De gouden droom van Evi Van Acker: 'Het zou fantastisch zijn mocht ik mijn vader, precies tien jaar na zijn dood, met een medaille kunnen eren'

Al drie jaar dobbert ze rond in een baai in Brazilië, in het gore water van Guanabara, tussen koelkasten en wrakhout. Ze slaapt in een bed and breakfast, praat een mondje Portugees en schrikt niet als een walvis haar pad kruist. In de schaduw van het machtige Christusbeeld boven Rio de Janeiro zal Evi Van Acker (30), de beste zeilster die ons land ooit gekend heeft, een laatste gooi naar Olympisch goud doen.

'Ik volg eerst mijn verstand, daarna mijn hart.'

Een gesprek met Evi Van Acker is een verademing voor de vragensteller. Er zit geen ongeïnteresseerde voetballer aan de andere kant van de tafel. Geen pseudovedette die op zijn of haar smartphone zit te tokkelen en maar af en toe opkijkt. Toch is de jongedame uit het Oost-Vlaamse Zaffelare wereldtop in haar sport: zeilen. Evi Van Acker is drievoudig Europees kampioen zeilen in de Laser Radial-klasse (een lichte eenmansboot), vicewereldkampioen en winnares van een resem wereldbekerwedstrijden. Op de vorige Spelen in Londen haalde ze een bronzen medaille.

Evi Van Acker «En nu ga je me vragen of ik goud ga winnen?»

HUMO Natuurlijk. Ga je goud winnen?

Van Acker «Begin niet, hè.»

HUMO Ik wil niet moeilijk doen, maar de tijd dringt. Het is toch je laatste kans op winst? Of niet?

Van Acker «Rustig, we zien wel hoe de wedstrijd verloopt. Iedereen spreekt mij erover aan, vooral oudere madammekes. Dan sta ik aan de kassa van de Delhaize aan de Watersportbaan in Gent, en tikken die dames me op de rug: ‘En Evi? Goud?’ Of ze pakken mij vast: ‘Ik ben blij dat ik je een keer zie.’ Dat is vertederend, maar ik probeer de druk zoveel mogelijk af te houden.»

HUMO In de aanloop naar de Spelen van Peking in 2008 zei je: ‘Ik ga voor goud!’ Nu ben je in topconditie en schuw je de grote woorden. Is dat een bewuste strategie?

Van Acker «In 2006 en 2007 had ik veel wedstrijden gewonnen, werd ik nummer 1 van de wereld en legde ik mezelf te veel druk op. De verwachtingen van de buitenwereld werden steeds groter, en ik ging daarin mee. Ik werd uiteindelijk achtste in Peking, wat niet slecht was, maar nadien was ik erg ontgoocheld. Bovendien was ik ginder volledig overtraind. Op fysiek vlak voelde ik me barslecht, en daardoor ging ik er mentaal bijna onderdoor. Ik had geen goesting meer om te zeilen. Voor de Spelen in Peking had ik vier jaar in Amsterdam gestudeerd – ik was bachelor in de chemie – en na Peking ben ik terug naar Gent verhuisd en aan een master bio-ingenieurswetenschappen begonnen. De studies kregen voorrang, maar langzaam begon ik opnieuw naar het water te verlangen en wilde ik me toch helemaal ontplooien als topsporter.

»Vier jaar later, in Londen, heb ik wel goed gepresteerd met die bronzen medaille: in de slotrace lag ik zo ver achterop dat een derde plek het hoogst haalbare was. Net na de wedstrijd was ik tevreden, maar aan wal veranderde dat in ontgoocheling. Daarom blijf ik nu rustig. Ik heb meer ervaring dan in Peking of Londen, ik lees het water beter, en ik voel me ook meer relaxed. Maar verwacht van mij geen grote woorden.»

'Dameszeilen is geen bitchfight, al probeer je je concurrentes weleens 'in de vuile wind te leggen'.'

HUMO Goud of geen goud: jij hebt in je eentje het dameszeilen op de kaart gezet in België. Dat is misschien wel je allergrootste prestatie.

