De Gouden Schoen 2013 gaat naar Dieumerci Mbokani

Nadat hij in 2012 al de Ebbenhouten Schoen had gewonnen, heeft Dieumerci Mbokani zopas ook de Gouden Schoen 2013 gekregen. Op de erelijst volgt Dieu zijn ploegmaat Matías Suarez op. In mei 2012 sprak Humo-journalist Sander Vandenbroecke met de Congolese spits van Anderlecht, nadat hij met zijn team landskampioen was geworden.

(Verschenen in Humo 3741/20 op 12 mei 2012)

'Ik denk niet aan een transfer, ik denk aan het strand van Miami'

Vreugde en verdriet omhelsden elkaar toen Dieumerci Mbokani (26) de titel van Anderlecht vierde: toen hij zijn armen in de hemel stak, sperde hij ze wijd, zodat iedereen de foto op zijn borst kon zien – David, de zoon die hij in augustus verloor, amper vijf maanden oud.

Voor hém had hij het gedaan: terugknokken met alle veerkracht in zijn pezige lijf, en blijven knokken tot de titel binnen was. ‘Dát heeft zijn dood me geleerd,’ zegt hij, ‘dat je in het leven niets vanzelfsprekend mag vinden. Ook in het voetbal niet.’

HUMO Hoe gaat het?

Dieumerci Mbokani «Goed. Ik ben érg tevreden met de titel. Trop content

HUMO Voelt het ook als jouw titel?

Mbokani «Winnen doe je nooit alleen, maar ik weet dat ik een belangrijke rol heb gespeeld, dat ik een paar keer het verschil heb gemaakt: dat maakt zo’n titel toch persoonlijker.

»Ik ben ook blij voor de club. Ik heb me nergens zo goed gevoeld als nu bij Anderlecht: niet bij mijn eerste passage hier, niet bij Standard – waar ik nochtans ook graag was – en zeker niet bij Monaco of Wolfsburg. Ik voel me voor ’t eerst thuis bij een club.»

HUMO Heeft dat met de dood van je zoontje David te maken?

Mbokani «Zeker. Ik zal nooit vergeten hoe iedereen – spelers, bestuur, staf, entourage – mij en mijn vrouw toen heeft gesteund.»

HUMO Je hebt de titel aan David opgedragen: onder je tenue droeg je een T-shirt met zijn foto en de tekst: ‘Ce titre est pour David, mon bébé.’

Mbokani «Mijn vrouw wist niet wat ik op dat T-shirt had laten zetten. ‘Een verrassing,’ zei ik. ‘Iets voor mij, maar ook voor jou.’ Ze betrouwde het niet helemaal, maar ze was er achteraf heel blij mee. Die jongen zit nog altijd in ons hart: dat is zo voor de rest van ons leven. Het verdriet is er niet meer op elk uur van de dag – soms vergeet je het – maar als je het voelt, doet het nog evenveel pijn.

»Dat ik die titel aan David kon opdragen, maakt ’m ook mooier en betekenisvoller voor mij.»

HUMO Al zal zo’n titel na de dood van je kind ook aan belang verloren hebben.

Mbokani «Absoluut. Sindsdien komt voetbal op de tweede plaats, na mijn familie. Als zij gezond en gelukkig zijn, ben ik ook gelukkig. Voetbal kan me nog een beetje gelukkiger maken, of wat ongelukkiger, maar ik heb geleerd dat het dáár niet om draait.»

HUMO Je hebt nog een zoontje van twee, Dieumerci Junior. Klopt het dat hij al voetbalt?

Mbokani «Ja! Vier ballen heeft hij en hij is voortdurend aan het shotten. Ik zie nu al dat hij beter wordt dan zijn pa. Echt waar: wat hij nu al met een bal kan, kon ik op die leeftijd niet. Ik denk dat hij een goeie coach heeft (lacht)

HUMO Tijdens de viering op het veld liep je Ariël Jacobs voorbij: zonder dat hij het zag aankomen aaide je hem heel zacht over het haar.

Mbokani
«Dat was... Tja, ik weet niet wat het was. Ik heb hem toen ook iets gezegd en het floepte er spontaan in het Lingala uit, waarom weet ik ook niet. ‘Na sepeli, coach,’ zei ik, ‘ik ben heel blij voor u.’»

HUMO Het leek in elk geval niet op een speler die zijn coach felici- teert. Er zat heel veel tederheid in dat gebaar.

Mbokani (knikt) «Meneer Jacobs is méér dan een coach voor me, hij is een soort vader. Ik waardeer hem enorm als mens, en dát wilde ik hem toen vooral laten voelen. Warmte, respect. Dat hij een grote is, dat ik alle kritiek die hij over zich heen krijgt belachelijk vind.

