag dat ik zou opschrijven wat voor prutsers al die anderen zijn, maar daar ging het me niet om. Alle schrijvers die ik noem, vind ik goed. Dat stuk komt niet voort uit venijn, maar uit teleurstelling, want het viel me op hoezeer de personages van al die schrijvers op elkaar lijken. Met geen van die personages zou je een zinnig gesprek kunnen voeren, ze hebben geen vrienden, beleven geen grote liefde, ze leven uitsluitend voor zichzelf.»

Een appel aan de jonge garde, noemde hij dat stuk zelf – ‘Ik ben oprecht benieuwd wat

'Schreef je vandaag zoals Jan Wolkers in 'Turks fruit', dan zouden mensen denken: 'Man, wat is je probleem?' Wat mocht in 1973, mag niet meer in de 21ste eeuw'

ze er zelf over denken.’ En?

De Vries «Nooit eerder kreeg ik zoveel reacties van schrijvers, uitgevers en redacteurs, maar tegelijk was het ontgoochelend. Als ik een schriftelijke reactie in De Groene Amsterdammer probeerde uit te lokken, schrokken ze terug, wilden ze niks over collega’s zeggen. Maar intussen doen ze wel stoer op Facebook!»

Welk alternatief voor afstandelijkheid en ironie biedt De Vries om in het leven te staan? In zijn stukken springen twee woorden naar voren: waarden en regels. Blijkbaar een reactie op een ontspoord gevecht om vrijheid?

De Vries «Dertig jaar geleden was de helft van Amsterdam gekraakt. Die huizen zijn inmiddels vanaf de eerste steen weer opgebouwd, omdat ze door die krakersgeneratie die ze opgeëist had, helemaal uitgewoond zijn, kapotgemaakt. Ze hebben zichzelf vrijgevochten, maar hebben met die vrijheid vervolgens niks gedaan. Het leven is niet alleen ‘Leve de vrijheid!’, er moeten ook dingen geregeld worden.

»We leven in een tijd waarin alles relatief wordt genoemd, we zijn superprogressief en superliberaal. Alles moet kunnen en dat vind ik ook. Maar tegelijk ontkom je niet aan het idee dat er bepaalde dingen in het leven zijn die je absoluut niet los wil laten. Het interessantste aan dit boek voor mezelf was die zoektocht naar de waarden die ik onmisbaar vind, naar de voorbeelden van wie je de kunst van het leven kan afkijken.»

En het vaakst noemt hij dan de Amerikaanse schrijver James Salter. Mogen we hem een rolmodel noemen?

De Vries «Rolmodel klinkt een beetje lullig en dan zou ik ook mensen tekortdoen die ik hier niet noem. Stel je voor, Cees Nooteboom die elke dag zijn mail zit te checken: ‘Heeft hij me al genoemd?’ (lacht) Maar ik vind Salter wel een heel goede schrijver. Ik hou van zijn nuchtere kijk. Als het over regels gaat hoe je wil leven, helpt het zeker dat je zoals Salter in een oorlog (Salter was gevechtspiloot in de Koreaanse oorlog, red.) hebt gevochten. Hij accepteert het leven zoals het is, soms goed, soms slecht. Dat is een beetje verloren gegaan: iedereen wil een leven waarin het alleen maar goed gaat. Daarom willen we bepaalde risico’s niet meer nemen, zoeken we veiligheid. Vandaar het veelvuldige gebruik van ironie, als een stootkussen tussen jou en de werkelijkheid.»

En dan de coverfoto nog, uit de reeks ‘The Ruins of Detroit’. We zien de ballroom van het Lee Plaza Hotel. Zijn beslissing?

De Vries «Alles is mijn beslissing, altijd. Ik weet niet precies waarom ik deze foto koos. Een prachtige klassieke zaal, de piano is kapot, alles is kapot. De hoge cultuur die verloren is gegaan? Dat klinkt totaal depressief, niets voor mij. Maar dat magische beeld sprak me aan. Ik toonde de foto aan een vriend, hij nam zijn telefoon en liet me zijn screensaver zien: precies dezelfde foto. Als dat geen teken was!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234