Van Acker «De sport kent een serieuze opgang, dat klopt, maar met die eer ga ik niet lopen. Het is de prestatie van een heel team. Als ik denk aan de beginjaren, pakweg tien jaar geleden, en dat vergelijk met de huidige situatie, dan is er bijzonder veel werk verzet. In Peking stond ik er zo goed als helemaal alleen voor, al kon ik wel rekenen op Wil van Bladel, mijn coach. Daarom was ik ook overtraind: er was amper begeleiding. Nu zakt België met een echt team naar Rio af, en dat is fantastisch. Ik ben niet meer alleen. Er nemen drie mannelijke zeilers deel (Wannes Van Laer, Yannick Lefèbvre en Tom Pelsmaekers, red.), de entourage is top, de budgetten zijn verhoogd en de media-aandacht is groter geworden. Het blijft nog relatief beperkt in vergelijking met andere sporten, maar het gaat de goede kant op.»

HUMO Er zit vier jaar tussen iedere olympiade. Net lang genoeg voor het grote publiek om de atleten te vergeten. Jij wordt dus om de vier jaar even een Bekende Vlaming.

Van Acker «Ik hoop vooral dat zeilen een Bekende Sport wordt, mijn bekendheid is van ondergeschikt belang. Mensen komen nu vaker een praatje met me slaan, maar daar lig ik niet wakker van. Ik blijf het vreemd vinden als een vader met zijn kinderen naar me toekomt in de supermarkt en vraagt: ‘Evi, wat is nu eigenlijk de gezondste muesli? Weet jij dat?’ Of die keer dat ik in de Aldi een volledige kar wijn kocht voor mijn moeder. Staan de andere mensen aan de kassa mij aan te kijken: ‘Zit die aan de drank?’»


Wie niet groot is

HUMO Ondanks de stijgende populariteit komt zeilen voor de buitenwereld nog altijd neer op: bootje varen.

Van Acker «‘Is dat echt een voltijdse bezigheid, dat zeilen?’ vragen mensen soms, en dat stoort, ja. Onze sport lijkt makkelijk, maar zit complex in elkaar. Het is lastig om met die onwetendheid om te gaan.»

HUMO Leg het hier dan eens uit: waarom is zeilen een harde sport?

Van Acker «In Rio duurt de volledige wedstrijd acht à negen dagen, met in totaal elf regatta’s. Je moet dus lang gefocust blijven. Als er veel wind staat, is het fysiek zwaar, zeker als die wind dagenlang aanhoudt. Is er minder wind, dan is het fysiek minder zwaar, maar dan lig je vaak uren in de zon op het water te wachten op wind, wat ook best vermoeiend is. Ook mentaal. Je zit uren dubbelgevouwen in je bootje, wat tot verzuring in de benen leidt.

»Het is niet zo dat een zeiler zowat alles kan, à la tienkamper Hans Van Alphen. Maar de basisconditie moet top zijn. Zowel qua uithouding, spierkracht en flexibiliteit als qua snelheid en mentale frisheid. Een typische trainingsdag bestaat uit fietsen, fitness, grondoefeningen en het zeilen zelf. Ik ben geen fietstalent, de Ronde van Frankrijk zal ik nooit winnen, maar vraag me een paar uur te koersen, en ik ga met je mee. Zeilen is ook een teamsport, het is zoveel meer dan in een bootje zitten.»

HUMO Hoe zit één enkele wedstrijd, een regatta, precies in elkaar?

Van Acker «Eén uur tot anderhalf uur voor de vlag naar beneden gaat, gaan we het water op. Dan verken ik het parcours en meet ik de wind. De coach, die rondvaart in een motorboot en dus een veel groter terrein kan scannen dan de zeiler, meet bij de boeien de stroom van het water. Op de Spelen zélf is elektronica verboden, dus hij mag daarvoor geen iPad met speciale applicaties gebruiken. De research van de coach is enorm belangrijk. Tot vier minuten voor de start kan ik de klimatologische situatie met hem bespreken, daarna niet meer. Oortjes zoals in de koers zijn niet toegelaten.