»Ik herinner me nog goed mijn eerste gesprek met meneer Jacobs. Hij liet me beelden zien van mijn Europese wedstrijden met Standard tegen Liverpool en Olympiakos. ‘Díé speler gaan we hier opnieuw zien,’ zei hij, ‘en hij gaat ons kampioen maken.’ Ik voelde met- een dat hij me vertrouwde.»

HUMO Als het van jou afhangt, blijft Jacobs.

Mbokani «Absoluut.»

HUMO Maar blijf je zelf wel?

Mbokani «Dat weet ik echt waar niet. Ik wil hogerop spelen, maar ik wil ook nog een seizoen Anderlecht. Dat is het lastige: ik wil beide. Het is ook niet zo dat mijn hart zegt dat ik moet blijven en mijn verstand datk naar het buitenland moet, neen, mijn hart en verstand zeggen net hetzelfde: ze weten het ook niet (lacht).

»Ik heb nog maar één beslissing genomen en dat is dat ik pas na mijn vakantie – in juni – beslis. Ik moet alles eerst rustig laten bezinken en kijken wat er op me afkomt. Echt waar: ik denk nu méér aan het strand van Miami en de rust waar ik samen met mijn vrouw en zoontje van zal genieten, dan aan een transfer.»

HUMO Als Bayern München wint van Chelsea, is Anderlecht rechtstreeks geplaatst voor de Champions League. Zal dat je beslissing beïnvloeden?

Mbokani «Dat zou kunnen, maar echt: ik wéét het niet.»

HUMO Zal geld een rol spelen?

Mbokani (schudt heftig het hoofd) «Heb je die spelers van Athletic Bilbao gezien nadat ze de finale van de Europa League hadden verloren van Atletico Madrid? Waarom denk je dat ze huilden? Omdat ze een premie hadden gemist? Hun palmares: dáár weenden ze om. Elke speler droomt van titels en bekers, daar speel je voetbal voor.»

HUMO Ook bij Anderlecht hebben verschillende spelers een traantje gelaten tijdens de titelviering. Gillet, Biglia, Proto, Kouyaté, jijzelf...

Mbokani «Je kan gewoon niet ge- loven wat er allemaal door je hoofd flitst op zo’n moment. De titel en mijn zoontje, natuurlijk, maar ik heb op dat veld ook aan Monaco en Wolfsburg gedacht, waar ik nooit een échte kans heb gekregen, aan mijn titels met Standard, aan mijn overleden vader, aan de nationale ploeg van Congo, waar ik niet welkom meer was – de ene emotie na de andere. Echt raar. In de kleedkamer is het er allemaal uitgekomen, toen hebben we met een paar spelers echt zitten janken.»

HUMO Jij wou die penalty trappen, is het niet?

Mbokani «Ja. Toen ik Almebäck tegen me aan voelde botsen, nog voor ik op de grond lag, wist ik al dat het penalty was. Ik had hem af- gedwongen, dus wilde ik hem ook trappen. Ik was er klaar voor, ik had er zin in. Maar Gillet wilde ook en ik heb niet aangedrongen. ‘Schiet die bal erin en we zijn kampioen,’ zei ik hem nog. ‘Ik weet het,’ antwoordde hij en ik zag dat hij al helemaal op de bal gefocust was. Ik had er ver- trouwen in.»

HUMO Dus heb je ook durven kijken toen hij hem trapte?

Mbokani «Natuurlijk! Wat dacht je? (Lacht) Stel je voor: hij schiet op de paal, die bal komt mijn kant uit en ik sta daar met mijn handen voor mijn ogen!»

HUMO Wou je ook per se dat vijftiende doelpunt scoren? Voor spit- sen is dat een soort van magische grens die je over moet om bij de echt goeien te horen.

Mbokani (blaast) «Veertien of vijftien, wat is het verschil? Ik heb niet eens zo veel wedstrijden gespeeld: drieëntwintig.»

Dieumerci Mbokani: 'Ouder en wijzer'

HUMO Anderlecht speelde zijn mooiste voetbal toen Matias Suarez nog fit was. Jij creëerde voortdurend ruimte voor hem door twee verdedigers aan de praat te houden, en hij maakte daar optimaal gebruik van.

Mbokani «Is het niet logisch dat je het beste presteert wanneer je op elkaar bent ingespeeld? Op den duur wisten Mati, Jova en ik perfect wat de ander zou gaan doen, en dán begin je goed te voetballen. Met Canesin zou dat ook gebeurd zijn, daar ben ik zeker van, maar je moet die dingen tijd geven.»