»De race zelf duurt ongeveer één uur. Daarna komt de motorboot van de coach weer wat dichter. Je krijgt extra info, wat eten en drinken, om daarna de tweede wedstrijd te racen. Je bent met andere woorden al snel een paar uur op het water. En constant zoek je de goede baan, de juiste wind, de juiste stroom.»

HUMO Het is een beetje zoals paardrijden. De coach is de ruiter, en jij moet springen.

Van Acker «Het is fiftyfifty. Zonder Wil moet ik er zelfs niet aan beginnen.»

HUMO Wat geeft dan de doorslag? Je fysieke conditie, je technische bagage of de info van de coach?

Van Acker «Het is een combinatie van die factoren. Fysiek moet je de wind controleren, technisch moet je zo vlot mogelijk de boei ronden, en voor het geheel reken je op de informatie van je coach.»

HUMO Ben jij gebaat bij veel of weinig wind?

Van Acker «Een zeilster moet in alle weersomstandigheden kunnen overleven. Is er veel wind, dan heb je veel kracht en massa nodig om je boot onder controle te houden. Maar het omgekeerde geldt ook. Gewicht is dus belangrijk. Zelf ben ik niet de grootste: ik heb voldoende spiermassa nodig om het ideale zeilgewicht te bereiken.»

'Mijn bijgeloof gaat ver: van speciale sokken tot gelukselastiekjes in mijn haar'

HUMO Dat de buitenwereld de zeilsport en het belang van het juiste gewicht daarin niet kent, werd wel duidelijk toen Marcel Vanthilt na je bronzen plak in Londen in ‘Villa Vanthilt’ zei: ‘Jij bent een beetje mollig.’

Van Acker «Pfff, ongelofelijk. Ik was er niet goed van. Dat zeg je toch niet? Het toont alleen maar aan dat niet veel mensen weten hoe de zeilsport werkt. We moeten ons precies altijd verantwoorden. Als je niet erg groot bent, zoals ik, moet je gewicht dat compenseren.»

HUMO Je zegt dat zeilen een teamsport is. Wie zit er dan allemaal in jouw entourage?

Van Acker «Zoals gezegd: mijn coach. Wil is elke wedstrijd bij me. Hij nam in ’84 en ’88 voor Nederland deel aan de Spelen in Los Angeles en Seoel, en werd later ook een succesvol ondernemer. Hij is mijn coach, mentor, klankbord, de man met wie ik al zo’n dertien jaar samenwerk. Zijn Zuid-Koreaanse vrouw Hyunghae Byun gaat ook mee naar alle wedstrijden. Zij is de kok van de Belgische zeilploeg, helpt het leven in Rio praktisch te organiseren en is mijn luisterend oor. Ik werk ook samen met fysiotherapeuten van de Grit Sports Clinic in Leuven, met trainingscentrum Energy Lab en dan is er ook nog kinesitherapeut Ine Slegers, psycholoog Jef Brouwers en de mensen van de Vlaamse Yachting Federatie zelf, voor de logistieke ondersteuning. En niet te vergeten: de andere zeilers van het team.»

HUMO Coach Wil van Bladel lijkt de drijvende kracht achter de schermen te zijn: meteen na de Spelen van Londen trok hij buiten het zicht van de camera’s naar Rio om er een trainingsplek te reserveren voor de komende vier jaar. Dat verraadde grootse plannen.

Van Acker «Wil vloog toen niet uitsluitend voor mij naar Rio, maar voor de hele zeilploeg. Onze sport hangt zodanig af van details, dat je de Spelen jaren aan een stuk moet voorbereiden. En daarin is Wil onovertroffen. Hij regelde de beste plek. Wij verblijven al drie jaar in Marina de Gloria, de Olympische haven, samen met een topland als Australië. De andere toplanden zitten wat verderop: Nederland aan de zeevaartschool, de Amerikanen in Niterói, wat nog verder is. De Vlaamse Yachting Federatie huurt een deel van een bed and breakfast van een Schotse professor en zijn Braziliaanse vrouw. Telkens als ik in Rio arriveer, is het leuk om hun kinderen te zien, Jessy en Sammy. Ze geven me iedere wedstrijd een pluchen octopus, als geluksbrenger. Die huiselijke omgeving is belangrijk voor mij.»

HUMO Je traint dus al drie à vier jaar op dat Olympische water?

Van Acker «Zoiets, ja. Rio is mijn tweede thuis geworden. Bij de eerste aanblik, in 2013, oogde alles fantastisch. Ik ging naar de baai van Guanabara, zag de Corcovadoberg met dat monumentale Christusbeeld erbovenop, de Suikerbroodberg die over de baai uitkijkt, de fantastische stranden, en besefte: wat is zeilen een prachtige sport. De natuur, de wind, de uitdaging. Maar dan maakte die romantiek plaats voor de realiteit. Zodra de container met alle boten, motorboten, trainingsmateriaal en persoonlijke spullen was gearriveerd, stond alles in het teken van de Spelen.

»Vooral de laatste drie jaar ben ik geregeld voor lange trainingsstages naar Rio getrokken. Dat voelde na een tijdje aan als pendelen. Zoals een ambtenaar per trein naar Brussel reist, vloog ik naar Rio. Maar dat is bij de concurrentie niet anders. Je moet het water perfect beheersen. De stromingen in kaart brengen, de wind, de warmte, de wolken – álles. Zoiets kun je niet in een week tijd.»

HUMO De zeilers van de meest vermogende landen verblijven al een hele tijd in Brazilië. Je zult je als Griek maar een maand vóór Rio alsnog kwalificeren. Het is onmogelijk om dan op het podium te eindigen.

Van Acker «Ja, maar er zijn veel zeillanden die al een paar jaar in Rio zitten: Nederland, Groot-Brittannië, Denemarken, Australië, België, Frankrijk, de Verenigde Staten, Litouwen en China. Het is dus niet zo dat twee landen de medailles onder elkaar zullen verdelen. Er zijn een achttal toppers. Maar een kleine, pas gekwalificeerde zeiler van een klein land zal het inderdaad moeilijk hebben.»

'Na Rio ga ik mijn leven overzien en keuzes maken: op je 40ste kun je geen moeder meer worden, hè'

HUMO Binnen de top 8 moet België het met een relatief klein budget stellen. De Britten, bijvoorbeeld, hebben een totale equipe van tachtig man, onder wie een paar meteorologen. Is zeilen pure wetenschap geworden?

Van Acker «Het voordeel van die meteorologen is relatief beperkt, denk ik. In de topsportwereld moet je in jezelf geloven en de concurrentie niet achternahollen. Wij hebben geen meteorologen in ons team; wij hebben Wil van Bladel. In plaats van alle info over de waterstromen in wiskundige tabellen te gieten, staan wij boven op de berg, gooien een plastic flesje in het water en kijken waar het naartoe drijft. En dat werkt ook. Wil gaat ook met vissers praten, noteert hun bevindingen en houdt alles bij. Het water in Rio is trouwens zo onvoorspelbaar dat het moeilijk in tabellen te gieten valt. De baai is omringd door bergen, de wind komt van overal en op iedere training ontdek ik nieuwe stromen. In Rio zal de meest allround zeiler met een goede lokale kennis het hoogst eindigen.»


Zwart beest

HUMO Hoe zit het eigenlijk met dat water in Rio? In de baai van Guanabara, waar de wedstrijd plaatsvindt, komt dagelijks meer dan 800 miljoen liter ongefilterd rioolwater terecht. Is de situatie echt zo rampzalig?

Van Acker «Het is al veel verbeterd. Vroeger dreef er inderdaad al eens een koelkast met vervallen medicijnen erin naast mijn boot. Of wrakhout. De situatie is het ergst in het voorjaar, door de regenval. In juli en augustus valt het beter mee. Maar je bent als sporter altijd waakzaam. Het minste wondje wordt meteen ontsmet en afgeplakt, want je mag er niet aan denken dat je ziek wordt de week van de wedstrijd.