HUMO Over je periode bij Monaco heb je eens gezegd: ‘Ik speelde daar vaak op een eiland, dat lag me niet.’ Ook bij Anderlecht heb je dit seizoen vaak op een eiland gespeeld.

Mbokani «Heb jij Monaco toen zien voetballen? Dat was écht iets anders dan Anderlecht. Er werd voortdurend met de lange bal gespeeld, het middenveld werd gewoon overgeslagen. Bij Anderlecht verliep de aansluiting soms wat moeilijker, maar we probeerden toch altijd te vóétballen.»

HUMO Vroeger zou jij de kop hebben laten hangen als je het gevoel kreeg dat je er alleen voor stond. Nu bleef je maar wroeten en wringen.

Mbokani «Ik ben ouder en wijzer geworden. Dat is het grootste verschil met mijn periode bij Standard: ik denk dat ik toen al een even goeie voetballer was, alleen wist ik nog niet zo veel.»

HUMO Je bent meer een ploegspeler geworden?

Mbokani (schudt het hoofd) «Dat ben ik altijd geweest. Ik laat me gewoon minder snel ontmoedigen dan vroeger.»

HUMO Je had het over het belang van een palmares. Je zit nu aan vier titels en twee bekers.

Mbokani «Pas mal, quand même? En nu heb ik ook de Ebbenhouten Schoen gewonnen. Op zich betekent dat misschien niet zo heel veel, maar als je de lijst met gewezen winnaars ziet, dan kijk je toch op: Kompany, Boussoufa, Tchité, Aruna, Fellaini, Lukaku... Daar sta ik toch maar mooi tussen.»

HUMO Marouane Fellaini heeft je de trofee overhandigd.

Mbokani «Leuk, het was lang geleden dat ik hem gezien had. Ik ben blij voor hem: hij bewijst dat je met hard werken ver komt. Volgens mij speelt hij volgend seizoen bij een absolute topclub.»

HUMO Als je ziet waar de andere Standard-spelers uit de kampioe- nenploeg van toen furore maken.

Mbokani «Defour, Witsel, ik weet het... Maar ik ben niet jaloers, als je dat bedoelt. Ik heb gewoon pech gehad, en dus moet ik iets meer ge- duld hebben. Dat heb ik de voorbije twee jaar geleerd: in het leven moet je leren incasseren. Je krijgt de din- gen niet zomaar, zelfs niet als je ze verdient. Soms krijg je klappen, maar dan moet je terugvechten.

»Zelfs mijn houding op het veld is veranderd. Ik denk nooit meer: ‘Dit wordt een makkelijke wedstrijd.’ Neen: je moet altijd van bij het eerste fluitsignaal knokken, zelfs al speel je tegen een tegenstander die op papier veel zwakker is. Ik geef toe: soms valt me dat ook las- tig. Als ik nog maar dat kunstgras van STVV zíé, heb ik al geen zin meer in voetbal, maar ik probeer me er toch over te zetten. Dat deed ik vroeger niet.»

HUMO Anderlecht heeft dit seizoen in de reguliere competitie alleen maar van ‘kleine’ ploegen verloren.

Mbokani «Dat wil ik net zeggen: als je denkt dat het makkelijk wordt, maak je het jezelf moeilijk. Je moet altijd op het ergste voorbereid zijn.

»Elke keer als we móésten of echt wílden winnen, gebeurde dat ook. Tegen de vijf andere ploegen in play-off 1 hebben we in de reguliere competitie achtentwintig op dertig punten gehaald: dan ga je automa- tisch denken dat je de beste bent. Dat wáren we ook.»

HUMO Moet je daarom alleen al niet naar een betere competitie? Wil je niet vaker tegen ploegen spelen die het uiterste van je vergen?

Mbokani «Ooit wel, maar ik ben nog jong – ik heb nog een jaar of tien. Als ik per se in Engeland of Spanje had willen voetballen, dan had ik er nu al gespeeld. Er waren clubs die me wilden lenen, maar ik wilde geen huurcontracten meer: je bent altijd tweede keus.»

HUMO ‘Ik heb nog een jaar of tien,’ zeg je. Dan ben je er wel al zesendertig.

Mbokani «En dan? Kijk naar Didier Drogba: pas op zijn vierentwintigste in eerste klasse gedebuteerd, en tien jaar later is hij bij Chelsea nog altijd absolute wereldtop. Zoals die speelt, zou je toch zweren dat hij nog altijd geen dertig is?»

HUMO Is hij een voorbeeld voor je?

Mbokani «Zoals Drogba is er op dit moment geen ander: hij is voor mij hét voorbeeld.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234