»Nu, een tijd geleden zat Wil in een motorboot buiten de baai en zag hij de vin van een enorme walvis. Dat beest zwom op cruisecontrol door de baai. Wat later, tijdens een testwedstrijd in Rio, kreeg mijn boot plots een stevige klap. Ik dacht dat ik tegen een stuk hout was geknald en haalde het zwaard van de boot even boven water – het zat helemaal onder de smurrie. En precies op dat moment zag ik een grote vis wegdraaien. Na de wedstrijd heb ik het even opgezocht op het internet: het was een maanvis, zo’n groot, plat ding. Zo vies zal het water dus wel niet zijn.»

HUMO Wat met doping? Heel zelden loopt een zeiler tegen de lamp voor het gebruik van spierversterkende middelen, maar de sport leent zich perfect voor mechanische doping. Als er motortjes aan fietsen gehangen worden, waarom dan niet aan een boot?

Van Acker (kortaf) «Ik neem geen doping.»

HUMO De vraag ligt kennelijk nogal gevoelig.

Van Acker «Neen, neen, helemaal niet. Ik neem aan dat er al eens iets verbodens genomen wordt, maar in de zeilwereld is doping geen issue. Er zijn wel geruchten, maar die kloppen daarom nog niet.»

HUMO Maar wat met mechanische doping?

Van Acker «In mijn zeilklasse krijgen we een boot van de organisatie. Dat zijn allemaal standaardboten, we mogen enkel onze eigen touwen, helmstok en joystick gebruiken. In andere klassen is dat anders, maar daar worden de boten op voorhand gecontroleerd om te kijken of de zeilen wel binnen de limieten blijven en niet via een of andere speciale techniek extra snelheid creëren. In die klassen maakt het materiaal een groot verschil en wordt er met windtunnels gewerkt, en zo.»

HUMO In het zeilen traint iedereen jarenlang op hetzelfde water. Hoe is dat? Je kunt je toch niet inbeelden dat Tom Boonen, Greg Van Avermaet en Sep Vanmarcke samen voor de Ronde van Vlaanderen trainen.

Van Acker «Het is eigen aan de zeilwereld. Ik train altijd met de andere meisjes van het Belgische team, Emma Plasschaert en Maité Carlier. We maken elkaar beter, sneller. Soms gebeurt het dat we samen op het water dobberen, op wind wachten en beslissen om onderling te racen. Een geïmproviseerde vriendschappelijke wedstrijd. Maar er zijn inderdaad ook gelijkaardige trainingsraces met andere landen. Natuurlijk geef je dan niet al je geheimen prijs, maar je hebt een vergelijkingspunt nodig. Je kunt wel alleen trainen, op het nemen van boeien bijvoorbeeld, maar als je je pure snelheid wil uittesten, heb je een referentiepunt nodig. Tia Hellebaut wist welke hoogte genoeg is voor een medaille. Een zeiler niet.»

HUMO Zijn de grote rivalen op de Spelen dan vriendinnen met wie je een ijsje gaat eten op Copacabana Beach?

Van Acker «Nee, dat niet. Als je elkaar ziet, maak je een praatje, maar we gaan niet samen uit ’s avonds.»

HUMO Lukt het om vriendelijk te zijn tegen Marit Bouwmeester? De tweevoudige wereldkampioene loopt je al je hele carrière voor de voeten.

Van Acker «Wij kunnen het wel met elkaar vinden, ja.»

HUMO Is de Nederlandse jouw angstgegner?

Van Acker «Mijn wat?»

HUMO Jouw zwarte beest. De concurrente die je overal tegenkomt en die de medailles voor je neus wegkaapt.

Van Acker «Ik heb geen zwart beest.»

HUMO Hoe hard is de strijd op het water? Schelden jullie elkaar de huid vol?

Van Acker «Neen, dat niet. Dameszeilen is geen bitchfight. Er wordt al eens geroepen, vooral bij boeirondingen of bij aanvaringen, maar verder gaat het er sportief aan toe. Als je echt denkt dat iemand de regels overtreedt, kun je protest indienen en neemt de jury een beslissing na de wedstrijd. Tijdens de race probeer je gewoon zo snel mogelijk te gaan. Dat gezegd zijnde: bij het verdedigen van je positie, kun je altijd proberen je concurrentes ‘in de vuile wind te leggen.’»

HUMO Spreek jij intussen een mondje Portugees?

Van Acker «Een beetje. Ik wilde de taal leren, maar dat is er niet van gekomen. Ik kan me behelpen in een taxi. Dat is al iets.»

'Ik ben geen supertalent. Ik werk gewoon hard'

HUMO Heb je vrienden in Rio? Locals die je dagelijks ziet?

Van Acker «Ik ken er een paar. Mensen uit de fitness of de supermarkt. Maar tijd om vriendschappen op te bouwen is er niet. Het is vroeg opstaan, fitnessen, zeilen, soms wat fietsen, dan massage en kinesitherapie. Het stopt nooit. ’s Avonds kruip ik afgemat in bed.»

HUMO Kom je hier ooit nog terug op vakantie?

Van Acker «Neen, ik ben geen grote fan van Rio. De stad ligt me niet: de drukte, de warmte en ook de onveiligheid. De natuur, daarentegen, is waanzinnig mooi.»

HUMO Wordt een zeiler nooit eenzaam? Daar zit je dan, ver van de kust, ver van het thuisfront, in een bootje, te wachten op wind.

Van Acker «Vroeger was ik weleens eenzaam, toen er nog geen Belgische zeilploeg was. Wil en ik gingen overal met z’n tweeën naartoe. Dat was soms lastig. Wil is mijn coach en hij is ook een vriend, maar ik ga hem geen WhatsApp-foto’s sturen van een nieuw jurkje. Net die onnozelheden lukken nu wel met de andere Belgische zeilers. Vooral na het zeilen is dat gezelschap welgekomen: je kunt je zeilervaringen met elkaar delen.»


Tomorrowland

HUMO Denk je vaak aan de race van straks?

Van Acker «Nog niet. Waarom?»

HUMO Als het weer het wedstrijdschema overhoopgooit, bestaat de kans dat de allesbeslissende slotdag, de medal race, dag op dag tien jaar na de dood van jouw vader plaatsvindt.

Van Acker «Daar heb ik wél al aan gedacht. Het zou fantastisch zijn om mijn vader daar te eren. Maar de Spelen in Rio staan voor mij niet in het teken van emotie, lijden of verlies. Mijn vader is tien jaar geleden gestorven aan kanker. Ik studeerde in Nederland toen ik het nieuws van zijn ziekte vernam. Ik stond er toen te weinig bij stil. ‘Life goes on,’ dacht ik. Korte tijd later werkte ik al aan mijn bachelorproef. Ik dacht die tegenslag wel de baas te kunnen en verdrong het verlies. Pas later kreeg ik een klap. Maar ik ben die te boven gekomen, op mijn eigen manier. Mijn vaders dood gaat de wedstrijd in Rio niet beïnvloeden.»

HUMO De laatste brief die je vader je schreef, hing tijdens de Spelen in Londen op je kamer. Hangt die brief ook in Rio?

Van Acker «Neen. Daar hangt een tekening van mijn metekind. Een vliegtuig met Olympische ringen. Ik heb die brief niet meer nodig. Mijn vader zit in mijn hart.»

HUMO Psycholoog Jef Brouwers zegt dat jullie amper over de dood van jouw vader spraken.

Van Acker «Als ik mezelf in vijf woorden moet omschrijven, dan zeg ik: concreet, planmatig, doorzetter, bijgelovig en rationeel. Dat bijgeloof reikt ver, van speciale sokken tot gelukselastiekjes in mijn haar. Maar vooral dat laatste telt: rationeel. Ik ben absoluut geen emotioneel persoon. Ooit zei een vriendin, wellicht al grappend: ‘Evi, jij hebt precies geen hart.’ Natuurlijk wel, maar ik volg eerst mijn verstand, dan pas mijn hart. Down to earth: ik ga op de Spelen geen selfie maken met Michael Phelps of Usain Bolt. Dat interesseert mij niet. Ik ben niet gauw star-struck, ik ben van Zaffelare (lacht). Na afloop van de wedstrijd drink ik me geen stuk in de kraag. Controle, nog zoiets.»

HUMO Behalve dat bijgeloof, lijken me dat allemaal ideale eigenschappen voor een topatleet.

Van Acker «Topsport is hard. Je moet je opofferingen getroosten. It’s the name of the game. Je komt er alleen door hard te werken, je goed te organiseren, niet op te geven en op een stevig team te steunen. Wie emotioneel afglijdt, is eraan voor de moeite.»

HUMO Maar hoe ga je om met die opofferingen? Je hebt geen studententijd gekend, let altijd op je voeding, traint keihard, zit de helft van de tijd in het buitenland en ziet op Instagram foto’s van je vriendinnen en hun baby’s.

Van Acker «Ik heb niet het gevoel dat ik bepaalde levensfases heb gemist. Ja, uitgaan als studente zat er niet in. En ik wil al tien jaar naar Tomorrowland, of naar Adele of Beyoncé. Maar het is het waard. Je weet op voorhand waar je aan begint. En trouwens: ik kan die zaken later nog inhalen, na mijn carrière.»

'Vroeger dreef er in de baai van Guanabara weleens een koelkast naast mijn boot.'

HUMO En is het financieel vol te houden? In vergelijking met voetballers en tennissers werken jullie voor een hongerloon.

Van Acker «Ik heb niet te klagen. Ik word al tien jaar goed ondersteund door Sport Vlaanderen (het vroegere Bloso, red.) en kan rekenen op mijn sponsors.»

HUMO En je speelt mee in een tv-campagne voor melk. Tia Hellebaut kwam jaren geleden voor in een spot voor Pizza Hut. Die hebben ook bij jou aangeklopt, maar je hebt vriendelijk bedankt.

Van Acker «Pizza Hut, dat was echt niks voor mij. Ik ga nauwgezet met voeding om en pizza’s passen niet in dat plaatje.»

HUMO Speelt het toeval een grote rol in je leven? Voor je begon te zeilen speelde je tennis. Voor hetzelfde geld was jij Kim Clijsters.

Van Acker «Ik geloof niet in toeval. Ik geloof in de keuzes die je maakt. Ik koos nadrukkelijk voor zeilen, omdat ik het gewoon veel liever deed.»

HUMO Of misschien was je wel pianiste op de Koningin Elisabethwedstrijd geworden? Je speelde op een gegeven moment saxofoon en piano en je volgde zanglessen.

Van Acker «Het woord ‘doorzetter’ heb ik daarnet niet toevallig genoemd. Ik ben geen supertalent. Niet in tennis, niet in saxofoon, niet in piano en – in alle eerlijkheid – ook niet in zeilen. Ik werk gewoon hard. Vandaar mijn rendement. Dat was aan de universiteit niet anders. Ik ben niet buitengewoon slim, ik heb gewoon hard gestudeerd. Er zeilen meisjes in mijn klasse met meer talent, maar die hebben minder discipline en laten het soms schieten. Ik niet. Ik kom uit een familie van harde werkers. Mijn vader werkte als bloemist, mijn moeder als anesthesist. Sport stond nooit centraal. Doorzettingsvermogen wel. Mijn moeder belde mij daarnet. Ze zit in Portugal, op fietsvakantie. Voilà, daar komt het dus vandaan.»

HUMO Zit er nog rek op dat harde werken?

Van Acker «Na Rio ga ik mijn leven overzien en keuzes maken. Op je 40ste kun je geen moeder meer worden, hè. Dat zal meespelen in die beslissing. Maar eerst Rio. De laatste keer.»

HUMO Hoe groot is de kans dat je stopt met zeilen?

Van Acker «Misschien zeil ik nog wel eventjes, maar de volgende Spelen in Tokio zijn nog ver weg. Dat wordt moeilijk. Er ligt nog een leven voor mij. Zeilen stond altijd bovenaan op mijn bucketlist. Maar er staan nóg dingen op. Een safari in Zuid-Afrika. Misschien moet ik dat doen na Rio: een leeuwenwelp gaan zoeken in de savanne.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234